Menu




Poll
Wie is de medewerker van de maand?
Paul
Karel
Michael
Alex
Nico-Jan de rimmer
de chef
Suzanne
Jan-Daan
Magda
de opperchef


Resultaten
Nieuwsarchief
Dit is het nieuwsarchief. U kunt hier alle nieuwsberichten terugvinden.
Klik hier voor een overzicht van alle berichten.

Formulier (0)Vrijdag 7 augustus 2009
Waar koop ik een module voor invulbare pdf formulieren?

Reageer op dit bericht

huis te huur (0)Woensdag 14 november 2007
Huur nu ons huis voor de zomer.
Ontvlucht het koude en natte Nederland en geniet van de warmte in prachtig Paramaribo.
meer informatie.






Stuur een mail!



Reageer op dit bericht

Huis te huur (0)Dinsdag 23 oktober 2007
Huur nu ons huis voor de zomer.
Ontvlucht het koude en natte Nederland en geniet van de warmte in prachtig Paramaribo.
meer informatie.






Stuur een mail!



Reageer op dit bericht

Een kansloos moment (0)Maandag 22 oktober 2007
Alex keek de huiskamer in.
“Volgens mij was ik eerder bij u?” vroeg hij aan mevrouw Winters.
“Ja, ja vorig jaar. Toen leefde mijn man nog”, zei mevrouw Winters.
Uit de huiskamer kwam Winters junior.
Eind dertig, een echte man met een loopbaan, zelfverzekerd. Iemand die zich geen knollen voor citroenen zou laten verkopen.
“Robin”, zei de dertiger.
“Dag, ik ben Alex.”
Alex trok zijn motorjas uit.
De helm legde hij voorzichtig in de hal op de grond.
“Koud is het, zo’n bromfiets”, zei mevrouw Winters.
“Valt mee, ik ben warm gekleed. En ik vind rijden leuk.”
“Oh ja, we gaan hier zitten”, gebaarde Robin naar de studeerkamer.
Alex ging op de stoel voor het raam zitten.
De zon scheen naar binnen.
Lekker warm achter het glas.
“Zal ik het zonnescherm dicht doen”, vroeg mevrouw Winters.
“Eh, moeder dat hoeft niet, ik roep je als ik je nodig heb”, zei Robin.
Robin wilde zaken doen.
“Gaat u ook maar lekker zitten hoor”, zei Alex, “Gewoon gezellig bij ons. Alleen is maar alleen.”
Mevrouw Winters liet dat zich geen twee keer zeggen.
Ze schoof aan.
“Wanneer is uw man overleden” vroeg Alex.
“Ja, in mei”, zei Robin.
“En nu bent u hier alleen”, zei Alex zonder Robin aan te kijken.
“Ja, ze is alleen”, zei Robin.
Alex voelde de weerzin tegen Robin met de minuut groeien.
“Goed, we gaan successie doen”, zei Alex.
“Ja, successie. De rest kan ik zelf wel”, zei Robin.
“Mag ik het testament zien”, vroeg Alex
“Testament, er is geen testament” zei Robin.
Alex keek naar Robin. Mw. Winters was niet rijk. Zes ton vermogen zat er niet in. Misschien met enig persen 600 euro.
“Als vader sterft zonder testament erft moeder. Ik denk niet dat ze rijk is”, zei Alex, “de vrijstelling is maar zes ton”.
“Eh ja, ik heb dat bestudeerd en ik kwam er niet goed uit”, zei Robin.
“Oh”
“Ja, het is erg lastig”
“Juist.”
Alex herinnerde zich het telefoontje waarin Robin hem vroeg de successie te komen doen.
“Is het wel nodig”
“Ja, natuurlijk, anders bel ik toch niet?”
“Nee, dat zal wel niet.”
Alex wilde Robin gaan slaan.
“U bent niet rijk, mevrouw Winters’, zei Alex.
“Nee, zijn we nooit geweest”, zuchtte ze.
“Volgend jaar doen we samen weer de gewone aangifte”, zei Alex.
“Nee hoor, dat kan ik zelf wel”, zei Robin.
“Ik ga maar weer”, zei Alex.
Hij stond op.
Pakte zijn motorjas.
Zijn helm.
En in gedachten bond hij Robin vast en liet hij Robin achter op een grote stille open vlakte.


Reageer op dit bericht

wegens annulering nu weer vrij in november (0)Zondag 21 oktober 2007
Huur nu ons huis voor de zomer.
Ontvlucht het koude en natte Nederland en geniet van de warmte in prachtig Paramaribo.
meer informatie.






Stuur een mail!



Reageer op dit bericht

te huur (0)Donderdag 9 augustus 2007
Huur nu ons huis voor de zomer.
Ontvlucht het koude en natte Nederland en geniet van de warmte in prachtig Paramaribo.
meer informatie.






Stuur een mail!



Reageer op dit bericht

Vakantie in Paramaribo (0)Dinsdag 3 juli 2007
Huur nu ons huis voor de zomer.
Ontvlucht het koude en natte Nederland en geniet van de warmte in prachtig Paramaribo.
Meer foto's en info.






Stuur een mail!



Reageer op dit bericht

Een hoorzitting moment. (0)Zaterdag 2 juni 2007
Het was druk in de hal van het kantoor.
Mensen probeerden de aandacht van de ambtenaren te trekken.
De ambtenaren waren nog niet op stoom.
"Het was mooi gisteren, met Ed en Tinie", zei de man achter de balie tegen zijn collega die achter de andere computer zat.
"Is Ed weer met Tinie?' vroeg zijn collega terwijl ze hem met verbaasde ogen aankeek.
"Ja ze zijn weer een stel. Hij heeft het dat ding met Cherish gestopt. Hij is terug bij Tinie"
Alex schraapte zijn keel en zei voorzichtig: "Goedemorgen."
De ambtenaar keek hem verstoord aan.
"Dat Tinie hem nog wil", zei de ambtenaar met de grote verbaasde ogen.
"Ze zal wel van hem houden. Tot hoe laat moet jij vandaag? '
"Half twee. Vanmiddag moet ik de kinderen vroeg halen."
"Oh, maar ik ga naar de tandarts om half twaalf. Ik weet niet of dan terug ben."
"Goedemorgen', zei Alex nog een keer, "Ik heb een afspraak met dhr. Schotel"
De ambtenaar keek naar Alex alsof hij hem het liefst direct zou willen doden.
"Om negen uur", zei Alex.
De ambtenaar draaide zich naar zijn computer.
"Schotel', mompelde hij.
"Dat is Herman Schotel, van unit zeven", zei de collega met de verbaasde ogen.
"Herman, oh ja Herman, werkt die weer dan?"
"Ik mag hopen van wel, want ik heb een afspraak met hem", zei Alex.
"Rustig mijnheer, ik doe mijn best voor", zei de ambtenaar.
"Ik waardeer dat enorm", zei Alex, "Uw inzet voor dit bedrijf is buitengewoon groot. U zult wel een flexibele beloning krijgen"
Het werd stil.
De ambtenaar belde naar unit zeven.
"Herman, ik heb hier iemand voor je", zei de ambtenaar.
De ambtenaar legde de telefoon neer.
"Hij komt u halen, straks, ga daar maar zitten', zei hij terwijl de ambtenaar terwijl hij naar een bank in de hal wees.
Alex ging in de hal zitten.
De nieuwe werkweek was begonnen.
Hij had er direct al weer zin in.

Reageer op dit bericht

Een fiscaal moment. (0)Woensdag 23 mei 2007
"Ik wil aangetoond hebben dat uw client jonggehandicapt is, dat is de wet", zei Schelvis door de telefoon.
"Mijn client heeft het sydroom van Down", zuchtte Alex.
"U zegt zoveel, kan allemaal zijn, maar of uw client jonggehandicapt is blijkt niet uit de stukken. U moet de regels volgen", riep Schelvis die zich aan de andere kant van de telefoon kennelijk steeds verder opwond.
"Weet u wat het syndroom van Down is?' vroeg Alex.
"U roept maar wat", zei Schelvis.
"Dat heet in de volksmond Mongool. Dat gaat echt niet over en dat komt niet zomaar. Daar worden mensen mee geboren", zei Alex.
"Aantonen, u moet aantonen. Dat zijn de regels."
"Goed u uw zin. Wanneer bent u vrij? Dan kom ik met mijn client wel even bij uw langs. Dan kunt u het aan haar vragen. Kunt u vragen hoe lang ze al mongool is en hoe lang ze dat nog denkt te blijven. Altijd goed voor uw algemene ontwikkeling."
Het werd stil aan de andere kant van de lijn.
"U hoort hier nog van", zei Schelvis, "ik staak dit zinloze gesprek."
Schelvis hing op.
Alex liet zich achteruit zakken in zijn stoel.
Domheid regeert, dacht hij.
Hij pakte zijn afstandsbediening en liet Ozzie Ozbourne door de kamer knallen.
"Life's just a moment in time."

Reageer op dit bericht

Een moment op het kantoor (0)Zaterdag 5 mei 2007
De medewerker heffing stak zijn hand uit naar Alex.
"Schelvis", zei hij.
"Alex", zei Alex, "dit is Conrow, hij behandelt vandaag met mij de zaak"
"Aangenaam", zei Schelvis, "we gaan hier zitten.
Alex keek verbaasd toen Schelvis naar een bureau midden in de centrale hal wees.
Kennelijk mocht hij vandaag niet naar binnen in de geheime burelen van het kantoor.
Schelvis ging achter het bureau zitten.
Alex en Conrow gingen aan de andere kant zitten.

"Gaat u ons alleen horen?' vroeg Alex aan Schelvis.
"Ja", zei Schelvis.
"Dat kan niet. U weet toch dat u ons niet alleen mag horen nu aan de voorbereiding van het besluit heeft meegewerkt", zei Alex.
"Meent u dat?' vroeg Schelvis.
"Ja, wat dacht u? Dat ik hier gewoon maar dingen zeg voor mijn plezier?', zei Alex.
"U moet daar wachten," zei Schelvis die met tegenzin opstond.
Schelvis wees naar een plaats in de hal en liep weg.

"Hij baalt", zei Alex tegen Conrow.
"Terg je hem niet teveel", vroeg Conrow.
"Welnee, het is lollig. Straks als hij terug komt zeg jij dat we niet in de hal willen worden gehoord. Schendig van privacy en dat soort dingen."
Conrow knikte.

Alex keek door de hal van het kantoor.
Er was niet veel veranderd.
Nog steeds diezelfde troosteloze sfeer van hangende mensen die eindeloos aan het wachten waren. Wachten tot een medewerker van het kantoor ergens diep verborgen in het gebouw op een knop drukte om een nummer te doen verspringen. De mensen keken van hun bonnetje naar de rood oplichtende nummers die verstild bleven staan. Nr. 79 zou de volgende zijn. Maar nr. 78 moest een zwaar geval zijn want sinds Alex binnen gekomen was, was het nummer nog niet versprongen.

Schelvis kwam terug.
Hij had een collega gevonden.
"Haringsma", zei de collega.
"Dag", zei Alex die Haringsma kende van vroeger.
Haringsma leek hem niet te kennen. Dat verbaasde Alex. Sinds hij weg was leek hij gewist te zijn uit het geheugen van de kantoormannen.
"We gaan daar weer zitten", zei Schelvis.

"Ik wil niet dat u ons hier hoort", zei Conrow.
"Wat zegt u nu?' vroeg Schelvis.
"U schendt de privacy van mijn client door ons hier in de openbare ruimte te horen", ging Conrow onverstoorbaar verder.
"Beetje overdreven", bracht Haringsma in.
"Nee hoor, hier kan het echt niet", zei Conrow.
"U moet daar wachten"
Schelvis wees weer naar de hal.
Alex en Conrow stonden weer op en keerden voor de derde keer terug naar de plaats die was aangewezen om te wachten.

Alex en Conrow keken strak naar buiten.
"Straks kunnen we pas lachen', zei Alex, "nu nog niet."
"Werkte jij hier ook?", vroeg Conrow.
"Ja, heel lang, heel lang", zuchtte Alex.

"Hallo, komt u maar hier naar toe."
Alex zag dat Haringsma stond te wenken aan de andere kant van de hal.
Ze liepen naar de kant van de klantenservice.
"Een loket', dacht Alex.
"Hier kunt u naar binnen', zei Haringsma
Een kamertje van twee bij 1 meter.
Donker.
Troosteloos.
Geen raam.
Een gevangenis.
Een loket.
Even later verschenen Schelvis en Haringsma aan de andere kant van de twee centimeter dikke glasplaat. Onder in de plaat zat een klein gaatje. Daar kon het geluid door.
"Zeg het maar", zei Schelvis.
Het horen was begonnen.

Conrow deed het woord. Hij vertelde zijn verhaal. Over hoe dom Schelvis de zaak had aangepakt. Hoe onrechtmatig alles was.
Alex liet zijn gedachten vergeleiden.
Hij dacht even aan vroeger.
Wat zou hij gedaan hebben als over Schelvis een klacht zou zijn ingediend over de gang van zaken van vanmorgen.
Natuurlijk overleg.
Een teamvergadering.
Hij herinnerde zich de medewerker die zich bij de klanten voorstelde als Steuer.
"Ik heb mijn privacy, Steuer is mijn pseudoniem", zei de man toen Alex hem vroeg in het vervolg zich met zijn eigen naam voor te stellen.
"Ja en je heet Sprot en zo stel je je ook voor", had Alex gezegd.
"Je respecteert mijn gevoel niet", had Sprot gezegd.
Alex voelde nu nog de vermoeidheid die hij toen gevoeld had.

"Wij gaan u geen gelijk geven", zei Schelvis.
"Maar u heeft geen argumenten", zei Conrow.
"De wet is de regel. U weet hoe het beleid is", zei Schelvis.
"En u kennelijk niet", zei Alex die zich niet meer kon inhouden.
"Ik maakte nog niet eerder iets als dit mee. U kent uw jurisprudentie niet. U weet niets", blafte Alex die de kwade man in zich opriep.
Heerlijk die rol.
Even kwaad blaffen.
Even gewoon los gaan en kijken wat er gebeurd.
Schelvis werd nerveus.
Hij begon te beven.
"U weet het als geen ander", zei Schelvis.
"En jij dus niet", riep Alex.
Hij liet zich leeg lopen.
Schelvis en Haringsma keken hem aan.
"U moet wel opschrijven wat ik zeg", zei Alex tegen Haringsma.
Haringsma ging weer schrijven.
Maar Alex was klaar.
Kansloos en nog kanlozer dan kansloos was het.

"U weet de weg naar buiten", zei Schelvis.
"U moet ons naar buiten begeleiden, dat is beleid", zei Alex.
Maar Schelvis stond niet op.
Hij bleef in het loket zitten.

"Gaaf man", zei Conrow.
Ze stonden nog even in de hal na te genieten.
Alex knoopte zijn motorjack dicht.
"Ja, het was wel cool', zei Alex.
Plots verscheen Schelvis naast hen.
"Komt u er wel uit, weet u waar de deur is?'
Alex keek van Schelvis naar de deur en weer terug.
"Ik geloof dat ik de deur zie", zei Alex, "kijk maar daar is hij."
Schelvis zei niks meer.
Dreigend bleef hij naast hen staan.
Toen Alex klaar was met zijn motorjas, keek hij naar Schelvis.
"Tot de volgende keer maar weer."





Reageer op dit bericht

Dec schoonvader van de Chef (1)Maandag 16 april 2007
"Kent u de Chef?" vroeg de man.
"Ja", zei Alex, "U ook?"
"Die lul was mijn schoonzoon."
"Echt waar, vertel meer."
Alex ging er eens goed voor zitten.
De man tegenover hem zweette.
"Hij heeft mijn dochter bedonderd.", zei de man.
Alex knikte instemmend.
"Niemand mocht hem op het kantoor", zei Alex, "echt niemand."
"Ik kan het begrijpen, ik ben blij dat u dat zegt.", zei de man.

Reageer op dit bericht

een bootmoment (0)Donderdag 25 januari 2007
Deze beauty is te koop.
Ik zal haar missen.
Maar de tijd ontbreekt.
Jammer.
Ik zal haar missen.
De prijs? 14.500 euro.
Interesse? Stuur een mail.


Reageer op dit bericht

Een reismoment (0)Maandag 15 januari 2007
Naar Suriname via Cayenne.

Naar Suriname via Cayenne is een prettig alternatief tegen:
- dure KLM tickets,
- lange wachtrijen op Schiphol door 100% controle,
- vol zittende Martinair toestellen,
- en zo je daarvoor kiest een visum.

Begin met bij Air France een zo goedkoop mogelijke vlucht te zoeken. Kijk of het mogelijk is dat je met Air France van en naar Amsterdam kunt, maar zo niet, dan is er nog niets aan de hand.

Stel dat je reis in Amsterdam begint.
Dan zoek je via Internet het goedkoopste tarief met de Thalys naar Paris Nord. Via de Belgische spoorwegen is het vaak mogelijk om goedkope kaarten te kopen. Ik betaalde de laatste keer, in december, slechts 32 euro voor een enkele reis.

In Parijs kan je overnachten. Een hotel dicht bij het Gare du Nord vind je al voor zeker 55 euro voor een tweepersoonskamer.

Met de RER-B vervolg je de reis naar het station Antony. Kosten 1,10 euro.
In Antony moet je met de Orly-Val naar Orly. Daarvoor kan je niet de kaarten van je carnet voor de metro gebruiken. De Orly-Val kost 7 euro voor een enkele reis.

De vlucht naar Cayenne is aangenaam. Het is een binnenlandse vlucht dus al te veel gedoe met paspoorten is er niet.

In Cayenne kost de taxi naar de plaats waar de bussen naar St. Laurent vertrekken 35 euro. Het is een betrekkelijk korte afstand die je in ongeveer 15 minuten aflegt.

De bussen naar St. Laurent zijn voor degenen die een Surinaamse bus gewend zijn, een vertrouwd fenomeen. Ze rijden de hele dag door. Je komt bij de halte, gaat zitten en dan is het wachten tot de bus vol is. De kosten van de rit naar St. Laurent, 264 kilometer, bedragen 35 euro.
Je doet er buiten de wachttijd, ongeveer drie uur over voor je in St. Laurent bent.

Vraag de buschauffeur je af te zetten bij de kleine boten naar Albina. Deze boten varen ook laat in de avond nog. De kosten zijn 15 srd of 5 euro.
Let op dat de bootsmannen overdag met velen tegelijk op je af komen. Bewaar je kalmte en kies een betrouwbaar uitziende bootsman uit. Hij zal graag jouw koffers naar zijn boot dragen. Zelfs als je met twee personen wordt overgezet, zijn de kosten toch nog maar 5 euro. Het is natuurlijk hier wel een kwestie van onderhandelen.

In Albina staan veel bussen en taxi’s klaar. Men bespringt je zodra je aan de overkant komt opnieuw. Iedere chauffeur wil zijn bus aan je verkopen. Hiervoor geldt hetzelfde. Maak een keuze, blijf daarbij en spreek een prijs af. Afhankelijk van de drukte kan je met een taxi of met een bus gaan. In beide gevallen zijn de kosten 15 euro of 35 Srd.

Een belangrijk voordeel behaal je hier doordat er geen regelmatige douanecontrole is bij Albina. Zelfs overdag zitten de douaniers rustig in hun douane post terwijl links en rechts de boten van en naar St. Laurent aan- en afvaren. Als je de gok wil wagen kan je 35 euro verdienen door geen visum te halen. Let wel, dat mocht er per ongeluk toch een douanier iets wilen bekijken je in dat geval een probleem hebt. Dus het is de vraag of het die 35 euro waard is.

De totale kosten van mijn laatste reis bedroegen:

- thalys 32
- slapen in Parijs 27,50
- rer en orlyval 10.—
- taxi cayenne naar centrum 17,50
- bus naar st. Laurent 35,--
- boot naar Albina 5,--
- taxi Albina-Paramaribo 15
-------
142 euro.
(voor een retour dus 284 euro).

Op de terugweg kan je geld besparen door niet in Cayenne te overnachten.
(Cayenne heeft niets dat het de moeite waard maakt om daar te willen overnachten. De markt is klein en het meeste aanbod is vis. Als je geen auto hebt, is een strand niet goed bereikbaar. Het strand in de stad zelf is niet of nauwelijks toegankelijk, vergelijk de aanblik die het strand van Nieuwe Nickerie biedt.)
Vertrek vroeg uit Paramaribo, de bussen rijden al rond zonsopgang, en zorg ervoor dat de bus in St. Laurent niet te lang wacht. Dat geeft mogelijk wat stress, omdat de buschauffeurs zich niet snel zullen laten haasten.

Als je niet in Cayenne overnacht brengt de St. Laurent bus je op verzoek naar het vliegveld. Dat bespaart ook nog eens 15 euro. In dat geval ben je dus totaal ruim 40 euro goedkoper uit. De taxi die je uit het hotel kunt bestellen brengt je overigens voor 30 euro naar het vliegveld.

Concluderend kan worden gesteld, dat zodra er een prijsverschil is van meer dan 250 euro tussen een KLM vlucht van Amsterdam naar Paramaribo en een Air France vlucht van Parijs naar Cayenne, de reis via Parijs voordeliger wordt.

In Parijs is er overigens ook geen 100% controle te bekennen.



Reageer op dit bericht

Een vuile tyfushond moment (0)Woensdag 29 november 2006
"Hij zei vuile tyfushond tegen die man", zei Alex.
"Nee, blinde tyfushond", zei Metal.
"Nog erger dus, of is dat niet erger?"
"Geen idee, valt wel mee geloof ik."
"Bruinhemd is erger vind ik"
"Of poepstamper."
"Wat dacht je van Moorkop."
"Wow, dat is erg."
"Maandenlang schorsingen."
"Teringlijer."
"Hondenlul."
Ze typten rustig door en merkten te laat dat de klant binnenkwam.
"Geitenneuker."
"Allochtoon."
"Goedemiddag heren, ik had een afspraak."
Alex keek op.
"Oh, hallo, we hoorden u niet, we waren bezig met ons werkoverleg, vroeger waren we ambtenaren immers."
"Oei, dat is een lelijk scheldwoord", zei de man.
"U zit al helemaal in de sfeer", zei Metal.
"Zeker weten", zei de man, "Het is een kankerzooitje in dit land, die vuile kutdeurwaarder heeft mijn vrouw aan het janken gebracht. Een hele avond ruzie gehad. Ik zou hem voor zijn bek willen slaan."
"Nou laten we maar eens gaan kijken", zei Alex.
Buiten scheen de zon.
Het was een gewone rustige ochtend op kantoor.

Reageer op dit bericht

Een gelukkig moment (0)Zondag 19 november 2006
"Lopen doe ik niet zo goed meer, maar mijn hoofd is nog prima", zei de vrouw.
"Gelukkig, vaak is het anders", zei Alex.
Alex zat ontspannen in de hobbykamer van de vrouw.
Ze hield van Opera.
Er lag een boek van Maria Callas.
"Die heb ik nog echt gezien, in Amsterdam", zei de vrouw.
"Wow', zei Alex.
Hij werkte door aan de adminstratie van de vrouw.
"Ja, dat waren tijden. Mijn eerste man hield van muziek, maar mijn tweede niet.."
"Jammer", zei Alex.
"Ja echt jammer. Maar die eerste bedonderde mij met vrouwen. Die tweede alleen met geld", zuchtte ze.
"U trof het niet", zei Alex.
"Nee, of nou ja, ik ben nu al lang alleen en dat vind ik wel fijn."
"Hoe lang bent u alleen?'
"Vijftien jaar. Een godsgeschenk. Ik zal je vertellen hoe het ging. Die tweede man werd dement. Een drama. Hij was ook nog eens een tiran. Een echte despoot. Toen hij dement werd, werd het nog erger. Veel erger. Op eerste kerstdag, ik zie het nog voor me, kwam het circus op tv."
"Billy Smart'", zei Alex.
"Ja, zoiets, ik moet niks van circus hebben, helemaal niks, maar die man van mij wilde kijken. Ik moest en zou ook kijken. Had ik geen zin in, dus ik ging in de keuken een kop thee zetten. Ik zat even aan de tafel en wachtte. Hij riep nog dat ik moest komen, maar ik wilde echt niet. Ik vind het niks wat ze met die beesten doen. Toen hoorde ik een klap, een harde knal. Ik liep de kamer in. Daar lag hij voor de TV. Dood. Op de TV was een clown te zien. Ik sloeg een kruis en zei: bedankt god."
'Een kerstcadeau."
'En een verjaardagscadeau, want tweede kerstdag ben ik jarig."
"Zo is het, zo is het."
"Nog een kopje koffie?", vroeg de vrouw.

Reageer op dit bericht

Een pakken moment (0)Zaterdag 11 november 2006
"Goedemiddag, u bent William?', vroeg Alex.
'Jawel', zei de man.
Hij droeg een lange zwarte jas.
Zijn brogues waren keurig gepoetst.
'Hangt u uw jas maar aan de kapstok', zei Alex.
De man bleek een keurig zwart maatkostuum te dragen.

Ze gingen aan het bureau zitten.
Alex gaf de man zijn visitekaartje.
Metal haalde een kop koffie uit de Senseo.
De man in het pak voelde zich onwennig.
Metal droeg vandaag een shirt met een nummer erop.
Alex had een tshirt uit Miami aan.
Het was warm in het kantoor.
Ze zouden zaken gaan doen.

Alex brak het ijs met een inleidend praatje over het bedrijf.
Over hoeveel klanten ze hadden en wat ze konden.
De man in het pak knikte en aarzelde.
"Eh, wij dragen kostuums, dat is onze uitstraling.", zei de man.
"Wij niet, dat is onze uitstraling", zei Alex.
"Maar als onze klanten bij u komen, dan verwachten ze een pak."
Alex knikte.
"Dan zij we snel uitgepraat, denk ik", zei hij, "Ik doe dat niet, je krijgt wat je ziet."
Het gaf een goed gevoel.
Gewoon doen wat je zelf voelde dat goed is.
Geen gezeik.
Gewoon doen.

Reageer op dit bericht

een bijna nacht moment (0)Zaterdag 4 november 2006


Alex stond op het kleine balkon. Even had hij overwogen om een stoel van binnen te pakken, maar omdat hij toch al wist dat de stoel te breed was voor het balkon, had hij zich de moeite bespaard. De avond was zwoel. Geen wind, zelfs niet op het balkon. Vanmiddag was hij in de stad aangekomen. Hij voelde zich moe. Niet van de lange autorit. Die had hij met groot gemak gereden. Niet zijn lichaam, maar zijn hoofd was moe. Zijn hersens hadden de afgelopen tijd overuren gemaakt. De harde schijf moest hoognodig gedefragmenteerd worden.

Beneden reed een tram voorbij. Het geluid van knarsende wielen in de rails klonk vertrouwd. Amsterdam. Uitgaan met collega's en drinken. Lang geleden was dat. Het hoefde gelukkig niet meer. Niet meer drinken en niet meer leuk doen omdat een loopbaan op het spel stond. Hij had zin in een glas alcohol. In geen jaren had hij zin gehad in alcolhol, maar vanavond had hij zin in een mooie stevige robuuste malt whisky. De smaak van hout en vuur proefde hij achter in zijn keel. Hij wist dat als hij dat glas zou nemen, hij daarna nog een glas zou nemen en daarna nog een glas en nog een glas. Het zou niet stoppen totdat hij bewusteloos in bed zou vallen. Gelukkig voelde hij ook nu al de hoofdpijn van morgen. Voldoende om dat glas nu niet en nooit niet te nemen, maar de zin was er toch.

Ze lag al in bed. Alex had nog geen zin om in bed te liggen. Hij sliep slecht de laatste tijd. Ook daar tolde de harde schijf onophoudelijk door. De ene na de andere file opende zich. Tot er zoveel openstonden, dat alles met een harde klap dicht moest worden geslagen om stilte te ervaren. Loslaten, zei de coach. Makkelijk gezegd. Alex wilde harde muziek horen. Heel harde muziek. Een jankende gitaar, een blues die alle pijn van de hele wereld in een paar noten zou doen verschrompelen. En dan nog een blues een andere, een opgewekte. A new day is coming. Zoiets. Morgen wordt het beter. Dat stond op een tegeltje dat n het toilet hing bij een klant waar hij geweest was. "Vindt u vandaag dan kut?'" had hij willen vragen, maar hij had gezegd, "Pluk de dag, ook vandaag is een fijne dag". De oude vrouw had gezegd: "Er komen geen fijne dagen meer, mijn man is dood en ik ben alleen. Mijn kinderen zie ik nooit. Ik wou dat ik dood was." Alex was toen stil.

Reageer op dit bericht

Een stil moment. (0)Woensdag 1 november 2006


"Ik ben echt veel te groot om nog met zo'n domme pompoen langs de deuren te lopen", zei ze wijs.
Ik knikte.
"Dat is voor baby's, vorig jaar moest ik het nog doen, maar nu echt niet, ik heb er geen zin meer in."
"Hoe oud ben je dan?"
"Al bijna negen."
"Ja, dat is oud."

Reageer op dit bericht

Een moment van stilstand (0)Zaterdag 14 oktober 2006


"Stilstand is achteruitgang", zuchtte Alex.
"Zeker weten", zei Paul.
"Toch ben ik blij dat ik je weer zie", zei Alex.
"Ja, ik ben ook blij dat ik jou zie".

Een half jaar hadden ze elkaar niet gezien.
Bijna een jaar geleden brachten ze meer uren met elkaar door dan een getrouwd stel. Toen was Alex vertrokken van het kantoor. Ander werk en een ander leven.
"Soms gaan dingen zomaar voorbij", zei Alex.
"Wat geweest is, is geweest, de herinnering blijft", zei Paul.
"En we hebben genoten en gelachen".
"Dat blijft."

Ze haalden herinneringen op.
Ze spraken over vroeger.
En over nu.

"Wil je nog niet weg uit wat je zo vreselijk vindt? Waar je alleen maar blijft voor de zogenaamde zekerheid?'
'Ik kan het niet.'
"Dat zei je toen ook al. Ik mis je. Ik mis onze dagelijkse kletspraatjes. Maar hoe het ging, dat ging niet meer voor mij.'
"Nee, ik heb verplichtingen.'
"Er is nu een tv show over de gouden kooi"
'Ja, hebben ze van ons gejat."

"Zullen we ons bezatten?"
"Ik drink nog steeds niet"
"Jammer, ik heb zin om geestelijk te vertrekken."



Reageer op dit bericht

Een gezellig moment (0)Zondag 8 oktober 2006


"Hij weet het altijd beter", zei de vrouw die met op de bank het streekblad zat te lezen.
"Dat heeft ons al veel geld gekost."
Ik deed alsof ik niets hoorde en ging stug door.
"Ik heb al zo vaak gezegd dat hij het niet meer zelf moet doen, maar eigenwijs, je kent dat."
Negeren was niet langer mogelijk.
"Ik zie het veel vaker hoor mevrouw, het is ook niet makkelijk. En als je je best doet, doe je wat je kunt. Dat waardeer ik in iemand."
De man zei niets.
Hij had moeite genoeg om zijn kopje thee leeg te drinken.
Parkinson had hem stevig in zijn greep.
De thee klotste aan alle kanten over de kop heen.
Ik vreesde voor mijn computer en overwoog of ik alsnog een betere inboedelverzekering zou moeten afsluiten.
"We zijn al bijna vijftig jaar getrouwd', zei de man.
"Dat is lang", zei ik.
"Heel lang", zuchtte de man.
"Maar gelukkig zijn jullie nog samen", bracht ik op, "Voor veel mensen geldt dat niet meer."
De man begon aan zijn gevulde koek.
"Dit zijn echte gevulde koeken", zei hij.
"Van de bakker", zei de vrouw.
"Die halen we altijd op donderdag", zei de man.
"Donderdag gevulde koeken dag"
"Sinds ik met pensioen ben."

Reageer op dit bericht

Een kankermoment (0)Maandag 2 oktober 2006



Alex reed op zijn motor langs de begraafplaats. Het regende. Natuurlijk regende het. Het regent altijd, als ik hier langkom, dacht Alex.
Altijd.
Maar altijd was niet zo vaak.
Het is verdomme al bijna vijftien jaar geleden, dacht Alex.
Tien jaar geleden dat hij in het dijkhuisje aan het bed van een collega zat.
Een collega die kanker had.
Kanker die hem helemaal opgevreten had.
Een kaal dik prednison hoofd met hier en daar nog een lok.
Een bril die niet meer op dat hoofd paste.
"Een nieuwe bril, heeft geen zin, volgende week ben ik toch dood', zei de collega.

Ze luisterden naar Neil Young.
Harvest Moon was net uit.
1992 dus.
Zo onthoud je dingen.
De muziek geeft de datering.
Vanavond naar Harvest Moon luisteren, dacht Alex.
Hij kon zich geen liedjes van dat album meer herinneren.
De collega was de volgende week echt dood.
En Harvest Moon had het niet meer gehaald tot de cd speler.
Te veel belast met rottigheid.

En nu weer kanker.
"Klote", riep Alex in zijn helm.

En het regende nog harder.
Hij moest opletten en niet denken.
Gewoon doen.
Doorgaan.


Reageer op dit bericht

Een burenmoment (0)Zaterdag 16 september 2006


Evelien belde voor de achtste keer aan bij de buren.
Het briefje van de postbode hield ze in haar hand.
Er stond op: ‘Ik heb uw pakje op nummer 186 afgegeven, De Wit, uw Postbode.”
Evelien wachtte.
Weer niks, weer niemand thuis.
Ze keek op het briefje.
Een pakje van de bank.
Kon niks anders zijn dan haar pinpas.
Welke imbeciel geeft nu een pinpas aan de buren, dacht ze.
Aan buren die nooit thuis zijn.
Ze voelde in haar zak.
Nog 85 eurocent had ze.
En ze had honger.
Zaterdagmiddag.
Geen bank open.
Haar vriend op reis voor twee weken.
Ze belde naar haar ouders in Lemmer.
‘Tja kind, ik kan niet komen’, zei haar moeder.
‘Uw beltegoed is op’, zei de vriendelijke dame van HI.
‘Verdomme, verdomme, verdomme’, dacht Evelien.
Ze ging haar huis binnen.
Vlekkie, haar konijn rende naar haar toe.
Ze pakte Vlekkie op.
Konijn met pruimensaus, ging door haar hoofd.
Toen begon ze te huilen en hield Vlekkie strak tegen haar aan.

Reageer op dit bericht

Een moment. (0)Donderdag 14 september 2006


Alex keek naar buiten.
Het regende niet.
Maar de zon was er ook niet.
Een dag zonder regen of zonneschijn.
Gewoon een dag.
Als alle andere dagen.
De parkeerwachten hadden hun koffie op.
Hun kantine was aan de andere kant van het pleintje.
De auto' s op het pleintje werden natuurlijk bekeken.
Als altijd.
Het parkeerbonnenpleintje.
De parkeerwachten hadden dagelijks succes.
Vandaag ook.
De auto van de buurman had geen kaartje voor de voorruit.
Een bon.
Piep, deed de scanner.
De buurman rende naar buiten.
"Ik zocht mijn wisselgeld in de kassa", hoorde Alex hem zeggen.
"Je kunt hier alleen chippen", zei de parkeerwacht.
De buurman keek verbaasd.
"Dan hoef ik mijn geld niet te zoeken, dan parkeer ik wel ergens anders", zei hij.
Hij stapte in zijn auto en reed weg.
"Die bon heeft hij toch al", zuchtte de parkeerwacht tegen zijn collega.
"Sukkel zijn het", zei de collega.

Reageer op dit bericht

workshop webdesign (0)Vrijdag 8 september 2006
De zaal in het WTC doet modern aan.
Bas, de leraar, staat voor een scherm waarop zijn presentatie staat.
Door met zijn vinger op het scherm te kloppen veranderen de bladzijden.
Soms niet.
Dan moet Bas heel hard tikken.
Tik, tik, tik en ja hoor weer een nieuw blad.

Jammer genoeg zijn de computers waar wij achter zitten geblokkeerd.
Ik wil even kijken op mijn site.
Even kijken of wat Bas zegt door mij was toegepast.
Maar dat lukt niet.


Reageer op dit bericht

Helaas heeft hij verlof moeten nemen. (0)Dinsdag 20 juni 2006
“Helaas heeft dhr. Knibbe verlof moeten nemen”, zei de medewerker van het kantoor tegen Alex, “Hij is er morgen misschien weer.”
Helaas verlof moeten nemen. Morgen misschien weer.
Alex liet de woorden in zijn hoofd klinken.
Helaas impliceerde een droeve omstandigheid.
Misschien wees erop dat het langer kon duren.
Zou er een dode in de familie van Knibbe zijn?
Was de vrouw van Knibbe ziek?
Of was de wasdroger doorgebrand?
De gootsteen lek?
De televisie kapot?
“Hoezo helaas”, vroeg Alex.
De medewerker van het kantoor zuchtte.
“Hij is er niet, dat zeg ik.”
“Oh ja, natuurlijk. Maar helaas. Helaas is een boeiend woord.”
“Morgen, morgen is hij er weer, misschien.”
Alex zuchtte nu op zijn beurt.
Het zou vandaag weer niet lukken de persoon te spreken die hij wilde spreken.
Hij hing de telefoon op, draaide zich om en legde zijn benen op de vensterbank.
Buiten barstte een onweersbui los.
De regen klaterde met donderend geweld van de metro brug af.
De zonnige dag was voorbij.
Toch voelde het nog warm aan.

Reageer op dit bericht

Zangles (0)Woensdag 7 juni 2006




Alex zuchtte: Pocahontas.
"Did you ever hear the wolf cry to the blue corn moon?'
"Whoooeeeehhhoooooeeee", deed hij zachtjes voor zich uit.
Alweer Pocahontas.
"Maar jij doet alleen Jim Groce of Neil Young", zei zijn buurvrouw.
Dat was ook waar.
Hij zuchtte nog een keer.
Hij wilde die wolf niet horen huilen.
Vandaag niet.

Reageer op dit bericht

Opnieuw een kantoormoment (0)Maandag 15 mei 2006
Alex draaide de bocht om.
In de verte zag hij zijn vroegere collega’s voor het gebouw staan.
Het was mooi weer.
De zon scheen volop.
Een extra stimulans om vandaag een sigaretje extra te roken.
Vandaag zouden ze er uren lang staan.
Kletsen over Huntelaar die niet mee mocht.
Of over Ayaan de mediageile leugenaar.
Gewoon een dag als alle andere.
Alex parkeerde zijn motor.
Hij deed zijn helm, maar hield zijn zonnebril op.
Hij liep naar de deur.
Wel ex collega’s maar niemand die hij goed kende.
Alleen in de verte zag hij Jochem naar binnen gaan.
Jochem had hem waarschijnlijk wel zien aankomen.
Nu deed hij alsof hij hem niet zag.
Alex haalde zijn schouders op.

‘Ik heb een afspraak met mijnheer van Dijk’, zei Alex.
De dame aan de balie knikte.
Ze zei niets.
Alex herkende haar niet.
Een nieuwe uitzendkracht, dacht hij.
Ze typte nog steeds zonder woorden iets.
‘Dit moet u dragen’, zei ze.
Ze gaf Alex een badge met een rood koord.
Bezoekers hadden geen gele sticker in hun oor, maar wel een rood koord.
‘Daar wachten’, wees de dame.
Alex liep met het rode koord in zijn hand naar de aangewezen plek.
Er stonden nog meer mensen met een rood koord te wachten.
‘Dag’, zei Alex.
Niemand zei iets terug.

Na een tijdje kwam de heer van Dijk op Alex aflopen.
‘Van Dijk, u wacht op mij’, zei dhr. van Dijk.
‘U weet die dingen’, zei Alex.
Van Dijk keek verstoord.
‘We gaan met de lift’, zei Van Dijk.
‘Ik weet de weg’, zuchtte Alex.

Er was niets veranderd.
Het kantoor straalde dezelfde somberheid uit.
Lege lange gangen.
Lege kamers.
Met spelende radio’s.
Vaak op Sky.
Alex huiverde.

Toen hij buiten kwam voelde hij een steen van zijn rug vallen.
Een mens die geketend is verliest meer dan lijf en goed alleen, dacht hij.


Reageer op dit bericht

Kansloos. (0)Dinsdag 18 april 2006
Alex werd stil.
Heel stil.
'U heeft een schuld van 106 euro aan het rijk. Om deze reden kunt u niet remigreren. Uw verzoek om een bijdrage in de kosten wordt afgewezen.'
Een schuld van 106 euro aan het rijk.
'Maar ik wilde gaan betalen en toen stuurden ze mij weg. Je kan niet met geld betalen daar', zei de man.
Hij was wanhopig.
Alex herkende de wanhoop.
Natuurlijk ging het zo op het kantoor.
Dat wist hij.
Maar dat het zo uitwerkte was nieuw.

'We moeten iets doen', zei Alex.
Hij ging aan het werk.
Al snel bleek dat de schuld van 106 euro omsloeg in een vordering van 135 euro.
Gelukkig.
Maar nu nog de systemen aanpassen van het kantoor.
Een klusje van zeker vier maanden.
Mogelijk langer.

'U moet wachten en bidden', zei Alex.
'Ik wacht', zei de man.
'Lang wachten', zei Alex.

Alex belde met Paul en vertelde het verhaal.
'Tja, je weet, ik kan ook niks doen.'
'Ik weet het, ik weet het. Je zult maar een schuld aan het rijk hebben.'
'Het is een drama.'
'We leven nog.'
'Dat wel, maar dat is het dan ook.'

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment op zondagochtend. (0)Zondag 2 april 2006


Alex legde de NRC weg.
Hij dacht terug aan de opperste opperchef van wie nu door de professor gezegd werd dat het onvoorstelbaar was dat iemand zo overtuigd kon zijn van haar eigen gelijk.
Het was waar.
Hij herinnerde zich het moment waarop hij voor het eerst met haar in conflict was.
Ze had een vergadering belegd in het kantoor waarvan Alex de leiding had.
In de vergaderzaal hingen bordjes waarop aangegeven werd dat roken verboden was.
De opperste opperchef stak een sigaret op.
‘Je mag hier niet roken’, zei Alex.
‘Dat geldt niet voor opperste opperchef en opperchefs’, zei ze terwijl ze diep inhaleerde en de gore rook in Alex’ richting blies.
Het was nooit meer goed gekomen.
Ze was een soort verlicht despoot geworden.
De opperchefs volgden.
Jarenlang heerste het schrikbewind.
En nog.
Morgen zouden er mogelijk koppen rollen.
Welke afvallige zou het memo hebben laten lekken?
Wie o, wie?

Alex belde Paul.
‘Heb je het gelezen?’
‘Ja, mooi is het.’
‘Was het Jochem?’
‘Jochem?’
‘Ja, die hoge ambtenaar die gelekt heeft.’
‘Jochem is toch niet hoog, je bent te lang weg.’
‘Jochem had wel contacten.’
‘Nee, het was vast en zeker Jochem niet.’
‘Gaan we motorrijden?’
‘Doen we.’

Ze reden over de boulevard en gingen achter glas in het strandhuis zitten.
Koffie met appeltaart lieten ze komen.
De zon kwam er bij.
Het was warm in de motorpakken.
Maar het was gezellig.

‘Kijk, daar loopt ze.’
‘Wie?’
‘De opperste opperchef.’
‘Echt waar?’

In de verte wandelde met grote stappen de opperste opperchef over het strand.
Ze rookte.
Ze was alleen.
Zou ze nadenken over haar defungeren?
Dat was toch de enige keuze.

‘We gaan het deze week horen’, zei Alex.
‘Tja, wie weet’, zei Paul.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 14 maart 2006


Het was een sombere dag op het kantoor.
De stemming was ver beneden het nulpunt.
In de krant hadden ze gelezen dat ze bijna nooit een goed antwoord gaven.
Alle vragen werden helemaal fout of bijna goed beantwoord.
Jochem lachte inwendig, maar keek strak.
Hij had dit al voorspeld.
Het bedrijf gaat naar de klote, had hij herhaaldelijk gezegd.
Zeker met zo'n incompetente dropveter als Chef.
Nu was het bewijs geleverd.
Natuurlijk gaven ze geen goede antwoorden.
Hij keek rond.
Karel, de automatiseringsdeskundige, die niets wist.
Helemaal niets.
En wat hij wist kwam uit een brochure.
Een flodderig werkje.
En Michael.
Die werkte nu parttime.
De beste garantie om retarded te worden.
Stelletje sufgerukte konijnen.
Jochem was blij dat zijn analyse bevestigd was.
Plots sprak de Chef: 'We moeten hier iets aan doen.'
Dat was wat hij zei.
Meer niet.
Gespeend van elke visie.
Paul stond op.
Hij liep naar het toilet.
Hij had er geen zin meer in.
Ook geen zin meer in de formule 1 pool.
Het was niet leuk meer.

Paul pakte zijn mobiel en belde op het toilet met Alex.
'Kan ik niet bij jou komen werken?'
'Nog niet jongen, nog niet. Ik heb nog niet genoeg werk, maar het duurt niet lang meer. Het komt, wacht nog maar even. Ik bel je met een paar maanden zeker.'
'Geweldig.'
'Hou vol.'

Reageer op dit bericht

Een tomtommoment (0)Zondag 5 maart 2006


"Links af" zegt de zachte stem.
Maar links af zal niet langer gaan.
Het achterwiel draaide weg, de motor gleed en Alex zag de beelden van de TT in Assen voor zich. Gewoon laten vallen en wegrollen, dacht hij.
Nu reed hij maar tien kilometer per uur in plaats van driehonderd.
Dat maakte wat uit.
De motor gleed niet weg.
Nee, die viel boven op Alex.
Hij trok net op tijd zijn been weg.
Aarzelend en trillend kroop hij onder de motor uit.
Alles voelde goed.
'Links af, probeert u om te draaien', zei de stem.
Alex wilde zich best omdraaien.
'Alles goed?' vroeg een andere stem.
Een jongen met een scooter was gestopt.
'Ja, ik heb geloof ik niets', zei Alex.
'Kom, ik help wel even die motor op te tillen', zei de jongen.
Dat lukte.
Alex duwde de motor terug naar de kant van de weg.
'Bedankt', zei hij.

'Total loss', zei de dealer vrolijk.
'Hoezo?' vroeg Alex.
'Helemaal krom, helemaal verbogen. Niet meer te redden.'

Zuchtend sloot Alex in de file aan.
Hij keek jaloers naar de motorijder die zich soepel een weg tussen de rijen auto's door baande.

Reageer op dit bericht

Een nee sticker moment (0)Zondag 19 februari 2006


Jochem zat rustig op de bank na te denken over de zin van het leven. Hij was er eigenlijk wel uit: het leven heeft geen zin. Volstrekt zinloze bedoening. Hij was blij dat hij zoveel inzicht had. Hij klopte nog maar eens een sigaretje uit het harde kartonnen doosje. Roken is dodelijk stond er op het doosje in grote zwarte letter.
Mooi, dacht Jochem, heel mooi. Zinloos. Alles van waarde is zinloos. Zo is het. Wie schreef dat ook alweer?
Klepper knal deed de brievenbus.
Hij had zo'n brievenbus met aan de binnenkant ook een klep. Dat was goed tegen de kou, maar had als nadeel dat hij nu twee knallen van metaal op het frame van de bus hoorde.
Hij schrok uit zijn overpeinzing.
Hij stond op.
Het was zondagavond.
Het moest wel belangrijk zijn als iemand hem nu iets bezorgde.
Hij pakte het stuk papier van de mat.
Het was een folder van de locale pizzaboer.
'Verdomme', zei Jochem hardop, 'lezen kunnen ze zeker niet, de knuppels.'



Hij rukte de voordeur open.
De pizzafolderaar kon nog niet ver zijn.
Hij keek de straat in, maar zag niemand.
Hij liep naar buiten om beter te kunnen kijken.
Met een harde knal sloeg de voordeur achter hem dicht.
Jochem voelde in zijn zak naar de sleutel van de deur.
Die lag dus binnen.
'Stomme pizzahond', riep Jochem de straat in.
Maar niemand luisterde.
Hij keek naar de deur met de nee-sticker.
Niemand had een sleutel, zijn telefoon lag binnen, zijn autosleutels lagen binnen en het was koud. Erg koud.

Hij besloot achterom te lopen. Met ferme stappen liep hij de straat uit. Hij gooide zijn sigaretje met een boogje de straat op. Het vuurkegeltje spatte uit elkaar en liet overal vonken zien.
Er zat niets anders op dan een ruitje in de achterdeur in te tikken.
Hij pakte een steen uit zijn tuin en sloeg zo zachtjes als mogelijk het ruitje stuk.
Maar niet zachtjes genoeg.
De buurman hoorde het glas rinkelen.
Hij keek naar buiten en belde 112.
'Ze breken in bij mijn buurman.'
'We komen.'

Jochem was bezig het glas bij elkaar te vegen op een blik toen plotseling twee agenten bij hem binnen stonden.
'Je bent erbij mannetje', zeiden de grote agent.
'Ik woon hier', zei Jochem.
'Dat is de meest flauwe smoes die ik in jaren gehoord heb', zei de kleine agent die net van de politieschool af was.
'Ik dien een klacht in tegen die pizzaboer. Die kan niet lezen', riep Jochem.
'Wat heeft dat er mee te maken? Je gaat mee naar het bureau.'
'Mijn huis uit', riep Jochem.

Die avond schreef Jochem een brief aan de pizzaboer.
'Ik stuur u uw folder terug. Het is een schande dat u mijn privacy niet respecteert. Ik eis genoegdoening. Ik eis dat u excuses aanbiedt. Ik eis schadevergoeding.'





Reageer op dit bericht

Een vergadermoment (0)Dinsdag 14 februari 2006


‘Vanaf vandaag gaan wij allemaal knippen en plakken’, zei de Chef.
Het werd stil in de vergadering.
‘Hier staan de potten gluton, er zijn rijks-scharen en iedere morgen krijgen jullie de kranten van gisteren. Het AD, de Volkskrant, de Telegraaf en alle lokale kranten. En het moet goed gebeuren’, ging de Chef verder.
Jochem stak zijn hand omhoog.
‘Ik mag niet knippen van de bedrijfsarts. Dat abces aan mijn hand is te wijten aan RSI. Het is onverantwoord wat hier gebeurt. Als ik moet knippen ben ik ziek.’
De Chef keek hem aan.
‘Het bedrijf vraagt om inzet. Echte inzet. Als de leiding knippen en plakken zegt, dan knippen en plakken wij. De wildgroei aan bijverdiensten moet tot stilstand komen. Het is een ramp voor het land. Kijk maar hier in de krant, lees maar, tuinmannen voor 12 euro, metselaars voor vrijdag na half twee, stucadoors, belastinghulp tegen afbraakprijzen, allemaal beunhazen, schilders die in de winter voor 8 euro per uur het buitenschilderwerk doen, pc hulp aan huis voor bijna niks, het land gaat naar de maan. We moeten sterk staan met onze leiding.’
‘Maar ik kreeg er een abces van. Ik klaag de leiding aan’, riep Jochem die nu woedend was.
Karel die naast Jochem zat, keek belangstellend naar Jochems hand, maar zag niets.
‘Ik zie geen abces’, zei hij.
‘Ik heb het opengesneden, voel je niks van’, zei Jochem, ‘Ik sta boven de pijn.’
Paul zuchtte.
Hij wilde dat hij terug was op zijn kamer.
Hij had zin om met Alex te gaan eten.
Hij miste zijn collega.
Het wilde niet wennen.

Reageer op dit bericht

Een onrustig moment (0)Maandag 6 februari 2006


Alex draaide zich nog eens om.
Hij lag al een poosje wakker.
Hij keek niet op de klok.
Als hij op de klok keek wist hij hoe laat het was.
Hij wilde dat niet weten.
Hij wilde nog even wegduiken in de nacht.
Eventjes wegkruipen in een staat van vergetelheid.
Even helemaal naar het niets.
Osho had het gisteren nog tegen hem gezegd.
Je bent onderweg van het ene niets naar het andere niets.
Pas als je het niets accepteert en in volle omvang niets laat zijn, gaat het goed.
Maar hij wilde veel doen.
Hij had zin om naar nieuwe muziek te luisteren.
Hij wilde gaan zingen.
Over Gaby und Klaus.
Die geweldige tekst.
Das Leben ist grausam und schrecklich gemein.
Klaus ist ein Schwein.
Zo is het.
Maar nu was het nog nacht.
Donker.
Hij moest plassen, maar wilde zijn bed niet uit.
Hij draaide zich om en dook diep onder het dekbed.

Reageer op dit bericht

Een verzorgingshuismoment. (0)Vrijdag 3 februari 2006


Alex zat rustig op het bankje in de hal van het verzorgingshuis te wachten tot de locatiemanager tijd had. Het was er lekker warm.
'Wilt u koffie?' vroeg een verpleegster die met een kar langs kwam.
'Graag', zei Alex.
Precies op dat moment brak het kabaal los.
Het metalen hek van een bed werd uit de lift de hal in geworpen.
'Dit pik ik niet. Ik ben woedend. Woedend. Ja, u ziet het goed, ik ben woedend en nog eens woedend. Heel erg kwaad, dat ben ik.'
De lange man in een bruin pak beende de hal uit.
Hij ging buiten staan.
Iedereen keek verbaasd.
Alex zag dat de pijpen van de broek van het bruine pak te kort waren.
Zulke details vielen hem altijd op.
Zelfs onder deze omstandigheden.

De lange man beende weer naar binnen.
'Woedend, ik ben woedend. Ik eis genoegdoening. Ik dien een klacht in. Ik ben zo kwaad.'
Niemand reageerde.

De lange man liep weer naar buiten.
Het liep naar het verlaten busje van Welzorg toe en maakte de deur van de laadruimte van het busje open. Zonde op de chauffeur te wachten begon hij de bus uit te laden.
'Dit is het bed dat naar boven moet. Ik eis dat het nu in elkaar gezet wordt.'
Niemand reageerde.
Alex dronk rustig zijn koffie en keek naar de man die heen en weer liep. Met een matras, een hek van het bed, de motor van het bed, een onderlegger, nog een hek.

Toen kwam de chauffeur van de bus eraan.
'Wat doet u in mijn bus?'
'Ik pak het bed. Het bed dat u had moeten pakken.'
'Ga uit mijn bus.'
'Ik eis mijn bed.'
'Dit is busvredebreuk.'
'Ik wil mijn bed.'

Alex begreep nog steeds niet waar het over ging.
Waarom de man zo boos was, ontging hem.
Dat de chauffeur van de bus nu ook boos was, was logisch.
Niemand ziet graag dat zijn bus leeg gehaald wordt.

De mannen stonden als kemphanen tegenover elkaar.
Het wachten was op de eerste klap.
Juist op dat moment snelde de locatiemanager toe.
'Heren, heren, wat is dit?'
'Busvredebreuk.'
'Ik eis mijn bed.'
'Ik doe aangifte.'
'Ik ook.'
'Heren, heren, rustig, rustig.'
'Nee, niet ik wil mijn bed.'
'Jij blijft uit mijn bus.'
'Laten we dit als volwassenen oplossen.'

Het werd stil.
Ze stonden tegenover elkaar.
Een patstelling.

'Ik denk dat ik een andere keer terugkom', zei Alex.
'Dat is goed', zei de zorgmanager.

Reageer op dit bericht

Een moment van weemoed (0)Woensdag 1 februari 2006
Paul keek naar buiten. Het was koud.
Hij voelde zich eenzaam zonder Alex op het kantoor.
Hij voelde zich nog eenzamer nu hij de grote kar die Alex had laten maken zag staan.
Een kar met een doek van 3 bij 2,5 meter met het logo van de nieuwe onderneming van Alex erop.



Paul pakte de telefoon en draaide het nummer van Alex.
In gesprek.
Kennelijk was het druk op het nieuwe kantoor van Alex.
Paul draaide nog een keer.
Deze keer draaide hij het prive nummer van Alex.
'Met Alex.'
'Hoi, hoe gaat het?'
'Goed, heel goed, ik had dit jaren eerder moeten doen.'
'Fijn, ik ben blij voor je.'
'Dank je, maar ik mis onze saaie dagen soms toch. Of liever, niet onze saaie dagen, maar jouw gezelschap. Kletsen over muziek en over niks.'
'Doen we hier nog steeds. Ben bezig met de voetbalpool.'
'Tja, ik wist niet eens dat Ajax al weer verloren had. Blind gaat er deze week nog uit hoorde ik.'
'Zullen we wedden?'
'Ja, doen we, net als vroeger.'

Na een paar minuten hing Paul op.
Hij hoorde de Chef op de gang lachen.
Heel hard, als altijd.
Zeker weten om niets.
Ook als altijd.

Paul drukte zijn computer uit.
Hij pakte zijn jas en pet.
Hij deed zijn badge in zijn jaszak.
'Ik ga film kijken en morgen ben ik ziek', zei hij tegen zichzelf.

Reageer op dit bericht

Een moment van weemoed. (0)Dinsdag 31 januari 2006
Paul keek naar buiten. Het was koud.
Hij voelde zich eenzaam zonder Alex op het kantoor.
Hij voelde zich nog eenzamer nu hij de grote kar die Alex had laten maken zag staan.
Een kar met een doek van 3 bij 2,5 meter met het logo van de nieuwe onderneming van Alex erop.



Paul pakte de telefoon en draaide het nummer van Alex.
In gesprek.
Kennelijk was het druk op het nieuwe kantoor van Alex.
Paul draaide nog een keer.
Deze keer draaide hij het prive nummer van Alex.
'Met Alex.'
'Hoi, hoe gaat het?'
'Goed, heel goed, ik had dit jaren eerder moeten doen.'
'Fijn, ik ben blij voor je.'
'Dank je, maar ik mis onze saaie dagen soms toch. Of liever, niet onze saaie dagen, maar jouw gezelschap. Kletsen over muziek en over niks.'
'Doen we hier nog steeds. Ben bezig met de voetbalpool.'
'Tja, ik wist niet eens dat Ajax al weer verloren had. Blind gaat er deze week nog uit hoorde ik.'
'Zullen we wedden?'
'Ja, doen we, net als vroeger.'

Na een paar minuten hing Paul op.
Hij hoorde de Chef op de gang lachen.
Heel hard, als altijd.
Zeker weten om niets.
Ook als altijd.

Paul drukte zijn computer uit.
Hij pakte zijn jas en pet.
Hij deed zijn badge in zijn jaszak.
'Ik ga film kijken en morgen ben ik ziek', zei hij tegen zichzelf.

Reageer op dit bericht

Een Ikea Moment (0)Vrijdag 20 januari 2006
De jongeman kijkt een beetje verdwaasd.
Hij staat achter de counter met Friet en Gehaktballen.
Een compleet menu voor net geen zes euro.
Het is niet zo druk bij Ikea.
De gehaktballen liggen te glimmen van het vet.

'Een gehaktballen groot', zeg ik.
De jongen schept een ruim bemeten bord vol met ballen.
Ik overweeg even om extra friet te vragen.
Kost maar 70 cent.
Alleen maar om te kijken hoe hij die op dat bord zou gooien.
Maar ik ben afgeleid.
Een kind jankt.
Natuurlijk.
Bij Ikea janken kinderen en zijn ouders in de stress.
Zo hoort het.

De gehaktballenjongen gooit een bruine smurrie over mijn ballen.
Ik walg.
'Nee, nee, geen saus', roep ik.
'Geen saus?' vraagt de jongen.
'Nee, geen saus.'
Metal staat naast me.
'Ik wil wel saus', zegt hij.
Juist als ik dat tegen de gehaktballenjongen wil zeggen, gooit hij zonder aarzelen het hele bord ballen in een vuilniston.
Zeker vier ons gehaktballen weg.

'Hij wilde wel saus', zeg ik.
De jongen kijkt verdwaasd.
Hij schept een nieuw bord vol met gehaktballen groot.
Hij moet nog tot negen uur.
Dan mag hij naar huis.

Reageer op dit bericht

Een lange geschiedenis (0)Dinsdag 17 januari 2006
KPN is een vreselijk bedrijf.
Heel erg.
In oktober schreven ze mij een brief.
'U moet migreren', stond in de brief.
Migreren?
Ja, ik moest van Tiscali naar Planet.
Waarom dat moest was niet helder.
KPN had kennelijk een juridisch dispuut gewonnen.
Ze waren blij daar.
Ik niet.
Migreren.
Ik was tevreden over Tiscali.
Goede snelheid.
Geen contacten met de helpdesk.
Nooit een brief van die lui.
Ik betaalde mijn rekening en klaar.
Planet.
Ik wist van kennissen dat het daar een drama is.
Planet.
Lang geleden een swingend bedrijf.
Nu een ambtelijke moloch.
Onderdeel van KPN.
Migreren.
Help.
Ik negeerde de brief en ging over tot de orde van de dag.

23 december, 8 uur.
Ik was aan het koken.
Voor kerstavond.
Telefoon.
'U spreekt met Milton van Planet.'
'Oh.'
'U moet migreren.'
'Ik wil niet migreren.'
'Het moet.;
Milton was wel vriendelijk.
Ik niet.
Ik wilde gaan koken.
En zeker niet migreren op de avond voor kerstavond.
'Als u niet migreert, heeft u vanaf 1 januari geen internet meer.'
Milton ging mij helpen.
Door de telefoon.

Twee uur later.
Ik was bezweet.
Half elf in de avond.
Ik was niet gemigreerd.
Helemaal niet.
Ik was nog bij Tiscali.
'Het werkt niet', zei Milton.
'Ik ben nu helemaal wanhopig', zei ik.
Mijn internet was dood.
Overleden.
'Het zou op 1 januari toch dood gaan', zei Milton troostend.
Milton hing op.
Ik repareerde alle oude instellingen.
En zowaar, het net leefde op.

Ik ging op vakantie en kwam op 4 januari thuis.
Een brief van Planet.
'U bent niet gemigreerd', stond in de brief.
Mooi, dacht ik.
'Tot 19 januari kunt u nog migreren, daarna is het over. Over en uit.'
Ik vloekte.
Ik voelde me als een asielzoeker wiens laatste beroep is afgewezen.
'Ze weten toch dat het niet lukt, verdomme', zei ik tegen mijn vrouw.
Maar die sliep haar jetlag weg.

(vervolg later)

Reageer op dit bericht

Een pda moment (0)Zondag 15 januari 2006
Alex zuchtte diep.
Zijn vingers gingen over het kleine toetsenbord van zijn pda.
Eindelijk had hij het apparaat aan de praat.
Emailen lukte nog niet.
Maar internetten wel.
En berichtjes maken ook.
Maar het kostte veel tijd.
Morgen, morgen zal het sneller gaan, dacht hij.
Nu naar bed.

Reageer op dit bericht

Onderweg naar iets nieuws (0)Donderdag 22 december 2005
Het was kwart voor zeven.
De wekker piepte en het groene ledlampje verlichtte met fel pulserend licht de slaapkamer.
Alex gaf een klap op de wekker.
Het geluid verstomde en het licht ging uit.
'Waarom zet je die wekker zo vroeg?'
'Ik ga rennen.'
'Tjezus, hoe laat is het?'
'Kwart voor zeven.'
Alex stond op.
Hij trok zijn shirts aan.
Gisteren was hij zijn hesje met reflectorstrepen vergeten aan te trekken.
Vandaag niet.
Hij leegde zijn blaas, dronk een halve liter water en liep naar beneden.
Hij drukte op de het rode lampje van de stekkerdoos. De vierhonderd lampjes in de kerstboom gingen aan. Hij haatte kerst, maar als er toch lichtjes moesten zijn, dan zoveel mogelijk. De kamer stond in fel licht.
Hij liet de boom aan en ging door de tuindeur naar buiten.
Het was koud.
Gelukkig had het niet gevroren.
Dan was het glad.
Dat rende niet lekker.
Nu was het koud, maar dat vond hij prettig als hij ging rennen.
Hij rende naar de rivier en draaide het jaagpad op.
Er was niemand.
Hij voelde zich heerlijk.
Vrij.
Rustig.
Het voelde alsof hij de hele dag door kon rennen.
Rennen naar god weet waar.
Hij beeldde zich in dat het licht werd.
Want vanaf vandaag lengen de dagen weer.
Het was een symbool.
Vanaf vandaag was er weer ruimte in zijn leven.
Alles kan, als je het wilt, zo is het en niet anders.

Hij hallucineerde.
Hij zag dit.



Leven is genieten.
Gelukkig nieuwjaar.


Reageer op dit bericht

Een allerlaatste kantoormoment (0)Woensdag 21 december 2005
'Dag Paul.'
'Dag Alex.'
Het was snel gegaan.
De opperchef zei: 'Je moet nu weg.'
Alex had geknikt.
Hij wilde weg.
Hij wilde gaan.
'We mailen.'
'En we bellen.'
Alex keek niet meer om.
Hij wist dat Paul een jankende blues plaat zou opzetten.

Beneden liep hij door de hal.
Door de draaideur naar buiten.
Hij voelde zich vrij.

Reageer op dit bericht

Een bijna niet meer kantoormoment (0)Donderdag 8 december 2005
Langzaam naar het hoogtepunt op www.kantoormomenten.nl.

Alex gedachten gleden alle kanten op toen hij uit het raam staarde.
Het was een gewone ochtend op kantoor.
Er liep een vrouw voorbij.
Alex keek scherper.
De vrouw leek op Josephine van Gasteren.
Maar ze kon het niet zijn.
Die was dood.

Alex' gedachten gleden terug naar Josephine.
Josephine van Gasteren had hem ooit uitgenodigd voor een premiere.
De premiere van haar laatste toneelstuk.
Een toneelstuk zoals ze nu niet meer gespeeld worden.
Hij zocht op Internet naar een foto van Josephine.
Hij vond alleen een foto van een heel oude Josephine.
'Nee, die is niet mooi', dacht hij, 'doet geen recht aan de jonge Josephine.'

Niets vergankelijker dan roem.
Een ooit grote dame van het Nederlands toneel was nu een voetnoot in de geschiedenis van de Nederlandse film
Zo gaat dat, dacht Alex, als je dood bent, word je vergeten.
Hij glimlachte bij zichzelf.
Hij wist zeker dat hij de Chef ook snel zou vergeten.
De Chef werd langzamerhand al een schim in de mist der vergetelheid.
'Alleen dat boek nog maken, ik moet gaan werken', zei hij tegen zichzelf.
Hij besloot een kop koffie te halen en te gaan schrijven aan zijn eigen tweede boek.
Kantoormomenten, dat wordt de titel.
Dat staat.
De inhoud staat ook.
Nu nog schrijven.

Reageer op dit bericht

Een moment van geluk (0)Donderdag 1 december 2005
'Mag ik u wat vragen?' vroeg de thuisloze op het station aan Alex.
'Tuurlijk', zei Alex.
Hij wist wat er kwam. De man had natuurlijk geen geld. Hij had geen drank en geen drugs.
Maar Alex had een boterletter.
Een heerlijke boterletter.
Die hij niet zou eten.
Want hij wilde afvallen.
Nog meer afvallen.
'Ik ben uit mijn huis gezet en nu heb ik geen geld', zei de thuisloze.
'Goed, u heeft zeker ook honger?'
'Heel erg mijnheer, heel erg.'
'En werk heeft u niet?'
'Nee mijnheer, nergens is werk voor mij.'
'U zoekt natuurlijk wel.'
'Zeker weten, zeker weten.'
'Hier heeft u een boterletter', zei Alex toen.
De thuisloze keek hem verbouwereerd aan.
'Ja, pak maar. Als u die op heeft, heeft u vandaag geen honger meer.'
De thuisloze pakte de rode doos met de boterletter aan en zei niets.
'Sterkte hoor en eet smakelijk', zei Alex die fluitend doorliep.

Reageer op dit bericht

Een moment van wanhoop (0)Zondag 27 november 2005
Reclame:
Ook vandaag weer een nieuw kantoormoment op www.kantoormomenten.nl.

Het regende keihard.
De wind was verwoestend.
Het leek wel een orkaan.
De winkel van de KPN lag op een industrieterrein.
Ver weg van iedere beschaving.
Alleen een McDonalds en een KFC waren in de buurt.
Gelukkig.
Maar daar was het nog geen tijd voor.
Dat kwam nog.

Alex duwde de deur van de KPN winkel en stapte binnen.
Vier niet gemotiveerde mensen stonden achter een balie.
Een kopje koffie in de hand.
Alex herkende zijn kantoor.
Ambtenaren, dacht hij terwijl hij een koude rilling langs zijn ruggengraad voelde lopen.
Ambtenaren, help.

'Goedemiddag, kunt u mij voorlichten over telefoon, over ADSL en over Digitale TV in 1 pakket? Tiple play?'
'Neen, dat doen wij hier niet', zei een KPN ambtenaar.
Alex wilde vragen:' Werkte u vroeger op mijn kantoor?', maar hij zei:
'Uw collega van de telefoon zei dat ik hier naar toe moest.'
'Nee hoor, doen wij niet. U moet hem bellen.'
'Het is koud buiten. Straks moet ik weer terug. Weet u het zeker?'
'Ja, zeker, wij doen dit niet.'

Vloekend liep Alex naar buiten.
Hij had nog wel gebeld met 0800-KPNisgek.
En daar zeiden dat hij hier naar toe moest.
Naar dit industrieterrein.
Hij ging in zijn auto zitten.
Hij pakte zijn telefoon.
Van Orange.
Orange waren geen ambtenaren.
Dat was veel beter.
Hij kreeg verbinding via Orange met 0800-KPNISGEK.

'Ze doen het daar niet?'
'Nee, echt niet.'
'Dan bent u fout voorgelicht.'
'Wilt u misschien even met uw collega praten dan?'
'Zeker wel. Ik zal het hem eens even vertellen.'
'Fijn dan ga ik weer de KPN winkel in.'
Alex liep naar binnen.
De Orange telefoon nog aan zijn oor.

'Goedemiddag, ben ik weer. Uw collega van 0800-KPNISGEK zegt dat u mij wel moet voorlichten.'
'Wie is dat?'
'Hij wil weten hoe u heet.'
'Wie?'
'Uw collega van de winkel.'
'Hoe heet hij dan?'
'Misschien kunt u samen met mij Orange telefoon even spreken.'

De collega's gingen in debat.
Alex wachtte.
Hij hoopte dat het niet lang zou duren.
Maar ach, het maakte niet uit.
0800-KPNISGEK kost niet veel.

'Ik zal u helpen, maar ik vind dat u mij voor het blok heeft gezet', zei de KPN ambtenaar.
'Hoezo?'
'U kunt mij toch niet voor gek zetten voor een collega?'
'Waarom voor gek? U stuurt mij die wind in. Voor niets. U staat hier een beetje koffie te drinken. En ik wil nog wel klant worden bij U.'
De man brieste.
'Misschien kunt u een andere collega vragen?'
'Hoezo?'
'Ik vind u niet prettig als mens.'
'U maakt het te bont.'
'U maakt het bonter', zei Alex.

Even later zat Alex met een andere collega aan een tafeltje.
'Jaap heeft een moeilijke vrouw. Ze heeft maar 1 been. Hij vertelde mij laatst dat hij al vier jaar geen sex met haar heeft', zie de collega van Jaap tegen Alex.
Alex knikte. Hij hoopte dat hij nu alles zou horen over Triple Play en niets, maar dan ook werkelijk helemaal niets over het sexleven van Jaap.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 21 november 2005
Ook vandaag weer een nieuw kantoormoment op www.kantoormomenten.nl.
Lees vanaf vandaag ook De Proloog.
Je vindt hem onder pages.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment/verhuisbericht. (0)Zondag 20 november 2005
De kantoormomenten hebben vanaf vandaag een eigen plaats.

Het is tijd voor wat anders op www.sylans.net.
Soms is de laatste bladzijde van het boek inderdaad geschreven.
Dat is nu nog niet het geval.
Maar het komt dichterbij.

Tijd om te ontsnappen.
Tijd om iets anders te gaan doen.

Wat?
Geen idee.
Komt vanzelf.



Reageer op dit bericht

Een moment van meditatie (0)Zondag 13 november 2005
Alex las de tekst van Tao negen die hij die avond per email ontving.

Je kunt beter op tijd stoppen,
dan een vat vullen tot aan de rand.

Blijf je zwaard smeden en scherpen,
de scherpte gaat verloren.

Stouw je huis vol met goud en jade,
het wordt steeds moeilijker te bewaken.

Hecht veel waarde aan rijkdom en status
en je roept rampen over jezelf af.

Je terugtrekken als het werk gedaan is.
Dit is de weg van de hemel.

Het klopte.
Gewoon op tijd stoppen.
Hij dacht na.
Was het al lang tijd geweest?
Was de tijd om te stoppen voorbij?
Of moest hij kiezen.
Morgen weer naar de zoutmijn of gewoon iets anders gaan doen.
Hij had dit weekend overwogen of een loopbaan als taxichauffeur iets zou kunnen zijn. Lekker kletsen met veel mensen.
Een beetje rondrijden en vooral lang wachten op koude stations.
Dat beviel hem minder.
Dat lange wachten.
Hij moest dieper nadenken.
Langer en dieper om bij zijn wensen te komen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 10 november 2005
Alex liep door de snijdende gure wind naar de supermarkt. Hij had het koud. Hij trok zijn shawl wat strakker om zijn nek. Het regende een klein beetje, maar dat vond hij niet erg, omdat hij genoot van het gevoel dat hij geen natte of beslagen brilleglazen meer had. Maar van de koude wind genoot hij niet. Hij liep stevig door. Plots zag hij in de verte een paars pakje liggen. Hij liep er naar toe. Het was een Milka chocolade reep, zonder hazelnoten. Hij bukte en pakte de reep op. De reep was dicht. Als nieuw. Een driehonderd grams reep. Nog nauwelijks nat. Iemand had die reep kort daarvoor verloren. Alex keek rond, maar zag niemand. Hij stopte de reep in zijn zak en liep door.

Toen hij terugkwam op kantoor legde hij de reep chocolade in zijn bureaula. Na een uurtje was hij de reep helemaal vergeten.
De middag verstreek snel.
Samen met Paul maakte hij een top vijf van liedjes met een F.
Ze kwamen uit op Fools in Love van Joe Jackson, Fool to Cry van the Rolling Stones, For You van Bruce Springsteen, Full Moon van Sonata Arctica, Freedom van Paul McCartney.
Zonder computer was het een flinke puzzel om de liedjes te vinden.
‘Maandag doen we de G’, zei Alex.
‘Ik ga vast nadenken’, zei Paul.
‘Ja, want morgen ben je er immers niet’, zei Alex.
‘Gelukkig even weg uit deze gevangenis, al is het maar voor een dag.’
‘Mijn dagen zijn op’, zuchtte Alex.

De Chef keek op zijn horloge.
Half zes.
Hij keek naar zijn collega-chef.
‘We kunnen’, zei de Chef.
Die avond zouden ze interne controle doen.
Het was van het grootste belang dat ze vaststelden dat er geen vertrouwelijke stukken rondslingerden na kantoortijd. Dat was immers niet integer en nu de tijd voor flexibele beloningen aanstaande was, was het niet opruimen van een bureau een eenvoudig meetpunt.
‘We doen eerst deze kamer’, zei de Chef.
‘Wie zitten hier?’
‘Alex en Paul, twee uiterst cynische medewerkers’, zei de Chef.
‘Zuurpruimen?’
‘Zeker weten.’
‘Deze heeft zijn bureaulade open’, zei de collega Chef die de bureaula van Alex open trok.
‘Mijnheer houdt van chocolade’, zei de collega Chef.
‘Ik ook’, zei de Chef.
‘Wil je een stukje?’
‘Eh, ach wat maakt het uit, hij weet toch niet wie het gedaan heeft.’
De collegachef scheurde de paarse wikkel van de reep en gaf de Chef de helft.
Ze gingen tegenover elkaar zitten en lieten het zich goed smaken.
‘Zo zitten die eikels hier de hele dag’, zei de Chef.
‘Gelukkig zijn wij chef’, zei de collega chef.
‘Gelukkig wel. Velen zijn geroepen, maar wij zijn uitverkoren’, zei de Chef.

Reageer op dit bericht

Een ochtendmoment (0)Donderdag 3 november 2005
Gesloten door de suikerfeest, stond er op een bordje dat aan de deur hing.
Alex baalde.
Ook dit jaar weer vergeten dat de bakker vandaag dicht was.
Geen ochtendcroissant.
Wel goed voor mijn dieet, dacht hij.
Hij streek over zijn buik.
Het voelde goed.
Jammer dat het kantoor vandaag wel open was. Dat zou pas echt goed zijn. Alle feestdagen vieren. Dat zou het aantal vrije dagen heerlijk verhogen. Hij had wel behoefte aan wat vrije dagen.
In de verte kwam de bus er aan.
Op televisie in de electronicazaak zag hij het hoofd van John van der Heuvel.
De romantiek van de criminelen wordt vanmorgen weer verheerlijkt.
‘Misschien zit die Heuvel er wel achter, publiciteit voor zijn show. Geen aandacht aan geven lijkt toch veel beter. Voor je het weet zie je de hele dag De Vries Klonen op televisie. Criminelen zijn toch ook leuke mensen waar je mee kan lachen? Yakkes.’
Alex humeur werd er niet beter op.
Hij stapte de bus in, deed zijn ogen dicht en liet zich wiegen op het ritme van de vering.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 2 november 2005
‘Waar is de Chef?’ vroeg Paul aan Alex.
‘Hij is naar een cursus. Creatief denken of zoiets’, zei Alex.
‘Echt waar. Nou dan kunnen we volgende week weer een hoop onzin verwachten.’
‘Onzin en gezeur. Ik heb die man nog nooit op een creatieve gedachte kunnen betrappen. Hij zal vast en zeker ook nu niets leren.’
Het was een koude dag. De kou sloeg door de ramen naar binnen.
‘Is die verwarmng nog niet aan?’
‘Nee, schijnt iets te zijn met het luchtbehandelingssysteem.’
‘Tjezus wat is het koud.’
Alex trok zijn sjaal strakker om zijn nek.
‘Onmenselijk is het hier.’
‘Ik had een straalkacheltje mee moeten nemen.’
‘Ja, zoiets als vroeger in een badkamer hing.’
‘Weer een vergeten product.’

Alex zag de badkamer uit zijn jeugd voor zich. Een straalkacheltje met een rood gloeiende spiraal hing boven de deur. Je moest aan een touwtje trekken om het aan te doen. Hij kon er jarenlang niet bij. Dan moest hij eerst een stoel pakken om daar boven op te klimmen om die kachel aan te trekken. Het duurde vervolgens zeker tien minuten voor iets van warmte voelbaar was. Later had zijn vader een oliekacheltje in de badkamer gezet. Alex had al snel ontdekt dat als je water op de brander gooide mooie vlammen omhoog spoten. Als een vulkaan die ontplofte. Steeds meer water gooide hij uit het bad op de brander. Net zo lang tot het plafond van de badkamer zwart geblakerd was. Die roet had hij met een handdoek proberen weg te halen, maar de zwarte vegen waren alleen maar groter geworden.
‘Die kachel spoog vlammen’, zei hij tegen zijn moeder toen ze kwaad was over het zwarte plafond, ‘zomaar, ik lag gewoon in bad, ik schrok vreselijk.’

‘Tijd voor muziek’, zei Paul.
Even later zong Cliff Richard over ‘A Summer Holiday.’
Weemoedig zongen ze mee.



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 1 november 2005
‘Eigenlijk zou ik gewoon iets anders moeten gaan doen’, zei Alex tegen Paul.
Ze zaten samen in hun kamer en staarden naar buiten. Het regende. De warme oktobermaand was vervangen door een koude novemberwind.
‘Wat zou je willen doen?’ vroeg Paul.
Alex dacht na.
‘Geen idee. Ik heb geen vak geleerd. Niemand zit te wachten op een beleidschrijver.’
‘Beleidschrijven is ook kunst. Zeker zoals we het hier doen. Het is een kunst om stukken te schrijven die niemand leest en waar toch heel lang over gesproken wordt.’
‘Dat is waar, maar het is ook een trucje’, zei Alex.
Ze luisterden naar de nieuwe cd van Neil Young.
It’s a dream, only a dream and it’s fading now, fading away’, zong Neil.’
‘Zo is het. Een droom die wegsterft, dat is het’, zei Alex.
Paul knikte.
‘We worden langzaam oud en we merken het niet eens’, zei Paul.
De somberheid hing zwaar in hun werkkamer.
Het weet er niet beter op toen Neil begon te zingen dat hij van de aarde af zou gaan vallen.
‘Nog tien jaar hier zitten, is geen feest.’
‘Een ramp.’
Op dat moment zwaaide de deur open van hun kamer.
Ze draaiden zich tegelijkertijd om.
De Chef kwam binnen.
‘Hard aan het werk mannen?’ vroeg de Chef.
‘Je ziet het, het houdt nooit op’, zei Alex.
‘Ik moet met jullie praten over het jaarplan.’
‘Het jaarplan?’
‘Ja, het jaarplan 2006.’
Alex voelde zich misselijk worden.
Het jaarplan. Ieder jaar weer een jaarplan dat na de tweede week van januari door niemand meer gelezen zou worden. Zelfs niet bij het opstellen van het jaarverslag.
Hij sloot zijn ogen.
‘It’s a dream, only a dream.’

Reageer op dit bericht

Een concertmoment (0)Vrijdag 28 oktober 2005
Alex liep het concertzaaltje in. Er waren nog maar vijf mensen en het was al tien over negen. Hij bestelde een koffie uit het Senseo apparaat achter de bar en ging aan een tafeltje vlak voor het podium naast een ouder echtpaar zitten.
‘Wij hebben onze elpee’s meegenomen’, zei de oude man trots.
‘Mag ik eens kijken?’ vroeg Alex.
De oude man gaf een oude lp hoes aan.
Darden Smith stond er in een zeer jonge uitvoering op.



‘1982’, zei de man.
‘Lang geleden’, zei Alex.
‘Toen was ik al vijfenveertig’, zei de man.
‘U bent nu dus bijna zeventig en nog steeds fan’, zei Alex.
‘Hij is geweldig. Vooral little Maggie is goed. Mijn vrouw heet Magda, maar ik noem haar Maggie.’
De man wees naar een vrouw die naast hem zat.
Alex lachte naar haar:’ Dag Maggie.’
Ze knikte beleefd.
‘Zou hij little Maggie nog spelen?’ vroeg Alex.
‘Ik ga het hem vragen, kijk daar staat hij’, de man wees naar Darden Smith aan de bar.
Een lange rijzige man met heel kort haar. Heel anders dan de langharige man op de elpeehoes.
‘Ik herken hem wel, maar dat is vanwege zijn website’, zei Alex, ‘niet van die elpeehoes.’
‘Hij is ouder geworden’, zei de oude man.
Om precies kwart voor tien begon Darden Smith voor 35 mensen te zingen.
De ene prachtige song na de andere.
‘I got over my long hair. My forehead is extend now’, zei Darden wijzend op de elpeehoes waar de oude man mee zwaaide tussen de nummers.
Little Maggie kwam niet.
We schreeuwden om een toegift.
Darden kwam terug.
‘Little Maggie, please’, gilde de oude man.
En daar was ze.
Hey Little Maggie, zong Darden terwijl de oude man bewogen luisterde.

Reageer op dit bericht

Een metromoment (0)Woensdag 26 oktober 2005


Alex liep gedachtenloos het metrostation in. Hij keek, terwijl hij op de roltrap naar de stationshal langzaam naar beneden ging, omhoog naar de zon. De herfstzon was heerlijk. In gedachten lag hij eventjes op het strand onder dezelfde warme zon. Langzaam nam de schaduw van de donkere stationshal het zonlicht weg. Alex keek naar beneden. Hij zag mannen in groene jassen staan. RET mannen. Ze stonden bij de nu bijna een jaar geleden geplaatste poortjes voor de toegang tot het metroperron. De poortjes waren dicht. Sinds gisteren waren de poortjes gesloten. De RET mannen begeleidden de in verwarring geraakte reizigers. Alex pakte zijn Albert Heijn bonus kaart uit zijn zak. Hij knikte vriendelijk naar de man in de groene jas en stak zijn bonuskaart in het blauwe apparaatje voor het poortje. Het poortje sprong snel open.
‘Goed hoor, u weet het al’, zei de man.
‘Bedankt voor het compliment’, zei Alex en stak opzichtig zijn bonuskaart in zijn jaszak.
Volgende keer eens proberen met de Karwei Klus kaart of gewoon een stuk toiletrol, dacht hij.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 19 oktober 2005
'Hoi, met Paul.'
'He, leuk dat je belt', zei Alex.
'Gaat het goed?'
'Geweldig, erg moe, maar ik kan twee vliegen zien copuleren op vijf meter afstand.'
'Het is gelukt dus?'
'Zeker weten en hoe.'
'Gefeliciteerd.'
'Bedankt.'
'Wat doe je nu?'
'Niets, rusten en vrijdag ga ik naar boekpresentatie van de boekjes van
Uitgeverij Dolfijn. Geweldig initiatief, man.'
'Ja, ik zag ze op internet. Echt goed om echt iets te doen voor die kinderen.'
'Zeker weten. Maandag werk ik weer full swing. Dan zijn de chemicalien uit mijn lijf.'
'Oke, ik miste je wel. Ik zit er vanavond ook helemaal door.'
'Werk maakt veel meer kapot dan je lief is.'
'Echt wel.'
'Tot maandag.'
'Ja, tot dan.'

Reageer op dit bericht

Een albert heyn moment (0)Zondag 16 oktober 2005
‘Ik heb vijf punten en nu wil ik die Cinderella pop’, zei Alex.



‘Oh, maar heeft u ook een kaart?’
‘Een kaart?’
‘Ja, een spaarkaart.’
‘Nee, die heb ik niet.’
‘Dan kan ik u die pop niet geven.’
‘Hoezo niet, ik heb vijf punten.’
‘Nee, dat gaat alleen met een kaart.’
‘Maar als ik u die punten dan geef.’
‘Nee, zonder kaart, geen pop.’
‘Heeft u dan een kaart voor mij?’
‘Nee, de kaarten zijn op.’
‘Oh, hoe kom ik aan een kaart, dan?’
‘Weet ik niet.’
‘Hoezoe weet u dat niet?’
‘Nou, ik weet het niet. Misschien komen ze nog.’
‘Oh, maar dan zijn de poppen op.’
‘Niets aan te doen.’
De volgende fase was zoals altijd het roepen van de manager.
Maar Alex was deze keer niet alleen.
‘Kom je?’
‘Ja, even dit conflict uitvechten’, zuchtte Alex.
‘Geen tijd, ik moet weg.’
‘Ja, maar ik wil een Cinderella Pop.’
‘Kom nou.’
Zouden er volgende week ook nog poppen zijn?

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 7 oktober 2005
‘Heb je je dagboek van vorige week al af’, vroeg Nathalie, de nieuwe secretaresse van de Opperchef, aan de Chef.
‘Nee, ik ben nog bezig.’
‘Vanmiddag om half drie is de deadline voor de afdeling communicatie’, zei Nathalie.
‘Ja, ja, ik weet het.’
De Chef legde de telefoon op zijn bureau.

Het persoonlijk dagboek was de nieuwste nieuwigheid die door de Opperchef op de laatste managementconferentie was voorgesteld om het contact met de werkvloer te herstellen.



Als de medewerkers zouden lezen hoe druk de Chefs en Opperchefs waren, dan zouden ze direct begrijpen, dat zonder de aanwezigheid van de Chefs de directe instorting van het kantoor aanstaande was. De Opperchefs hadden een paar weken geschreven en nu waren de gewone Chefs aan de beurt.

Vanmorgen had de Chef de dagboeken van de verschillende Opperchefs nagelezen. De eerste Opperchef meldde in zijn dagboek dat hij om zes uur thuis was. De tweede Opperchef was vervolgens om half zeven thuis en inmiddels waren ze tot tien voor acht op vrijdagavond gevorderd. Precies op tijd voor het journaal. Bovendien werd er op zaterdag een evaluatie van de week gemaakt en begon het lezen van de post alweer op de vroege zondagavond. Vroeger was dat na Sport in Beeld, maar nu dat naar Talpa was verschoven, begon het werk al rond half zeven.
De Chef zou dus in ieder geval later dan tien voor acht thuis moeten komen. Bovendien was in de dagboeken het aanvangstijdstip ook langzaam opgeschoven. Na acht uur beginnen, was fout. Half acht was goed, zeven uur beter.

De Chef keek op de klok.
Half twee.
Hij had nog een uur.
Vorige week had hij niet veel gedaan.
Een werkbezoek aan een belendend kantoor had hij opgevoerd in zijn agenda.
Die ochtend had hij heerlijk op een terras de krant gelezen, omdat degene met wie hij had afgesproken, de afspraak vergeten was. En hij was met Kylikkie gaan wandelen langs de rivier. Een coachingsgesprek stond in zijn agenda. De vraag was alleen wie gecoached was. Kylikkie had hem ervan willen overtuigen dat hij zijn voornemen om Rita uit zijn huis te zetten nu eindelijk eens moest uitvoeren. Ze had gezegd dat hij werkte aan zijn eigen ongeluk. Gelukkig hadden ze later gezoend, dat wel. Maar ook dat kon hij niet in zijn dagboek schrijven. Naar buiten kijken scoorde ook niet. En woensdag was hij thuis gebleven. Thuiswerken. Tja, ook dat scoorde niet. Twee beoordelingen had hij geprobeerd te schrijven, maar die waren ook niet af.

Bijna twee uur.
Hij had niet lang meer.
Hij keek naar de woorden die er al stonden:
‘Om kwart over zeven stap ik op mijn fiets. Mijn hoofd is al bij de inspirerende vergadering die mij vandaag wacht. De Opperchef zal ons de visie voor het volgend jaar duidelijk maken. Ik zwaai naar een buurman als ik fluitend naar mijn werk ga rijden. Het is droog. De zon komt op. Het is koud, maar heerlijk weer. Mijn fiets loopt soepel. Nieuwe banden zorgen voor een goede grip. Ik schakel naar de dertien achter en geef nog wat extra trappen…’
Dat was het, nog een half uur had de Chef.
Hij wiste het zweet van zijn voorhoofd.

Reageer op dit bericht

Een hoeksteen van de samenleving moment. (0)Vrijdag 7 oktober 2005
‘Ik ben het nu helemaal zat’, zuchtte Alex.
Hij staarde uit het raam van de treincoupe zonder ergens naar te kijken. Hij deed zijn ogen dicht en luisterde. Het leven van een visueel gehandicapte was een leven zonder letters. Zonder boeken in de trein.

‘Oh, daar heb ik niet over nagedacht’, zei de man die achter Alex zat.
De zegeningen van de mobiele telefonie, dacht Alex.
‘De reservesleutel van de schuur? Eh, die ligt in dat laatje, dat bovenste laatje van het bureau’, ging de man door.
Alex luisterde aandachtig.
’s Mans vrouw dacht Alex, tijd voor een crises.
‘Ja, je kunt nu niet bij je fiets, dat is lastig, sorry.’
….
‘Je ziet de reservesleutel niet?’

‘Hij moet toch in dat laatje liggen.’

‘Nee, sorry, ik zit in de trein naar mijn werk.’

‘Je kunt gaan lopen.’

‘Als je nu weggaat ben je echt wel op tijd.’

‘Ja, sorry, ik kan niet terugkomen. Ik deed de schuur automatisch op slot.’

‘School bellen? Waarom?’

‘Ja, het is mijn schuld dat je te laat komt.’

‘Je kunt mama even bellen.’

‘Die werkt ook, maar misschien weet zij een oplossing.’

‘Ja, anders bel je maar een taxi.’

‘Vanmiddag kan je dan toch lopen?’

‘Ja, sorry, het is ver.’
Niet zijn vrouw, maar een kind.
Een kind uit de gemaksgeneratie.
‘Ik ga mama nu niet bellen.’

‘Ziek? Nee, lopen of een taxi.’

‘Bel mama dan, misschien komt zij naar huis.’

‘Nee, ik zit in de trein.’
Eindelijk stopt het gesprek.
Alex is benieuwd naar het gezicht van de man, maar durft zich niet om te draaien. De drang om opvoedpolitie te zijn is groot.
Even later rinkelt de telefoon opnieuw.
Nu is het mama.
‘Dirk-Jan kan best wel lopen.’

‘Nee, ik dacht niet na.’

‘Ja, ik kan niet naar huis.’

‘Ik weet dat jij ook moet werken.’

‘Sorry.’
Het gesprek stopt.
Alex sluit zijn ogen.
Hij voelt medelijden met de man die achter hem zit.

Reageer op dit bericht

Een thuismoment (0)Zaterdag 1 oktober 2005
Alex voelde zich moe.
Die cursusdag van gisteren was gewoon te lang.
Zijn ogen waren moe.
Achter de computer voelde hij dat zijn ogen brandden.
Te lang turen naar het scherm was niet leuk.
De dingen die anders leuk zijn konden nu even niet.
TV kijken.
Dat lukte iets beter.
Zeker omdat hij daar bijna altijd bij in slaap viel.
Maakte niet uit welke detective voorbij kwam.
Een goede nachtrust was dan verzekerd.
Hij drukte de stereo aan en luisterde naar Les Paul.
De oude meester liet zijn gitaar janken.

Reageer op dit bericht

Een oogmoment (0)Dinsdag 27 september 2005
‘Niet hardlopen, dat mag niet’, zei de dokter.
‘Hoe lang niet?’
‘Zeker tot drie weken nadat het tweede oog is gedaan geen zware fysieke inspanningen’, zei de dokter.
De dokter was streng.
Een no-nonsense dokter.
‘Die hechting haal ik eruit, maar ik wil geen gezeur. Gewoon even naar beneden kijken. Anders doe ik als je onder narcose bent.’
De dokter maakte geen grapjes.
Alex was als de dood dat de hechting moest blijven zitten.



De hele week had hij al bittere tranen geweend over de hechting.
Met iedere oogbeweging liet de hechting weten: ‘Hallo hier ben ik.’
‘Gewoon naar beneden kijken’, zei de dokter.
Alex keek naar beneden wat hij kon. Hij wilde zijn oog wel op de vloer leggen. Hij keek en keek. Zijn gedachten gingen naar niets. Het grote niets. Ik ben hier niet. Ik ben elders. Ik lig op het strand. Het is warm. De zon schijnt. De zee ruist zachtjes. Er komt iemand een flesje cola light brengen. En een bakje fruitcocktail.
‘Ik heb hem’, zei de dokter.
‘Mag ik hem zien?’
‘Zal niet gaan. Is te klein. Kunt u nog niet zien.’
Alex keek toch.
Maar hij zag niets.
De hechting was weg.
Hij knipperde met zijn oog.
Een heerlijk pijnloos gevoel.
‘Nu het andere oog nog.’
‘Volgende week?’
‘Misschien, we gaan het plannen.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 23 september 2005
'Hoe gaat het met me?' vroeg de Chef aan Alex.
't Gaat wel. Alleen zie ik bijna niets', zuchtte Alex.
'Valt zeker wel tegen, die operatie?'
'Nee hoor, alles komt goed, maar kost tijd.'
'Hier gaat alles goed. Gelukkig wel.'
'Je mist me zeker erg?'
'Nee, dat kan ik niet zeggen. Die Metalherrie is wat minder geworden. Paul luistert nu alleen nog naar Buck Owens en Edith Piaf.'
'Hij mist me, dat is duidelijk.'
'Kan.'
'Gisteren was hij hier, toen draaiden we de nieuwe van Hammerfall nog even.'
'Zal wel.'
'Volgende week kom ik even langs om je te groeten.'
'Mooi. Hou vol hoor.'
'Doe ik.'

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 18 september 2005
‘Maandag ben ik er niet’, zei Alex.
‘Wanneer kom je weer terug?’ vroeg Paul.
‘Weet ik nog niet. Hangt ervan af hoe ik me voel. Kan wel een week duren.’
‘Het zal stil zijn.’
‘Gewoon wat herrie maken of naar de Bob Dylan top 100 gaan luisteren. Ik heb die playlist gemaakt. Duurt precies een werkdag en drie minuten.’
‘Ok, dan weet ik wanneer ik naar huis mag.’
‘Als je wat eerder weggaat, dan ga je de volgende dag gewoon verder. Ik ga volgende week een Neil Young top 40 maken.’
‘Mooi, dan ga ik ook een Metal top 40 maken. De veertig beste Metal songs ooit.’
‘En een Metal accoustic top 20.’
‘Nog genoeg werk.’
‘We raken nog overspannen hier.’
‘Rustig aan.’
‘Zeker weten.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 15 september 2005
‘Zag je gisteravond die Popquiz op Nederland 3?’ vroeg Paul aan Alex.
‘Ja, even naar gekeken. Wat een ergernis.’
‘Ze weten echt niks, helemaal niks.’
‘Die van Someren, wat is die man dom.’
‘Nou vergeet die Kicken niet. Die van Iersel wist tenminste nog wie Evert van der Pik was.’
‘Ach die leest teveel op de site van Renesmurf.’
‘Ja, dat denk ik ook. Toch vond ik het wel aardig om van Oekel terug te zien.



'Ik dacht altijd dat hij dikker was, maar hij was gewoon mager.’
‘Zou Van der Pik nog leven?’
‘Geen idee. Ze moeten die hele zooi nog eens herhalen.’
‘Tegenwoordig zie je zoiets niet meer. Allemaal reality shit. Dikzakken die willen afvallen maar bij wie het voor geen halve lukt. Oh, ik kon niet van de chocolade afblijven. Wat een gezeur.’
‘Talpa?’
‘Ja, Talpa. Gelukkig doen ze Caroline Tensen weer op zondag. Dan kan ik weer rustig kijkend naar haar dikke kont het weekend slapend uitgaan.’
‘Heerlijk.’
‘Wat gaan we draaien?’
‘Ry Cooder vanochtend.’
‘Oke, lekker rustig.’
‘Ja, want ik moet de krant nog uitlezen.’
‘Ik ga mijn spreadsheet van de competitie en de staatsloterij eerst bijwerken.’
‘Dan haal ik eerst koffie.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 12 september 2005
‘In de Mojo staat een Bob Dylan top 100’, zei Alex.
‘Leuk, wat staat op 1?’, vroeg Paul.
‘Like a rolling stone.’
‘Hm, vind ik niet de beste.’



‘Ik ook niet, ik denk dat ik voor het latere werk kies, iets als Changing the Guards of als Hurricane’, zei Alex.
‘Beetje uptempo. Ik vind Lonesome Day Blues ook erg goed.’
‘Hebben we Dylan hier?’
‘Even kijken.’
Paul bladerde door de muziekbibliotheek op de oude laptop die ze samen hadden gekocht om het gesleep met cd’s te stoppen.
‘We hebben niet veel Dylan, alleen Blonde on Blonde.’
‘Doen we.’
Samen zongen ze I want you.
‘Ik stel voor dat we iedere week een top tien gaan maken’, zei Alex.
‘Goed plan. We doen eerst een metal top tien.’
‘Een top tien met liedjes korter dan 2.30 minuten.’
‘We gaan ervoor.’
‘Krijgen we het druk mee.’
‘Dan gaan de dagen sneller.’
‘Zo is het.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 12 september 2005
‘Wadwandelen?’
‘Ja, wadwandelen. Dat is goed voor lichaam en geest. Het geeft een totale eenwording van het Ying en het Yang. Het integreert het denken en het voelen’, ratelde de Chef tegen de Opperchef.
‘En het kost negenenveertig honderd euro?’
‘Niet duur. Veel geld, maar niet duur. Het vergroot mijn spectrum aan managementvaardigheden enorm. Een boost voor mijn zijn en voor het kantoor. Natuurlijk voor het kantoor’, zei de Chef.
‘Met Herman Boswinkel?’
‘Ja, ja, Herman kent onze organisatie dat is een plus. En hij kent mij. Dat is nog een plus. Een superplus.’
De opperchef leunde achterover. Budget genoeg. Dat was altijd voldoende aan het eind van het jaar. Hij kneep het eerste half jaar iedereen af en had dan zoveel over dat hij het niet wist uit te geven. Soms was hij bang dat de interne controledienst een opmerking zou maken. Maar die hadden tot nu toe niets gezegd. Hij keek nu naar de Chef. De man zag er slecht uit.
‘Hoe gaat het thuis?’
‘Heel goed, heel goed’, loog de Chef.
Hij dacht aan het afgelopen weekend. Rita was zaterdagochtend huilend beneden gekomen. Ze had een telefoontje gekregen van haar exman. Zijn moeder had een bloedprop in haar hersens gekregen en was nu dood. Ze vond haar exman een echte eikel, maar haar schoonmoeder was een voorbeeld voor haar geweest.
Het hele weekend had ze over die schoonmoeder die geen schoonmoeder meer was gepraat. De Chef had niets kunnen zeggen, want dat zou weer als harteloos worden uitgelegd. Hij had overwogen naar de zaak te gaan, maar hij had geen sleutels meer. Vroeger wel. Dan kon je op de zaak onderduiken. Dat waren mooie tijden. Hij droomde er nu van om een veldbed neer te zetten, Kylikkie te bellen en op het kantoor op zondagmiddag de liefde te bedrijven. Hij had overwogen om om half vier, direct na de formule 1 race die hij op televisie gevolgd had, even te masturberen, maar had daar van afgezien toen Rita en zijn vrouw te vroeg van een middagwandeling terugkwamen. Gewoon een week wadwandelen. Dat leek hem nu het beste. Even weg zijn van alles.
‘Nou vooruit dan maar’, zei de Opperchef.
‘Bedankt.’
De Chef belde Herman Boswinkel direct.
Hij zou Kylikkie meevragen.
Ze zou op hem wachten op het eiland.
De kamer was groot genoeg en niemand die het merkte.
Hij wreef zich in zijn handen en begon zachtjes te zingen.
De melodie van Manuela.
‘Een glimlach om haar mond, haar borsten warm en rond,

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 11 september 2005
‘Het is zeker stil op het kantoor?’
‘Heel stil, er gebeurt weinig.’
‘Tijd voor wat leven in de brouwerij.’
‘Ach, een tijdje rust is ook wel lekker.’
‘Ja, een beetje keutelen soms is ook ontspannend.’
‘Zo is het.’
‘Binnenkort is er weer meer tijd.’
‘Echt waar?’
‘Ja, ziektetijd.’
‘Oh, ga je je weer ziek melden.’
‘Ja, ik heb behoefte aan een paar weken rust.’
‘Maar, de vakantie is nog maar pas voorbij.’
‘Is waar, maar stress put uit.’
‘Ja, is waar, voel ik ook.’
‘Gaan we samen ziek zijn.’
‘Goed plan.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 7 september 2005
Mythotyn kreunde door de kamer.
Een oude black metal CD.
De stemming op kantoor was black.
Alex had hoofdpijn.
Hij wilde naar huis, maar hield vol.
De muziek hield hem op de been.
Zijn agenda deelde mee dat het nog 116 dagen duurde voor het nieuwjaar was.
Hij dacht terug aan de collega die ooit de uren telde tot aan zijn pensionering.
Nu was dat eenvoudig.
Je voerde in de computer de gewenste laatste dag in en even later zag je het aantal uren dat het nog duurde. Teveel.

De Chef verveelde zich helemaal niet.
Hij las de nieuwste brochure van Herman Boswinkel.
Het cursusaanbod voor het nieuwe seizoen was indrukwekkend.
Natuurlijk was er een vervolg cursus voor het Zorro Management.
Zorro voor gevorderden, een unieke combinatie van Oosterse wijsheid met de warmbloedigheid van het Zuid Amerikaanse continent stelt u in staat uw medewerkers nog beter te inspireren en te motiveren.
Maar er was ook een cursus gebaseerd op overlevingstechnieken.
Die begon met wadlopen.
Daarna bleef je een week op Vlieland.
Uw bagage draagt u zelf.
Hoe meer u meeneemt, hoe zwaarder u last.
Het ultieme loslaten begint als u het was op stapt.
Toch staat u dan met uw voeten in de blubber.
Geaard en toch vrij.
De Chef dacht het een goed idee was om samen met Tuulykkie deze cursus te volgen.
Hij had vandaag zijn mobiele telefoon uitgezet.
Hij wilde niets van zijn vrouw horen.
Dat mens was toch altijd ziek.
Hij belde Herman Boswinkel en reserveerde zowel de vervolgcursus Zorro management als de cursus wadlopen. Over twee weken was de eerste voorbereiding voor het wadlopen. Hij had er zin in.
Maar eerst de beoordelingen.
Het was bijna al weer tijd om de bijzondere beloningen voor dit jaar toe te kennen.
De Chef wist zeker dat hij zelf een bijzondere beloning verdiende.
Zeker twee maandsalarissen dit jaar.
Hij had immers hard gewerkt.
Heel hard gewerkt.

‘Ik ga bij hem weg. Ik weet het zeker. Of liever hij gaat bij mij weg’, zei de vrouw van de Chef tegen Rita.
‘Ja, we gooien hem eruit’, zei Rita.
‘Opzouten die vent’, zei de vrouw van de Chef.
‘Nieuwe sloten op de deur’, zei Rita.
‘Ik wou dat ik dat kon doen’, zei de vrouw van de Chef, ‘Als ik ziek ben doet hij niets voor mij. Hij neemt niet eens zijn telefoon meer op.’
‘Het is een zakkewasser’, zei Rita.
De vrouw van de Chef schonk Rita nog een glas rode port in.
Ze zaten tegen elkaar op de bank en keken naar een aflevering van the L-Word.
‘Ik wil met jou verder’, zei de vrouw van de Chef.
‘En we nemen de kinderen mee’, zei Rita.
‘Zo is het’, zei de vrouw van de Chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 5 september 2005
‘Op de volgende veertig’, zei Paul tegen Marianne.
‘Haha’, zei ze.
‘Hoeveel straftijd heb je?’
‘Zeker vier jaar’, zuchtte ze.
Het was niet druk op het feestje van Marianne.
Ze was daar blij om.
Het feestje was min of meer onder druk van de Chef tot stand gekomen.
Het liefst had ze haar jubileum geruisloos voorbij laten gaan, maar de Chef had gezegd dat dat niet kon.
‘Je hoort die dingen te vieren’, zei hij.
Ze had zich laten overhalen, maar had nu spijt.
De Chef was er weliswaar, maar ze ergerde zich aan hem.
Hij had geen toespraak gehouden.
Daar had ze heimelijk op gehoopt, ondanks dat ze gezegd had dat ze geen toespraken wilde. En er was ook geen cadeautje.
Niets.
De Chef liep alleen maar te lachen.
Om zichzelf kennelijk.
Want niemand lachte mee.
De zelf ingenomen druiloor.
Het werd stil toen de Chef en Karel in gesprek raakten.
‘Draag je dat thuis ook zo als er visite komt? Een korte broek met witte sokken eronder?’, vroeg de Chef aan Karel.
‘Ja hoor, maar ik weet zeker dat jij dat apepak alleen hier aan hebt. En je mag trouwens ook wel eens naar de kapper’, zei Karel.
‘Jij zoekt een conflict’, zei de Chef.
Hij lachte weer.
Hij leek niet goed wijs.
Toen ging zijn telefoon.
‘Chef’, zei de Chef.
Hij luisterde.
‘Ja maar, hoe laat moet ik dan nu weer thuis zijn?’, zei de Chef.
‘Zijn vrouw’, zei Alex.
‘Dat mens is ziek’, zei Michael.
‘Ik moet werken’, zei de Chef.
De telefoon kraakte.
Het stemgeluid van de vrouw van de Chef was hard.
De Chef liep weg.
Hij lachtte niet meer.
‘Blij toe dat ze belde’, zei Karel.
‘Nu wordt het toch nog gezellig’, zei Alex.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 4 september 2005
‘Mijn Chef is verliefd op mij’, zei Metalkid tegen Metalvriendin.
‘Jij bent gek’, zei Metalvriendin.
‘Echt waar, hij knipoogde naar mij’, ging Metalkid door.
‘Ik zou maar oppassen. Voor je het weet vraagt hij je mee naar het invalidentoilet’, zei Metalvriendin.
Metalkid lachte als een boer met kiespijn.
‘Gewoon negeren, dat is het beste’, zei Metalvriendin.
‘Ja, maar ik zit ermee’, zei Metalkid.



Hij draaide de volume knop hoger en Cantus Buranus van Corvus Corax schalde uit de speakers.

De Chef was vroeg opgestaan.
Vandaag zou hij niet in de tuin werken.
Vandaag deed hij dingen voor zichzelf.
Hij wilde gaan lezen in zijn nieuwe managementboek.
Good to Great heette het.
Het goede is de vijand van het geweldig.
De Chef wist dat hij geweldig was.
Vrijdagavond had hij Kylikkie ontmoet.
Hij had tegen zijn vrouw gezegd dat hij vijftig kilometer ging wielrennen, maar in werkelijkheid had hij met Kylikkie afgesproken in het cafetje langs de rivier. Binnen vijf minuten was hij naar het cafeetje toegefietst. Kylikkie was er al. Het was geweldig geweest haar weer te zien.
Ze was mager geworden.
De tijd in Finland was zwaar geweest.
Seppo had drie weken in coma gelegen na zijn motorongeluk.
Drie weken had Kylikkie aan zijn bed gezeten.
Ze huilde toen ze erover vertelde.
De Chef had zijn arm om haar heengeslagen en haar tegen zich aan getrokken.
Hij had haar zachtjes gekust.
‘Ik vertel niet aan Tuulykkie dat ik je gezien heb, hoor’, zei Kylikkie.
‘Nee, beter van niet’, zei de Chef.
‘Ik heb werk nodig’, zei Kylikkie.
‘Ik kijk wat ik kan doen’, zei de Chef.
Hij was opgeladen door de ontmoeting met Kylikkie.
Zaterdagochtend sliep hij uit.
In de middag maakte hij ruzie met Rita.
‘Ik wil dat je verdwijnt’, had hij haar toegevoegd.
Rita was die avond met de vrouw van de Chef uitgegaan.
‘Ze doen maar’, dacht de Chef.
Hij had genoten van de wedstrijd van het Nederlands elftal.
En nu ging hij lezen.
Hij was een great manager immers.
‘I’m in control’, dacht hij.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 1 september 2005
‘Jullie weten heus wel wat ik bedoel’, zei de Chef tegen Alex en Paul.
Ze waren in een zware discussie over de vergoeding van reiskosten.
De Chef had besloten dat eerste klas reizen niet meer kon. Ook al stond het in de arbeidsvoorwaarden. Het was niet goed voor het kantoorbudget dat onder hevige druk stond.
Metalkid luisterde maar half.
Hij kwam iedere dag op de fiets naar kantoor.
Reiskosten vond hij een stom onderwerp.
Hij keek naar de Chef terwijl deze zei: ‘Het is een beroep op jullie sociaal bewustzijn.’
Terwijl de Chef dat zei, knipoogde hij naar Metalkid.
Eerst dacht Metalkid dat hij het fout zag.
Maar toen de Chef even later weer knipoogde, wist hij het zeker.
Metalkid knipoogde niet terug.
Hij was in verwarring.
Wat betekende die knipoog.
Misschien is hij verliefd op mij, dacht Metalkid, maar hij houdt toch van vrouwen?
Of zou hij bi zijn.
Dat kon.
De Chef had een nieuwe kostuum aan.
Hij zag er echt mannelijk uit.
Dat wel.
Misschien viel hij ook op mannen.
Metalkid vroeg het zich de hele dag af.
Laat in de middag kwam de Chef op de kamer van Metalkid.
‘Heb je nog nieuwe muziek?’ vroeg de Chef.
Metalkid raakte in verwarring.
Nog nooit toonde de Chef belangstelling voor zijn muziek.
De knipogen van vanmorgen betekenden zeker iets.
Een homo, het is een homo, dacht Metalkid.
Een stiekeme homo.
Hij voelde een rilling over zijn rug lopen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 1 september 2005
‘Ze doen maar hier. Mij kan het niets meer schelen. Helemaal niets meer. Als ik wil, ben ik zo weg. Dan ga ik iets anders doen. Het is mij allemaal om het even.’
Arend was boos, zoveel was duidelijk.
Een stortvloed van woorden goot hij over Alex uit.
Alex had hem uit het oog verloren na de laatste reorganisatie en was hem nu bij toeval in de gang van de achtste verdieping tegengekomen. De simpele vraag: ‘Hoe gaat het?’ had gezorgd voor de nu al twintig minuten durende tirade.
‘Het is waar, het is er hier niet beter op geworden met al die reorganisaties’, had Alex gezegd.
‘Nog acht jaar, zeven maanden en vier dagen op de kop af dan mag ik met vervroegde invrijheidsstelling. Drie jaar verlenging gekregen. De hufters. Ze weten niet wat het is. Ik word gek. Ik meld me binnenkort weer twee weken ziek. Ze bekijken het maar. Het is gewoon klote’, ging Arend verder.
‘Ja, en de leiding doet niets’, zei Alex.
‘De leiding? Welke leiding? Er is helemaal geen leiding meer. Ja, waterleiding en gasleiding. Hoewel in de winter is het hier nog koud ook. Ik vraag me af of er een gasleiding is. Leiding ik moet ervan braken. Je ziet ze niet, je hoort ze niet, ze lopen elkaar de hele dag te bevlekken en ze sturen domme emails.’
‘Ja, dat is ook een plaag, die emails.’
‘Zwijg ervan. Het is een ramp. Voor mij is de lol eraf. Helemaal.’
Arend was rood aangelopen.
Vroeger was hij ook altijd al boos, maar het was erger geworden.
‘En thuis? Hoe gaat het thuis?’ vroeg Alex.
‘Shit, shit en nog eens shit’, zei Arend.
Dat duurt zeker nog een uur, dacht Alex.
Hij had spijt van zijn vraag.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 31 augustus 2005
‘Ze doen maar hier. Mij kan het niets meer schelen. Helemaal niets meer. Als ik wil, ben ik zo weg. Dan ga ik iets anders doen. Het is mij allemaal om het even.’
Arend was boos, zoveel was duidelijk.
Een stortvloed van woorden goot hij over Alex uit.
Alex had hem uit het oog verloren na de laatste reorganisatie en was hem nu bij toeval in de gang van de achtste verdieping tegengekomen. De simpele vraag: ‘Hoe gaat het?’ had gezorgd voor de nu al twintig minuten durende tirade.
‘Het is waar, het is er hier niet beter op geworden met al die reorganisaties’, had Alex gezegd.
‘Nog acht jaar, zeven maanden en vier dagen op de kop af dan mag ik met vervroegde invrijheidsstelling. Drie jaar verlenging gekregen. De hufters. Ze weten niet wat het is. Ik word gek. Ik meld me binnenkort weer twee weken ziek. Ze bekijken het maar. Het is gewoon klote’, ging Arend verder.
‘Ja, en de leiding doet niets’, zei Alex.
‘De leiding? Welke leiding? Er is helemaal geen leiding meer. Ja, waterleiding en gasleiding. Hoewel in de winter is het hier nog koud ook. Ik vraag me af of er een gasleiding is. Leiding ik moet ervan braken. Je ziet ze niet, je hoort ze niet, ze lopen elkaar de hele dag te bevlekken en ze sturen domme emails.’
‘Ja, dat is ook een plaag, die emails.’
‘Zwijg ervan. Het is een ramp. Voor mij is de lol eraf. Helemaal.’
Arend was rood aangelopen.
Vroeger was hij ook altijd al boos, maar het was erger geworden.
‘En thuis? Hoe gaat het thuis?’ vroeg Alex.
‘Shit, shit en nog eens shit’, zei Arend.
Dat duurt zeker nog een uur, dacht Alex.
Hij had spijt van zijn vraag.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 30 augustus 2005
‘It’s good to touch the green green grass of home.’
Alex en Paul zongen op de toppen van hun longen mee met Tom Jones.
Hun stemmen reikten tot ver in de gang.
‘Then I awake and look around me as four grey wall will surround me and I realized I was only dreaming.’
Met een snik kwamen ze aan het einde van het lied.



‘Het is geen droom, deze vier muren zijn rond me’, zei Paul.
‘Iedere dag weer’, zei Alex.
‘En straks wordt het ook nog weer winter’, zei Paul.
‘Donkere dagen’, zei Alex.
‘En eerste kerstdag en nieuwsjaardag op zondag.’
‘Het leven is een keiharde strijd.’
‘Het is een drama.’
‘My my Delilah’, zongen ze.

‘Hallo, hallo’, riep de Chef die ongemerkt binnen was gekomen.
Ze hadden hem wel gezien, maar ze deden net alsof hij er niet was.
‘Hallo, dat moet zachter. Dit kan niet.’
‘I held the knife I my hand and she laughed no more.’
‘Zachter, ik zeg het: zachter’, riep de Chef.

‘He, ben je al lang binnen?’ vroeg Alex.
‘We hoorden je niet’, zei Paul.
‘Dit kan niet, dit is bespottelijk’, zei de Chef.
‘Hou je niet van Tom Jones dan?’
‘Daar gaat het niet om.’
‘I, I who have nothing.’
Tom was aan zijn volgende succes begonnen.
‘I who have no one.’
‘Dat moet uit. We moeten weer aan het werk.’
‘Werk? Hoezo, we werken toch. We doen onze manuele therapie van dag tot dag met veel toewijding. Mogen we dan niet een beetje zingen?’
‘Uit, anders komen hier problemen.’
Paul draaide de installatie zachter.
‘Je ziet er niet zo goed uit’, zei Alex tegen de Chef.
‘Zeker veel zorgen’, zei Paul.
‘Gaat het wel goed thuis’, vroeg Alex.
‘Of is er iets met je vrouw?’
‘Of de kinderen?’
‘Er is niets. Allles gaat heel erg goed, maar jullie gedrag is puberaal. Onvolwassen. Zo gaan we niet met elkaar om. Ik wil een kringgesprek met jullie.’
‘Een kringgesprek?’
‘Ja, een kringgesprek. Ik hoor van meer mensen dat hier iets niet klopt.’
‘Oh, van wie dan?’
‘Zeg ik nu niet.’

De Chef draaide zich om en beende de kamer uit.
‘Gezellig een kringgesprek.’
‘Zakdoekje leggen, wie weet gaat er ook nog iemand huilen.’
‘Het wordt een lange winter.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 26 augustus 2005
‘Mag ik even storen mijnheer?’ vroeg de lachende man.
Alex keek verstoord op.
Hij was helemaal opgegaan in zijn boek.
‘Ja ziet u ik ben dakloos’, zei de lachende man.
Alex werd kwaad en zei: ‘Ga weg.’
De lachende man lachte niet meer.
‘Dat noemen ze manieren’, zei hij terwijl hij wegliep.
Alex werd nu pas echt kwaad.
Hij had zin om de dakloze een knal te verkopen.
Gewoon zo’n mep dat hij voorlopig niemand meer zou storen.
‘Je kan beter werk zoeken’, riep hij achter de dakloze aan.
Die gaf hem de vinger.
Een dag om niet snel te vergeten.
Het was al zo’n lange dag.
De hele dag onderhandelen over de milieuvergunning van een bakkerij.
Hoeveel geur is te tolereren.
Het hele zaakje stonk wat Alex betreft.
Weg ermee.
En tot overmaat van ramp had die man aan Michael gevraagd of hij wel eens lachte.
‘U doet zo loodzwaar’, zei de bakker.
‘Bemoeit u zich met uw eigen zaken’, had Michael gezegd, ‘Ik zeg toch ook niet dat u op Gordon lijkt met dat rare roze overhemd.’
‘Nee, want ik lijk niet op Gordon’, had de bakker gezegd.
‘Ik vind van wel, maar ik zeg het niet en ik lach als ik wil’, zei Michael.
Daarna heerste een tijdlang een ijzige stilte in de kamer.
Alex had moeten werken om het gesprek weer vlot te krijgen.
Nu had hij hoofdpijn.
Hij wou dat hij thuis was.
Even naar muziek luisteren.
Even ontspannen.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 24 augustus 2005
‘Hoe ging het?’ vroeg Paul aan Alex.
‘Heel goed. Allerlei records gebroken. Ruim onder de honderd, bmi ruim onder de 30 en vetpercentage ook onder de dertig. Het is geweldig. Ze ging bijna huilen van geluk’, zei Alex die glunderde.
‘Goed man. Komt zeker door het hardlopen?’
‘Zeker weten. De conditie is perfect aan het worden. Ik ga denk ik voor de halve marathon volgend jaar. Ergens in een exotische plaats lijkt met dat geweldig om te doen.’
‘Goed voor je.’
‘Tijd voor muziek, dacht ik.’
‘Zeker. Wat dacht je van Anthony and the Johnsons?.
‘Is het Metal?’
‘Nee, Anthony is een New Yorkse homo die klaagzangen doet. Ze komen in Carre in december.’
‘Ok, laat maar horen.’
Even later kreunde Anthony zijn leed door de kamer.
‘Mooi man.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 22 augustus 2005
Drie weken lag Suzanne in het ziekenhuis. Frits kwam maar twee keer op bezoek. Hij moest iedere keer weg met zijn vrachtauto. Na een tijdje had ze geen zin meer in loggen. Ze deed helemaal niets meer. Ze dacht alleen nog maar aan zelfmoord. Frits, had haar een nieuwe cd gegeven van Stratovarius.



Daar stond een nummer op waarin de zanger, Timo, zei: Only in death the real salvation can be found. Ze wist niet precies wat het betekende. Ze wist ook niet waarom Timo dan weer herboren wilde worden als een vlinder uit een rups. Zij wilde helemaal niet herboren worden. Ze wilde gewoon verdwijnen in het grote niets. Weg van alles. Weg van Frits. Weg van werk. Weg van geld of geen geld. Ze at een paar dagen niet, maar dat hielp niet, want de artsen bedreigden haar met een dwangopname in een inrichting. Toen ging ze maar weer eten.
Na drie weken was ze thuis gekomen. Dagenlang lag ze in bed. Rhett Butler en Mohammed waren nog bij haar vriendin. Ze verlangde naar haar katten, maar ze wist dat ze ze niet kon verzorgen. Ze huilde veel.

Toen op een ochtend zat er een roodborstje in de boom voor het slaapkamerraam. Het roodborstje keek haar aan. Het leek net alsof het diertje naar haar lachte. Ze lachte terug. Het vogeltje zong zijn lied. Roodborstje tikt tegen het zolderraam, dacht Suzanne en ze lachte toen zelfs even. Die dag is ze opgestaan. Ze verschoonde het bed en nam een besluit. Ze wilde niet meer wachten op Frits. Ze wilde haar leven terug. Ze wilde de baas zijn over zichzelf. Ze wilde weer gaan werken. En dat zou ze vandaag tegen de bedrijfsarts zeggen ook. Ze wilde weer leven met een hoofdletter.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 21 augustus 2005
‘Wanneer gaan we de tuin winterklaar maken?’ vroeg de vrouw van de Chef aan de Chef toen hij zondagmorgen langzaam wakker lag te worden.
‘Winterklaar? De zomer is pas begonnen’, zei de Chef.
‘Je wilt je er zeker weer aan onttrekken. Altijd moet ik alles alleen doen. Altijd hetzelfde. Op vakantie ook al. Mijnheer zat lekker achter de caravan met een fles bier en ik stond te koken. Ik baal ervan’, zei de vrouw van de Chef.
‘Je kookte hooguit drie keer in bijna vier weken. Alle andere dagen kreeg ik brood of patat’, zei de Chef.
‘Waardering kan je ook nooit geven. Altijd moet je zeuren. Altijd negatief gedoe met jou. Net als nu met de tuin. Ook weer gezeur’, ging de vrouw van de Chef door.
‘Jij zeurt’, zei de Chef.
Dat had hij beter niet kunnen zeggen.
Zijn vrouw werd nu echt boos.
Ze trok het dekbed van het bed en liep woedend de slaapkamer uit. Ze gooide de deur achter zich dicht.
‘Lul’, hoorde de Chef haar nog roepen.
Ze sloot zich op in de badkamer.
De Chef probeerde te ontspannen, maar het lukte niet meer.
Hij was wakker.
Zondagochtend kwart over acht.
Hij had zin om naar kantoor te gaan.
Om voor altijd op kantoor te blijven.
Of nog beter in de armen van Tuulykkie te liggen.
Even later hoorde hij Rita aan zijn vrouw vragen:
‘Wat is er schat?’
Schat?
Waarom noemt Rita zijn vrouw schat?
Het wordt steeds gekker in mijn huis, dacht de Chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 20 augustus 2005
Na een week werken zocht Alex troost in zijn Tao boekje.



De energie die uit hem gezogen was moest worden aangevuld. Zijn boekje viel open bij tekst vier.

Leeg is het leven, als een schip, zodat het drijft.
Vol, als een schatkist zonder bodem.
Ondoorgrondelijke en oneindige bron.

Maak ronder wat scherp is en haal knopen uit de war.
Verzacht wat verblindt en laat het stof neerdwarrelen.

Diep verborgen en altijd weer zichtbaar is er het leven.
Waar dit kind vandaan komt, weet niemand,
deze voorvader van de inspiratie.

Precies zo is, dacht hij.
Aan de ene kant is het bestaan leeg terwijl het andere kant helemaal vol is. Je moet er oog voor hebben. Oog voor wat echt belangrijk is. Laat de ellende maar waaien en geniet van de mooie dingen. Het duurt weer tot maandag voor de wekker afloopt en het kantoor er roept.
Hij drukte zijn cd speler aan en luisterde naar de acoustische versie van Mary Lou van Sonata Arctica.



Hij knikte instemmend. Niet veel anders dan Niemand laat zijn eigen kind alleen van Willy Alberti. Zo herhaalt de geschiedenis zich telkens. Je moet er aleen oog voor hebben.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 19 augustus 2005
‘De eerste week zit er bijna op. Gelukkig. Het kost echt weken om weer een beetje te wennen hier’, zei Alex.
‘Vakantiebleus’, zei Paul.
‘Het verlangen naar rust, naar ruimte en naar lucht’, zei Alex.
‘Alles wat we hier zo node missen’, zei Paul.
‘Juist. Gelukkig hebben we de Chef nog’, zei Alex.
‘Hij was wel stilletjes deze week.’
‘Misschien ook vakantieblues.’
‘Who knows?’
Alex zocht iets van BB King in de muziekbibliotheek.
Hij speelde luchtgitaar met de solo’s mee.

‘Zo heren, gaat het goed hier?’
Het was de Chef die plotseling binnenkwam.
‘Uitstekend’, zei Paul.
‘Buitengewoon’, zei Alex.
De Chef knikte.
‘We zullen er extra tegenaan moeten’, zei de Chef.
Alex en Paul keken hem verwachtingsvol aan.
‘Binnenkort gaan ze hier schilderen. Dan moeten julle verhuizen’, zei de Chef.
‘Ja, dat is een zware taak’, zei Paul.
‘Had jij wel een leuke vakantie?’ vroeg Alex aan de Chef.
‘Ja hoor’, zei de Chef.
‘Klinkt een beetje mat’, zei Alex.
‘Oh’, zei de Chef.
‘Wanneer komt Tuulukkie terug?’ vroeg Paul.
‘Maandag verwacht ik haar’, zei de Chef.
‘Gezelig’, zei Alex.

De Chef zwaaide naar de mannen en liep de gang op.
Hij pakte zijn mobieltje uit zijn zak en las nog een keer het sms bericht van Tuulykkie.
‘Ik verlang naar je.’
Dat stond er.
Meer niet.
Hij besloot nog een sms terug te sturen, maar kon geen woorden vinden. Hij zocht zijn brein af, maar er kwam niets. Toen schreef hij maar:
‘Waar ben je zondag? Dan ga ik fietsen. Ik wil je zien.’
Een beetje koude tekst, maar toch ook niet.
Hij kon niet beter.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 18 augustus 2005
‘Morgen weer wegen’, zei Alex tegen Paul.
‘Spannend, na zo’n lange tijd’, zei Paul.
‘Zeker weten. Ik verleg dan weer wat grenzen’, zei Alex.
‘De driedubbele cijfers eraf’, zei Paul.
‘Zo is het. Nog een maand of drie en het is een gelopen race.’
Op dat moment klonk een harde metalschreeuw verderop in de gang.
Metalkid zong mee met Sonata Arctica.
‘Hij mag blijven’, zei Paul.
‘Echt waar?’ vroeg Alex.
‘Yep. Hoorde hij gistermiddag laat.’
‘Dat is dus feest vanmiddag.’
‘Doen we.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 16 augustus 2005
‘De verantwoording van jouw uren klopt niet’, zei de Chef tegen Michael.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Michael.
‘In de vakantietijd heb je alles geschreven op organisatietaken, dat kan niet’, zei de Chef.
‘Hoezo niet?’
‘Jij hebt geen belangrijke organisatietaken.’
Michael keek de Chef aan.
Hij wilde de man slaan.
Niet zachtjes, maar hard.
‘Jij was er niet. Er was niemand. Hoe denk je dat deze organisatie dan doordraait? Alles moest ik waarnemen. Telefoontjes, bestellingen, klachten over de postbezorging en noem maar op.’
‘Zoveel werk kan dat niet geweest zijn.’
‘Zeker wel. Jij had nogal veel laten liggen de laatste tijd. Steeds moest er weer wat gedaan worden. Nee, je miskent mijn talent weer. Ik heb besloten dat ik ook manager wil worden. Ik wil een loopbaantraject daarvoor gaan volgen.’
‘Jij?’
‘Wat bedoel je?’
‘Je bent altijd anti-managers.’
‘Juist en daarom zal ik laten zien hoe het beter kan.’
De Chef lachte hard om het door hem veronderstelde onbenul. Hoe kon deze man zich meten aan zijn kennis en kunde.
‘Jij bent ongeschikt als manager’, zei de Chef.
‘Schrijf dat maar op, dan ga ik naar de rechter’, zei Michael.
Het werd stil in de kamer.
De Chef voelde iets van zijn manlijke krachten wegstromen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 15 augustus 2005
De Chef voelde zich nog steeds sterk als hij de gang van het kantoor inloopt. Hij keek vergenoegd rond en stelde vast dat zijn medewerkers er allemaal weer waren. Hij liep naar de postkamer en keek in zijn postvakje. Er lag een flinke stapel post. Dat stelde hem gerust. Hoe meer post er in zijn postvakje ligt, hoe belangrijker hij is. Met een fier gebaar pakte hij de post uit zijn vakje. Te laat merkt hij dat de stapel post onevenwichtig was opgebouwd. In het midden lagen twee doosjes met cd’s waardoor de stapel hem door zijn handen glijdt. Alle post lag even later op de grond. Juist op dat moment kwam Alex binnen.
‘Mogge’, zei hij, ‘Heb je het laten vallen? Zeker nog moe van de vakantie. Je ziet er echt moe uit.’
‘Ik ben helemaal niet moe’, zei de Chef.
‘Oh, gelukkig maar. Nu moet je alles oprapen. Eens kijken, ah, voor mij ligt er niets. Dat is mooi’, zei Alex, die fluitend de gang weer in liep.
Paul had alles weggewerkt.
Niet dat het veel was.
Er kwam nooit veel post.
Gelukkig maar.
Alex zwaaide naar Jochem, die al onderweg was naar buiten om even te gaan roken.
‘Ik zie je straks nog wel’, riep Alex.
Op hun kamer was Paul rustig bezig de eerste uitslagen van het nieuwe voetbalseizoen te verwerken. Het opvallende verlies van PSV zorgde voor de eerste verrassingen.
Alles leek weer gewoon.
Het kantoor kwam weer tot leven.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 14 augustus 2005
‘Verdomme’.’
Alex zucht.
De wekker liet weten dat het tijd was.
Werk wacht.
‘Voorbij, het is voorbij. De tocht naar Golgotha kan weer beginnen. De beker is nog niet leeg.’
‘That’s life’, zegt zijn vrouw.
Met moeite staat Alex op.
Vorige week kostte opstaan geen moeite.
Toen was geen wekker nodig.
Het zwembad en de atletiekbaan wachtten.
Ze wachten ook vandaag, maar op iemand anders.

Twintig kilometer verder loopt ook een wekker af.
In het huis van de Chef.
Met een fiere klap legt de Chef de wekker het zwijgen op.
Hij is goed uitgerust van zijn vakantie in Cadzand-Bad teruggekomen.
Naast hem ligt zijn vrouw.
Natuurlijk slaapt ze nog of doet ze alsof ze nog slaapt.
De kinderen hoeven nog niet naar school.
Die hebben nog een week vakantie.
De Chef zegt niets.
Hij voelt zich sterk en manlijk.
Hij droomde dat hij Rita het huis uitzette.
Hij heeft zich na de vakantie voorgenomen dat voor uiterlijk 1 oktober te doen.
Hij weet het zeker.
Deze vakantie is hij begonnen met krachttraining.
Tevreden strijkt hij over zijn buik.
Al bijna een sixpack, denkt hij.
Even volhouden.
Kylykiie zal trots op hem zijn.
En Tuulykkie ook.
Ze komen alletwee naar Nederland.
Hij ziet er naar uit.

Metalkid staat ook op.
Hij is boos.
Boos omdat hij nog steeds niet weet of hij na zijn stage een aanstelling kan krijgen.
Hij begrijpt het niet.
Niemand begrijpt het.
Hij wil werken en hij mag niet.
Onzin.
Hij wil zich omdraaien.
Maar hij staat toch maar op.
Hij sleept zich naar kantoor.

Reageer op dit bericht

Een rookmoment (0)Dinsdag 9 augustus 2005


Er staan maar zes tafeltjes op het terras. Achttien stoelen horen daar bij. En die stoelen zijn altijd vol. Starbucks in Delray Beach is een ontmoetingsplaats voor de bikers. Een stuk of tien Harleys staan op een rijtje op de parkeerplek. De Harleys maken vreselijk veel lawaai. Dat hoort erbij. Je telt pas mee als jouw motor ook lawaai maakt. De bikers zijn zonder uitzondering stoer. Ze rijden zonder helm en met blote armen en benen. Ze gaan nooit snel. Op de Interstate zullen ze niet rijden. Het gaat erom om met jouw bike langs de Starbucks te rijden, te keren en dan heel strak achteruit in te parkeren. Dat doe je koel terwijl de motor in neutraalstand geluid blijft maken. Alex baalt soms. Hij had ook op zo’n motor willen rijden. Hier rijden ze langzaam. Precies de reden waarom hij voor het derde deel van zijn examen gezakt was. Die domme examinator vond dat hij te langzaam reed. Hij was geen motorrijder, zei die man. Hells Angels zijn dus geen motorijders, dacht Alex. Die rijden meestal ook langzaam.
Misschien is hij geen biker, omdat hij niet rookt. Want de bikers roken allemaal. Ook dat hoort. Het zijn de moderne Marlboro mannen. Ze hebben geen echte paarden meer, maar ijzeren paarden. Op het terras mag aan drie tafeltjes niet gerookt worden. Aan de andere drie tafeltjes wel. Het terras is ongeveer drie meter breed. De tafeltjes van de wel rokers grenzen aan de tafeltjes van de niet rokers. Het maakt weinig verschil aan een rook of een niet rook tafel te zitten.
Vandaag zit een oude man aan een niet rook tafel. Twee botoxzusjes voor wie het voor elk al lang geleden was dat ze hun vijftigste verjaardag gevierd hebben, gaan aan het niet roken tafetje zitten. Het ene botoxzusje steekt een Marlboro light op.
De oude man tikt op het bordje dat op de tafel is gelijmd.
Op dat bordje staat: no smoking please.
‘Don’t smoke here’, zegt hij.
Het botoxzusje is verbijsterd.
‘If I sit five inches to the left, I can smoke, what’s the problem?’ zegt ze.
‘Then go sit five inches to the left’, zegt de oude man.
Ze maakt haar Marlboro light uit.
Zodra de oude man weg is, steekt ze de volgende op en begint aan iedereen op het terras haar verhaal te doen. Het verhaal van de five inches.
Maar niemand wil luisteren.
Zelfs haar zus luistert niet meer als ze het verhaal zeker zeven keer heeft gedaan.
Toch kan ze niet stoppen.
Ze trilt van woede.
De adrenaline giert door haar lijf.
Alex heeft zin in een gesprek met het botoxzusje.
Over de zin van het leven.
Maar hij laat het maar.
Who cares.

Reageer op dit bericht

Een moment van mijmering (0)Zondag 7 augustus 2005
‘Ik wou dat ik een idee had’, zuchtte Alex.
‘Wat voor idee?’
‘Een idee om geld te maken op korte termijn. Een zaak te gaan drijven. Iets wat snel geld maakt, zoals flippo’s een paar jaar geleden, of van die bandjes, of stickers met Support our Troups, of een hond die niet poept wat ideaal is voor al die botoxjes hier.’
‘Die niet poepende hond lijkt me het meest kansrijk.’
‘Ja denk ik ook. Gisteren heb ik zo’n beest doodgemaakt. Hij was in een winkel in Miami. Je kon hem bedienen met een playstation controller. Als je hem sloeg ging hij bijten. Ik probeerde heel hard te slaan. Toen was hij dood.’
‘Ja, daar moet je wat op vinden, want die botoxjes zijn nogal agressief.’
Alex keek naar het tafeltje naast hem.
Twee vrouwen aan de verkeerde kant van de vijftig zaten daar zooo jong te zijn. De oude huid op de blote armen accentueerde dat de faceliftjes broos waren. De zwembandjes waren lege huidplooien. De hondjes waren keurig geknipt en hijgden van de hitte. Ze spraken luid. Over Jake die een echte asshole was en over Brian die nog erger was.
‘Je zou ook walking talking studs kunnen uitvinden.’
‘Ja, die zouden nog harder lopen dan de niet poepende honden.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 1 augustus 2005
Door de vijf mannen aan de tafel bij Starbucks moet Alex aan zijn kantoor denken. Hij schudt even met zijn hoofd, maar de gedachte is er. Hij kan het niet meer ontkennen. De mannen maken misschien ook wel beleid. Een van de mannen is in ieder geval Chef. Want hij heeft drie mobiele telefoons en nu hij opstaat staan ze allemaal op. De Chef. Hoe zou het met hem zijn?
Zou hij al terug zijn uit Cadzand Bad?
Samen met zijn vrouw en Rita?
Een koude rilling loopt over Alex’ rug.
Een dagmerrie.


Reageer op dit bericht

Een starbucksmoment (0)Maandag 1 augustus 2005
Starbucks maakt het leven niet eenvoudig.
De keuze tussen de verschillende soorten koffie of thee is schier eindeloos.
Het begint al met het formaat.
Tall, grande of venti.
Venti is de grootste.
Waar zou dat woord vandaan komen?
Venti?
Wind?
Van belang is in ieder geval de basisregel dat een espresso altijd hetzelfde formaat heeft. Een capuccino tall, grande of venti betekent dat er meer melk op de espresso wordt geschonken.
Een Americano is espresso met water.
Dat lijkt op Senseo koffie.
Een extra shot espresso kan in een tall geen kwaad.
Machiatto, frapuchino of caramel betekent zonder uitzondering room, melk en een dressing van chocoladesaus of caramelsaus.
Thee komt ook in tientallen varianten.
Nieuw is de green tea frapucino.
Thee met slagroom en ijs.
Een hit, omdat voortdurend de green tea op is.

Men doet hier ook zaken.
Sommige figuren hebben een eigen tafel.
Ze zitten daar de hele dag, spreken iedereen aan en verkopen soms een hypotheek of een huis.
Twee mobiele telefoons vormen de enige inrichting van hun office.

Vandaag zitten vijf mannen gebogen over een tekening van een huis.
Ze kijken serieus en streng.
Er worden prijzen genoemd.
De ene man drinkt niets.
Hij wil de andere mannen niet beledigen kennelijk.
Ze zweten nu ook.
Ze lachten niet meer.
Het is menens.

Reageer op dit bericht

Een moment van bezinning (0)Maandag 1 augustus 2005
Alex keek tevreden naar de weegschaal.
220 lbs.
Een grens gepasseerd.
Blijvend.
Dat wist hij zeker.
Heel zeker.
Nooit weer zou die 40 lbs die er nu af is er bij komen.
De verleidingen die hij van dag tot dag weerstaat, zal hij ook in de toekomst moeten weerstaan.
De drive die hij hier krijgt zal straks minder zijn.
Gewoon even rondkijken en dan zie je weer zo’n heerlijke hoop vet.
Met dik opgezwollen blauwe aders in haar benen.
Cellulites is haar middle name.
Of zo’n leuke man met een buik die tussen zijn benen op de stoel ligt als hij zit.
Dat zijn de beste momenten.
‘Dat niet meer’, denkt hij.


Reageer op dit bericht

Een toiletmoment (0)Zondag 31 juli 2005
Ben logeert nu bij Alex.
Hij heet eigenlijk anders, maar omdat hij Amerikaan wil worden, heet hij nu Ben.
Ben is aan het integreren hier.

Ben moest naar het toilet.
Hij hoorde:
‘Oh, ooooh, haaa, wooee’, uit de kamer naast hem.
Even later zei de persoon die daar uit kwam:
‘Oh sorry sir, I got a scar down there, that why I’m moaning.’
Ben was flabbergasted.
Hij zei niet: ‘Show me.’
Hij moet nog aan zijn integratie werken.


Reageer op dit bericht

Een usa moment (0)Maandag 25 juli 2005
Michael Buble.
Hij was in Fort Lauderdale.
Zaterdagavond.
You know how I feel.
Zo begon het.
‘I’m feeling good’, zong Alex mee.
Hij had een staanplaats.
De laatste.
Uitverkocht en te laat ontdekt.
Standing room only, had de vrouw aan de will call kassa gezegd.
‘Wat moet, dat moet’, zei Alex.
De staanplaats was goed verzorgd.
Een hangbalk.
Als een bar.
Er mocht ook drinken op staan.
Een glas champagne of een kir royal.
De mensen zagen er keurig uit.
Zwarte pakken en avondjurken.
Alex had zijn beste petje op en zijn mooiste korte broek aangetrokken.
Een witte met een blauw streepje.
En heel mooie badslippers.
Gelukkig waren er nog een paar bezoekers in een korte broek.
Niemand had trouwens een Michael Buble shirt aan.
Alex wel.
Buble ging door met Sway.
Als je zat, kon je niet sweejen.
De staanplaats had plotseling voordelen.
Twee uur achter elkaar de mooiste songs.
Aan het einde van het concert hadden veel mensen staanplaatsen.
Iedereen was in de gangpaden gaan staan.
Alex was langzaam naar voren gedrongen.
Geen hangbalk meer, maar wel een beter uitzicht.
De voorste stoelen kostten 595$.
Zonde.
Een volgende keer neem ik weer een staanplaats, dacht Alex, maar dan ga ik zodra het donker word naar voren.

Reageer op dit bericht

Een warm moment. (0)Zaterdag 23 juli 2005
De temperatuurmeter in de auto liet voor de eerste keer 100 graden zien.
'We made it into the hundreds', gilde de DJ op Majic 102.7.
Een echte hittegolf.
Mensen sterven door de warmte.
Iedere dag nieuwe records.
136 in Phoenix.
144 in Death Valley.
Warm, warmer, warmst.
Morgen halen we hier the big one O five.
Komt door Franklin die op de vlucht is.
Maar Gert heeft zich al aangekondigd.
Gert is nu nog een rimpeltje in de zee ergens in de Cariben.
Maar Gert zal zich laten gelden, zoveel is zeker.

Het zeewater is ergens tussen de 85 en de 90.
Heerlijk.
En geen haai of kwal te bekennen.
'Ik wil een belly boat', zucht Alex.
Belly boats zijn een rage.
Dikke mannen trekken een soort zwemband aan en gaan in hun belly boat het meer op om te vissen.
Maar als je afvalt wordt je bellyboat te ruim.
Belly boats zullen er vast wel in verschillende maten zijn.
Ze hebben hier soms super sized bellies.
'Watch out for gators', zegt de verhuurder van Belly Boats.
'Ach, laat maar, ik kan zwemmen en van vissen hou ik niet', zegt Alex.

De deskundige op tv zegt:
'Lance Armstrong is not a great athlete.'
Dat komt omdat hij geen oog-handcoordinatie heeft.
Dat hebben mensen die honkbal of basketbal spelen wel.
Een andere deskunige legt uit dat dicht achter bijvoorbeeld Hincapie fietsen ook moeilijk is.
'5 millimeters behind Beltran is very difficult.'
En hij weet nog niet eens dat Joop Zoetemelk jarenlang achter Poulidor aanfietste op nog geen twee milimeter afstand.
Joop Zoetemelk, die had oog-handcoordinatie als geen ander.
'No, Lance isn't a great athlete.'
Hij komt dinsdag wel nationwide op de telly.
Ik denk dat Lance later ook in een belly boat gaat vissen.

En vanavond is het feest.
Dan komt Michael Buble.
'We just love him.'
'So true', zegt Alex.
Maar gaan ze ook pitten bij Michael Buble net als bij Epica?
Pitten, nee dat kennen ze hier niet.
'Ik moet op tijd zijn, dan kan ik goed vooraan staan in standing section 6 in the Mezzanine.'
En dan over twee weken Foreigner.
En er is een punk festival nog groter dan Wacken.
'Daar zal het heet zijn', zegt Alex.
'Jij liever dan ik', zegt zijn vrouw, die zich loom omdraait in het zwembad en zonder belly boat aan de rest van haar uur zwemmen begint.

Reageer op dit bericht

Een USA moment (0)Donderdag 21 juli 2005
Emily ging de andere kant op.
'Nu wachten op Frits, Fred, Floyd of Frederic', zei Alex.
The worst season ever for hurricanes, zei de schreeuwende presentator op Channel seven. Maar er is geen vuiltje aan de lucht. Een mooie heldere blauwe lucht.
'Het gaat goed, two twenty seven lb', mompelde Alex tegen zichzelf.
Het myasics schema dat metalkid hem adviseerde lijkt te werken. Vanmorgen ging de interval training heerlijk. Morgen nog een keer en dan een kwartier achter elkaar voluit.
'Twee oktober loop ik mijn eerste tien kilometer weer', zei Alex.
'Good for you', zei zijn vrouw.
'55 minutes haal ik dan', zei Alex.
'Als je niet weer valt', zei zijn vrouw, 'Het hele bed zit onder het bloed.'
'Ja, die wonden vallen niet mee. Alles schuurt open in de nacht', zuchtte hij, 'maar ik heb het er wel voor over.'

Reageer op dit bericht

Een USA moment (0)Dinsdag 19 juli 2005
‘Ik ga weer rennen’, zei Alex tegen zijn vrouw.
‘Weet je het zeker?’ vroeg ze.
‘Ja, ik voel dat het kan.’
Hij was op de weegschaal gaan staan.
228 lb was het resultaat.
Met enig rekenwerk kwam hij op ongeveer 103 kilo.
‘Hoe dichter bij de evenaar, hoe zwaarder weegschalen wegen’, zei hij.
Ze knikte en dacht onzin.
‘De zwaartekracht is hier anders’, zei hij.

Na het rennen was het 225,5 lb.
2,5 lb eraf.
Klasse.
Alleen vanmorgen niet.
Toen was er wel wat af, maar dat was anders.
Grote stukken huid van zijn knieen, een stuk huid van zijn heup en twee kapotte ellebogen. Zeker een half lb huid minder en nog eens grofweg een halve liter bloed. De val was mooi. Recht. Zijn armen helemaal voor zijn hoofd. Hij was trots op zijn snelle reactie.
‘Ik bloed’, zei Alex.
‘Tjezus, doet het pijn?’
‘Nee, valt wel mee.’
De 100% alcohol die in het ontsmettingsmiddel zat deed wel pijn.
‘Ik ga nog zwemmen’, zei hij.

En Zovirax gaat op recept.
Want de koortslip was een extra.
Daar was geen val voor nodig.

De golven waren heel hoog.
Alex zwom met kalme slagen.
Vorige week was nog iemand door een haai opgegeten en op televisie was het beeld van een man die door een krokodil was verorberd. Gelukkig was hij slechts het achttiende slachtoffer sinds 1948. Toen zijn ze pas gaan tellen. Dus het was zeker dat hij vandaag rustig kon zwemmen.
De vrouw op de kant stond als een bezetene te blazen op haar scheidsrechtersfluitje. Alex keek uit het water en omdat ze wilde zwaaide, zwaaide hij terug. Aardige mensen hier, alleen dat fluiten is wel wat heftig.
De vrouw schreeuwde nu ook.
Ze zwaaide niet, ze wenkte.
Hij moest er uit.
‘There’s a ripcurrent right now’, gilde de vrouw hysterisch.
‘Een mui’, zei Alex
Wat een drukte voor een mui.
Gewoon meedrijven en eruit zwemmen.
Net als op Scheveningen of Zandvoort.
De vrouw zette nu rode vlaggen neer.
No swimming at any time stond er op de bordjes die ze naast de vlaggen zette.
Alex ging in zijn stoel liggen, smeerde zichzelf helemaal in met faktor 45 en sliep na tien minuten een heerlijk diepe slaap.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 12 juli 2005
Het kantoor sluit tot 15 augustus.
Na de zomervakantie gaat het feuilleton door.

De Chef is op vakantie naar een camping in Cadzand-Bad.
Samen met zijn vrouw en de kinderen.
Omdat ze niet alleen thuis wilde blijven, is Rita ook meegegaan.
Ook Juan is naar Cadzand Bad vertrokken.
Hij zal daar de Chef verder opleiden in het Zorro management en in zijn vrije tijd speelt hij panfluit op de boulevard. Hij verkoopt ook wintertruien uit Peru.
Zal de Chef deze vakantie overleven?
Kan hij vier weken zonder Tuulykkie leven?

Jochem heeft nog steeds niet besloten wat hij gaat doen met de foto’s van de chef op het strand. Hij wacht met een definitief oordeel tot hij zijn beoordeling heeft ontvangen. Hij rekent op minimaal 1 schaal erbij, mogelijk zelfs 2 schalen. Hij blijft deze zomer op kantoor. Bovendien heeft hij op de kamer van de Chef alle deuren van de kasten van de Chef opengezet.

Karel is op de bromscooter, die nog steeds niet gekeurd is, met zijn vrouw naar de Veluwe. Hij heeft zijn fototoestel meegenomen en hoopt daar plaatjes van de Poema te kunnen schieten.

Michael is nog steeds boos op de chef.
Hij heeft besloten niet op vakantie te gaan, maar deze zomer op kantoor te blijven. Hij zal zoveel mogelijk acties ondernemen om de daar de zaken bureaucratisch in het honderd te laten lopen.

Suzanne had weer pech.
Ze ligt in het ziekenhuis en wacht op Frits. Ze heeft van Carina een wireless computer gekregen en kan via een hotspot loggen. Maar ze is erg eenzaam en denkt soms aan zelfmoord.

Jim is vorige week voor het eerst naar de Sauna geweest zonder Gaston.
Hij genoot van alle spannende mannenlichamen. Hij heeft een reis geboekt naar Lesbos, waar naar hij heeft gehoord een behoorlijk grote gay-scene is. Gaston heeft op het laatste moment besloten toch niet mee te gaan.

Tuulykkie is naar haar familie in Finland. Ze gaat eerst op bezoek bij Kylikkie en Seppo.
Seppo heeft een motorongeluk gehad en ligt in het ziekenhuis. Het is nog steeds de vraag of hij het zal halen.

Metalkid gaat naar Wacken. Hij gaat een week voor het festival begint al op de camping staan en blijft daarna nog een week om bij te komen.

De Opperchef is al een tijdje weg. Hij is voor zeven weken naar Thailand vertrokken. Hij had het nodig om inspiratie op te doen na het onderhoud met Het Hoogste Orgaan. Hij wil visie ontwikkelen voor Zijn kantoor en Zijn mensen.

Paul gaat drie weken naar Dalyan.
Drie weken lang gaat hij genieten van een prachtige omgeving en dagelijks houdt hij via zijn draadloze internet aansluiting alle sportwedstrijden bij.

Alex gaat naar Amerika.
Hij gaat door met zijn afvalrace en komt vijf kilo lichter terug dan hij vertrok.
Hij zal die Amerikanen eens laten zien dat je ook daar kan afvallen ondanks al hun vette eten.

15 augustus zijn ze allemaal terug.
Dan begint de sleur van alle dag weer.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 11 juli 2005
Alex drukte zijn computer uit.
Hij slaakte een diepe zucht.
Het was gedaan.
Half vier.
Tijd om op te stappen.
Al het werk dat voor de vakantie gedaan moest worden was af.
Hij keek tevreden zijn kast in.
Alles lag op nette stapels.
Metalkid was helemaal op de hoogte van Alex dagelijkse bezigheden en zou hem waar kunnen nemen.
Met een beetje geluk zouden sommige mensen die belden niet eens het verschil merken.
‘Gewoon onverstaanbaar de telefoon opnemen, dan denken ze dat jij mij bent. En dan luisteren en steeds nazeggen wat ze zeggen. Tot je weet wat ze willen en dan zeg je maar dat dat echt niet kan’, had Alex gezegd.
‘Niet moeilijk’, zei Metalkid.
‘Nee hoor, valt reuze mee’, zei Alex.
Hij sloot zijn bureaulade af.
Hij dacht even na over de plaats waar hij de sleutel zou verbergen.
Het was al drie keer voor gekomen dat hij die bergplaats vergeten was na een vakantie. Dat gaf allemaal weer gezeur. Hij duwde de sleutel in een bloempot waarin een zieltogende agave stond. Die zou er over vier weken zeker nog wel staan.
‘Klaar, helemaal klaar’, zei hij tegen zichzelf.
Hij liep fluitend het Kantoor uit en stelde zich voor dat hij vandaag met pensioen ging. Hij werd blij van deze dagdroom.
Hij verdrong elke gedachten aan half augustus.



Het is vakantie.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 11 juli 2005
Suzanne fietste naar de tennisclub.
Ze had een naar weekend gehad. Frits was vrijdagnacht dronken thuis gekomen. Hij had niet eens meer gebeld dat hij later zou komen. Ze was al naar bed gegaan en had net gedaan alsof ze sliep toen hij met zijn dronken kop het bed in kwam. Gelukkig had hij geen aanstalten gemaakt om te willen vrijen. Zaterdag was hij pas om half twee wakker geworden. Hij was voor de televisie gaan zitten en had naar de Tour de France gekeken.
‘Ik heb hoofdpijn’, had hij gezegd toen ze iets aan hem gevraagd had.
Ze had haar mond maar gehouden.
Zondagmiddag was hij al om half vijf weggegaan.
Hij moest deze week helemaal naar Athene met zijn truck.
Hij zou niet bellen.
Ze was nu blij dat hij weg was.
Ze hoopte dat Carina op de tennisclub was.

Suzanne was in gedachten en lette niet goed op.
Plotseling reed een rode auto weg uit het parkeervak.
De oude vrouw in de auto keek niet in haar dode hoek en voor Suzanne het wist lag ze op het asfalt. Ze kwam pas in de ambulance weer bij haar positieven.



‘Rustig maar mevrouw’, zei de verpleger.
‘Ik wilde gaan tennissen’, zei Suzanne.
‘Verstaat u mij goed? Hoe heet U? Welke dag is het vandaag?’
‘Ik ben Suzanne en het is vandaag maandag.’
‘Goed zo’, zei de verpleger.

Suzanne lag met haar been in het gips in het ziekenhuisbed.
Ze had er even over gedacht om Frits te bellen, maar besloten daar nog even mee te wachten.
‘Hoi’, hoorde ze iemand zeggen.
Ze keek op en zag Carina naast haar bed staan.
‘Hoi, wat leuk dat je gekomen bent’, zei Suzanne.
‘Van tennissen komt voorlopig even helemaal niets’, zei Carina.
‘Nee, dat duurt wel weer even’, zei Suzanne.
‘Jammer, we speelden zo lekker vorige week’, zei Carina
‘Zeker jammer, maar nu kunnen we als ik weer thuis ben Catan spelen’, lachte Suzanne.
‘Ok, hou ik je aan, ik kom bij je op bezoek’, zei Carina.
Suzanne wist dat ze een vriendin had gemaakt.
En ze was er blij mee.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 11 juli 2005
‘Pfoe, ik ben moe’, zei Alex, maar niemand gaf antwoord.
Paul was al op vakantie.
Alex was jaloers.
Het was mooi weer.
Nog maar twee dagen, dacht hij.
Hij stopte de cd van epica in de stereoset.
Verbaasd was hij gisteravond geweest.
Hij stond bijna vooraan bij Werfpop. Het had niet lang geduurd, want de mannen die naast hem stonden, waren gaan vechten.
Zomaar zonder aannleiding. Het was een soort geregisseerd gevecht. Je springt tegen elkaar aan. Ellebogen wijd en rammen maar.
‘Dat is geen vechten, dat is gezellig’, zei Metalkid.
Alex keek zijn ogen uit.
Crowd surfen deden ze ook, maar dat lukte maar matig.
De meeste surfers vielen hard op de grond.
Simone zong rustig door.
Soms was ze onverstaanbaar.
Ze kwam er niet bovenuit.
Maar ze deed haar best.
‘Willen jullie nog een hard nummer’, riep zie in het Limburgs.
Gezellig.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 10 juli 2005
De chef hoorde dat aan haar regelmatige ademhaling dat zijn vrouw sliep. Ze snurkte nog niet, maar hij wist zeker dat haar regelmatig snurken niet lang meer op zich zou laten wachten. Hij wachtte het vannacht niet af. Hij sloop voorzichtig zijn bed uit.
Vanmiddag had hij in de stad een mooi nieuw Zorro pak gekocht. Hij had geluk, want in de feestwinkel waren de Zorropakken zelfs in de uitverkoop. Voor 79,95 euro, afgeprijsd van 219 euro, had hij een fantastisch Zorropak gevonden. Voor nog eens 129 euro had hij goede zwarte rijlaarzen gevonden. Hij was er helemaal klaar voor. Hij had pak en laarzen in de caravan verstopt. In de caravan had hij ook een bus rode menie en een grote kwast verstopt.



Juan had gezegd dat oefenen belangrijk was. Desnoods midden in de nacht. Maakt niets uit, had Juan gezegd.
‘Wie Zorro wiel wesen, die gaat moeten werken’, had Juan gezegd.
De Chef wist wat hij wilde.
Met de kwast en de rode menie zou hij een grote Z schilderen op het geluidsscherm langs het spoor. Nooit, had hij verwacht zoiets te gaan doen, maar Juan had hem geleerd dat soms een actie nodig was om jezelf te bevrijden.
Hij maakte de deur van de caravan open en stapte naar binnen.
Tegelijk zag hij het licht in de slaapkamer van de buurman aangaan. Hij wist dat de buurman hem gehoord had. De Chef keek voorzichtig door het raampje van de caravan en zag het gordijn voor het raam van de slaapkamer van de buurman bewegen. Het licht ging uit. De vrouw van de buurman was dus ook wakker, of hij moest afstandsbediening op zijn verlichting hebben. De Chef besloot even te wachten tot de buurman weer sliep. Hij kroop in het boven in de caravan geplaatste bed. Hij deed het bovenraampje open en zag dat het een heldere nacht was. Hij keek naar de sterren en voelde zich daar in die caravan voor het eerst in lange tijd gelukkig. Hij ontspande.

‘Opstaan mannetje.’
De Chef schrok wakker.
Een grote agent stond in de caravan.
‘Eruit en meekomen. Inbreken in een caravan is geen kleinigheid.’
De Chef kwam langzaam tot zijn positieven.
‘Het is mijn caravan’, zei hij,
‘Dat zeggen ze allemaal’, zei de grote agent.
De Chef zag nu dat er ook een kleine agent naast de caravan stond.
‘Je bent gezien toen je deze caravan insloop’, zei de agent.
Natuurlijk die verdomde buurman, dacht de Chef.
‘Hier staat een pot rode menie en er ligt een zwart pak’, zei de kleine agent.
De grote agent keek ernstig.
‘Mogelijk een terrorist’, zei hij zachtjes tegen zijn collega.
‘Komt er nog wat van’, zei hij hard tegen de Chef.
‘Het is mijn caravan en ik Chef’, zei de Chef.
‘Meekomen’, zei de agent.
‘Niks ervan, ik woon hier’, zei de Chef.
‘Wonen in een caravan mag niet’, zei de agent.
‘Ik woon hier in de staat, dit is mijn huis’, zei de Chef.
‘En wat moet je dan met die bus menie?’
‘Schilderen’, zei de Chef.
‘En dat zwarte pak’, zei de agent.
‘Ik ben Zorro’, zei de Chef.
‘Ja en ik ben Sergeant Garcia’, zei de agent.




Het kostte nog een half uur intensief beraad voor de agenten uiteindelijk de staat uitreden. Gelukkig was de Chef gewend aan ambtelijk denken en kon hij uiteindelijk de agenten overtuigen dat hij echt in de straat woonde.
‘Wat was dat’, vroeg de vrouw van de Chef toen hij weer in zijn bed stapte.
‘Niets, niets aan de hand’, zei de Chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 9 juli 2005
‘Goedemorgen’, zei de Chef tegen zijn buurman.
‘Morgen is het zondag’, zei de buurman.
‘Ja, morgen wel, vandaag is het zaterdag’, zei de Chef.
‘Morgen bel ik de politie’, zei de buurman.
‘Waarom?’
‘Omdat die caravan dan drie dagen hier voor mijn deur staat. Drie dagen is de uiterste parkeertijd.’
‘Ik ga woensdag weg.’
‘Woensdag is geen zondag.’
‘Nee woensdag is woensdag.’
‘Dan wordt de caravan weggesleept, morgen.’
De Chef voelde zijn bloed koken.
Hij vond de buurman een vreselijk nare man. Hij wist zeker dat de buurman ook een stiekeme pedofiel was die net als Joost Tonino een computer vol per ongeluk gedownloade pornografische afbeeldingen op zolder had staan. Hij kon die buurman niet uitstaan.
‘Nou tot kijk maar’, zei de Chef.
‘Tot morgen’, zei de buurman.

Wat zou Zorro doen, dacht de Chef.
Hij overwoog even of hij Juan zou bellen.
Een manager geeft nooit op, zou Juan zeggen. Een man met een missie volbrengt zijn missie.
Terwijl de Chef de straat uit reed viel zijn oog op de auto van de buurman. Een kleinburgerlijke Opel Astra. Jeder Popel hat ein Opel, dacht de Chef.



Hij zou natuurlijk een aardappel in de uitlaat van die Opel Astra kunnen duwen. Maar dat is verre van integer. Of gewoon met een muntstuk van vijftig eurocent een diepe kras van voor tot achter in de saaie grijze lak maken. Of met zijn sabel alle vier de banden van die kleinburgerlijke Opel lek steken. De Chef was blij dat hij nooit een Opel gekocht had. In zijn Toyota Corolla voelde hij zich als Zorro op Tornado.



Hij was zo diep in gedachten dat hij de snorfietser die van recht kwam te laat opmerkte. Pas toen de dikke vrouw, gehuld in een strakke felgroene legging, hem een vinger gaf, zag hij haar. Hij besloot haar te negeren, maar zij had een andere mening.
Voor het verkeerslicht kwam ze naast hem staan en tikte op het raampje.
De Chef maakte het raampje een klein stukje open.
‘Mongool, ke je niet rije, blijf dan in je hol’, zei de vrouw in de legging.
De Chef besloot het raampje weer dicht te doen. Gelukkig sprong het verkeerslicht op groen. De vrouw had nog net tijd genoeg om met haar zweeds muil een behoorlijke trap tegen de Toyota van de Chef te geven.

Toen hij de wagen bij de Digros parkeerde, zag hij dat er een kleine deuk in zijn deur zat en dat de lak over zeker twintig centimeter lengte fors beschadigd was.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 8 juli 2005
De Chef liep met een papier op een klembord door de gangen.
Vanmorgen had hij via de mail van de Opperchef een spoedopdracht gekregen. Integriteitsinspectie. Kijken of de kasten dicht en op slot zijn, controleren wat zich in eventuele open kasten bevindt en voorts nagaan of niet integere lectuur aanwezig is.
De Chef had helemaal geen tijd voor deze opdracht.
Hij moest alle urenverantwoordingen nog natellen.
En nu dit weer.
Hij schrok ervan dat hij de gedachte dat hij er geen zin in had toeliet.
Twijfelen mag niet, dacht hij, het is net als Jezus in de woestijn. De verleidingen zijn groot, maar een man met een missie weet ze te weerstaan.
Arriba, zei hij, Zorro rules.
En hij ging kamer voor kamer langs.
En nergens waren de kasten dicht.
Het ergst was het bij Jochem.
Kasten open en ook nog eens de sleutels in de deuren.
En dat terwijl hij Jochem toch al drie keer had gewaarschuwd.
Hij noteerde de gegevens op het klembord met een uitroepteken erachter.
En ook zijn ladenblok stond open.
Tijdschrijften, stroopwafels en boterkoeken zaten in de bovenste la.
En hij zou op dieet.
Dik zijn is niet integer.
Ook dat had hij aan Jochem gezegd een tijdje geleden.

Aan het eind van de ochtend stond het papier op het klembord helemaal vol.
Hij twijfelde of hij dit papier zo zou inleveren.
Nu niemand zich aan de regels bleek te houden, zou de Opperchef kunnen gaan twijfelen aan zijn leiderschapsstijl. Dat mocht niet gebeuren. Hij besloot het papier te vernietigen en alleen Jochem als zondaar aan te merken. Hij zou dan kunnen laten zien dat hij sterk was.
Hij glimlachte bij de gedachte aan het gesprek met Jochem.
Hij had zin om hem eens goed af te zeiken.
Juan had gezegd dat een goede manager nooit opgeeft en Juan had gelijk.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 8 juli 2005
‘Bijzonder deze muziek’, zei Paul.
‘Arcade Fire. Het album heeft Funeral’, zei Alex.



‘In de verte af en toe een beetje Talking Heads.’
‘Ja, die zanger heeft goed naar David Byrne geluisterd, maar het is veel complexer. Het heeft een paar draaibeurten nodig voor het je pakt.’
Vrijdagmiddag.
Het regent buiten keihard.
Nog steeds heerlijk campingweer.
Ze kijken naar buiten.
‘Het is saai hier’, zuchtte Alex.
‘Zeker weten’, zei Paul.
‘Volgende week ga ik de uren tellen tot de vakantie.’
’16 toch?’
‘Ja, nog 16 uur.’
‘Ik ga einde volgende week weg.’
‘Gaan we nog naar de tour luisteren?’
‘Ja, goed, dan haal ik nog een kop thee.’
Alex liep door de gang.
De kamer van de Chef was leeg.
Er brandde wel licht.
Alex klikte het licht uit.
‘Beter voor het mileu’, mompelde hij.
Hij keek op de klok.
13.18 uur.
Nog even doorbijten vandaag.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 7 juli 2005
‘Ik haal vandaag de caravan op’, zei de Chef tegen zijn vrouw.
‘Oh, neem jij dan de auto?’
‘Ja, ik kan die caravan moeilijk achter mijn fiets hangen.’
‘Maar ik wilde met Rita gaan winkelen.’
‘Dan neem jij de bus maar vandaag.’
‘Ik vind dat je dat wel even vooraf had kunnen zeggen.’
‘Wil je die caravan of niet?’
‘Wat is dat voor vraag?’
‘Ik neem de auto, klaar.’

De Chef stapte zijn bed uit. Hij had om acht uur afgesproken bij boer Dijkema. Daar was de caravan gestald. Als alles meezat kon hij om half negen daar weg zijn. Gisteravond had hij aan Tuulykkie geësemest dat hij haar rond kwart voor negen zou oppikken en dat ze een dagje voor elkaar hadden in de caravan. Hij vond het een geweldig plan en weet het aan de energie die Juan in hem had losgemaakt dat hij deze brainwave zomaar midden in de nacht had gekregen.

En alles liep goed.
Boer Dijkema zei: de caravan staot in ’t veure’.
En hij stond er.
De Chef kon de caravan met groot gemak aan zijn auto aanhaken en reed vrolijk zwaaiend naar boer Dijkema snel van de stalling weg.
Zorro rules, dacht hij.
En hij dacht: ik ben een missionaris.

Om precies tien over half negen stond hjj bij Tuulykkie voor de deur. Ze stond kennelijk in de gang te wachten, want ze rende naar buiten toen ze de Chef zag.
‘We gaan naar het strand, naar de duinen’, zei de Chef.
‘Leuk’, zei ze.
‘Was er gisteren nog wat op kantoor?’ vroeg de Chef.
‘Nee hoor, alles rustig’, zei Tuulykkie.
Ze besloot geen woord te zeggen over de stroomstoring en dat iedereen direct thuis was gaan werken zodat de hele middag niemand aanwezig was geweest. De Chef was er toch ook nooit.

‘Ik heb zin in je’, zei ze.
‘Ik in jou’, zei de Chef.
Hij had de caravanpoten uitgedraaid. Ze hadden een mooie uitzicht over de duinen richting zee.



Maar ze zagen het niet. De Chef nam Tuulykkie in zijn armen en kuste haar langdurig. Niet lang daarna zagen voorbijgangers de caravan in een regelmatige cadans heen en weer schudden.

‘Moet je vandaag niet naar die intervisiedag?’ vroeg Tuulykkie.
‘Intervisie is flut. Zorro management, dat is the real thing’, zei de Chef.
Hij vertelde Tuulykkie alles over Juan.
‘Ik ga naar Finland volgende week’, zei ze later.
‘Ik naar Cadzand bad’, zei de Chef.
‘Mailen we?’
‘Misschien’, zei de Chef.
Tuulykkie zong zachtjes:
I don’t wanna say goodbye for the summer.

‘Je bent laat’, zei de vrouw van de Chef toen de Chef om zeven uur de caravan voor hun deur had geparkeerd.
‘Ik moest die caravan halen’, zei de Chef, ‘en natuurlijk stond hij nog steeds helemaal achter in de stalling. En die buurman stond ook te zeuren dat hij de caravan niet voor zijn deur wilde hebben. Hij zei dat hij onze caravan direct zou laten wegslepen als deze er zondag nog stond. Dat werd ook nog weer ruzie.’



‘Jij maakt altijd ruzie’, zei de vrouw van de Chef.
‘Jij zegt het.’
‘Maak je nu de caravan schoon?’
‘Nu?’
‘Ja, nu, dan kan ik morgen samen met Rita inruimen.’
‘Met Rita?’
‘Ja, Rita gaat ook mee naar Cadzand Bad.’
De Chef deed een grote open zucht.
Zorro Rules, not, dacht hij.
Hij pakte de stofzuiger uit de trapkast en liep naar buiten om de caravan schoon te zuigen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 6 juli 2005
‘Ik vind dat je het toch weer moet proberen’, zei de bedrijfsarts.
‘Ik ben zo moe. Ik ben zo moe’, huilde Suzanne.
‘Als je werkt dan voel je je vanzelf weer beter. Je hebt een dagritme nodig’, zei de bedrijfsarts.
‘Ik ga tennissen om fysiek sterker te worden’, zei Suzanne.
‘Dat is een heel goede beslissing. Wanneer ga je beginnen?’
‘Straks als ik hier klaar ben heb ik een eerste afspraak bij Topspin tennisclub met ene Donkers.’
‘Toevallig, aardige man. Ik tennis ook bij Topspin. Misschien gaan we later nog dubbelen’, lachte de bedrijfsarts.
‘Als ik niet meer moe ben’, zei Suzanne.
‘Oke, dan houd ik nog zes weken ziek. Ik ga toch ook op vakantie en dan ziek ik je weer rond 18 augustus’, zei de bedrijfsarts.
Suzanne vond hem plotseling aardig.
Ze voelde dat ze erkenning kreeg voor haar inspanningen om weer fit te worden.

Rustig fietste ze naar de tennisvelden van Topspin. Ze had bij Perry een tennisrok en een mooi fel rood tennisshirt gekocht. En natuurlijk goede schoenen, twee rackets en drie dozen ballen. Frits zou het wel weer zonde van het geld vinden, maar ze had besloten het hem gewoon niet te vertellen. Als hij er ooit achterkwam was het nog vroeg genoeg.

Topspin.
was een mooie vereniging.



Ze hadden maar liefst twaalf goede tennisbanen buiten en een hal met nog eens vier binnenbanen. Het mooie was dat ze buiten zelfs kon kiezen tussen gras en gravel. Suzanne hoopte dat ze het nog niet verleerd was. Vroeger had ze op een redelijke niveau mee kunnen komen. Ze had een splijtende service gehad en ook opkomen naar het net was een sterk punt. Haar backhand was toen haar zwakke punt. Meestal probeerde ze om haar backhand heen te lopen, maar dat zorgde op beslissende momenten voor teveel stress. Ze besloot dat ze aan Donkers zou vragen of er een goede tennisleraar beschikbaar was op de club.

‘Welkom bij Topspin, ik ben Ad’, zei Donkers.
‘Ik ben Suzanne.’
Geroutineerd leidde Ad haar door het tenniscomplex. Hij vertelde enthousiast over Topspin.
‘Kan ik vandaag spelen?’
‘Wat is je niveau?’
‘Dat weet ik niet. Ik speelde al heel lang niet meer.’
‘Even kijken, eh, Carina zoekt nog een tegenstander’, zei Ad terwijl hij op de klok keek, ‘Over een kwartier.’
‘Goed.’

Een kwartier later stond Suzanne op de baan. Ze voelde zich nerveus, maar niet moe. Carina hield de ballen omhoog als teken dat ze begon. Ze serveerde redelijk hard. Suzanne voelde de adrenaline door haar lijf stromen toen ze haar racket achter de bal zette. Het was een mooie return. Precies in de linkerhoek. Carina had moeite om de bal te halen. Suzanne schatte het goed in en liep naar het net. Ze maakte haar eerste punt.
De gewaarschuwde Carina schakelde een tandje hoger. Het werd een spannende drie setter die Suzanne uiteindelijk op het nippertje verloor.
‘Geweldig meid’, zei Carina, ‘Ik speel graag nog een keer tegen je voor revanche.’
‘Dank je’, zei Suzanne.
‘Zie ik je straks aan de bar? Dan drinken we wat.’
‘Leuk.’

Suzanne was ontspannen toen ze naar huis fietste.
Ze had lekker gekletst met Carina en een uitnodiging voor een dare2dare party.
Dare2Dare party bij Suzanne thuis in haar zak.
Ze had helemaal niet meer aan Frits gedacht.
Met een lekker gevoel maakte ze een postje voor haar weblog.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 6 juli 2005
‘Heb je de caravan al uit de stalling gehaald?’ vroeg de vrouw van de Chef aan de Chef.
‘Nee, dat eh, eh, is nog niet gedaan’, zei de Chef.
‘Waarom niet? Ik vroeg het je vorige week al. Ik moet ook alles zeven keer vragen’, zei de vrouw van Chef.
‘Vanavond haal ik hem op’, zei de Chef.
Hij zuchtte.
Hij had helemaal geen zin om die caravan op te halen.
Hij had helemaal geen zin om vier weken in Cadzand-Bad op een camping te gaan staan.
Hij wilde thuis blijven dit jaar.
Al zijn energie had hij nodig om een goede leidinggevende op het Kantoor te zijn.
‘Dedication en power’, had Juan gezegd.

De Chef probeerde niet te denken aan de aanstaande vakantie toen hij de sportschool in liep. Vandaag zou hij sabel les krijgen van Juan. Zorro zijn betekende ook dat hij handig moest zijn met een sabel. Bovendien zorgde sabel vechten voor een verbeterde oog-hand coordinatie, voor snelle reflexen en voor alertheid die nodig was om een goede manager te zijn.

‘Effectivemente buenas dia’, zei Juan.
‘Goedemorgen’, zei de Chef.
‘Eb jij al eigen Zorro outfit’, vroeg Juan.
‘Nee, nog niet aan toe gekomen’, stamelde de Chef.
‘Iek kan niet alles blijven doen’, zei Juan, ‘Jij moet wel zelf ook dedicated zijn. It’s a mission to be a manager.’
‘Yes’, zei de Chef.
Juan zei altijd rake dingen.
Het is zeker een missie om Chef te zijn.
Ik ben een missionaris, dacht de chef, een zendeling, een roepende in de woestijn, misschien zelfs wel een uitverkorene.
‘Morgen koop ik een pak’, zei de Chef.
‘Muy bien’, zei Juan, ‘Hoy vechten met de sabel.’
De Chef liep naar de kleedkamer.
Hij had voor vandaag zijn trainingspak meegebracht.

Hij deed de sabel die Juan hem gegeven had aan de riem om zijn buik.
Hij voelde dat hij de laatste tijd behoorlijk aangekomen was. Zenuwen, dacht hij. Stress en zenuwen. Manager zijn, missionaris zijn, vraagt een hoge tol.




De Chef liep de gymzaal in. Hij probeerde te bwegen als Antonio Banderas. Die had gisteren gezien in de film The Mask of Zorro. Hij voelde zich stoer.
Hij zag Juan niet.
Hij keek om zich heen.
Hij overwoog om Juan te roepen, maar daar kreeg hij de kans niet voor.
Hij voelde een duw in zijn rug en viel met een harde klap op de grond. Onmiddellijk voelde hij een stuk koud staal tegen zijn keel.
‘Muerte senor. Jij bent dood als vogeltje’, riep Juan.
‘Dat doet pijn’, zei de Chef.
‘Si. Naturellemente. Goede managers hebben ojos van voren en van achteren. Goede managers weten dat medewerkers aanvallen. Todavia’, zei Juan.
Juan haalde de sabel weg.
‘Andale’, zei Juan, 'Niet bewegen als Banderas, dat ies domme Zorro.'
Juan dacht aan Speedy Gonzalez. Arriba, arriba, andale dat had hij eerder gehoord.
‘In positie’, zei Juan.
De Chef pakte zijn sabel en nam de gevechtshouding aan.
‘Management is leven of sterven’, riep Juan, ‘Zorro sterft nooit. Zorro leeft forever.’
Juan viel voorzichtig aan.
Voordat de Chef het zich goed en wel realiseerde was hij in heftig sabelgevecht met Juan verwikkeld. Hij verdedigde zich zo goed mogelijk. De harde slagen van Juan op zijn sabel zorgden voor een heftige pijn in de spieren van arm. Het zweet gutste hem van zijn voorhoofd.
‘Halto’, riep de Chef.
‘Een manager geeft nooit op. Dood of gladiolen’, riep Juan.
‘Gerrie Kneteman is dood’, riep de Chef.
‘De adelaar van Toledo reed altijd door’, riep Juan.





‘Inca’s weten niets van fietsen’, riep de Chef terwijl hij nu ook pijn in zijn rug kreeg.
‘Maar wel alles van management’, riep Juan die zijn inspanningen verhoogde.
De Chef viel op de grond.
‘Jij moet veel studeren. Jij bent slappe zak watten’, zei Juan.
De Chef vroeg zich af of hij nu beledigd moest zijn of dat dit een goede les was.
‘Wat heb jij geleerd?’ vroeg Juan.
‘Een manager geeft nooit op’, zei de Chef.
‘Si, een manager vecht tot de dood’, zei Juan.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 5 juli 2005
Suzanne keek graag naar Dr. Phil.



Hij had zulke goede tips. Laatst nog voor iemand die net als zij getrouwd was met een trucker die altijd on the road was. Hij had toen gezegd dat die vrouw met haar man kon meegaan. Suzanne had dit weekend aan Frits voorgesteld dat ze volgende week met hem mee zou gaan. Frits had haar raar aangekeken en gezegd dat hij dat niet zag zitten. Ze was ziek. Met die ME wist je nooit wat er zou gebeuren. Moe zijn kon niet onderweg.
Vandaag keek ze weer naar Dr. Phil. Dr. Phil zei dat als je eenzaam bent je erop uit moet gaan. Dat er genoeg mogelijkheden zijn om nieuwe contacten op te doen. Je zou bijvoorbeeld bij een tennisclub kunnen gaan. Suzanne had vroeger wel getennist. Ze was er behoorlijk goed in. Ze had zich in die jaren gespiegeld aan Chris Evert. Die vond ze geweldig.



Later, toen ze Frits leerde kennen, was ze ermee gestopt. Frits vond het allemaal kaklui op de tennisbaan. Vier jaar geleden had ze nog met kantoor getennist. Op een sportdag. Ze zat toen nog op een andere afdeling. De Chef was nog geen Chef geweest. Ze was toen tweede geworden. Ze had toen nog geen ME.
Toen Dr. Phil afgelopen was, zocht ze in het telefoonboek naar tennisverenigingen. Ze ontdekte dat er een club heel dicht bij was. Impulsief draaide ze het nummer van ‘Topspin, tennisvereninging voor jong en oud’.
‘Met Donkers’, zei een stem.
‘Is dit de tennisclub?’ vroeg Suzanne die schrok van de stem aan de andere kant van de lijn.
‘Ja hoor, spreekt u mee’, zei Donkers.
‘Kan ik lid worden?’ vroeg Suzanne.
‘Graag. We zien graag nieuwe mensen komen’, zei Donkers.
Suzanne maakte een afspraak met Donkers voor de volgende dag.
Morgenochtend moest ze eerst naar de bedrijfsarts en dan zou ze daarna naar de tennisclub gaan.
Ze huilde toen ze de telefoon neerlegde.
Bedroefd maakte ze een postje haar weblog.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 5 juli 2005
’10,5 kilo eraf. Een grens overschreden’, zei Alex.
‘Goed man’, zei Paul.
‘Viel me tegen. Thuis was het beter. Wellicht dat volgende week een afrekening volgt. Ik bestel voor volgende week 12,8 kilo eraf.’
Alex keek naar buiten.
Het regende weer eens keihard.
Een zomer vol met regen.
Dit weer hoorde bij zitten op een camping in een tent die al een beetje begon te lekken.



Het camping gaz brandertje dat niet anders dan met grote moeite wilde gaan branden. Een kaarsje op het brandertje om de duisternis in de tent een beetje weg te jagen. En ’s nachts koude botten ondanks een dikke slaapzak die volledig klam was geworden door de regen.
Alex voelde zich somber.
Hij wilde nu met vakantie.
Naar een warm land.
Weg van het kantoor.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 4 juli 2005
‘En?’
‘Gezakt. Nat tot op mijn botten en nog gezakt ook.’
‘Zonde.’
‘Ik reed te langzaam in de regen. Ze willen durf zien.’
‘Jammer.’
‘Het zijn hondekoppen. Ik zocht die examinator met google. Ik vond de gek ook nog. Ik denk dat ik hem met foto ergens ga neerzetten.’
‘In zijn blootje in de regen.’
‘Goed plan.’
Alex was teleurgesteld en boos.
‘Voor vandaag is de motivatie echt minder dan nul’, zuchtte hij.
‘Kop op, we doen muziek en tellen de dagen’, zei Paul die weer beter was.
‘Je hebt gelijk. Er zijn ergere dingen’, zei Alex.
‘Zo is het’, zei Paul.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 4 juli 2005
‘Vandaag is het zover’, zei Alex.
‘Afrijden?’ vroeg Metalkid.
‘Straks om twee uur. Dan is het wel weer droog’, zei Alex.
‘Ach van regen wordt je alleen maar nat’, zei Metalkid.
‘Dat is waar en daar is nog niemand ooit van dood gegaan.’
‘Veel succes. Ik hoor het morgen wel. Kom je dan al op de motor?’
‘Nee, eerst op vakantie en dan eens rond kijken voor een motor.’
‘Nog een week toch?’
‘Ja, nog een zes dagen. Het is stil vandaag Paul is nog steeds ziek. Het sportweekend heeft hem teveel uitgeput. Gelukkig had ik Tom Boonen wel op mijn koerslijst.’



‘Ja, die moet je er wel bij hebben. Vandaag maakt hij weer kans.’
‘Zag jij de Chef al?’
‘Nee, die is er ook niet.’
‘Zeker op managementcursus.’
‘Met die maffe Inca die hier rondloopt.’
‘Laten we maar een muziekje doen.’
‘Ok, hier is Darkane.'
'Laat maar komen.'



Layers of Lies schalde door de kamer.
'Goed man', zei Alex.
'Ja gaat wel', zei Metalkid.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 3 juli 2005
Suzanne was vannacht wakker geworden omdat ze het heel erg koud had. Ze rilde. Frits had twee weken geleden het dekbed weggehaald. Hij vond het te warm. Hij had niet gemerkt dat het weer veel kouder was geworden, omdat hij gisteravond heel veel bier had gedronken. Twee vrienden waren op bezoek gekomen. Ze hadden de hele avond over voetbal en motoren gepraat. Over Dirk Kuijt die bij Feijenoord weg zou gaan en over Kalou die wel of niet voor PSV zou gaan spelen.
Suzanne had zich dood verveeld.
Ze had naar Live8 willen kijken. Naar Duran Duran. Dat vond ze vroeger heel erg goed. Maar de mannen hadden hard gepraat en gelachen waardoor ze het geluid van de tv niet meer kon horen. Ze was vroeg naar bed gegaan. Het was half drie toen ze van de kou wakker werd. Kennelijk was ze bang voor het bezoek aan de bedrijfsarts dat haar deze week stond te wachten. Ze voelde zich ziek. Ze voelde zich moe. Toen ze het dekbed had teruggelegd had Frits niets gemerkt. Hij sliep zijn alcoholische slaap.
Vandaag was hij om elf uur wakker geworden. De hele dag had hij voor de televisie gezeten. Alleen maar sport. Hij had niets gezegd. Toen Suzanne iets tegen hem wilde zeggen had hij gezegd: ‘Hou je mond, het is spannend.’
Suzanne begreep niet wat er spannend was aan auto’s die alleen maar rondjes reden. Als zij met de auto wegging ging ze ergens naar toe. Deze mannen reden wel, maar kwamen telkens weer op hetzelfde punt uit.
Ze was vanmiddag gaan wandelen en had op een bankje aan het water gezeten.
Ze had heel even gedacht aan Leonard Cohen.



Suzanne takes you down to
her place near the river
You can hear the boats go by
You can spend the night beside her

Vroeger hadden ze haar met dat liedje geplaagd.
Nu voelde ze zich echt verdrietig.
Thuis schreef ze nog iets in haar weblog.
Ze hoopte vandaag dat Frits snel zou wegrijden in zijn truck.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 3 juli 2005
Paul had heerlijk geslapen.
Hij had gedroomd van de Chef in een Zorro pak.
Hij twijfelde nog steeds of hij dat wel goed gezien had.
Toen hij zijn dochter vrijdag naar de manege bracht had hij een man in een Zorro pak op een paard gezien. Hij had niet dichterbij durven komen, omdat hij er zeker van was dat het de Chef was. En hij was immers ziek.
Maar wat doet de Chef in een Zorro pak op een oud paard in de buitenbak?
Paul had er zaterdag veel over nagedacht, maar een oplossing had hij nog niet gevonden.

In ieder geval had de week ziek zijn had hem goed gedaan. Hij was lekker uitgerust. Vandaag werd een drukke dag. Een van de drukste dagen van het jaar. Gelukkig zat alles goed in zijn spreadsheets. Hij had voor vandaag superprijzen als je de triple goed had. Alex had alle ingelegde bedragen keurig aan hem doorgebeld. Formule 1, de finale van Wimbledon en de Tour de France tegelijk. Het beloofde een fijne dag te worden. Gelukkig was het niet zo zonnig als beloofd. Het leek zelfs te gaan regenen. Hij surfte voor zichzelf nog even naar mrbookmaker en zette nog een paar euro op Roddick.



Roddick maakte naar zijn mening een buitengewoon goede kans.
Paul vroeg zich af of hij zich morgen alweer beter zou melden.
Hij keek naar buiten.
Ook in de tuin was nog genoeg te doen.
En de vakantie stond ook al voor de deur.
Hij besloot morgen nog een tuindag te houden.
Hij stuurde een smsje aan Alex dat hij morgen ook nog ziek zou zijn.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment. (0)Zaterdag 2 juli 2005
Het was een ramp.
De vergadering met het Hoogste Orgaan liep helemaal mis.
Het Hoogste Orgaan had gezegd dat hij overwoog het kantoor op te heffen.
Dat er weinig productiviteit gezien werd op het Kantoor.
Dat het de schuld was van de Opperchef.
De Opperchef had de schuld gegeven aan de Chef.
De Chef had vlekken in zijn nek gekregen.
Hij had niet meer aan Zorro gedacht.
Hij had ook het Hoogste Orgaan niet in zijn gelaat gespoegd.
De Chef kreeg ter plekke hoofdpijn en had niet veel meer kunnen zeggen.
Over een half jaar zou worden bezien of de voorgestelde fusie tussen de twee kantoren echt door zou gaan.
Ze hadden tot die tijd nog de kans om de prestaties te verbeteren.

Vandaag had de Chef tot laat in bed gelegen.
Hij was doodmoe.
Hij was onzeker.
Hij wou dat Tuulykkie bij hem was.
Of dat Juan hem nog meer les zou geven.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 1 juli 2005
De Chef was vrijdagmorgen om precies half tien bij de manege. Toen hij aan kwam lopen zag hij Juan in de buitenbak met een mooi zwart paard aan de teugel.
‘Goedemorgen’, zei de Chef.
‘Beunas dias’, zei Juan, ‘Eso es Tornado.’
De Chef herinnerde zich weer de Disney serie met Guy Williams.



Hij voelde zich ruim dertig jaar jonger en zat rond zeven uur te kijken naar TV Noordzee. Zorro was zijn favoriet. Net als Dr. Ben Casey. Hij had toen nog gedacht dat hij een dokter als Ben Casey zou worden. Niet in een wit pak, maar in een zwart Zorro kostuum zou hij het onrecht de wereld uit helpen. Nu was hij Chef. Zijn vader en moeder hadden gehuild toen ze hoorden dat hun zoon bij het Kantoor was gaan werken. De Chef dacht nu dat ze toch trots zouden zijn als hij nu toch nog Zorro zou kunnen zijn.
‘Zorro no es bang. Zorro is onverschrokken. Zorro doet goed’, zei Juan.
‘Zeker weten’, zei de Chef.
‘Net als managers. Managers kunnen niet bang zijn. Managers zijn sterk’, zei Juan.
De Chef knikte. Hij raakte opnieuw onder de indruk van de aanpak van Juan.
‘Repito, de les van gisteren’, zei Juan.
De Chef dacht na.
Oh ja, spugen als lama.
‘Spugen als een lama als ze geen respect voor mij hebben’, zei de Chef.
‘Muy bien, spoegen, jij bent een goede estudiante’, zei Juan. ‘Hoy tweede les. Jij eerst omkleden.’
Juan gaf de Chef een koffer.
‘Ier is die Zorro kostuum’, zei Juan, ‘omkleden kan daar achter.’
De Chef liep naar de achterkant van de manege. Hij vond een deur waarop stond kleedkamer. Hij liep naar binnen en zag houten banken langs de kanten staan. Daarboven kledinghaken. De herinnering aan vroeger kwam weer naar boven. Het gymlokaal. De Chef schudde zijn hoofd. Niet aan denken, dacht hij.
Hij maakte de koffer open en zag een glanzende zwarte cape, een zwarte broek, zwarte laarzen, een Zorro hoed en het oogmasker. Hij twijfelde even. Was dit niet erg belachelijk? Of paste het gewoon in de moderne visie op management. Van gebouwen abseilen aan een touw, bergbeklimmen, kayakken en noem maar op hoorde er ook bij, dus waarom Zorro niet. De Chef aarzelde niet meer. Hij hing zijn colbert aan de kledinghaak. Jammer, dat er geen knaapjes waren, dacht hij. Hij was bang voor vouwen in zijn colbert. Hij vermande zich en binnen een paar minuten had hij het Zorro pak aan. Hij deed het oogmasker om en zette zijn Zorro hoed op.
Hij liep naar buiten. Hij voelde zich toch wat ongemakkelijk. Gelukkig was het nog vroeg.
‘Is eel goed’, riep Juan, ‘Jij fantastico. Voel die kracht van de Zorro-pak.’
De Chef rechtte zijn rug. Hij voelde zich sterker worden.
‘Nu jij op die paard en rijden door bak. Eerst gewoon lopen, later draf en galop’, zei Juan.
‘Paardrijden kan ik niet’, zei de Chef.
‘Zorro niet bang, Zorro nooit bang’, zei Juan, ‘Ik goed coaching.’
De Chef trilde van binnen toen hij naar het paard liep.
‘Opstijgen, Zorro niet bang’, riep Juan.
De Chef zag in gedachten Guy Williams op het paard springen.
Gewoon doen, dacht hij.
Hij pakte de teugels in zijn hand, zette zijn voet in de stijgbeugel en Tornado liep weg.
De Chef viel op zijn rug in de bak.
Gelukkig was er zachte grond.
‘Angst overwinnen is importante’, zei Juan.
‘Ja, dat klopt, maar je moet iets ook kunnen’, zei de Chef.
‘Als jij denkt dat je het niet kan, lukt het niet’, zei Juan.
De Chef liep weer naar Tornado toe die inmiddels door Juan weer aan de teugel werd gehouden.
‘Opnieuw’, zei Juan.
De Chef zette zijn been in de stijgbeugel en probeerde het opnieuw.
Tornado voelde het amateurisme van zijn aanstaande berijder haarfijn aan en sloeg met de achterbenen.
‘Wij gaan eest ander paard rijden’, zei Juan.
Even later kwam hij terug met een heel groot dik paard.



‘Eso es Candy’, zei hij.
Candy het oudste paard op de manege was oud, dik en sloom.
Candy vond alles goed.
Ook dat de Chef op haar rug ging zitten.
Juan gaf de Chef een zetje en even later zat de Chef op Candy.
Hij trilde nog steeds.
‘Rijden’, zei Juan.
Candy stapte langzaam door de bak. Candy wist hoe ze moest lopen. Candy liep dit rondje al zeker vijftien jaar. Candy liep nooit sneller dan haar eigen langzame pas.
‘Wat is die les van vandaag?’ riep Juan.
‘Zorro is nooit bang’, riep de Chef terug.
‘Correcto’, zei Juan.
‘Ik ben niet bang’, riep de Chef.
‘Zo is het. No fear’, riep Juan.
Het paard draaide braaf zijn rondjes.
Na een tijdje zei Juan:’Ies goed, stop.’
De Chef stapte af.
‘Later vandaag heb ik nog die afspraak met het Hoogste Orgaan’, zei de Chef.
‘No fear’, zei Juan, ‘Iek ga met jou mee.’
‘Dan ga ik mij omkleden’, zei de Chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 1 juli 2005
‘Zo is het. Jij bent beter als hamer dan spijker’, zei Juan tegen de Chef.
De Chef waardeerde Juan nu al.
Hij was blij dat Herman Boswinkel zulke goede leerlingen had.
‘Als iemand geen respetto geeft, dan spoeg jij hem in gezicht als lama’, zei Juan.
De Chef keek nu met grote ogen naar Juan.
‘Jullie Ollanders weten oe dat moet. Kijk maar naar die Rijkaard.



Spoegen als er geen respetto is. Reconstruo die normen en waarden’, ging Juan verder, ‘Ik doe voor.’
Juan stond op en richtte zich op de palmboom in de kamer van de chef.
‘No respetto, flats’, riep hij.
Hij spoog een dike klodder op de palm.
‘Lama is trots beest. Inca’s zijn trots volk’, zei Juan, ‘Nu samen. Sta op.’
De Chef stond op en ging naast Juan staan.
‘Ik tel uno dos tres en dan flats’, zei Juan.
‘Ik probeer het’, zei de Chef.
‘Niet proberen, doen, jij kant het’, zei Juan.
‘Ik kant het’, zei de Chef.
Juan stak een hand op en telde:
Uno.
Dos.
Tres.
En flats.
De klodder van de Chef was nog niet de helft zo groot als de klodder van Juan.
‘Oefenen’, zei Juan, ‘Iedere dag zeker vijf keer. Goede managementvaardigheid. Je wordt later entrenador de Barcelona.’
‘Ik kant het’, zei de Chef.

Juan ging weer zitten.
‘Verder moet jij el Sol adoreren. El Sol is power. Sol is jouw amigo. Goed is op strand oefeningen te doen.’
De Chef dacht even aan de oefeningen die hij op dit weekend op het strand had gedaan.
‘Dat kan ik redelijk goed’, zei de Chef.
‘Muy Bien en dan volgende is die Zorro management’, zei Juan.
‘Zorro management?’
‘Si, jij doet zwarte cape, zwarte hoed, zwarte broek en zwarte ojos aan en jij is Zorro. Zorro is held. Zorro komt op voor waarden en normen’, zei Juan.
‘Zorro?’
‘Morgen, venga a manege en dan wij doen oefeningen voor Zorro’, zei Juan.
‘Moet ik dan zelf die zwarte cape kopen?’
‘No, no, ik heb cape’, zei Juan die plotseling opsprong een zwaard uit zijn rugzak tevoorschijn toverde en bliksemsnel een Z in de deur kerfde.
‘Zorro heeft respetto’, zei Juan.

Ze spraken af om half tien morgenochtend op die manege.
De Chef bracht Juan naar beneden.
‘Oefen die spoegen veel’, zei Juan toen de Chef een hand gaf.
‘Ik ga dat zeker doen’, zei de Chef.

De Chef ging achter zijn bureau zitten en keek naar de grote Z in de deur.
Hij hoopte dat zijn collega van de Huisdienst voorlopig niet op zijn kamer zou komen.
Als de Opperchef hoorde van de Z, zou dat zeker problemen geven.
Hoewel, hij kon natuurlijk ook de Opperchef in het gezicht spoegen.

(wordt vervolgd)

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 1 juli 2005
Juan Calderon woonde vier jaar in Nederland.
Hij was als panfluitende Inca gekomen. Na zes maanden op tochtige pleinen te hebben gestaan met truien, cd’s en zijn panfluit had hij in de Sauna Herman Boswinkel ontmoet. Herman had hem snel wegwijs gemaakt in de wereld van managementtrainingen. Het enige wat hij voor Herman’s wijze lessen hoefde te doen was af en toe het bed met Herman te delen. Dat was voor Juan geen bezwaar geweest. Herman was een redelijk stevige minnaar en Juan lag liever bij Herman in bed dan dat hij in de koopgoot stond te panfluiten.



Juan was aan de slag gegaan en had zijn eigen unieke management instrumenten ontwikkeld. Panfluit, Zorro, lama en Inca’s stonden centraal in zijn visie.

Om precies negen uur meldde Juan zich bij Christien aan de balie.
‘Buenas Dias’, zei Juan.
‘Goedemorgen zeggen wij hier hoor’, zei Christien.
‘Si effectivemente’, zei Juan, ‘Ik ga spreken met die Cheffe.’
‘Oh’, zei Christien.
Ze belde de chef en even later kwam de Chef Juan ophalen.

‘U heeft een grande officio’, zei Juan.
‘Ja, ik ben er ook erg proud op’, zei de Chef.
‘Elementar’, zei Juan.
‘Wat?’ vroeg de Chef.
‘Pride is the beginning’, zei Juan.
‘Juist’, zei de Chef, ‘Ik mis dat bij mijn mensen.’
‘Spirito is nodig’, zei Juan.
‘Juist spirit’, zei de Chef.

Juan ging zitten.
‘Vertel mij maar de problemen’, zei Juan.
De Chef vertelde een uur lang aan 1 stuk door. Over Alex, die hem gisteren geschoffeerd had, over Jochem die hem voortdurend voorspiegelde dat hij niets wist, over Michael die agressie over hem uitgoot, over Paul die nu ziek was omdat hij om half zes op vrijdagavond niet naar het Hoogste Orgaan wilde voor een vergadering, over Karel die altijd loog, over Jim die naakte mannen op zijn kamer had hangen, over Kylykie die weg was en die hij miste, over Tuulykkie die hij aanbad, over thuis, over zijn vrouw, over Rita die zich voortdurend opdrong, over de kinderen die brutaal waren, over zijn fiets die hij zondag op het station vergeten was, over alles.
‘Jij mist centrum’, zei Juan.
‘Centrum?’
‘Ja, die focus is weg uit jouw life’, zei Juan, ‘Wij gaan in snelle les die focus vinden.’
Juan haalde zijn panfluit uit zijn rugzak.
‘Eerst muziek’, zei Juan.
Hij zette de fluit aan zijn mond en begon te spelen.
El Condor Pasa.



De chef herkende het nummer.
Juan speelde onweerstaanbaar.
De chef zong mee.
I’d rather be a hammer than a nail.

(wordt vervolgd)

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 1 juli 2005
‘Laat mij duidelijk maken dat ik geen oud gedrag wil vandaag. We zitten in een moderne organisatie. Een organisatie die vooruit wil. Ik wil comitment en positief denken. Dat spreken we af’, zei de Chef.



De deelnemers aan de vergadering keken elkaar aan.
Sommigen haalden hun schouders op.
De mensen van de andere afdeling die er vandaag bij waren keken verschrikt.
Ze hadden wel veel gehoord over de Chef, maar hem nog niet eerder meegemaakt.
Ze wisten niet of ze nu moesten reageren of niet. Het gevoel toegesproken te worden als in een kleuterklas hadden zij al lang niet meer gehad.
Voor Alex was het gewoon.
Hij dacht wel even na.
Hij keek naar Jochem en zei toen toch maar: ‘Je gedraagt je alsof wij eenvoudigen van geest zijn. Je zou beter moeten weten. Als het zo moet doe ik niet meer mee.’
De Chef voelde het bloed al naar zijn hoofd stijgen.
Jochem zei:’Ik ondersteun dat.’
Hij richtte zich nu tot de Chef en zei: ‘Ik begrijp werkelijk niet wat jouw opmerkingen er op dit moment toe doen.’
De Chef hield zich goed.
‘We gaan dan nu direct naar de inhoud’, zei hij.
Maar het hielp niet.
De geest was al uit de fles.
‘Je praat over trots zijn op je vak, maar geld voor opleidingen is er niet.’
‘Je praat over de volgende reorganisatie terwijl deze nog niet eens af is.’
‘Ik wil niet meer iedere drie maanden verhuizen.’
‘Ik doe al jaren werk dat onder mijn niveau is.’
Zo ging het door.
Het stopte niet meer.
Wat hij ook deed.
De vergadering was onbeheersbaar.
‘Zullen we pauzeren?’ vroeg de Chef.
‘We zijn net begonnen’, zei Alex.
‘Ik hoef ook geen pauze’, zei Jochem, ‘Ik wil weten wat jouw visie is.’
De Chef werd nu kwaad.
‘Als jullie niet positief willen denken, ga dan weg.’
Alsof het afgesproken was, stonden ze allemaal tegelijk op.
Ze liepen in ganzenpas de vergaderzaal uit.
‘Tot later’, zei Alex met een glimlach om zijn mond.
De Chef ging zitten.
Hij staarde naar de flappen aan de muur en begreep niet waarom het weer mislukt was. Hij pakte zijn mobiele telefoon en belde het nummer van Herman Boswinkel.
‘Dit is de voicemail van Herman Boswinkel. Wij zijn tot eind augustus op vakantie. Heeft u een dringende coachingsvraag, bel dan met het bureau: ‘Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is’. Dit bureau begeleidt alle leiderschapsstijlen tegen zeer scherpe tarieven.’
De Chef schreef werktuiglijk het nummer van het bureau op.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 30 juni 2005
‘Zo is het. Jij bent beter als hamer dan spijker’, zei Juan tegen de Chef.
De Chef waardeerde Juan nu al.
Hij was blij dat Herman Boswinkel zulke goede leerlingen had.
‘Als iemand geen respetto geeft, dan spoeg jij hem in gezicht als lama’, zei Juan.
De Chef keek nu met grote ogen naar Juan.
‘Jullie Ollanders weten oe dat moet. Kijk maar naar die Rijkaard.



Spoegen als er geen respetto is. Reconstruo die normen en waarden’, ging Juan verder, ‘Ik doe voor.’
Juan stond op en richtte zich op de palmboom in de kamer van de chef.
‘No respetto, flats’, riep hij.
Hij spoog een dike klodder op de palm.
‘Lama is trots beest. Inca’s zijn trots volk’, zei Juan, ‘Nu samen. Sta op.’
De Chef stond op en ging naast Juan staan.
‘Ik tel uno dos tres en dan flats’, zei Juan.
‘Ik probeer het’, zei de Chef.
‘Niet proberen, doen, jij kant het’, zei Juan.
‘Ik kant het’, zei de Chef.
Juan stak een hand op en telde:
Uno.
Dos.
Tres.
En flats.
De klodder van de Chef was nog niet de helft zo groot als de klodder van Juan.
‘Oefenen’, zei Juan, ‘Iedere dag zeker vijf keer. Goede managementvaardigheid. Je wordt later entrenador de Barcelona.’
‘Ik kant het’, zei de Chef.

Juan ging weer zitten.
‘Verder moet jij el Sol adoreren. El Sol is power. Sol is jouw amigo. Goed is op strand oefeningen te doen.’
De Chef dacht even aan de oefeningen die hij op dit weekend op het strand had gedaan.
‘Dat kan ik redelijk goed’, zei de Chef.
‘Muy Bien en dan volgende is die Zorro management’, zei Juan.
‘Zorro management?’
‘Si, jij doet zwarte cape, zwarte hoed, zwarte broek en zwarte ojos aan en jij is Zorro. Zorro is held. Zorro komt op voor waarden en normen’, zei Juan.
‘Zorro?’
‘Morgen, venga a manege en dan wij doen oefeningen voor Zorro’, zei Juan.
‘Moet ik dan zelf die zwarte cape kopen?’
‘No, no, ik heb cape’, zei Juan die plotseling opsprong een zwaard uit zijn rugzak tevoorschijn toverde en bliksemsnel een Z in de deur kerfde.
‘Zorro heeft respetto’, zei Juan.

Ze spraken af om half tien morgenochtend op die manege.
De Chef bracht Juan naar beneden.
‘Oefen die spoegen veel’, zei Juan toen de Chef een hand gaf.
‘Ik ga dat zeker doen’, zei de Chef.

De Chef ging achter zijn bureau zitten en keek naar de grote Z in de deur.
Hij hoopte dat zijn collega van de Huisdienst voorlopig niet op zijn kamer zou komen.
Als de Opperchef hoorde van de Z, zou dat zeker problemen geven.
Hoewel, hij kon natuurlijk ook de Opperchef in het gezicht spoegen.

(wordt vervolgd)

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 30 juni 2005
Juan Calderon woonde vier jaar in Nederland.
Hij was als panfluitende Inca gekomen. Na zes maanden op tochtige pleinen te hebben gestaan met truien, cd’s en zijn panfluit had hij in de Sauna Herman Boswinkel ontmoet. Herman had hem snel wegwijs gemaakt in de wereld van managementtrainingen. Het enige wat hij voor Herman’s wijze lessen hoefde te doen was af en toe het bed met Herman te delen. Dat was voor Juan geen bezwaar geweest. Herman was een redelijk stevige minnaar en Juan lag liever bij Herman in bed dan dat hij in de koopgoot stond te panfluiten.



Juan was aan de slag gegaan en had zijn eigen unieke management instrumenten ontwikkeld. Panfluit, Zorro, lama en Inca’s stonden centraal in zijn visie.

Om precies negen uur meldde Juan zich bij Christien aan de balie.
‘Buenas Dias’, zei Juan.
‘Goedemorgen zeggen wij hier hoor’, zei Christien.
‘Si effectivemente’, zei Juan, ‘Ik ga spreken met die Cheffe.’
‘Oh’, zei Christien.
Ze belde de chef en even later kwam de Chef Juan ophalen.

‘U heeft een grande officio’, zei Juan.
‘Ja, ik ben er ook erg proud op’, zei de Chef.
‘Elementar’, zei Juan.
‘Wat?’ vroeg de Chef.
‘Pride is the beginning’, zei Juan.
‘Juist’, zei de Chef, ‘Ik mis dat bij mijn mensen.’
‘Spirito is nodig’, zei Juan.
‘Juist spirit’, zei de Chef.

Juan ging zitten.
‘Vertel mij maar de problemen’, zei Juan.
De Chef vertelde een uur lang aan 1 stuk door. Over Alex, die hem gisteren geschoffeerd had, over Jochem die hem voortdurend voorspiegelde dat hij niets wist, over Michael die agressie over hem uitgoot, over Paul die nu ziek was omdat hij om half zes op vrijdagavond niet naar het Hoogste Orgaan wilde voor een vergadering, over Karel die altijd loog, over Jim die naakte mannen op zijn kamer had hangen, over Kylykie die weg was en die hij miste, over Tuulykkie die hij aanbad, over thuis, over zijn vrouw, over Rita die zich voortdurend opdrong, over de kinderen die brutaal waren, over zijn fiets die hij zondag op het station vergeten was, over alles.
‘Jij mist centrum’, zei Juan.
‘Centrum?’
‘Ja, die focus is weg uit jouw life’, zei Juan, ‘Wij gaan in snelle les die focus vinden.’
Juan haalde zijn panfluit uit zijn rugzak.
‘Eerst muziek’, zei Juan.
Hij zette de fluit aan zijn mond en begon te spelen.
El Condor Pasa.



De chef herkende het nummer.
Juan speelde onweerstaanbaar.
De chef zong mee.
I’d rather be a hammer than a nail.

(wordt vervolgd)

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 29 juni 2005
De Chef had slecht geslapen.
Hij had gedroomd over de vergadering van gisteren.
Hij had ze allemaal op hem zien afkomen, zwaaiend met stokken en bijlen.
Ze wilden op hem inhakken.
‘Stop, stop’, riep hij.
Op dat moment voelde hij een por in zijn rug.
‘Kan het nou stil zijn. Ophouden met deze flauwekul?’ zei de vrouw van de Chef.
De Chef voelde dat zijn bed nat was.
Angstzweet.
‘Ik had een nachtmerrie’, zie hij tegen zijn vrouw.
‘Ja en ik wil stilte’, had ze gezegd.
Hij was opgestaan en maar weer eens op het toilet gaan zitten. Het raampje in de badkamer stond open. Een koel briesje waaide naar binnen. Hij ontspande weer. Na een klein kwartiertje op het toilet ademhalingsoefeningen gedaan te hebben, sloop hij naar boven. Hij besloot de email van Tuulykkie eerst te beantwoorden. Hij schreef dat hij haar lief vond. Dat hij haar graag wilde zien. Dat ze op kantoor voorzichtig moesten zijn en dat hij over haar gedroomd had.
Daarna zocht naar de site van het bureau ‘Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is’, maar ze bleken in ieder geval op internet nog niet te bestaan.
Hij besloot morgenochtend er een telefoontje aan te wagen.

Om precies half tien belde hij met het bureau.
‘Juan Calderon’, zei de stem aan de andere kant.



‘Bent u van het managementbureau Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is?’ vroeg de Chef.
‘Si, ayuda everybody’, zei Juan.
‘Ik wil met u praten over mijn leiderschapsstijl’, zei de Chef.
‘No problem’, zei Juan.
‘Wanneer kunt u?’
‘Immediatemente’, zei Juan.
‘Nou dat is mooi’, zei de Chef, ‘Morgen kan dat?’
‘Manana helemaal goed’, zei Juan.
Even bekroop de Chef een naar gevoel.
Helemaal goed?
Juan leek al aardig ingeburgerd.
‘Ik kom naar uw kantoor’, zei de Chef.
‘No, ik kom bij U. Analyse the work space es muy importante’, zei Juan.
‘Ok, negen uur.’
‘Muy bien.’
‘Hasta manana’, zei de Chef.
Hij voelde zich groeien.
Hij voelde zich een wereldburger.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 28 juni 2005
‘Laat mij duidelijk maken dat ik geen oud gedrag wil vandaag. We zitten in een moderne organisatie. Een organisatie die vooruit wil. Ik wil comitment en positief denken. Dat spreken we af’, zei de Chef.



De deelnemers aan de vergadering keken elkaar aan.
Sommigen haalden hun schouders op.
De mensen van de andere afdeling die er vandaag bij waren keken verschrikt.
Ze hadden wel veel gehoord over de Chef, maar hem nog niet eerder meegemaakt.
Ze wisten niet of ze nu moesten reageren of niet. Het gevoel toegesproken te worden als in een kleuterklas hadden zij al lang niet meer gehad.
Voor Alex was het gewoon.
Hij dacht wel even na.
Hij keek naar Jochem en zei toen toch maar: ‘Je gedraagt je alsof wij eenvoudigen van geest zijn. Je zou beter moeten weten. Als het zo moet doe ik niet meer mee.’
De Chef voelde het bloed al naar zijn hoofd stijgen.
Jochem zei:’Ik ondersteun dat.’
Hij richtte zich nu tot de Chef en zei: ‘Ik begrijp werkelijk niet wat jouw opmerkingen er op dit moment toe doen.’
De Chef hield zich goed.
‘We gaan dan nu direct naar de inhoud’, zei hij.
Maar het hielp niet.
De geest was al uit de fles.
‘Je praat over trots zijn op je vak, maar geld voor opleidingen is er niet.’
‘Je praat over de volgende reorganisatie terwijl deze nog niet eens af is.’
‘Ik wil niet meer iedere drie maanden verhuizen.’
‘Ik doe al jaren werk dat onder mijn niveau is.’
Zo ging het door.
Het stopte niet meer.
Wat hij ook deed.
De vergadering was onbeheersbaar.
‘Zullen we pauzeren?’ vroeg de Chef.
‘We zijn net begonnen’, zei Alex.
‘Ik hoef ook geen pauze’, zei Jochem, ‘Ik wil weten wat jouw visie is.’
De Chef werd nu kwaad.
‘Als jullie niet positief willen denken, ga dan weg.’
Alsof het afgesproken was, stonden ze allemaal tegelijk op.
Ze liepen in ganzenpas de vergaderzaal uit.
‘Tot later’, zei Alex met een glimlach om zijn mond.
De Chef ging zitten.
Hij staarde naar de flappen aan de muur en begreep niet waarom het weer mislukt was. Hij pakte zijn mobiele telefoon en belde het nummer van Herman Boswinkel.
‘Dit is de voicemail van Herman Boswinkel. Wij zijn tot eind augustus op vakantie. Heeft u een dringende coachingsvraag, bel dan met het bureau: ‘Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is’. Dit bureau begeleidt alle leiderschapsstijlen tegen zeer scherpe tarieven.’
De Chef schreef werktuiglijk het nummer van het bureau op.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 28 juni 2005
‘9,4 kilo, valt een beetje tegen’, zuchtte Alex.
‘Zonde. Komt zeker door de warmte?’
‘Nee, teveel kersen gegeten. Kersen vallen niet onder fruit. Ik had even niet goed opgelet bij de lessen van de gewichtsdeskundige.’
‘Voortaan maar weer aardbeien.’
‘Zo is het en kiwi, maar daar word je impotent van. Grapefruit trouwens ook.’
‘Ik zag de chef lopen met een pak grapefruitsap.’
‘Volgens mij is hij gestresst.’
‘Komt van die vergadering van vrijdagavond. Gelukkig ben ik nu ziek en word ik pas maandag weer beter.’
‘Vandaag heb je nog mooi weer, hou je taai.’
‘Doe ik, we boxen.’
‘We boxen.’
Alex legde de telefoon op de haak.
Een rustige middag wachtte.
Hij had twee muziekbladen gekocht en was benieuwd naar de cd's.
Nog twee weken tot de vakantie.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 27 juni 2005
Jochem knikte.
Hij had het derde teken van leven net gelezen.
Dat klopte.
Precies zoals hij het voelde.
Hij had de foto’s van de chef op het strand veilig opgeborgen.
‘Hoogmoed komt op het juiste moment voor de val, zo is het en niet anders’, zei hij zachtjes tegen zichzelf.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 27 juni 2005
‘Heb jij die NRC webquiz al gedaan vandaag’, vroeg Alex aan Paul.



Paul gaf geen antwoord.
Hij staarde naar zijn scherm.
‘Paul, ben je er nog?’
‘Eh, oh ja, sorry man, ik was even weg, helemaal weg.’
‘Wat is er aan de hand?’
‘Weet je wat die idioot bedacht heeft? Een afspraak met het hoogste orgaan vrijdagavond om half zes. Hij is nu echt malende.’
‘Het is niet waar.’
‘Echt wel. De gek.’
‘Gewoon ziek melden.’
‘Doe ik ook. Morgen al. Je moet het alleen doen hier.’
‘We mailen wel over die webquiz.’
‘Ok, jij hebt de antwoorden voor vandaag al?’
‘Ja, ik deed het al zeven keer, maar ik begrijp niet hoe iemand 4871 punten kan hebben. Dan mag je maar 129 verliezen. Dat gaat om micro seconden. Zo snel kan ik niet reageren. Ze zetten die antwoorden ook nog eens telkens op een verschillende positie. Dus werken met bovenste, middelste en onderste werkt niet.’
‘Ik probeer het even. Even aanmelden met een nieuw adres, moment.’
Paul was de afspraak van vrijdagavond half zes vergeten.
Hij leek weer happy.
‘Ok, stilte, daar gaat ie.’
Paul ging bijna in het scherm op.
Hij zat als een blok beton op zijn stoel.
En hij klikte zo snel hij kon.
‘4804 punten’, zei hij.
‘Mooi, maar niet genoeg.’
‘Zo snel kan niemand het. Ze hebben er vast een automaat opgezet. Dat is altijd met deze soort quiz.’
‘Ik mail de antwoorden even rond, dan kan iedereen het proberen.’
‘Ik doe het nog een keer’, zei Paul.
‘Morgen mail ik je de antwoorden wel’, zei Alex.
‘Goed.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 27 juni 2005
Een email van Tuulykkie aan de Chef.

Lieverd,

Lees deze tekst eens.
Het is een tekst die echt bij ons past.
We hoeven ons niet schuldig te voelen.
Nooit.
Waar liefde is, past schuld niet.

And we got nothing to be guilty of
Our love will climb and mountain near or far, we are
And we never let it end
We are devotion
And we got nothing to be sorry for
Our love is one in a million
Eyes can see that we got a highway to the sky

Ik zong het vroeger al.
Dan deed mijn vriend van toen Barry Gibb na.



Dat kon hij zo goed.

Wanneer zie ik je weer?
Ik verlang naar je.
Heel erg.

Kussen,

T.

De Chef voelde tranen in zijn ogen.
Maar hij was ook bang.
Liever had hij deze mailtjes niet op kantoor.
Stel je voor dat iemand ze zag.

Hij keek de gang in.
Hij zag Jochem voorbij lopen.
Die liep zo raar te grijnzen.
De hele dag al.
Hij vond de grijns van Jochem niet integer.
Hij drukte op verwijderen.
Hij zou T. vanuit huis mailen, later vanavond.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 27 juni 2005
‘Die afspraak met de vertegenwoordiger van het hoogste orgaan, kon niet anders dan vrijdagavond om half zes worden gemaakt’, zei de chef tegen Paul.
De kamer van de chef oogde vandaag extra belangrijk.
De chef straalde uit dat hij belangrijk was.



‘Wat bedoel je?’ vroeg Paul.
‘Die man van het hoogste orgaan was heel soepel. Hij plant ons zomaar in. Ik ben daar heel dankbaar voor. Ik verwacht dat van jou ook. We gaan dus om half vijf hier weg en zijn dan om half zes in Den Haag. Dat overleg duurt tot half acht uiterlijk.’
‘Ik hoorde je goed toch? Vrijdagavond?’
‘Ja, ik ben toch duidelijk.’
‘Weet je, vrijdag ga ik rond half drie naar huis. Je gaat maar alleen.’
‘Nee, dat kan niet. Jij bent goed thuis op het onderwerp. Dus jij gaat mee.’
‘Maandagochtend om negen uur ben je de eerste’, zei Paul.
‘Ik vind jou zo negatief. Je vertoont verdurend oud gedrag. Dan kan niet meer in onze mooi nieuwe organisatie. Ik vind het niet integer ook nog eens een keer.’
‘Integer? Je bent zelf niet-integer. Je bekijkt het maar. Dat laat ik me niet zeggen.’
‘Het is een opdracht. Dus je zorgt dat je er bent.’
‘Dat is oud gedrag. Befehl ist befehl. Jawohl herr commandant. Ik meld me donderdag wel ziek, herr commandant. Je doet maar. Je maakt jezelf maar belangrijk. Weet je ik zou ook op zondag gaan vergaderen. Nog belangrijker.’
Paul liep met grote stappen de kamer uit.
Hij stak zijn tong uit naar de chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 26 juni 2005
Suzanne was verdrietig.
Frits was wel thuis gekomen.
Maar toen was het al bijna zondagmorgen.
Ze lag al in bed.
Hij had haar gekust en hij had hoi gezegd.
Toen was hij onder de douche gegaan en naar bed.
Hij had geslapen tot zondagochtend elf uur.
Toen hij wakker werd had hij gezegd:
‘Ik moet vanavond al weer weg. Ik moet naar Dublin. Een extra lange rit. Het verdient goed, maar ik ben wel lang weg. Ik doe het allemaal voor jou.’
Maar ze wilde niet dat hij weg ging.
Ze had liever minder geld.
Ze wilde dat Frits bij haar bleef.
Maar ze had niets gezegd.
Ze wilde geen ruzie in die paar uur waarin ze van hem kon genieten.
Hij was zondagmiddag maar twee uurtjes gaan vissen.



Toen hij terug kwam had ze voor hem gekookt.
Een lekkere biefstuk met uitjes, gebakken aardappeltjes en appelmoes.
Zijn favoriete maaltijd.
Hij zei dat hij heerlijk gegeten had en had naar haar gelachen.
Om negen uur zondagavond was hij weggegaan.
Naar Dublin.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 26 juni 2005
Jochem was blij met zijn nieuwe telelens.
Hij had slim geboden op E-bay. Precies op het laatste moment had hij zijn beslissende bod gedaan. 83 euro voor een 400 mm telelens die paste op zijn nieuwe Canon 350D was zeker niet slecht. Hij had getwijfeld of de lens wel geleverd zou worden, omdat de prijs wel erg laag was. Maar die twijfel was ten onrechte, want precies tien dagen na afloop van de veiling belde de postbode aan met het pakje. Hij had eerst in de tuin geoefend, maar ontdekte al snel dat hij meer ruimte nodig had. Hij was gisteren ook naar het strand gegaan. Het weer was redelijk. Niet mooi, maar het ging. Er waren genoeg badgasten om vanuit de verte te fotograferen. Hij had zich op de top van een duin op twee strandmatjes geinstalleerd. Door de zoeker van zijn camere speurde hij het strand af. Hier en daar waren prachtige borsten te zien. Hij dacht even aan de chef. Die zou dit gedrag vast en zeker als niet integer kwalificeren, maar ach die man was toch gek.



Na een half uur ging hij lekker eten. Hij had boterhammen meegenomen en koude kip die hij in een lekkere kerriesaus had gemarineerd. Hij voelde zich heerlijk vrij en ontspannen. Na het eten viel hij in slaap. Hij werd wakker toen hij met de wind meegevoerde zachte liefdesgeluiden hoorde. Hij dacht even dat die geluiden in zijn droom hoorden, want hij droomde van Mirjam met wie hij twee dagen geleden heerlijk had gevreeen. Maar het geluid hoorde niet in zijn droom. Het geluid hoorde in de echte wereld. Het was een zacht maar opwindend geluid. Jochem draaide zich om en speurde weer met zijn telelens het strand af. Hij hield de camera stil op het moment dat hij in een ver strandhuisje twee mensen zag die onmiskenbaar de liefdesdaad aan het bedrijven waren. Ze hadden hun windscherm zo neergezet dat ze goed verborgen waren. Althans dat dachten ze, want de hoek van waaruit Jochem keek, liet niet veel verborgen. Hij drukte zijn eerste foto af. Jammer dat het zo ver was. Hij probeerde de twee mensen dichterbij te halen. Een goede test voor zijn telelens. Hij keek en keek en plots meende hij de lange blonde haren van Tuulykkie te herkennen. Hij wist het haast zeker. Die vrouw bewoog ook als Tuulykkie deed. Hij luisterde nog beter en vulde toen ook in dat het de stem van Tuulykkie was. Maar wie was die man. Hij zag alleen maar de rug van de man. Hij tuurde en tuurde.
Verdomme, het is de chef, dacht hij.
Hij klikte en klikte opnieuw.
Gelukkig had hij een 2 GB geheugenkaart. Daar konden genoeg foto’s op. Thuis kon hij die foto’s opblazen. Dan werd alles nog duidelijker.
Ja hoor, echt waar, het is de chef, het is hem echt.
Hij voelde zijn hart in zijn keel kloppen.
Wat een sukkel, wie gaat er nu op het strand liggen neuken, dacht Jocheem.
Zou dat wel integer zijn?
Of juist niet?

Reageer op dit bericht

Een chefmoment (0)Zaterdag 25 juni 2005
Het was een geweldige dag op het strand.
De Chef had zijn fiets op het station in de stalling gezet. Samen met Tuulykkie had hij de trein naar Zandvoort genomen. Het weer viel tegen, maar dat merkten ze niet, omdat ze een strandhuisje hadden gehuurd met een windscherm.



‘Weet u het zeker?’ had de strandpachter gevraagd.
‘Ja hoor, heel zeker’, zeiden ze in koor.
De strandpachter had schouderophalend het windscherm opgezet.
Ze legden een deken achter het scherm.
Niemand kon hen op deze manier zien.
‘Je bent mooi’, zei de chef.
‘Jij bent een lieve man. Je bent goed voor iedereen’, zei Tuulykkie.
Ze kusten.
Lang en intens.
Tongen die om elkaar draaiden.
Ogen die in andere ogen keken.
Ze begrepen elkaar.
Ze zeiden soms een tijdlang niets.
‘Durf jij op het strand te vrijen?’ vroeg Tuulykkie.
‘Niemand kan ons zien’, zei de chef, ‘We zijn veilig in ons huisje.’
‘Ik ben veilig, vertrouwd, bij jou’, zei ze.
En ze hadden gevreeen.
Het voelde heel erg ondeugend.
De enige die hen gezien had was een duitser in zijn zwembroek. Die ging zwemmen in de kou.
‘Mensch, das ist toll’, zei hij.
Maar hij liep door.

De chef was om half negen thuis.
Zijn schoonmoeder wachtte hem op.
‘Ik pas op’, zei ze, ‘Rita en jouw echtgenote zijn naar de film.’
‘Oh’, zei de chef. Hij voelde zicht opgelucht.
‘Nu jij er bent, gaan wij weg’, zei zijn schoonmoeder.
‘Ja wij gaan weg’, zei zijn schoonvader.
‘Bedankt voor het oppassen’, riep de chef nog.
‘Helemaal goed’, zei zijn schoonmoeder.
De chef keek verbaasd.
Zijn schoonmoeder had het moderne stopwoord ook al opgepikt.
De kinderen keken als altijd naar Nickelodeon.
Hij ging onder de douche en dacht aan Tuulykkie.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 25 juni 2005
Frits was er nog niet.
Gisteravond had hij gebeld dat hij het niet redde.
Hij had donderdag een extra rit gekregen naar Newcastle.



Hij moest met zijn truck de boot op en overvaren.
Het laden en lossen had zoveel tijd in beslag genomen, dat hij de boot gemist had.
Suzanne voelde zich eenzaam.
De hele week was hij weg geweest.
Vanuit kantoor had niemand gebeld deze week.
De katten lagen voor de open deur.
Gelukkig regende het weer.
Die stomme hitte bedrukte haar.
Ze dacht: ‘Waarom leef ik?’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 24 juni 2005
‘Zullen we zaterdag iets afspreken?’ had Tuulykkie gisteren gevraagd.
‘Pfoe, ik weet niet of mij dat lukt’, zei de chef, ‘ik zou het wel willen, maar het is raar dat ik wegga. Ik ben nooit weg op zaterdag.’
‘Je zegt gewoon dat je wil gaan fietsen’, zei Tuulykkie.
‘Hm, dat kan ik doen. Waar wil je afspreken?’
‘We kunnen naar zee gaan. Dan neem je strandspullen mee op de fiets. Dat moet met groot gemak gaan’, zei Tuulyikkie.
‘Ok, ik bel je morgenochtend’, zei de Chef.

Om precies kwart over negen belde hij Tuulykkie.
‘Ik moet boodschappen doen en ze wil dat ik in de tuin werk’, zei hij.
‘Het is veel te heet om in de tuin te werken, dat doe je gewoon niet’, antwoordde ze.
‘Klopt. En het is nog nat ook van die bui. Maar ze wil de struiken gesnoeid hebben. Die halen haar zonlicht weg als ze op haar stretcher ligt’, zei de Chef.
‘Zeg fuck you tegen haar’, zei Tuulykkie.
‘Jij hebt makkelijk praten. Jij bent niet getrouwd’, zei de Chef.
‘Nou, als het aan mij ligt jij ook niet lang meer. Wie wil nou bij zo’n bitch blijven’, zei ze.
‘Tja, het is de moeder van mijn kinderen. Dat wel. En de kinderen zijn nog klein. Scheiden is geen malligheid’, zei de chef.
‘Gewoon doen. Allemaal angsten die nergens voor nodig zijn’, zei ze.
‘Ok, ik fiets hier over een half uur vandaan. Ik zie je op het station om tien uur’, zei de chef.
‘Tot straks’, zei ze.

‘Ik ga nu echt niet snoeien. Ik ben moe van een week werken op kantoor. Ik heb ontspanning nodig. Ik ga naar het strand op de fiets’, zei de chef.
‘Jij moe? Je voert geen klap uit daar op dat kantoor. Je hangt maar wat rond’, zei zijn vrouw.
‘Dat pik ik niet’, zei de chef, ‘ik ben heel gemotiveerd en ik breng het geld hier binnen. Ik werk me drie slagen in de rondte. Als ik ontspanning nodig heb, dan moet ik die ook nemen’, zei de chef.
‘Dan wil ik met Rita ook naar het strand’, zei zijn vrouw.
‘Ik vind het goed, maar ik wil op de fiets’, zei de chef.
‘Dan moet ik alleen mijn tassen dragen’, zei zijn vrouw.
Hij keek haar niet aan toen hij mompelde: ‘Ik ben je slaaf niet.’
‘Wat zei je?’ vroeg ze.
‘Ik ga op de racefiets, dat zei ik’, zei hij.
‘Oh’, zei ze.

Om twaalf minuten voor tien reed hij de tuin uit.
‘Klootzak’, had ze nog geroepen.
Maar hij luisterde niet meer.
‘Teringwijf’, dacht hij, maar hij zei niets.

Tuulykkie stond voor het station.
De Chef stopte zijn fiets dicht naast haar.
Hij boog naar haar toe.
Hun tongen vonden elkaar zonder aarzeling.
‘Ik hou van je’, zei ze, ‘je bent een geweldige man.’
De chef voelde in zijn broek dat hij ook van Tuulykkie hield.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 24 juni 2005
‘Ik ga naar huis’, zei Paul tegen Alex.
‘Gelijk heb je’, zei Alex.
‘Het is gewoonweg te warm om iets te doen. Ik krijg al hoofdpijn als ik naar dat computerscherm kijk’, zei Paul
‘Ziekmelden en naar het strand’, zei Alex.
‘In de zon, maar onder een parasol, lekker uitwaaien. Dat trek ik nog net, meer niet. Nog een paar weken en dan is het over. Vakantie.’
‘Waar gaan jullie heen?’
‘Naar Noorwegen. Kamperen bij een fjord. Wandelen, boeken lezen en niks doen.’
‘Smorgasbord eten.’
‘Zo is het. Ga jij weer naar Amerika?’
‘Ja. Ik zie er naar uit.’
‘Gelijk heb je.’
‘Ga nou maar gauw, anders val je nog flauw. Ik meld je wel ziek.’
‘Bedankt en tot volgende week.’
‘See you.’


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 23 juni 2005
‘Lees dit maar eens’, zei Alex tegen de Chef.
Op tafel lag een kopie van het artikel van Dorien Pessers in de Volkskrant van 23 juni 2005.
‘Managers ondermijnen de beroepseer van de werknemers.’
Zo luidde de niets te raden latende kop van het artikel.
‘Dit is zo negatief’, zei de chef.
‘Ik zou het gewoon eens lezen’, zei Alex.
‘Maak maar een kopie voor me’, zei de Chef.
‘Alleen als je belooft het te lezen’, zei Alex.
De Chef knikte.
‘Het gaat over verbureaucratisering van het werk. Alles wordt versmolten in onzinnige procedures. In tijdschrijf onzin, in prikklok, in interne controle, in prestatie-indicatoren, in optimalisering van de kwaliteit en meer bla bla’, zei Alex.
‘Als Chef moet ik sturen.’
‘Maar je weet niet meer wat je stuurt. Je doolt rond in het grote niets. In een zelfgeschapen werkelijkheid. Je erkent de eigen verantwoordelijkheid van mensen niet.’
De Chef schudde zijn hoofd.

‘Je had echt even een gesprek met de Chef’, zei Paul.
‘Ja, dat is waar. We luisterden eventjes. Bijzonder hoor’, zei Alex.
'Misschien vliegt hij er binnenkort wel uit’, zei Paul.
‘Onvoorspelbaar. Je zou een nieuwe weddenschap kunnen uitschrijven.’
‘Nee, ik doe nu alleen Wimbledon. Daar zijn genoeg verrassingen te noteren.’



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 22 juni 2005
‘8,2 kilo is er nu af’, zei Alex tegen Paul.
‘Goed man, je begint het nu echt al te zien’, zei Paul
‘Voor de vakantie sta ik op minus vijftien.’
‘Gewoon doen. Hoe was Dr. John?’
‘Geweldig. Wat een show. Heerlijke zwoele muziek voor een zwoele avond.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 22 juni 2005

De psycholoog keek Suzanne indringend aan.
De bedrijfsarts had haar vorige week nog gebeld.
In overleg met De Chef was ze naar een psycholoog verwezen.
‘Je bent trots op Frits’, zei de psycholoog. Er klonk geen vraag in. Het was meer een constatering.
Suzanne aarzelde.
Ze hield van Frits.
Dat wist ze zeker.
Frits was geweldig.
Ze kende hem nu al bijna elf jaar.
Ze was achttien toen ze hem ontmoet had en het was direct raakt geweest.
Ze voelde het.
Het was voor nu en altijd, had ze toen gedacht.
En ze begreep best dat Frits haar af en toe sloeg.
Hij had het ook zo moeilijk op zijn werk.
Ze wist wat het was om het moeilijk op je werk te hebben.
Dat had ze zelf ook.
Ze voelde koude rillingen als ze aan de chef dacht.
Even twijfelde ze. Zou ze alles vertellen of zou ze gewoon niets zeggen.
Ze wilde loyaal zijn aan Frits.
‘Jullie hebben niet gekozen voor kinderen?’ zei de psycholoog.
‘Nee, nee, Frits wilde geen kinderen, maar ik heb wel twee katten’, zei Suzanne.
De psycholoog knikte en maakte een gebaar waarmee hij haar uitnodigde meer te vertellen.
‘Ik wil nooit kinderen’, had Frits negen jaar geleden gezegd. Suzanne wilde toen nog wel kinderen. Maar Frits had zich laten steriliseren zonder dat hij het aan haar verteld had. Dat had haar wel droevig gemaakt. Maar ze hield van Frits.
Ze besloot ook vandaag de psycholoog niet te vertellen dat Frits haar af en toe sloeg.
Hij had het moeilijk.
Ze begreep het wel.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 20 juni 2005
‘Vandaag ga ik eindelijk Dr. John zien’, zei Alex.
‘In Nighttown toch?’
‘Ja, om 21.00 uur.’



‘Zal wel warm zijn daar.’
‘Onbeschrijfelijk heet.’
‘En je hebt al zo’n hooikoorts.’
‘Soms is het leven hard. Ik zie er echt naar uit en dan dat gezeik. Ik negeer het gewoon. Dan bestaat het niet.’
‘Of bestellen dat het straks over is.’
‘Steun me direct. Ik adem vrij door mijn neus en doe dat met groot gemak.’
‘Ik steun je jongen in alle kracht en grootsheid en overvloed aan mogelijkheden.’
‘Willem de Ridder zou trots op ons zijn.’
‘Zo is het.’
‘Making Whoopee.’
Dr. John’s muziek klonk door de kamer.
Alex maakte even een klein dansje.
Een gezellige ochtend.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 20 juni 2005
'Ik zag een Eland op de Westkruiskade', zei Alex tegen Paul.



'Ja en er liep een giraffe in de Witte de Withstraat', zei Paul.
'Ik heb ook sporen van een olifant gezien. maar dat was hier in de gang', zei Alex.
'Was het geen rat?'
'Nee van die grote ronde afdrukken. Het moet een olifant geweest zijn.'
'Het was de chef.'
'Of de opperchef.'

Ze waren melig.
Het was warm op kantoor.
Alex' hoofd zat vol hooikoorts.
Hij wilde eigenlijk thuis blijven, maar hij was toch gaan werken.
Om dingen af te maken.
Nog ruim drie weken en dan is het vakantie immers.
Nog even doorbijten.

'Die Poema is nu in Amsterdam gezien', zei Jochem die net binnenkwam.



'Echt waar?' vroeg Paul.
'Ja ik hoorde het op de radio. In Noord is in een dode man gevonden in een portiek. Het schijnt dat de poema hem aanviel.'
'Was zeker met een Hummer komen aanrijden, die poema.'
'Jij neemt ook niks serieus. Het is een ernstige zaak.'
'Had jij het al gehoord van die eland op de Westkruiskade?'
'Nee, vertel.'

Muziek.
Laat er muziek zijn.
Alex drukte op de knop van zijn nieuwe stereo.
Pawiemawep, pawamiewep.
In the jungle the mighty jungle
the lion sleeps tonight.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 19 juni 2005


‘Wat vind je ervan?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Nou eh, apart, dat kan je zeker zeggen’, zei Paul.
‘Gekocht voor een paar euro bij ebay’, zei Alex.
‘Gisteren zeker?’
‘Ja, iedereen zat in de tuin en niemand bood. Bingo.’
‘Maar waar hangen we het?’
‘Ja, die kamer wordt aardig vol.’
Ze waren de hele ochtend bezig al hun kunst te verhangen.
En het lukte.
Ook dit schilderij vond een mooie plek.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 19 juni 2005
Suzanne was moe vandaag.
Ze had ook een beetje ruzie met Frits.
Ze was vergeten kolen voor de hibachi te kopen.
'Ik kon toch ook niet weten dat het vandaag mooi weer zou zijn', probeerde ze nog.
'Nee, maar ze voorspelden het al de hele week', had Frits gezegd, 'het is juist zo gezellig met een hibachi.'
Frits was boos naar de 24 uur van Le Mans gaan kijken.
Vanavond keek hij naar Formule 1.



Hij wist zeker dat Schumacher vanavond zou winnen.
En morgen zou hij weer weg gaan.
Hij moest naar Praag had hij gezegd.
Ze had snel wat postjes op haar weblog gezet.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 19 juni 2005
De vrouw van de chef lag op het stretchbed in de tuin. De chef had dat stretchbed vanmorgen al vroeg uit de schuur gehaald. Het stond helemaal achterin. Hij was zeker een half uur bezig geweest om alle spullen, die gedurende de winter voor het ligbed waren geplaatst, opzij te zetten. Eindelijk had hij het ligbed kunnen pakken en had hij het naar buiten gebracht en met enige moeite opgezet. Ze hadden een paar jaar geleden twee ligbedden gekocht, maar één bed was al snel stuk gegaan. Het aluminium frame was soepel doorgezakt.



De chef zette het bed neer en liep nog even naar de schuur om wat zaken recht te zetten.
‘Schat, wat lief dat je mijn ligbed klaarzet’, had de vrouw van de chef gezegd toen ze op dat moment ook naar buiten kwam. ‘Eindelijk is het mooi weer en kan ik gaan liggen.’
Zonder dralen had ze haar handdoek op het bed gelegd en was gaan liggen.
De chef had nog geaarzeld.
Hij had willen zeggen dat hij op het ligbed wilde gaan liggen, maar hij had zich ingehouden.
Hij had geen zin in ruzie vandaag.
‘Kan je dat andere bed niet repareren, ik denk dat Rita ook wel wil gaan liggen’, zei de vrouw van de chef.
‘Dat frame is helemaal stuk’, zei de chef.
‘Nou breng mij dan maar een lekkere kop koffie’, zei de vrouw van de chef.
Hij was naar binnen gegaan en was koffie gaan zetten.
Rita zat nog binnen .
Ze keek naar de televisie.
Een of andere dominee.
De chef voelde een koude rilling langs zijn rug lopen.
Hij vulde het reservoir van de Senseo en wachtte tot het water warm werd.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment. (0)Zaterdag 18 juni 2005
Suzanne huilde een half uur nadat de film was afgelopen nog steeds.
Frits had geprobeerd haar te troosten, maar dat was hem nog niet gelukt.
Het was ook een aangrijpende film
"Un long dimanche de Fiancailles"
Mathilde zoekt haar geliefde Manech.



Manech die, omdat hij zichzelf in de loopgraven oorlog opzettelijk heeft verminkt, ter dood is veroordeeld.
Maar Mathilde weet zeker dat Manech nog leeft.
Ze voelt het.

'Ik voel jou ook', als je weg bent zei Suzanne tegen Frits. 'Als jij met jouw truck door het hooggebergte rijdt, voel ik mijn hart sneller kloppen.'
'Dat zal best', zei Frits.
Hij was moe.
Hij had de hele week gereden.
Naar Genua heen en weer en toen nog een keer naar Frederikshaven.
Hij vond het wel welletjes.
Hij was na tien minuten film kijken in slaap gevallen.
En hij was blij dat Suzanne nu niet over de bedrijfsarts sprak.
Hij had er even genoeg van en draaide zich om. Hij voelde dat Suzanne hem over zijn rug streelde, maar hij deed net alsof hij sliep. Hij had hoofdpijn.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 17 juni 2005
Suzanne was naar de bedrijfsarts geweest.
Het was een dikke man die niet eens een witte jas droeg.
Waarschijnlijk zelfs mislukt als huisarts.
In ieder geval geen specialisatie kunnen doen.
De meeste trieste verschijningsvorm in de medische wereld.
Een bedrijfsarts.
Een nepdokter.



Ze wist het.
Maar ze was toch onder de indruk geweest toen hij zei:
‘ME is geen ziekte, daar moet je mee leren leven.’
Ze voelde tranen opkomen.
Maar ze had niet willen huilen.
Ze had zich sterk gehouden.
Frits had dat ook tegen haar gezegd.
‘Laat je niet kennen. Het is allemaal tuig.’
Hij had gelijk.
Die man had geen begin van begrip getoond.
Hij voelde haar moeheid niet. Haar innerlijk trillen ging aan hem volledig voorbij. Dat haar hoofd vol met watten zat, interesseerde hem niet.
‘Volgende week gaan we weer beginnen met reďntegreren.’
‘Volgende week?’
‘Ja, volgende week.’
‘Kan het niet tot na de vakantie wachten?’
‘Waar ga je naartoe?’ had de dikke man gevraagd.
‘Naar een camping in Brabant. Samen met Frits. We gaan daar wat wandelen en veel rusten.’
‘Ga je lang weg?’
‘Vier weken. Frits moet altijd werken. Nu is hij eindelijk vrij.’
‘Dat is niet goed voor jouw reďntegratie.’
‘Ik heb recht op vakantie.’
De dikzak schreef iets op een vel.
Toen stond hij op en gaf haar een hand.
‘Vakantie moet je op kantoor regelen. Ik vind dat de reďntegratie moet beginnen.’
Suzanne was naar huis gelopen.
Ze had snel iets op haar weblog geschreven en was haar bed in gedoken.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 17 juni 2005
‘Ik ben ziek’, zei Jochem tegen Nico Jan de rimmer, ‘en trouwens waarom bel jij mij? Ik ben een dag ziek. Ik hoef nu nog niet te reintegreren. Lijkt mij echt onzinnig.’
‘De chef heeft mij gevraagd te bellen’, zei Nico Jan.
‘Die man klaag ik aan wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Hij heeft mij vastgegrepen en verhinderd het kantoor te verlaten. Hij dacht dat ik niet ziek was. Die man is ontoerekeningsvatbaar’, bulderde Jochem door de telefoon.
‘De chef heeft een buil op zijn hoofd’, zei Nico Jan.
‘Niet mijn fout. Had hij mij maar niet moeten tegenhouden. Dat gaat echt te ver. Ik dien ook een klacht in bij de opperchef en ik heb al aangifte gedaan bij de wijkagent’, zei Jochem.
‘Wat zei de wijkagent ervan?’
‘Hij vond het een zeer ernstige zaak. Wederrechtelijke vrijheidsberoving is geen kleinigheid. We leven in een tijd waarin normen en waarden centraal staan. Dit was verre van integer.’
‘Je neemt het te hoog op.’
‘Te hoog? Het kan niet hoog genoeg. Het is een schande. Die man moet weg.’
‘Ik denk niet dat dat gaat gebeuren.’
‘Ik denk het zeker wel. Weg met die vent.’
‘Wanneer kom je weer naar het werk?’
‘Niets van te zeggen. Ik zal eerst bij moeten komen van alles wat mij is aangedaan.’
‘Ik bel je maandag nog even.’
‘Hoeft echt niet.’
‘Goed weekend.’
‘Ja hoor.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 16 juni 2005
‘Die Van Persie is goed de klos’, zei Paul.
‘Ja, die kan je wel schrappen uit het voetbalspel’, zei Alex.
‘Heeft hij het nou gedaan of niet?’
‘In ieder geval is hij voor het leven gebrandmerkt. Als hij vrij komt kan hij nooit meer vrijuit voetballen. Ik hoor de spreekkoren al roepen: vi va ve, verkrachters doen niet mee of zoiets.’
‘Ja, zonde hoor. Maar die Kluivert kwam toch ook goed weg?’
‘Kobe Bryant ook. Michael Jackson lukte het. Robert Blake kwam vrij. Jonathan King niet. Die had pech, die ging een paar jaar achter de tralies.’
‘Jonathan King?’
‘Ja, je weet wel die muzikant die duizend identiteiten had. Johnny Reggae, here comes Johnny Reggea. Hij is nu al weer vrij trouwens.’
‘Rudi Lubbers had ook pech. Die zat jaren vast.’
‘En Regilio Tuur, ook een Rotterdammer.’
‘Het is een boeiende stad met alle facetten van het leven in zich.’
‘Zeg dat. Muziek?’
‘Ok, wat?;
‘Working on the chaingang.’



‘Zijn we zelf.Let’s go.’
Even later klonk over gang:
‘Huh Ooh, Huh Ooh, Huh Ooh,
That’s the sound of the men working on the chaingang.’


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 16 juni 2005
‘Jij kan niet langer alleen op een kamer zitten’, zei de chef tegen Jochem.
‘Hoezo niet?’
‘We moeten indikken. Er komen nieuwe mensen bij. Huisvesting wordt steeds duurder. Alleen zitten is geschiedenis’, zie de chef.
‘Mooi niet’, zei Jochem die een rood hoofd kreeg, ‘Ik ga echt niet samen zitten in dit kleine hok.’
‘Het is niet anders’, zei de chef.
‘Ik doe het niet’, zei Jochem.
‘Het moet’, zei de chef.
‘Echt niet.’
‘Maandag komt er iemand hier zitten’
‘Dan meld ik mij ziek.’
‘Dat is geen reden, dan zal de bedrijfsarts je snel beter verklaren.’
‘Ik meld me nu ziek en ga naar huis.’
‘Dat kan je niet doen.’
‘Moet je eens opletten wat ik kan doen.’
Jochem trok de stekker uit het stopcontact.
Zijn computer ging uit.
Hij pakte zijn papieren bij elkaar en stopte alles in zijn tas.
‘Ik hou je tegen’, zei de chef.
‘Ik ben ziek’, riep Jochem.
De chef stond in de deuropening met zijn armen wijd.
‘Opzij vent’, zei Jochem.
De chef week niet.
‘Jij bent niet ziek.’
‘Wel.’
Jochem duwde tegen de chef aan.
Een beetje te hard.
De chef viel de gang in stootte zijn hoofd tegen een gipsen wand.
Later bleek dat daar een deuk in zat.
‘Eikel’, siste Jochem tussen zijn tanden.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 15 juni 2005
‘Is het gelukt?’ vroeg Paul aan Alex.
Alex was een om half elf van kantoor vertrokken om motorrijexamen te doen.
‘Ja, met groot gemak’, zei Alex, ‘Hoewel, ik was doorweekt. Zeiknat. Zweet overal, maar dat hoort erbij.’



‘Gefeliciteerd’, zei Paul, ‘Wanneer kom je op de motor?’
‘Nee, eerst nog even deel drie doen. Je moet tegenwoordig drie keer komen. Ik denk dat ik rijexaminator ga worden. Zo’n vent zit in een keet op een parkeerterrein en doet twaalf examens op een dag. Hij staat een beetje in het zonnetje te kijken hoe je langs de pilonnen racet. En dan vult hij een formuliertje in. Klaar. Volgende.’
‘Mooi vak. Je bent lekker buiten.’
‘Dat is het precies. Wij zitten hier maar binnen.’
‘Zeker als het zulk mooi weer is, valt het niet mee.’
Alex keek op de klok.
Half vier.
Bijna tijd om te gaan.
‘Gebeurde hier nog iets?’
‘Nee, niets. Een stille dag.’
‘Mooi.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 15 juni 2005
‘Vrijdag rijden de treinen niet, thuiswerken dus’, zei Paul tegen Alex.
‘Zo is het, de halve week zit er al weer op en ik leef nog’, zei Alex.
‘Heb jij de chef nog gezien deze week?’
‘Nee, die zit de hele dag met de deur van zijn kamer dicht. Hij zit misschien te mediteren of zoiets.’
‘Zou kunnen. Wie weet komt hij tot zelfinzicht.’
‘Hoop doet leven.’
Alex lag met zijn voeten op zijn ladeblok. Hij was moe. De drukke week vroeg een zware tol. Straks moest hij nog even langs de gewichtskliniek. De weegschaal thuis liet zien dat hij zeven kilo kwijt was. Een mooie prestatie in de eerste drie weken. Gisteren had hij visioenen van gebak gehad.



Hij stond op een bordes en nam een defile af. Eerst kwamen de appelbollen voorbij, toen de appelflappen samen met de appelpunten. Vervolgens een bataljon advocaat taartjes gevolgd door de harde wieners. De aardbeienbavaroises liepen samen op met de bosbessenbavaroises. Ze zwaaiden allemaal vriendelijk. Sommigen juichten naar hem. Hij had terug gezwaaid en geroepen dat hij ze volgend jaar wel weer zou zien.
Nu dacht hij aan kroketten.
Kwekkebom kroketten.
Vreselijk smerige kwekkeboom kroketten zei hij tegen zichzelf.
Hij besloot twee glazen water te gaan drinken.
Dat hielp.
Op de gang kwam hij Jochem tegen. Die had een grote zak fudge in zijn had.
‘Lekker zijn deze, vooral die donker vind ik heerlijk’, zei Jochem.
‘Ik vind er geen bal aan’, zei Alex, ‘vreet jij jezelf maar helemaal vol, dan ga je vanzelf dood aan hartvervetting.’
Jochem lachte.
‘Dieet is onzin’, zei hij nog.
Alex liep snel door.
Hij keek de kamer van de chef in toen hij daar langskwam.
Hij zag Tuulykkie aan het bureau van de chef zitten.
De chef zelf zag hij niet.
Hij liep naar binnen.
‘Aan het oefenen voor chef?’ vroeg hij.
Ze lachte.
‘Nee, ik doe nog steeds onderzoek naar de afvalstations. Ik relateer nu de tijdwerkregistratie aan de mate waarin de afvalemmers gevuld zijn’, zei ze.
‘Boeiend’, zei Alex.
Hij liep door en kwam langs de kamer van Michael.
Die was deze week op vakantie.
Er zaten twee onbekende mannen.
Alex liep naar binnen.
‘Goedemorgen, nieuw hier?’ vroeg hij.
‘Nee, nee, wij zijn van de interne controle dienst’, zeiden de mannen.
‘Oh, wat controleren jullie?’
‘Wij controleren de procedures. Procedures zijn belangrijk. Alles moet volgens procedures verlopen. Als dat niet gebeurd, dan gaat het fout’, zei de dikste man.
‘Dat is waar’, zei Alex, ‘en al wat gevonden?’
‘Nee, nog niets. Het lijkt erop dat hier heel hard gewerkt wordt. Jullie mogen blij zijn met zo’n chef. Die man is echt heel goed in het handhaven van de procedures’, zei de dunne wat langere man.
‘Hij is de beste leidinggevende die we ooit hadden’, zei Alex.
Hij liep weer door en ging het invalidentoilet binnen.
Hij draaide de deur op slot en pakte zijn Nintendo DS uit zijn binnenzak.
Yoshi wins zei het apparaat na een kwartiertje.
Het was een rustige dag op het kantoor.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 14 juni 2005
‘Heb je die website van Anja Meulenbelt wel eens gelezen?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Nee, wie is dat?’
‘Die zit nu in de eerste kamer voor de SP. Je weet wel dat mens van De Schaamte Voorbij van vroeger toen feminisme nog in de mode was’, zei Alex.
‘Nooit van gehoord’, zei Paul.
‘Moet je lezen, dat weblog. Ze is nu een soort mullah geworden. Ze geeft cursussen over de Islam. Ze legt uit dat het zo’n heel tolerante godsdienst is met allemaal bijzonder aardige mensen’, zei Alex.
‘Ze valt zeker op Ayatollah’s?’



‘Nou dat weet ik niet. Maar bij de SP doen ze aan censuur. Ik schreef, dat ik vond dat godsdiensten onderdrukken. Nou dat mag niet van Sp-Anja, want ik weet er niks van volgens deze voorgangster.’
‘Jij bent nog bijbelvaster dan Majoor Boszhart’, zuchtte Paul.
‘Ja, en een heiden, maar dat doet er niet toe. Godsdiensten zorgen voor veel leed in de wereld. Onze SGP vrouwen weten er alles van.’
‘Nou en die inteelt op de Veluwe is ook niet te verwaarlozen.’
‘Anja verwijdert al mijn reacties. Ook toen ik schreef dat God in jezelf zit. Dat vindt ze onzin. Ze heeft waarschijnlijk nog nooit van het Boeddhisme gehoord.’



‘Tunnel-vision, kan niet anders.’
‘Ze heeft ook allerlei andere critici van haar site afgegooid. Zo doen ze dat bij de SP. Als je kritiek levert, dan sta je buiten.’
‘Ik moest toch al niks van die club marijnisten hebben.’
‘De partijdiscipline hebben ze geleerd van Mao denk ik.’
‘Straks gaat ze ook schrijven dat het wel meeviel in de Goelag. Daar woonden ook alleen maar heel aardige mensen immers.’
‘Ach ze doen maar. Zolang het ze gelukkig maakt. Die mensen hebben altijd een geloof nodig. Zonder dat zijn ze reddeloos.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 13 juni 2005
Het gebeurde zomaar.
Onverwacht om even na vijf uur.
De chef had zijn computer al uitgezet.
Hij was moe.
Vandaag had hij bijna een beoordeling geschreven. Het was net niet gelukt, maar hij had goede hoop dat het morgen wel zou lukken. Hij was tevreden. Hij had niet veel mensen gesproken. Ze hadden vandaag weinig te zeuren gehad gelukkig. Hij was een warm voorstander geworden van zelfredzaamheid van mensen.
En toen kwam Tuulykkie binnen.
Ze zag er prachtig uit.
Ze had een korte zomerrok aan en een zweeftruitje dat haar mooie buik liet zien. Een strakke buik. Geen grammetje teveel droeg ze met zich mee.
‘Hoi’, zei de chef.
‘Hoi’, zei Tuulykkie die de deur dicht van de kamer van de chef dichtdeed.
‘Ik vind jou aardig’, zei ze.
Ze liep naar hem toe en voor de chef er op bedacht was, zoende ze hem vol op zijn mond. Hij aarzelde maar heel even voor hij haar terugkuste. Hij voelde zijn tong om de hare dansen.
‘Dit kan niet’, zei hij.
‘Dit kan heel goed’, zei Tuulykkie.
‘Ik ben getrouwd’, zei de chef.
‘Ik niet’, zei ze.
Ze kuste hem opnieuw met volle overtuiging.
Hij streelde haar over haar rug, door haar haar.
‘Ik wil jou’, zei ze.
‘Ik jou’, zei de chef, ‘Moment.’
Hij schoof een stoel voor de deur onder de deurknop.
‘Just in case’, zei hij.
Hij streelde haar borsten.



Ze kusten.
Ze kleedden elkaar uit.
Hij knielde voor haar neer.
Hij begroef zijn gezicht in haar vrouwelijkheid.
Ze kreunde soms even.
En hij maakte haar boven op het harde bureau tot de zijne.

Om kwart voor zes ging hij naar huis.
‘Zie ik je morgen’, had ze gezegd.
‘Ja, morgen, morgen zie je mij’, zei de chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 12 juni 2005
‘Deze week wordt de drukste week in mijn leven’, zuchtte Alex.
‘Echt waar?’ vroeg Paul.
‘Ja, volstrekt verkeerde planning. Nu heb ik allerlei gesprekken deze week. Dat moet ik nog voorbereiden ook. Wat een zooi ellende.’
Alex zuchtte nog dieper.
‘Ziekmelden en alles afzeggen’, zei Paul.
‘Nee, kan niet. Sommige dingen moeten echt nu gedaan worden.’
Alex kreunde er bijna bij. Zijn gezicht vertrok van pijn bij de gedachte alleen al.
‘Je raakt nog eens betrokken bij het kantoor’, zei Paul, ‘Straks heb je hulp nodig.’
‘De vertrouwenspersoon. Die heb ik straks nodig. Ik ga hem in vertrouwen vertellen dat de werkdruk veel te hoog is. Dat ik gek geworden ben. Dan ga ik op mijn hoofd op het bureau staan’, zei Alex.
‘Doen, mag je drie weken naar huis’, zei Paul.
‘En dan ga ik het kantoor aanklagen wegens misbruik van hun werknemers.’
‘Goed plan.’
‘Laten we even een ontspannend muziekje doen om de week te beginnen.’
‘Wat wil je horen?’
‘Laat me van Ramses Shaffy, en dan nog doorgaan. We zullen doorgaan.’



‘Doen we.’
‘Doe ook even Het.’
‘Ik heb geen zin.’



‘Precies.’
‘Komt ie.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 12 juni 2005
De chef opende zijn mailbox.
Hij zag dat er een mailtje was van Kylykkie.
Dat was onverwacht.
Hij had daar niet meer opgerekend.
Er stond alleen maar:

There are so many different worlds
So many differents suns
And we have just one world
But we live in different ones

Groetjes

Kylykkie

Mark Knopfler.
De chef herkende het direct.



Het klopte.
De chef leefde nu in een andere wereld dan de wereld van Kylykkie.
Hij wist niet in welke wereld hij leefde vandaag.
Hij voelde nog de ogen van Paul in zijn rug toen hij aan zijn billen stond te krabben.
Hij voelde de ogen van de opperchef branden toen deze hem de rekening voor de pornofilms had gepresenteerd.
Hij voelde zich bovendien eenzaam.
Zijn vrouw was de hele dag weg met Rita. Gelukkig hadden ze de kinderen meegenomen.
Dat was tenminste nog iets.
Hij wilde gaan fietsen, maar net toen hij zijn fiets uit de schuur had gehaald begon het te regenen.
Hij had even overwogen een managementboek te gaan lezen.
Maar ook dat was saai.
Hij was gaan computeren.
En nu zag hij die mail van Kylykkie.
Hij drukte de computer uit en zocht zijn cd’s van Dire Straits op.
Jeugdsentiment.
Dat was lang geleden.
Schuifelen in een feestzaaltje in het dorp.
Zeker een jaar of 25.
Hij zag zich weer als jonge jongen.
Hij vroeg zich af hoe hij hier op deze zondagmiddag was gekomen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 11 juni 2005
Alex voelde zich toch een beetje triest. Zijn verjaardag vieren wilde hij niet meer. Vanochtend had hij de telefoon nog opgenomen. Nu niet meer. Hij had even helemaal nergens zin in. Hij dook in bed met zijn laptop en een paar boeken. Lekker een dag niksen. Dat is een mooi cadeau, dacht hij. Al surfend vond hij een gedicht.

VLINDERDOOP

Ik heb vannacht een woord gedroomd
Een glanzend nieuw en klankrijk woord
Ik heb het in mijn slaap gehoord
En toen de neiging ingetoomd

Weer te vergeten wat de nacht
In taal en teken weten laat
Dus ik onthield. En daarom staat
Het woord nu op papier. Het wacht

En wenkt, het roept en zingt en smeekt:
“Kom, vul mij met betekenis
Dat ik geen recht van spreken mis
Dat mijn bestaan geen zin ontbreekt!

Als jij niet zegt hoe, wie of wat
Ben ik een opgedolven schat
Die ijdel glanst en klinkt om niet
Met lucht en leegte als verschiet

Ben ik jouw eerste liefdesnacht?
Een wens die op vervulling wacht?
Een droom waarin men vliegen kan?
Ben ik een jongen, word ik man?

Beteken mij, betaal, bemin
Vervul mij, geef mijn klank jouw zin
Ik leef, dus vul mij, vul mij in”


Cees van der Pluijm was de schrijver.
Gaaf dacht Alex.
Echt iets voor vandaag.
Een dag om na te denken.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 10 juni 2005
‘Beetje kaal hier’, zei Alex tegen Michael.
‘Sukkels zijn het. Ze hebben gewoon alles weggehaald, terwijl ik alleen gevraagd had of ze die ene lege kast wilden weghalen. Mijn spreektafel, mijn stoelen en alle kasten. Ik heb nu alleen nog mijn bureau en mijn eigen stoel’, ratelde Michael.
‘Ach je hebt wel lekker de ruimte’, zei Alex.
‘Straks komen er mensen. Om tien uur. Die moeten dus maar blijven staan’, zei Michael.
‘Of gewoon in een kring op de grond gaan zitten’, zei Alex.
‘Goed idee, doe ik gewoon. Als er geen stoelen zijn, dan maar op de grond’, zei Michael.

Om tien uur was de kamer nog steeds leeg. Michael had wel gebeld met de huisdienst, maar de mevrouw die daar de telefoon opnam zei:’Wij doen maar wat.’
Hij was doorverwezen naar iemand die met vakantie was. Maar over twee weken was die persoon weer terug en konden alle meubilaire zaken weer opgepikt worden. Michael baalde toen om tien uur de telefoon ging en zijn bezoeker werden aangekondigd. Hij besloot ten einde raad maar in de kamer van de chef te gaan zitten. Die had een mooie grote kamer met een vergadertafel.

Om kwart voor elf kwam de chef op kantoor. Hij was even naar de huisarts geweest vanwege huidklachten. Hij had enorme jeuk aan zijn billen de laatste tijd.
‘Stress’, had de huisarts gezegd zonder lang na te hoeven denken.
‘Niet krabben’, had hij daarna gezegd, ‘En insmeren met zalf.’
De chef krabde de hele dag aan zijn billen. Hij kon er niet mee stoppen. Hij probeerde het zoveel mogelijk stiekem te doen, maar soms was de jeuk zo erg dat hij zijn neiging tot krabben niet meer kon onderdrukken.



‘Direct smeren in dat geval’, zei de huisarts.
Ook nu had de chef vreselijk veel jeuk. Hij was blij dat hij bijna in zijn kamer was. Hij had zijn hand al in zijn broek toen hij de deur van zijn kamer openduwde. Plots zag hij Michael en alle andere zitten.
‘Sorry, maar dit is mijn kamer’, zei de chef.
‘Ja, maar nu zit ik hier. Dit is dringend’, zei Michael.
‘Eh, oh eh, dan neem ik jouw kamer wel even’, zei de chef.
Hij rende naar de kamer van Michael.
De jeuk werd steeds erger.
Eenmaal in de kamer van Michael liet hij zijn broek zakken en begon lekker te krabben. Hij sloot zijn ogen en bewerkte niet alleen het complete oppervlak van beide billen, maar ook de bilnaad.
‘He, Michael, moet je horen..’, zei Paul die de deur van Michaels kamer opengooide.
De chef haalde zijn hand uit zijn bilnaad.
‘Oh sorry, ik wist niet dat jij hier was’, zei Paul die de deur bulderend van de lacht dichtgooide.
De chef trok zijn broek omhoog.
Hij durfde de zalf niet meer op zijn billen te smeren.
Hij wist zeker dat ze binnen tien minuten allemaal langs Michaels kamer zouden lopen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 9 juni 2005
‘Gisteren belde ik je al, maar je was er niet’, zei de opperchef.
‘Een staking van het openbaar vervoer speelde mij parten’, zei de chef.
‘Kan je toch op de fiets komen?’
‘Ik had een lekke band.’
‘Onzin, die kan je plakken. Een chef moet op kantoor zijn.’
‘Dat is waar, ik ben er ook bijna altijd.’
‘Bijna is niet goed genoeg. Als ik bel moet je er zijn.’
‘Zeker, dat is waar.’
‘Als je dat maar weet. Ik moet namelijk deze ernstige kwestie met je bespreken.’
‘Welke kwestie.’
‘We zijn drie maanden geleden op conferentie geweest daar in dat Hotel in Bergen aan Zee.’
‘Ja, dat klopt.’
‘Nu krijg ik hier een rekening van 23,50 euro voor jouw kamer wegens niet betaald film kijken. Eerst Geile Nonnen op Pikkenjacht en daarna Extreme Cocksuckers and Nasty Barebackers zijn gekeken.’
De chef verschoot van kleur.
‘Ik kwam per ongeluk op dat kanaal.’
‘Kan niet, je moet je met de telefoon aanmelden.’
‘Nee hoor, het ging gelijk aan.’
‘Weinig interger. Kijken is niet integer en dan niet betalen is helemaal niet integer.’
De chef zweeg.
‘Die gele kaart wordt steeds donkerder geel’, zei de opperchef.
‘Ik zal onmiddellijk die rekening voldoen’, zei de chef.
‘Ben je bi of gewoon gay’, zei de opperchef.
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou Nasty Barebackers laat niet veel te raden over.’
De chef zweeg.Hij wist dat de opperchef hem niet zou geloven als hij vertelde dat het een film was over paardrijden.



Ook deze dag was niet zijn dag.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 9 juni 2005
‘Ik ga vandaag met Rita naar haar nieuwe huis kijken’, zei de vrouw van de chef.
‘Echt waar’, zei de chef bijna juichend.
‘Hou je een beetje in, wil je’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik zeg toch niets’, zei de chef.
‘Het lijkt alleen maar zo’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik ga naar kantoor’, zei de chef.
Zonder zijn vrouw een kus te geven liep hij naar de schuur om zijn fiets te pakken. De mededeling van zijn vrouw betekende dat zij vandaag de auto nodig had. Het deed de chef niets. Hij ging toch liever op de fiets nu het zulk mooi weer was.
Maar toen hij zijn fiets uit de schuur had gehaald, bleek hij een lekke band te hebben.
‘Verdorie’, mompelde hij, ‘dan maar met de bus.’
Hij nam zijn fiets aan de hand. Onderweg naar de bushalte was de zaak van de fietsenmaker. Hij was voornemens zijn humeur vandaag door niets te laten bederven. Hij leverde zijn fiets in en ging in het bushokje zitten. Er zat niemand. Kennelijk was de bus net weg. Hij haalde de krant uit zijn zak en begon aan het verslag van de voetbalwedstrijd. Nederland had gewonnen. Tuulykkie zou dus wel bedroefd zijn. Hij zag voor zich hoe hij haar troostte. Hij legde een arm om haar heen en kuste haar op haar voorhoofd. Hij floot zachtjes ‘I will always love you.’
Nog steeds kwam er geen bus.
Hij begon nu aan cultuurgedeelte van de krant, maar dat was saai.
Hij keek rond.



Hij zat nu een kwartier bij de bushalte.
Plots stopte een wagen van Stad-Radio.
De reporter in de wagen had al een half uur door de stad gereden op zoek naar iemand bij een bushalte. Hij had bijna de moed opgegeven, maar gelukkig daar zat een sukkel. Hij sprong snel uit zijn auto. Voor de chef het wist had hij een microfoon onder zijn neus.
‘Mag ik u wat vragen?’, zei de reporter.
Hij wachtte niet op het antwoord.
‘Wat vindt u van de staking van het buspersoneel?’
De chef keek verdwaasd.
‘Staking? Vandaag?’
‘Ja, weet u dat niet, vandaag staken ze weer. Wat vindt u ervan?’
‘Eh, vreselijk, dan kom ik niet op kantoor. Mijn vrouw heeft de auto.’
‘U bent erg gedupeerd dus?’
De chef keek om zich heen.
‘Er komt echt geen bus?’
‘Nee, vandaag niet.’
‘Dan moet ik gaan lopen, maar dat is te ver.’
‘Kunt u niet fietsen?’ vroeg de reporter.
‘Ik heb een lekke band’, zei de chef.
De reporter sprak in de microfoon.
‘De busstaking treft de economie in het hart. Deze noeste werker kan niet op zijn kantoor komen. Terug naar de studio.’
De reporter liep terug naar zijn auto, stapte in en reed weg.
De chef ging weer op het bankje zitten.
Hij wist het even niet meer.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 9 juni 2005
‘Was het leuk gisteren?’ vroeg Paul aan Alex.
‘Ja, het was een leuke dag. Goed om de oude collega’s weer te ontmoeten’, zei Alex, ‘herinneringen ophalen is altijd leuk.’
Sommige dingen was Alex helemaal vergeten.
Zijn loopbaan als chef lag al heel lang achter hem.
Hij was ook die vrijdagmiddag vergeten, waarop hij zijn team op een terras had aangetroffen ergens rond half twee. Hij was lekker cd’s gaan kijken en had ergens een broodje gegeten.
Zijn team zat op een terras vlak bij kantoor.



Ze hadden naar hem gezwaaid toen hij langsreed.
Hij zag een lekkere Sancerre in een grote koeler op tafel staan.
Maandagochtend had hij ze bij zich geroepen.
‘In de middag op dat terras zitten geeft gezeik’, zei hij, ‘stelletje ezels ga dan in de binnentuin zitten en vraag mij ook mee dan lijkt het nog een beetje op werkoverleg.’
Ze knikten.
‘Het was zomaar ontstaan en jij moet toch altijd vergaderen’ had Joris gezegd.
Alex had nog even zitten mokken.
Daarna was het steeds gezelliger geworden.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 7 juni 2005
De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft, zong de chef uit volle borst.



Hij voelde zich licht vandaag.
Hij had zich ingeschreven voor zangles en was gisteravond voor het eerst geweest.
Herman Boswinkel had hem gezegd dat hij iets moest doen waarbij hij echt kon aarden. Eerst had hij gedacht aan dansen, maar dat moest hij samen met iemand doen. Hij had geen zin om het met zijn vrouw te doen. Hij wilde juist uit huis weg zijn. Zingen kon hij alleen doen.
De zangleraar had hem gezegd zijn benen stevig op de grond te zetten en dan de adem door zijn hele lijf te laten stromen.
Dat deed hij vanochtend.
Hij had zijn computer aangezet en wachtte tot het programma was opgestart. Dat duurde altijd heel lang.
Ondertussen zong hij uit volle borst.
Een kind dat nog een leven voor zich heeft.
Daarna schakelde hij over naar Patsy.



Daar bij de haven in het heel oude huisje.
Daar woont het meisje waar ik veel van hou.
Hij hield van Nederlandstalige liedjes.
‘Je zingt mooi’, zei Tuulykkie die onverwacht binnenkwam.
De chef bloosde een beetje en stamelde: ‘Dank je wel.’
‘We kunnen ook een keer samen zingen’, zei ze, ‘dan kom je gewoon een keer bij mij eten.’
‘Graag’, zei de chef.
Even later zong hij If I fell in love with you.



Hij voelde zich nog lichter.

‘Hij maalt’, zei Karel tegen Michael.
‘Hij zit al de hele ochtend achter zijn computer te zingen’, zei Michael.
‘Het duurt niet lang meer’, zei Karel.



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 7 juni 2005
'Morgen ben ik er niet', zei Alex.
'Ik weet het', zei Paul.
'Zal saai zijn hier', zei Alex.
'Ach ik draai wel wat muziek', zei Paul, 'ik heb hier iets van Macbeth.'


.
'Het is een drukke week', zei Alex.
'Zie je later', zei Paul

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 6 juni 2005
Suzanne had haar weblog ook weer bijgewerkt. Ze was vandaag heel erg gespannen. De chef had gezegd dat ze deze week de bedrijfsarts moest bellen. Hij had gezegd dat hij dacht dat haar klachten voor een deel psychisch waren. Ze had Frits direct gebeld, maar die had niet opgenomen. Ze wou dat hij thuiskwam. Om kwart over vier was ze naar bed gegaan en had lekker naar soaps gekeken.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 6 juni 2005
‘Ik zie helemaal niks’, zei Alex.
Hij zat met zijn zonnebril op achter zijn computer.
Zijn pupillen waren verwijd met atropine.
‘Daar heb je 24 uur last van’, zei de oogarts.
En dat alleen maar om zijn netvlies te bekijken.
Gelukkig kwam hij in aanmerking voor een kunstlens.



Straks kon hij leven zonder bril.
Overal leuke zonnebrillen kopen.

Hij deed gefrustreerd zijn computer uit.
‘Wat moet ik doen hier?’
‘Naar huis gaan’, zei Paul
‘Je hebt gelijk’, zei Alex, ‘Ik ga in het donker zitten. Al dat licht doet pijn aan mijn ogen.’
‘Gewoon lekker naar metal gaan zitten luisteren met ooglapjes’, zei Paul, ‘Morgen is er weer een dag.’
‘We doen nog een bak koffie en dan ga je gewoon.’
‘Ok, en een liedje.’
‘Ja we doen Mezmerize.



Dat is echt hard. Ogen dicht en genieten.’
‘Ok, laat maar horen.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 6 juni 2005
De chef telde de scores nog eens na, maar het klopte.
Hij was een perfectionist, daarna een succesvolle werker en helemaal als laatste stond de acht, de baas.



Hij vroeg zich af hoe dit er uit kon komen.
‘Logisch toch’, had zijn vrouw gezegd, ‘tegen de kinderen ben je ook altijd zo’n enorme zeikerd. Altijd heb je wat te zeuren. Dat ze hun schoenen uit moeten doen en niet bij de televisie mogen eten. Nee, het is duidelijk.’
Hij had er slecht van geslapen.
Vandaag op kantoor had hij nog twee enneagramtesten gedaan en iedere keer was hij weer een perfectionist.
Bij de laatste test had hij een analyse van de vragen gemaakt. Hij begreep sommige vragen niet eens. Waarom maakte het wat uit dat hij graag anderen hielp? Hij had vanmorgen Tuulykkie ook graag geholpen. Ze had problemen met haar notitie over het gebruik van afvalstations. Ze wist niet hoe ze het best haar hoofdstukindeling kon opzetten. Hij was heel dicht naast haar gaan staan en had zelfs even haar arm aangeraakt. Ze had tegen hem gelachen. Hij had gevoeld dat hij reageerde en hij hoopte dat ze het niet gezien had. Daar was toch niks mee mis?
Hij las de bijsluiter nog een keer.
Het maakte niet uit wat je was stond er. Alles was goed. Maar hij wist ook dat de opperchef alleen maar achten wilde.
Hij had geprobeerd Herman Boswinkel te bellen, maar die was niet thuis.
Hij baalde.
Hij wilde een baas zijn.
Hij was toch de baas?
Dat wist toch iedereen?
Hij besloot er nog maar een Belbin test achteraan te gooien. Maar ook daar kwam uit dat hij een zorgdrager was. Hij sloeg met zijn vuist op tafel en deed zijn computer uit. Hij keek op de klok. Kwart over vier. Hij maakte een rondje over de gang. Er was niemand meer. Alleen Tuulykkie was er nog.
Hij klopte op haar deur.
‘Zullen we even op een terras wat bijpraten?’ vroeg hij, ‘Ik heb even behoefte aan frisse lucht.’
‘Leuk’, zei ze.
Ze liepen om tien voor half vijf samen het kantoor uit en gingen naar het terras aan de overkant.
‘Ben jij voor Nederland of voor Finland’, vroeg de chef.
‘Wat bedoel je?’
‘Nou over het voetbal’, zei hij.
‘Ik kijk nooit naar voetbal’, zei ze.
‘Ik ook niet’, loog hij, ‘Maar straks spelen we tegen elkaar en dat vond ik wel grappig.’
‘Wij zijn niet tegen elkaar’, zei Tuulykkie.
‘Nee, wij zijn met elkaar’, zei de chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 5 juni 2005
Alex floot tussen zijn tanden Het liedje van de Wind. Het werd een drukke week voor hem. Veel tijd voor kantoor zou er niet zijn. Oogarts, tandarts, afscheid van een collega en oefenen voor zangles zou hem deze week in beslag nemen. Hij vroeg zich af waarom sommige mensen zich verveelden als ze met pensioen gingen. Hij kwam altijd tijd te kort. Werken was een onaangename hindernis bij zijn vele bezigheden. Die collega waar hij afscheid van ging nemen woonde nu in Antwerpen. Die had het goed bekeken. Hij verheugde zich op een bezoek aan het Rubenshuis.


Reageer op dit bericht

Een waldrockmoment. (0)Zondag 5 juni 2005
Nat was het op Waldrock.
Heel nat.
Maar Metalkid (in oranje) heeft genoten.
Kijk maar.



En dit schreef de krant erbij

BURGUM - Stortbuien of niet, op het festivalterrein voor Wâldrock bij Burgum hadden de eerste metalliefhebbers gisteravond al een kleine honderd tenten neergezet. Terwijl blikseminslagen in Amsterdam de metro uitschakelden, in de Randstad de files door hoosbuien groeiden en de vliegtuigen op Schiphol door het noodweer ernstige vertraging opliepen, gingen op het kampeerweiland de regenpakken aan en de blikjes open.

Morgen weer naar kantoor.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 5 juni 2005
Suzanne kreeg er geen genoeg van vandaag. Het ene na het andere berichtje postte ze op haar weblog.
Ze voelde zich vrolijk worden.
'Ik ben blij dat je zo'n leuke hobby gevonden hebt', zei Frits.
'Dank je wel', zei Suzanne.
'Strak heb je geen tijd mee om te werken', lachte hij.
'Nee, dan wordt ik fulltime webmaster', zei Suzanne.
Ze kusten elkaar.
'Misschien ga ik ook wel een weblog beginnen', zei Frits.
'Heb je al een onderwerp?'
'Nee, ik denk daar nog over na. Misschien ga ik het over liedjes doen. Liedjes die ik mooi vind en die vergeten zijn', zei hij.
'Welke zou je eerst doen?'
'Ik denk dat liedje van The White Plains, When you are a king', zei hij.
'Ja die is mooi. Veel mooier dan al die metal dingen die ze op kantoor tegenwoordig draaien', zei Suzanne.
Ze zongen samen uit volle borst het liedje.
Suzanne was gelukkig.

(MP3 link staat onder de aap)

Reageer op dit bericht

Een snurkmoment (0)Zondag 5 juni 2005
De chef draaide zich nog een keer om.
Zijn vrouw lag te snurken.
Ze zaagde de ene boom na de andere om.



De chef kon er niet van slapen.
Hij probeerde het geluid niet te horen, maar hoe meer hij dat probeerde hoe harder het geluid leek te klinken.
Hij had al een handdoek om zijn hoofd gebonden.
Dat dempte het geluid wel een klein beetje, maar het was nog steeds hard.
Hij overwoog of hij zijn vrouw wakker zou maken.
Hij wist dat ze dan weer kwaad zou worden.
Een andere keus was boven te gaan slapen, in de studeerkamer, maar dan moest hij het luchtbed oppompen met de elektrische pomp. Dan zou ze ook waarschijnlijk ook wakker worden, want dat ding maakte nogal veel herrie.
En Rita sliep daar ook nog steeds.
Hij bestelde dat Rita nu eindelijk een eigen woning kreeg.
Ik leef in een rustig huis, dacht hij.
Maar er was niemand die hem steunde, want het was nacht.
Hij voelde zich ongelukkig.
Na nog wat aarzelingen duwde hij tegen de arm van zijn vrouw.
Ze reageerde niet.
Hij duwde nog een keer.
‘Ja schat’, zei ze in haar slaap, maar even later snurkte ze weer door.
Hij duwde opnieuw tegen haar arm.
‘Wat is er Riet’, vroeg ze in haar slaap.
De chef schrok en duwde niet meer.
Hij stond op en ging op het toilet ziten en dacht na.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 5 juni 2005
Suzanne had een postje gemaakt in haar weblog. Ze was er trots op. Ze vond dat ze langzaam de vorm begon te vinden. Ze vond het ook leuk om op de weblogs van anderen te kijken. Ze las heel veel boeiende dingen over andere mensen. Dingen als hoe laat ze opstonden, wat ze voor ontbijt genomen hadden, of ze hun werk leuk vonden, of de kinderen weer stout waren geweest, of ze aan het afvallen waren, of ze wilden stoppen met roken, of ze ongesteld waren, of ze de hond hadden uitgelaten en nog veel meer leuke dingen. Ze had aan Frits gevraagd of hij ook een weblog wilde, maar Frits had gezegd dat hij niet wist wat dat was. Ze had hem een paar leuke voorbeelden laten zien, maar hij had gezegd dat hij niet wist wat hij moest schrijven. Hij las liever de krant had hij daarna gezegd.
Suzanne moest binnenkort weer naar de bedrijfsarts.



Ze vroeg zich af of ze misschien haar camera zou meenemen en een foto van de bedrijfsarts zou gaan maken. Dan kon ze ook gaan vertellen over haar ziek zijn. Daar zijn tenslotte ook veel weblogs van. Mensen die aan andere mensen vertellen hoe ziek ze zijn en hoe ze met hun ziekte omgaan. Maar dan moest ze ook over de chef schrijven en hoe slecht hij haar behandelde. Ze wist niet of ze dat wel zou durven.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 4 juni 2005
Waldrock.
Metalkid had er wekenlang naar uit gekeken.
Hij moest er even uit.
Weg van het kantoor. Weg van de chef en weg van al die verzuurde figuren.
Even gewoon metallen.
Vrijdagmiddag om drie uur reed hij met zijn vriendin en drie vrienden Burgum binnen.
Althans dat wilde hij.
Maar op de weg stonden keurige jongelui.
Meisjes in rokken.
Jongens in pullover en een grijze broek.
Ze probeerden de auto’s tegen te houden.
Metalkid stopte ook.
Hij draaide het raampje open.
‘Wij zijn van het Wake-Up-team’, zei een keurige jongen met teveel bryllcream in zijn haar.
‘Mooi, maar ik ben al wakker hoor’, zei Metalkid.
‘Rij toch door man’, zei zijn ongeduldige vriendin.
‘Nee’, zei Metalkid, ‘Ik heb van een collega geleerd dat ik altijd tijd moet nemen voor een praatje.’
‘U heeft gelijk’, zei de keurige jongeling, ‘Weet u dat ik vroeger ook van metal hield? Maar nu is Jezus in mijn leven.’
‘Dat is fijn voor jou’, zei Metalkid.
‘Gaan we nou nog rijden, verdomme nog aan toe’, zei zijn vriendin, ‘straks staat die camping vol’
‘Jezus is er ook voor jou hoor’, zei de keurige jongen die zijn hoofd door het raampje van de auto naar binnen boog en de vriendin van Metalkid aankeek.
‘Steek maar in je hol’, zei de vriendin van Metalkid.
‘Dat is nou precies wat ik bedoel’, zei de keurige jongen, ‘Jezus predikt liefde en metal predikt agressie.’
‘Volgens mij heb jij nog nooit geneukt’, ze de vriendin van Metalkid, ‘Knaap die je bent.’
‘Neuken is niets. Het gaat om ware liefde. Eenwording met jezelve’, zei de keurige jongen.
Metalkid dacht even dat hij terug was op kantoor. Hij hoorde een collega praten.
‘Als jij mijn vriendin beledigt, geef ik je een knal voor je kop’, zei Metalkid.
De keurige jongen deinsde terug.
‘We hebben ook gebedsbijeenkomsten’, riep hij nog.
Metalkid gaf gas.
De keurige jongens en meisjes sprongen aan de kant.
‘Tijd voor bier’, zei Metalkid.
‘Zuipen’, riepen de drie vrienden van achter uit de auto.
Het festival kon beginnen.




Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 3 juni 2005
'Ken jij Het liedje van de Wind. van Jules de Corte?' vroeg Alex aan Paul.
'Misschien, maar nu weet ik niet meer hoe dat gaat', zei Paul.
'Ik mail je de link. Ik heb al vier keer gekeken. Het inspireert mij', zei Alex.
'Heel goed op een vrijdagmiddag', zei Paul
Even later zongen ze samen het Liedje van de Wind.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 3 juni 2005
‘Wij zijn op ziekenbezoek hoor’, zei Alex tegen Paul.
‘Ok, je gaat toch met Jochem?’
‘Ja, daarna gaan we even lunchen en dan zie ik wel of ik nog kom vandaag.’
‘Veel plezier.’

Suzanne was een paar weken ziek.
De reďntegratie was helemaal mislukt.
De chef had haar op 17 mei nog gebeld.
Maar het was nu al 3 juni.
Ze had niets meer van haar kantoor gehoord.
Ook niet van Nico-Jan de rimmer, maar dat kwam, omdat hij ook ziek was.
Suzanne vermaakte zich wel thuis.
Ze was een weblog begonnen.
Daar schreef ze allerlei heel lieve dingen op.
Over haar poezen. De guitige rooie die ze eerst Dikkie Dik had genoemd en later had omgedoopt tot Rhett Butler, omdat ze Clark Gable heel erg opwindend vond in Gone with the wind en de felle Kartuizer die Mohammed heette, omdat hij zo’n Aziatische uitstraling had en die eigenlijk een vrouwtjespoes was.



De verhaaltjes waren klein. Vandaag schreef ze;
‘Mohammed zit voor het raam. Hij is boos op Rhett Butler. Dat komt, omdat Rhett Butler met Mohammed wilde vrijen. Maar Mohammed had geen zin. Die had net zijn bakje Sheba-zeevis-speciaal op en wilde lekker in de zon liggen. Ik heb Rhett Butler voor straf in de keuken gezet, maar nu weet ik zeker dat hij op het aanrecht gaat zitten. Wat moet ik nu doen?’



De eerste reactie was dat ze Rhett Butler maar moest castreren. En de volgende had gezegd dat ze het flauw vond van Mohammed. Rhett Butler was echt een aantrekkelijk dier en dat ze ze gewoon moest laten neuken.

Toen werd er gebeld.
Ze drukte haar computerscherm uit en liep naar de deur.
‘Hallo’, zei Alex.
‘Hoi’, zei Jochem.
Ze hadden een grote fruitmand in hun handen.
‘Voor jou, van kantoor’, zei Alex.
‘Oh, wat mooi, kom binnen’, zei Suzanne.
Ze begon te huilen.
Zo ontroerd was ze.
Alex en Jochem keken elkaar aan.
‘Zo erg is het toch niet dat wij op bezoek komen’, zei Jochem lachend.
‘Nee, natuurlijk niet. Het is heerlijk. Bedankt’, zei Suzanne.

Het werd een gezellig ochtend.
Mohammed vond een warm plekje bij Jochem op schoot. Hij hield echt van poezen. Suzanne had gebakjes gehaald.
Jochem at ook die van Alex op, omdat Alex op dieet was.
Ze vertelden verhalen over kantoor.
Over de naakte man die bij Jim in de kamer aan de muur hing.
Over Tuulykkie, de nieuwste aanwinst van de chef.
Over de faxapparaten die nooit werkten.
Suzanne kreeg bijna heimwee naar het kantoor.

‘Blijf nog maar rustig een tijdje thuis hoor’, zei Alex.
‘Ja, dat werken is nog niks voor je’, zei Jochem.
‘Bedanken jullie iedereen op kantoor?’ vroeg Suzanne nog.
‘Ja hoor’, riepen ze in koor.

Suzanne zwaaide toen ze de straat uit reden.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 3 juni 2005
‘Het is nee geworden’, zei de opperchef.
De chefs knikten.
‘Dat is een indicatie dat we het contact met de burgerij verliezen. Dat geldt ook voor ons kantoor. We schrijven veel beleid, maar of dat wordt uitgevoerd, weten we niet’, ging de opperchef verder.
De chefs knikten opnieuw.
Het was warm in de vergaderzaal.
De chefs hadden hun jasjes nog aan.
Ze wachtten tot de opperchef zijn jasje zou uitdoen.
Als dat gebeurde, mochten zij ook het hunne uitdoen.
Maar de opperchef was in het vuur van een betoog over de uitvoering van beleid vergeten dat het warm was.
Hij vond de chefs allemaal jaknikkers.
Dat klopte, want na elke zin die hij uitsprak, knikten de chefs instemmend.

De chef lette niet op.
Hij was verward.
Zijn vrouw was naar een grote nee-party gegaan. Samen met Rita. Ze hadden gevierd dat het volk voor nee had gekozen. De chef voelde verwijdering tussen hem en zijn vrouw. Hij had natuurlijk ja gestemd. Ze had hem samen met Rita gisteren uitgelachen. En ze had hem niet meegevraagd naar de nee-party. Ze was laat thuisgekomen. Ze rook toen naar alcohol en zweet. Ze had niet de moeite genomen zich te wassen en was rond kwart voor vier direct tussen de lakens geschoven.
Hij dacht nu aan Tuulykkie.
Hij droomde weg en was terug in Finland.

‘Faxen gebruiken wij niet langer. Die zijn onbetrouwbaar en kosten veel inkt’, zei de opperchef nu. Hij was gekomen aan het agendapunt waarin de bezuinigingen werden doorgenomen.
‘De faxapparaten worden in de loop van de volgende week verwijderd’, zei de opperchef.



De chef hoorde de laatste zin en veerde op.
‘Ik stel voor dat we de medewerkers externe email geven’, zei de chef zomaar.
De opperchef zweeg en keek de chef aan.
‘Dat is een tamelijk onzinnig voorstel’, zei de opperchef toen, ‘Denk eens aan de risico’s voor ons kantoor.’
‘Maar de hele wereld stuurt emails aan elkaar’, zei de chef.
De opperchef werd kwaad.
‘Begrijp je het niet of wil je het niet begrijpen?’ vroeg hij.
De chef keek nu op zijn beurt verbaasd.
Hij emailde al jaren en het ging altijd goed. Ze keken allemaal naar hem en schudden nee.
‘Email is een verkeerd middel’, zei een collega chef, ‘Veel onderzoek is nodig naar het gebruik van email. Je kunt er ook foto’s mee verzenden. Straks lopen onze computers vol met porno.’
‘Daar zijn filters tegen uitgevonden’, probeerde de chef nog, maar het was tevergeefs.
De opperchef zei: ‘Onzinnig voorstel.’
De chef zei niets meer.
Hij wist dat hij dit jaar zeker niet in aanmerking kwam voor een extra maandsalaris.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 2 juni 2005
‘En, hoeveel was het?’ vroeg Paul.
‘2,3 kilo eraf in een week’, zei Alex, ‘ik vind het geweldig.’
‘Ja, dat klinkt goed, maar het is de eerste week.’
‘Volgende week weer twee kilo.’
‘Ik steun je. Gewoon lekker hard werken hier. En tussen de middag weer wandelen.’
‘En we zijn ook nog eens tegen.’
‘Ja, massaal, niets aan te doen. Maakt ook niks uit. Nederland blijft nu gelukkig. Ik was echt ongerust. Stel je voor: geen Frans Bauer meer of geen Andre Hazes herdenkingsconcert of geen Feijenoord met tien buitenlanders meer. Nee, gelukkig we blijven.’



‘Zo is het, wil jij koffie?’
‘Goed, doen we.’
‘Daarna ga ik enquętes invullen’, zei Paul.
‘Heb je er veel?’
‘Het worden er steeds meer. Eview, flycatcher, viewpoints, intomart en weet ik veel. Ik verdien dagelijks een halve boekenbon. Laatst kreeg ik zomaar 45 euro als prijs.’
‘Dat wordt bijna een dagtaak.’
‘Ja, de ene is leuker dan de andere, maar ach je klikt maar wat en klaar is Kees.’
‘Mail mij die links even, ga ik het ook doen. Ik wil ook boekenbonnen verdienen.’
‘Ok, straks heb je ze, maar ik zou me thuis aanmelden. Straks loggen ze het ipadres hier en krijgt de chef al die boekenbonnen.’
‘Dat wordt te gek.’
‘Zeker weten, hij huppelde gisteren weer.’
‘Echt waar?’
‘Ik hoorde het van Karel.’
‘Zeker weer verliefd.’
‘We spelen binnenkort tegen Finland. Die nieuwe is ook weer een Finse.’
‘Geweldig, ga ik haar straks even dollen.’
‘Het wordt een spannende dag vandaag.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 1 juni 2005
‘Wat zijn mijn targets?’ vroeg Tuulykkie aan de chef.
‘We hebben op ons kantoor geen targets. Het gaat erom dat het beleid goed wordt beschreven’, zei de chef.
Tuulykkie was blij met haar nieuwe kamer.
Ze was blij dat ze nu eindelijk aan het werk was.
Het had lang geduurd voor ze een baan had gevonden.
Ze had zelfs een loopbaantraject gedaan dat ze zelf had gefinancierd.
Daar was weliswaar niet uitgekomen dat ze beleidsmedewerker zou worden, maar ach een kniesoor die daarop lette. Het salaris was goed en de chef leek een aardige en leuke man.
Hij had haar rondgeleid door het kantoor, maar ze had bijna niemand onthouden. Er was een jongen in een kamer vol met posters van draken die metalmuziek draaide. Die vond ze wel leuk. Ze nam zich voor hem vanmiddag even op te zoeken. En er was een dikke man die water zat te drinken achter een bureau. Hij was op dieet had hij gezegd. Dat was ook interessant, want ze wilde zelf ook wel weer eens afvallen. Ze vond zichzelf weer te dik. Ze had de laatste maanden veel vreetbuien gehad. Grote repen chocolade met en zonder hazelnoten had ze zonder rem gegeten, maar dat moest nu veranderen.
‘Ik heb een notitie nodig over het juiste gebruik van de afvalstations en prullenmanden op het kantoor’, zei de chef, ‘wil je daar mee beginnen?’
‘Wanneer heb je die notitie nodig’, vroeg Tuulykkie.
‘Over twee weken, kan dat?’ vroeg de chef.
‘Zeker’, zei Tuulykkie, ‘Ik zal eerst onderzoek moeten doen hoe ze hier met de stations omgaan.’
‘Heel goed idee’, zei de chef, ‘Ik moet gaan vergaderen.’
‘We zien elkaar straks nog wel eventjes misschien’, zei Tuulykkie.
‘Ja, dat denk ik wel’, zei de chef.

Ze was mooier dan Kylikkie.
En haar lach was leuker.
Wat een vrouw.
De chef maakte een huppelsprongetje in de gang.

Gek, hij is gek, dacht Karel die juist de gang in liep en de chef zag springen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 1 juni 2005


De Chef is het voor 1 keer met zijn medewerkers eens.
Ze stemmen allemaal JA.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 1 juni 2005
De chef keek op zijn horloge.
Het was al negen uur.
Tuulykkie was niet gekomen.
Hij overwoog of hij haar zou bellen.
Misschien was er iets met haar gebeurd.
Ze hadden toch duidelijk op 1 juni afgesproken. Half negen zag hij in zijn digitale agenda staan. Ze leek een stipte vrouw.
Om tien uur had hij alweer een afspraak om te vergaderen over het probleem dat steeds meer medewerkers koffie in de prullenmand gooiden. De schoonmaakdienst had geklaagd. De vuilniszakken lekten vaak en waren niet voor vloeistof bedoeld.
Hij pakte zijn telefoon, zocht het nummer van Tuulykkie en belde haar.
‘Terve’, zei ze.
Het klonk vertrouwd, terwijl hij haar nog maar nauwelijks kende. Het klonk als Kyllykkie. Terve, wat zei ze dat mooi.
‘Ja, met de chef, hallo’, zei hij.
‘Oh, dag’, zei ze
‘Is er iets mis gegaan?’
‘Ja, er was niemand, maandag. Ik zat daar voor niets’, zei ze en ze begon te huilen.
‘Wat bedoel je?’ vroeg de chef, ‘We hadden toch voor vandaag afgesproken?’
‘Nee, maandag, om half negen’, huilde ze.
De chef keek in zijn digitale agenda.
Hij klikte terug naar maandag.
Daar stond niets.
Zou hij een fout gemaakt hebben?
Vast, voor haar was dit een belangrijke afspraak.
‘Sorry’, zei hij.
Ze snikte.
‘Gaat het vandaag nog lukken?’ vroeg hij.
‘Ik moet nog stemmen’, zei ze.
‘Ik heb al gestemd’, zei de chef.
‘Goed, wat stemde je?’
‘Voor.’



‘Ik ben ook voor, dat is fijn.’
‘’Anders kom je morgen.’
‘Nee, rond twaalf uur kan ik er wel zijn, kan dat?’
‘Is goed. Ik bied je eerst een lunch aan. Als goedmakertje’, zei de chef.
Het huilen hield op.
‘Dank je, je lijkt me een aardige man.’
De chef voelde zijn chakra’s openspringen.
Hij was een aardige man.
Jammer dat zijn vrouw het nooit gezien had.
‘Tot straks’, zei hij.
‘Ja, tot straks.’
Hij voelde dat hij verliefd werd op Tuulykkie.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 1 juni 2005
‘Heb je al gestemd?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Nee, ik ga niet stemmen’, zei Paul.
‘Ja, dat kan ook’, zei Alex.
‘Jij wel dan, het is allemaal onzin’, zei Paul.
‘Ik ging vanmorgen vroeg stemmen in de oude school aan de overkant’, zei Alex.
‘En wat werd het?’
‘Voor, ik stemde voor, maar alleen maar omdat ik niet bij Rouvoet en Wilders wil horen’, zuchtte Alex.
‘Het is een probleem. Nu hoor je bij Balk’, zei Paul.
‘Ja, dat geeft ook geen vreugde. Ik word langzaam gek.’
‘Het zijn tragische dilemma’s.’
‘Klopt, het is nooit goed.’
‘Koffie en muziek, dat gaat ons door de dag helpen.’
‘Ok, we doen iets snoeihards.’
‘Therion is hard.’
‘Ok, go for it, dan ga ik lekker mijn emailtjes doen. Het zijn er flink wat, gelukkig weinig werkdingen, maar allemaal leuk.’
‘Daar gaan we.’
Therion brulde uit de speakers.



Alex stampte met zijn voeten mee.
Nog een beetje bewegen voor hij straks naar de gewichtskliniek moest kon geen kwaad. Hij was benieuwd hoeveel eraf was.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 1 juni 2005
Michael gooide de krant in de papierbak.
Hij had er genoeg van.
De nee-sekte werd zo langzamerhand nog misselijk makender dan moraalridder Jan-Peter.
Niemand heeft dat ding gelezen, dacht Michael die gisteravond tot diep in de nacht de grondwet had bestudeerd.
Hij was het er helemaal eens.
Vrijheid, gelijkheid en broederschap, zo was het toch.
Dus het werd voor hem een volmondig:


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 31 mei 2005
‘Heb je al gestemd?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Nee, ik ga niet stemmen’, zei Paul.
‘Ja, dat kan ook’, zei Alex.
‘Jij wel dan, het is allemaal onzin’, zei Paul.
‘Ik ging vanmorgen vroeg stemmen in de oude school aan de overkant’, zei Alex.
‘En wat werd het?’
‘Voor, ik stemde voor, maar alleen maar omdat ik niet bij Rouvoet en Wilders wil horen’, zuchtte Alex.
‘Het is een probleem. Nu hoor je bij Balk’, zei Paul.
‘Ja, dat geeft ook geen vreugde. Ik word langzaam gek.’
‘Het zijn tragische dilemma’s.’
‘Klopt, het is nooit goed.’
‘Koffie en muziek, dat gaat ons door de dag helpen.’
‘Ok, we doen iets snoeihards.’
‘Therion is hard.’
‘Ok, go for it, dan ga ik lekker mijn emailtjes doen. Het zijn er flink wat, gelukkig weinig werkdingen, maar allemaal leuk.’
‘Daar gaan we.’
Therion brulde uit de speakers.



Alex stampte met zijn voeten mee.
Nog een beetje bewegen voor hij straks naar de gewichtskliniek moest kon geen kwaad. Hij was benieuwd hoeveel eraf was.

Reageer op dit bericht

Een moment van bezinning (0)Dinsdag 31 mei 2005
Michael gooide de krant in de papierbak.
Hij had er genoeg van.
De nee-sekte werd zo langzamerhand nog misselijk makender dan moraalridder Jan-Peter.
Niemand heeft dat ding gelezen, dacht Michael die gisteravond tot diep in de nacht de grondwet had bestudeerd.
Hij was het er helemaal eens.
Vrijheid, gelijkheid en broederschap, zo was het toch.
Dus het werd voor hem een volmondig:


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 31 mei 2005
‘Hoe was het op de conferentie?’ vroeg de vrouw van de chef toen de chef thuiskwam.
‘Heel inspirerend’, zei de chef, ‘de denkbeelden van de opperchef zijn nu een stuk duidelijker geworden. Hij wil dat we dichter bij de mensen zijn. Meer communiceren.’
‘Dat is jouw kracht’, zei de vrouw van de chef.
De chef merkte haar ironie niet op.
‘Ja, daar ben ik goed in’, zei hij, ‘ik ga even een douche nemen. Morgen is het weer een zware dag. Dan komt een nieuwe medewerkster.’
‘Kan je direct weer communiceren’, zei zijn vrouw.
Ze was blij dat hij twee dagen weggegaan was.
Ze had ruimte aan haar gevoelens voor Rita kunnen geven.
Toen de kinderen naar bed gegaan waren, was Rita naast haar op de bank komen zitten. Ze hadden elkaar lang aangekeken.



Daarna hadden ze gekust. Ze waren naar bed gegaan. Vrijen met Rita was goddelijk geweest. Rita had alle gevoelige plekjes met groot gemak gevonden. De tong van Rita was overal geweest. Niet eerder kwam de vrouw van de chef spuitend klaar. Deze keer wel. Ze schrok er eventjes van, maar Rita verzekerde haar dat het heel normaal was. En toen Rita uiteindelijk ook kwam, was het alsof de afsluitdijk doorbrak. Ze had vanmorgen het bed afgehaald en het beddengoed gewassen.
Ze huiverde bij de gedachte dat ze straks weer naast de chef in bed zou liggen.

‘Waar is die stemkaart?’ vroeg de chef toen hij onder de douche vandaan kwam.
‘Die kaarten heb ik weggegooid’, zei de vrouw van de chef.
‘Weggegooid?’
‘Ja, stemmen heeft geen zin. Die hele grondwet is onzin. De Fransen zijn ook al tegen, dus wat maken we ons nog druk’, zei de vrouw van de chef, ‘en bovendien Rita is ook tegen.’
‘Wat heb ik met Rita te maken’, zei de chef.
‘Tegen is tegen en weg is weg’, zei de vrouw van de chef.
‘Nou, ik kan ook zonder kaart stemmen, dan neem ik mijn paspoort wel mee’, zei de chef.
‘Je doet maar’, zei de vrouw van de chef.
‘En ik stem voor’, zei de chef.



‘Je bent gek. Die grondwet is niet eens een grondwet. Het is een stapel papier die niemand gelezen heeft. Je weet niet wat er in staat en je bent voor? Ga liever eens communiceren’, zei de vrouw van de chef.
‘Het is belangrijk dat we 1 zijn in Europa’, zei de chef.
‘Waarom? 1 met stierenvechters? 1 met rituele slachters?’
‘Je maakt het belachelijk. We moeten het terrorisme bestrijden waar we kunnen.’
‘Kan ook zonder grondwet. Je mag geen bommen leggen.’
‘Ik stem toch voor.’
‘Je doet maar, ik stem tegen en die kaarten zijn weg.’
De chef deed een grote open zucht.
Hij dacht heel even aan Finland. Aan Kylikkie. Hoe zou het maar haar zijn.
Gelukkig kwam Tuulykkie morgen.
Hij stelde zich voor dat hij aan Europese eenwording werkte.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 30 mei 2005
Tuulykkie had zich niet verslapen.
Integendeel, ze was al om zes uur opgestaan.
Ze wilde de eerste dag niet te laat op haar werk komen.
Om kwart voor acht liep ze voor de eerste keer langs het gebouw.
Ze had om half negen met de chef afgesproken.
Te vroeg komen was ook niet goed, had ze geleerd.
Dan overviel je mensen.
Ze besloot dus nog een rondje te lopen.
Ze liep langs het gebouw naar de brug. Het waaide heel hard.
Ze besloot langs het eiland te lopen. Ze vond het uitzicht over de rivier wel mooi.
Er kwam een groot schip voorbij. Toevallig voerde het schip de Finse vlag. Dat zag je niet vaak. Ze zwaaide terug toen de mannen op de brug van het schip naar haar zwaaiden. Ze had trek in koffie, maar het koffiehuis was nog niet open.
Ze liep het hele eiland rond. Om tien over acht liep ze voor de tweede keer langs het gebouw. Ze had het inmiddels koud gekregen.
Ze ging naar binnen en meldde zich aan.
‘Ik kom voor de chef’, zei ze.
‘U staat niet in het systeem’, zei de vrouw aan de balie.
‘De chef weet dat ik kom’, zei Tuulykkie.
De vrouw aan de balie toetste het nummer van de chef in.
‘Er wordt niet opgenomen’, zei ze.
‘Ik ben wat vroeg, ik wacht nog wel even hier beneden’, zei Tuulykkie.
Ze ging op het bankje zitten.



Het was stil in de hal.
Af en toe kwam er iemand voorbij.
Soms zei iemand goedemorgen, soms niet.
Om half negen liep Tuulykkie weer naar de balie.
‘Wilt u nu de chef nog eens bellen?’ vroeg ze.
De vrouw hield de hoorn in haar hand en keek de ruimte in.
‘Hij is er nog steeds niet’, zei ze.
‘Dan wacht ik nog maar even’, zei Tuulykkie.
Tuulykkie wachtte en wachtte.
Tot half tien, en tot half elf.
‘Hier staat dat ze op conferentie zijn’, zei de vrouw aan de balie.
‘Hoe moet dat dan?’ vroeg Tuulykkie.
‘U kunt een emailtje aan de chef sturen toch?’ zei de vrouw aan de balie.
‘Is er geen afdeling personeel hier?’
‘Iedereen van staf en leiding is vandaag op conferentie. Morgen ook. Woensdag zijn ze er weer.’
Tuulykkie liep het gebouw uit.
Ze begreep er niets van.
Ze zou toch vandaag beginnen?

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 30 mei 2005
‘Wat een vreselijke dag’, zei Alex. Hij had zijn benen op het bureau gelegd en leunde achterover in zijn stoel.
‘Sommige dagen zijn erger dan anderen’, zei Paul.
‘Dit is de ergste dag van het jaar’, zei Alex.
Ze zwegen.
Buiten was de lucht grauw en grijs en het was al bijna juni.
Het waaide en het regende.
Binnen was het koud.
De verwarming was natuurlijk al lang uit, want wie heeft nu de verwarming nog aan als het bijna juni is.
‘Alleen Roland Garros heb ik op dit moment’, zei Paul.
‘Ja, het is een saai jaar. Straks wel atletiek’, zei Alex.
‘Dat loopt nooit zo hard’, zei Paul.
Alex lachte.
‘Nog een week of zes, dan ga ik met vakantie’, zei hij.
‘Ik ook. Ik ga vijf weken weg’, zei Paul.
‘We leven van vakantie tot vakantie’, zei Alex.
‘Weet je wat nieuw is?’ vroeg Paul.
‘Vertel’, zei Alex.
‘We gaan straks werken met POW’s’
‘Straks, we zijn toch al jaren prisoners of war’
‘Nee, dat zijn persoons ongebonden werkplekken.’
‘Ik moet er niet aan denken.’
‘Nee, het is een ramp.’
‘Waar laat ik dan mijn muziekinstallatie?’
‘Mag niet meer.’
‘Het is de somberste dag van het jaar.’
‘De allersomberste.’
‘We gaan muziek luisteren om vrolijk te worden.’
‘Wat stel je voor?’
‘We doen Herb Alpert and the Tijuana Brass.’



‘Gaaf.’
Even later klonk The Lonely Bull.
Ze sloten hun ogen en dachten dat ze aan een strand lagen.

Reageer op dit bericht

Een weekendmoment (0)Zondag 29 mei 2005
‘De eerste kilo is eraf’, zei Alex tegen zijn vrouw.
‘Gefeliciteerd’, zei ze.
Hij wreef trots over zijn buik.
‘Nog even en het is een strak pannetje’, zei Alex.
‘Helemaal integer’, zei ze.
Het viel hem niet tegen. Dat Wasa Knackebrod was lekkerder dan vroeger en hij mocht er wel vijf als lunch.



Als hij dan rookvlees en komkommer erop deed, was het bijna een gebakje.
Misschien hielp dat Redulon spul wel.
Hij kon er nog niets over vinden op Internet.
Chitosan zat erin.
Hij las daar wat over, maar werd niet vrolijk bij die informatie.



Nee, die Redulon gaat gewoon werken.
Straks kan ik weer alle kleren kopen die ik wil kopen, dacht Alex.
Tijd voor muziek, dacht hij.
Hij zocht in de media player en zijn oog viel op Iron Butterfly.



Even die drumsolo luisteren dacht hij, vroeger wel duizend keer gedraaid.
Terwijl hij zijn voeten meestampte vond hij de site van Iron Butterfly.
Ze bestonden nog.
Nog wel.
Ze tourden door Duitsland.
Opa’s rocken Hamburg.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment. (0)Zondag 29 mei 2005
Het was een mooie avond geworden.
Ze hadden gedanst.



Ze hadden gelachen.
En ze hadden uiteindelijk gekust.
Lang gekust.
De vrouw van de chef had zich aan haar gevoelens voor Rita overgegeven.
‘Ik wil met je vrijen’, zei Rita.
‘Ik met jou’, zei de vrouw van de chef, ‘maar we moeten wachten. Wachten tot hij naar zijn werk is.’
Ze kusten nog een keer.



Ze wilden niet wachten.
Maar het moest.
‘Hij mag niks merken’, zei de vrouw van de chef.
‘Natuurlijk niet, straks heb ik weer een eigen huis, dan kom je gewoon bij mij logeren’, zei Rita.

Ze waren laat thuis.
De chef sliep.
De kinderen sliepen ook.
Het was stil in huis.
Zonder geluid te maken gleed de vrouw van de chef haar bed in.
Ze ging zover mogelijk van de chef af liggen en ze probeerde snel te slapen.
Maar de slaap wilde niet komen.
Ze dacht aan Rita.

Reageer op dit bericht

Een moment in het Roze Hoekje (0)Vrijdag 27 mei 2005
Het was al gezellig druk in Het Roze Hoekje.
Gaston had het warm.
Hij was vanaf zeven uur al achter de bar.
De mensen waren dorstig vandaag.
Hij tapte het ene biertje na het andere.
‘Twee fluitjes’, zei een vrouw.
Gaston tapte de biertjes.
‘Kan het op rekening?’ zei de vrouw.
‘Kan, wat is je naam’, zei Gaston.
‘Rita’, zei de vrouw.
Gaston hing een briefje met Rita’s naam achter de bar.
Ze waren vroeg in het Roze Hoekje.
Rita wilde dansen.
Ze wilde niet langer thuiszitten.
De chef was chagrijnig en zat te mokken.
Ze wilde muziek luisteren, maar hij had de hele middag naar de Giro zitten kijken.
Om zeven uur hield ze het niet meer uit.
‘We gaan’, had ze tegen de vrouw van de chef gezegd.
En ze gingen.
Nu zaten ze op het terras.
Om half tien zou de dj gaan draaien.
Tijd genoeg om te kletsen.
‘Viel jij nooit op vrouwen?’ vroeg Rita aan de vrouw van de chef.
‘Soms’, zei de vrouw van de chef.
Het beloofde een mooie avond te worden.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 27 mei 2005
De chef zat voor het raam.
Het was prachtig weer.
Een tropische dag zou het vandaag worden.
Temperaturen boven de dertig graden.
Hij voelde zich alleen.
Er was niemand op kantoor.
Hij had de agenda’s geraadpleegd en zag dat Paul, Karel en Alex thuiswerkten.
Jim was naar de dokter.
Dat vond de chef raar.
Waarom moet je naar de dokter na een week werken?
Dat was niet normaal.
Michael had de deur dicht. Een bordje niet storen hing aan zijn deur.
Jochem had hij nu even geen zin meer in na het gesprek van vanmorgen.
Tuulykkie begon pas maandag.
Suzanne was ziek.
Nico Jan was inmiddels ook ziek.
Die mocht straks zichzelf nog gaan rimmen.
Jan-Daan had een memo gestuurd waarin hij vroeg om het aadres en de potcode van de medewerkers. De anti-dyslexie cursus had nog niet veel resultaat laten zien.
Zijn vrouw had gebeld dat ze met Rita naar het strand was gegaan.
De collega chefs had hij ook niet gezien tijdens de lunch.
Hij had Herman Boswinkel gebeld, maar die was niet thuis.
Eenzaam en alleen voelde hij zich.
Straks had hij een gesprek met de opperchef.
Zijn zoveelste gesprek.
Die vent plande altijd op vrijdagmiddag om vier uur zijn voortgangsgesprek.
Hij deed de deur van zijn kamer dicht.
Hij legde zijn benen op het bureau en sloot zijn ogen.
Hij wilde slapen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 27 mei 2005
‘Dik zijn verstoord de prestaties’, zei de chef, ‘Ik heb dat gelezen in de Harvard Business Review.’ Hij wees met zijn vinger naar het blad dat op zijn bureau lag.
‘Je discrimineert gewoon’, zei Jochem, ‘En als je hier mee doorgaat haal ik mijn advocaat erbij.’
‘Studies wijzen uit dat dikke mensen vaker ziek zijn. Bovendien hebben ze een minder positieve uitstraling voor het kantoor. Ik neem in jouw beoordelingsformulier op dat je moet afvallen. Dat is centraalprestatieterrein voor jou’, zei de chef.
Jochem haalde zijn schouders op. Hij werd kwaad, maar hij had geleerd de kwaadheid te reguleren. De chef zei alleen maar dingen over zichzelf. Niet over hem. Hij wilde van alles zeggen, maar zweeg. Soms is zwijgen beter.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 26 mei 2005
Zorgvuldig hing Jim het schilderij op.
Er stond een mooie naakte man op.
Een al wat oudere naakte man.



Strak in het vel en zo te zien nog zeer potent.
Toen het eenmaal hing zakte hij onderuit in zijn stoel.
Hij drukte op zijn cd speler en luisterde naar het dubbelconcert van Beethoven.
Het begon langzaam zijn eigen ruimte te worden.
Volgende week kreeg hij inwoning.
Een vrouw had de chef gezegd.
Tuula of zoiets.
Zo heette ze.
Het maakte hem allemaal niet uit.
Ze zou de naakte man ook wel waarderen, dacht hij,

‘Ik kan vandaag niet typen’, zei Alex.
‘Waarom niet?’ vroeg Paul.
‘Op mijn plaat gegaan bij motorrijles.’
‘Wat gebeurde er?’
‘Ach, die domme oefeningen. Je moet tegenwoordig een halve acrobaat zijn om een motorrijbewijs te krijgen. Een langzame slalom met trekkende motor moet je doen. Tussen pilonnen door die drie meter van elkaar afstaan rijden. Ik klapte om’, zuchtte Alex.
‘Gelukkig kan je in dit revalidatieoord een beetje bijkomen’, zei Paul.
‘Ja, vandaag rustig aan en dan gaat het wel goed. En verder gaan met draineren. Eruit met die giftige stoffen’, zei Alex.
‘Ik geloof dat ik al zie dat je afvalt’, zei Paul.
‘Haha’, zei Alex.
‘Koffie dan maar?’
‘Nee, thee.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 25 mei 2005
‘Mijn afvalrace gaat vandaag beginnen’, zei Alex.
‘Ik steun je’, zei Paul.
‘Bedankt.’
‘Nog wel een kop thee?’
‘Ja hoor, thee mag. Ik neem er mijn tweede appel bij. Vanochtend eet ik alleen maar appels. Ik ben aan het draineren.’
‘Ga je ook weer bewegen?’
‘Thuis wel, hier niet.’
Paul glimlachte.
Hij had het druk met de voorbereidingen van de kantoordag.
De chef had hem gevraagd of hij een spreadsheet kon maken waarin het tobbedansen, het water kakken, het bier stapelen en alle andere onderdelen doorgerekend konden worden. Die opdracht voerde hij graag uit. Het was nu toch stil, nu de voetbalcompetitie voorbij was en de Tour nog niet begonnen was. Alleen Roland Garros liep nu, maar daar deden niet veel collega’s meer aan mee.
‘Ik ben tennismoe’, had Karel gezegd.
‘Ik moet die electronische cursus ook nog doen’, zei Alex.
‘De antwoorden staan in die mail van vorige week’, zei Paul.
‘Ok, dan kost het maar een kwartiertje’, zei Alex, ‘Echt iets voor vandaag.’
‘Beetje muziek?’
‘Ok, wat doen we?’
‘Gamma Ray?’



‘Metalkid zegt dat ze te gek zijn.’
‘Ok, lets go.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 24 mei 2005
Tuulykkie was nog mooier dan Kylikkie
Hoogblond, niet te mager, niet te dik.
‘Je spreekt ook goed Nederlands’, zei de chef.
‘Ja. Alleen grote huis en dat soort dingen doe ik nog wel eens fout’, zei Tuulykkie.
De chef vond dat een pluspunt.
‘Ben je gelovig?’ vroeg de chef.
Tuulykkie keek hem aan en probeerde de relevantie van zijn vraag te duiden.
‘Ja’, zei ze op goed geluk.
Een mooi begin dacht de chef.
‘Ben je moslim?’vroeg de chef.
‘Moslim?’
‘Ja, ik moet eigenlijk een moslim aannnemen’, zei de chef.
‘Nee, ik ben geen moslim, maar ik kan wel af en toe een hoofddoek om doen. Dat doen we in Finland ook vaak in de winter’, zei Tuulykkie.
Nog beter dacht de chef. Precies zoals hij het voorzien had.
‘Zijn er geen natuurgodsdiensten of andere sekten daar in Finland’, zei de chef.
Tuulykkie dacht even na.
Er was die club die meende dat je gezuiverd werd als je in een wak dook. Zou hij dat willen horen?
‘Ach het maakt ook niet uit’, zei de chef.
‘Goed’, zei Tuulykkie.
‘Heb je ook diploma’s?’ vroeg de chef.
‘Ja, alleen in het Fins’, zei Tuulykkie.
‘Die gelden hier ook’, zei de chef.
Maar lezen kan je ze niet, dacht Tuulykkie.
‘Je hoort het morgen. Ik moet overleggen met de personeelsdienst’, zei de chef.
Tuulykiie stond op.
Heel even liet ze split van haar rokje open vallen.
Ze zag dat de chef probeerde de andere kant op te kijken.
Ze lachte inwendig.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 24 mei 2005
Alex sliep slecht.
Hij droomde dat hij een memo van de chef las.

‘Vanaf heden is de voordeur afgesloten tussen 15.15 en 16.15. Gebleken is dat veel medewerkers te vroeg naar huis gaan. Dat is natuurlijk niet integer. Dat spreekt vanzelf. Maar niemand luistert naar mij. Daarom is nu de deur op slot. Van 16.15 uur mag u vertrekken.’




In zijn droom was hij bijna dertig jaar jonger.
Hij begon toen als jongste bediende op het kantoor.
De medewerkers zaten twee aan twee aan tafels.
Ze deden hun werk onder het toeziend oog van de chef die als een meester voor de klas zat.
Om tien voor half vijf sloeg de meester met zijn lineaal op het bureau.
Tijd om op te ruimen.
De tafels werden leeggemaakt.
De jassen werden opgezocht.
Om vijf voor half vijf stonden ze met zijn allen voor de deur.
De voorste hield de deurknop vast.
Langzaam tikte de klok door.
Om precies half vijf sprong de deur van het slot.
Joelend rende iedereen naar buiten.

Hij droomde verder en was weer in het nu..
Samen met Paul, Karel, Jochem en Michael voor de deur.
Een klacht leek het laatste redmiddel te zijn.
Hij schreef via de externe mail direct een bericht aan de brandweer.
De angst om gevangen te zitten in een afgesloten gebouw was groot.
Angst bracht de volgende mail tot stand, aan de bedrijfsarts.
Zodra de deur op slot zou zijn, zou hij zich ziek melden.
Claustrofobie.
Alex voelde de angst door zijn lijf gieren.
Uit zijn tas haalde hij een voorhamer.
Hij sloeg de deur in stukken.
Zwetend werd hij wakker.

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg zijn vrouw.
‘Ik droomde’, zei Alex.
‘Het bed is doorweekt’, zei zijn vrouw.
‘Het ging over kantoor.’
‘Je blijft vandaag gewoon thuis. We slapen uit. Ik meld je straks wel ziek.’
‘Ok, gaan we straks de stad in en wat wandelen.’
‘Goed plan.’



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 23 mei 2005
‘Hier staat dat Rebecca Loos is getrouwd met Jenny Shimizu’, zei Rita.
‘Wie is Jenny Shimizu?’ vroeg de vrouw van de chef.
‘Kijk maar, hier is een foto’, zei Rita.



‘Mooie vrouw’, zei de vrouw van de chef.
‘Die Rebecca was eerst met Beckham’, zei Rita.
De vrouw van de chef begreep wat Rita wilde zeggen.
De vrouw van de chef dacht de hele dag aan de kus in Het Roze Hoekje.
Ze vond het spannend, maar ze had nog nooit iets voor een vrouw gevoeld. Toch kon ze niet ontkennen dat ze Rita aantrekkelijk vond. Haar gevoel slingerde heen en weer.
‘Zullen we zaterdag weer gaan dansen?’ vroeg Rita.
‘Ja, dat is leuk’, zei de vrouw van de chef.
Rita kwam naast haar zitten op de bank.
‘Tijd voor een glaasje wijn, vind je niet?’
‘Doen we. Lang leve de lol.’
Rita liep naar de keuken en pakte een nieuwe fles Pouilly Fume uit de koelkast.
‘Lekker’, zei de vrouw van de chef, ‘Gelukkig hoef ik vandaag niet te koken. Het is zijn beurt.’
‘Die man doet niets in huis. Hij laat jou alles doen’, zei Rita.
‘Dat is waar’, zei de vrouw van de chef.
‘Mannen zijn allemaal hetzelfde’, zei Rita, ‘Uitbuitende niksnutten.’
‘Proost’, zei de vrouw van de chef.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 23 mei 2005
‘Moet je dit eens luisteren’, zei Metalkid.
Hij sloot zijn mp3 speler aan op de stereoset van Paul.
De kamer vulde zich met een warm geluid.



‘Het is metal, maar het is tegelijk ook klassiek en folk’, zei Paul.
‘Geweldig’, zei Alex vanachter zijn pc, ‘Zet eens wat harder.’
Beto Vazquez en zijn gasten vulden de ruimte.

‘Tjemig, wat is dit voor herrie’, riep Michael.
Hij duwde de deur van de kamer van Alex en Paul open.
‘Dit is goddelijk man’, zei Alex.
‘Dat is toch alleen maar herrie, ik krijg hoofdpijn’, zei Michael.
‘Ik doe het al zachter’, zei Alex.
‘Bedankt, ik kom hier voor mijn rust’, zei Michael.
‘Was ik even vergeten. Het is nog vroeg’, zei Metalkid.

Michael liep hun kamer uit.
‘Heb je nog iets van Suzanne gehoord?’ vroeg Metalkid.
‘Niets. We gaan deze of volgende week op ziekenbezoek. Lijkt me een gaaf plan. Lekker vroeg weg en dan ook iets vroeger naar huis’, zei Alex.
‘Ok, ik ga mee’, zei Paul.
‘Ik ook’, zei Metalkid.

Op dat moment liep de chef binnen.
‘Heren er komt zo een sollicitant, wellicht kunnen jullie net doen alsof hier gewerkt wordt’, zei de chef.
‘Zo, bijdehandjes gegeten’, vroeg Paul.
‘Wat bedoel je?’ vroeg de chef.
‘Nee, laat maar, ik merk het al, het is niet zo’, zei Paul.
‘Wat is niet zo?’
‘Van die bijdehandjes.’
‘Oh.’
‘Laat maar. Wie komt solliciteren en waarvoor?’
‘Voor de vacature van Kylikkie komt een nieuwe vrouw straks voor een gesprek.’
‘Waar is Kylikkie naartoe dan?’
‘Naar Oulu.’
‘Dat is ver weg.’
De chef knikte.
Hij voelde het verlies van Kylikkie weer.
De telefoon in zijn zak begon te rinkelen.
Hij nam op en liep naar beneden.
Tuulykkie wachtte op hem.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 23 mei 2005
‘Hoe was het?’ vroeg Gaston aan Jim.
‘Tja, hoe zeg je dat, apart is misschien het beste woord’, zei Jim.
‘Ben je moe?’
‘Nee, dat niet. Wel veel indrukken opgedaan. Ze zitten de hele dag in een kantoor. Ik was bij iemand die Alex heet. Die zit met een andere vent op een kamer, Paul. De voetbalcompetitie was afgelopen. Ze hebben de hele dag prijzen zitten uitrekenen, standen opmaken en dat soort dingen’, zei Jim.
‘Je zal je in voetbal moeten gaan verdiepen. Lekker kijken naar die mooie strakke mannenlijven in korte broekjes’, zei Gaston.
‘De eerste weddenschap is op de nieuwe trainer van Feijenoord’, zei Jim.
‘Koeman’, zei Gaston.



‘Ik vind Gullit een stuk lekkerder, maar ik zet morgen drie euro op Koeman', zei Jim, ‘En dan draaien ze metalmuziek. Om gek van te worden. Glamrock moeten ze niets van hebben. Morgen ga ik een posters van Boy George en Freddy ophangen’, zuchtte Jim.
‘Ik ga je verwennen vanavond’, zei Gaston.
‘Lekker’, zuchtte Jim, ‘trouwens die chef is helemaal een raar verhaal. Hij heeft allemaal poster van Finland in zijn kamer. Draait de hele dag Sibelius of bandjes met een NTI cursus Fins. De hele dag stoot hij klanken uit.’
‘Gaat zeker binnenkort op werkbezoek’, zei Gaston.
‘Zou best kunnen’, zei Jim.
‘Ik heb voor je gekookt. Pasta met garnalen, jouw favoriet’, zei Gaston.
‘Je bent een schat’, zei Jim.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 22 mei 2005
‘Vandaag eten we er nog maar eens goed van’, zei Alex tegen Jochem.
‘Hoe bedoel je? Gaan we buiten lunchen?’ vroeg Jochem.
‘Nee, in de kantine. Gezellig met de collega’s’, zei Alex.
‘Mij niet gezien’, zei Jochem, ‘Waarom wil je nu daar eten?’
‘Vanwege dat dik zijn nu niet langer integer is. Dat is een soort protest’, zei Alex.
‘Nee hoor, je bent nu echt gek geworden’, zei Jochem.
En Jochem had gelijk.
Het eten in de kantine was verkeerd eten.
Iedere dag was het eten verkeerd eten.
De warme maaltijd was meestal iets wat op aardappelpuree moest lijken. Drie ballen grofgestampte puree baadden in een diep bord vol saus.



Er dreef een stukje vlees bij en de groenten waren vrijwel iedere dag tot slijm gekookt.
‘We gaan buiten eten’, zei Jochem.
‘Ok, ik pestte je alleen maar’, zei Alex.
Ze liepen naar hun favoriete broodjeszaak.
‘Het gewone heren’, zei de ober.
‘Vandaag nog wel’, zei Alex, ‘Donderdag gaan we op dieet. Dik zijn is niet langer integer. Je kunt die zaak hier wel sluiten.’
De ober keek niets begrijpend naar Alex. Hij haalde zijn schouders op.
‘Gek zijn ze, die twee’, zei hij tegen zijn collega achter de bar.
‘Weet ik’, zei de vrouw.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 22 mei 2005
De vrouw van de chef lag in een diepe slaap.
De chef overwoog of hij zich nog een keer zou omdraaien of dat hij zou opstaan. Hij had een natte droom gehad. Kylikkie was in zijn droom terug op kantoor gekomen. Eerst was hij langs haar kamer gelopen zonder dat hem iets opviel, maar toen hij zich niet kon bedwingen en bij haar naar binnenliep, zag hij dat ze een heel bijzonder kostuum droeg.



Het pak was op haar lijf geschilderd.
‘Je mag wel even voelen’, had ze gezegd.
En hij had gevoeld.
Eerst aan de rits van de gulp in haar broek.
En later aan haar mooie rode stropdas die schuin zat.
Hij kon zich niet bedwingen.
Het was heerlijk.

Nu voelde hij de kleffe nattigheid in zijn bed.
Dat was niet lekker meer.
Hij stond op.
Hij pakte zijn mobiele telefoon en zag dat er een bericht was.
Hij opende zijn inbak.

‘Hallo, ik ben Tuulikkie, een vriendin van Kylikkie. Ze zei mij dat u misschien een vacature heeft. Kan ik een gesprek met u hebben?’
De chef voelde direct opwinding.
‘Tuulikkie’, zei hij zachtjes.
Hij smste terug dat hij dinsdagochtend graag met haar wilde praten. Even overwoog hij haar direct te smsen een hoofddoek te dragen. Hij herinnerde zich de woede van de opperchef. Tuulikkie zou alleen een kans maken als ze iets als moslim was. Misschien droegen Finnen ook wel hoofddoeken. Zeker in de winter, want dan is het erg koud daar.
De chef deed een grote open zucht.
Hij zette zijn koptelefoon op en zette een cd van Ravi Shankar op. Herman Boswinkel had dat laatst aangeraden. Ravi had een kalmerende uitwerking als je veel stress voelde had Herman gezegd.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 22 mei 2005
‘Wat zal ik morgen aandoen als ik naar dat kantoor ga?’ vroeg Jim aan Gaston.
Ze lagen nog in bed.
Er was een mooie dag beloofd door de weerman, maar het regende.
Gisteravond hadden ze samen naar het songfestival gekeken.
Ze hadden vreselijk veel plezier gahad. De Oekraiense presentator was een lekkere vent om naar te kijken.
‘Een mooi pak, maar niet nieuw. Die ouwe Armani, die zwarte, doe die aan’, zei Gaston.



‘Hm, kan’, zei Jim.
‘Ja, daar zie je er lekker in uit’, zei Gaston.
Jim lachte.
Hij was blij met Gaston.
Hij had Gaston twee jaar geleden ontmoet in Het Roze Hoekje, waar Gaston de bar draaide. Gelukkig hoefde Gaston niet meer iedere zaterdagavond te werken. Nu konden ze soms een zaterdagavond lekker in bed televisie kijken. Soms draaiden ze een fijne homo erotische film. Dan was het echt fijn.
‘Die chef is echt een ontstellende platte hetero’, zei Jim, ‘Je windt hem met groot gemak om je vingers.’
‘Zo zijn chefs. Narcisten zijn het meestal ook nog’, zei Gaston.
Gaston had heel lang geleden ook op een kantoor gewerkt, maar wilde daar niet meer over praten.Soms droomde hij er nog van. Hij was kort na zijn dertigste verjaardag volledig burned out geraakt. Na vier jaar in de WAO gezeten te hebben, vond hij werk in Het Roze Hoekje. Daarnaast schilderde hij in zijn vrije tijd voor mensen. Ze waren altijd heel tevreden over zijn werk. En als hij dan ook nog eens de typische homo uithing, moest iedereen lachen en durfde niemand meer iets te zeggen als een muur een keer wat minder gelukt was.
‘Als we genoeg geld hebben gaan we naar Hawaii’, zei Gaston.
‘Goed plan’, zei Jim, terwijl hij Gaston tegen zich aantrok.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zaterdag 21 mei 2005
‘Ik ga vanavond met Rita uit eten’, zei de vrouw van de chef.
‘Oh’, zei de chef.
‘Ja, met jou uit eten is nooit leuk, jij wilt altijd naar een Chinees of een Indonees’, ging ze door.
De chef zei niets.
Hij was moe.
Hij wilde het liefst vroeg naar bed.
Hij vond het eigenlijk wel best. Hij zag er naar uit om lekker in bed naar het Songfestival te gaan kijken. De puntentelling vond hij het leukst. Meestal kon hij al heel snel uitrekenen wie zou gaan winnen. Hij besloot een paar internet weddenschappen af te sluiten. Het liefst wilde hij wedden op Finland, maar die deden niet mee. Nederland ook niet.



Dus koos hij maar voor de Oekraine. Meestal wint een thuisland wel twee keer achter elkaar. Al die maffiose stemmen waarover hij in de krant gelezen had, zouden Oekraine ook wel een goede kans geven.

‘Zullen we gaan dansen?’ vroeg Rita.
‘Ja leuk’, zei de vrouw van de chef.
‘Er is een vrouwenavond in Het Roze Hoekje’, zei Rita.
‘Maar dat zijn toch lesbische vrouwen?’ vroeg de vrouw van de chef.
‘Maakt toch niet uit, als we maar kunnen dansen’, zei Rita.
‘Ja, daar heb je gelijk in’, zei de vrouw van de chef.

Het was gezellig druk in Het Roze Hoekje. Er werd lekkere swingende muziek gedraaid. Van alles wat. Lekker veel R en B, af en toe een hardcore melodietje en soms een ballad. Rita was niet van de dansvloer weg te branden. De vrouw van de chef werd door Rita’s enthousiasme aangestoken. Ze dansten de hele avond. Aan het eind van de avond kuste Rita de vrouw van de chef op haar mond. De vrouw van de chef raakte in verwarring.
‘Kind, wat gebeurt er’, riep ze uit.
‘Het is zo aanstekelijk’, zei Rita.
Maar daar bleef het bij.

De chef was om half elf in slaap gevallen. Hij miste de puntentelling van het songfestival volledig. Hij werd wakker toen zijn vrouw in bed aanschoof. Ze zei niets. Hij draaide zich om en sliep door.



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 20 mei 2005
De opperchef keek de zaal rond.
Alle chefs waren aanwezig.
Alleen De Chef was er nog niet.
‘Heeft iemand De Chef gezien?’ vroeg de opperchef.
Niemand antwoordde.
Dat doen chefs nooit. Die dekken nooit een collega. Ze zijn blij als een collega een scheve schaats rijdt, want dan wordt de kans dat zij ooit opperchef worden groter. En dat is wat ze willen.
‘Dan moeten we maar beginnen’, zei de opperchef.
Hij haalde adem en wees naar de vrouw naast hem.
‘Dit is Sophie. Zij is de nieuwe bedrijfsarts en zij…’
De deur van de vergaderzaal ging open.
De Chef kwam binnen.
Hij had een rood hoofd en hijgde een beetje. Hij had vreselijk hard tegen de wind en de regen in moeten fietsen. Zijn vrouw zei vanmorgen dat zij echt de auto nodig had, omdat ze met Rita ging winkelen in Amsterdam.
‘Wanneer gaat Rita weg?’ vroeg de chef toen.
Daarna hadden ze ruzie gemaakt en toen de chef eindelijk weg kon, bleek hij een lekke band te hebben. Hij had de fiets van zijn vrouw gepakt, maar omdat zij nooit fietste was de ketting helemaal verroest. De harde tegenwind en regen deden de rest. De chef had gehuild onderweg. Hij voelde zich alleen en verlaten. Kylikkie terug naar Finland. Hij overwoog dat hij volgende week bij de vervulling van de vacature zeker een vrouw zou kiezen. Een moslimvrouw dacht hij. Een gehoorzame moslimvrouw die dienstbaar aan hem zou zijn. Ja, dat leek hem wel wat. Hij kon altijd eerst net doen alsof hij ook mohammedaan was.
‘We zijn al begonnen. Ik hou niet van chefs die te laat komen’, zei de opperchef.
‘Sorry, lekke band’, zei de chef.
‘Een goede chef heeft nooit een lekke band’, zei de opperchef.
De chef ging zitten.
Sofie nam het woord.
‘Te dik zijn is niet integer. Daarmee bezorg je de organisatie onnodige risico’s. In de beoordelingen wordt het gewicht van de medewerkers een vast aandachtspunt’, zei Sofie, ‘Ik liep hier al een paar dagen rond en ik maakte foto’s.’



Ze deed het licht in de zaal met de afstandsbediening uit.
De beamer flitste aan.
‘Deze man is geen reclame voor onze organisatie’, zei ze.
Een foto van Alex verscheen.
Hij lag achter zijn bureau, benen op tafel, kennelijk te slapen.
Zijn extra kilo’s waren duidelijk zichtbaar.
‘En deze ook niet’, zei Sofie.
Jochem verscheen in beeld. Hij droeg een jas die te klein was. Dat dat kwam omdat hij die jas te warm had gewassen, wist Sofie niet.
‘Kijk eens, dat moet ons beleid maken. Hoe kan het groeien’, zei Sofie.
De opperchef hernam het woord.
‘Jullie zorgen ervoor dat de medewerkers afvallen. Zelf geef je het voorbeeld door ook af te vallen’, zei de opperchef.
De chef voelde aan zijn middel.
Hij zuchtte.
Coaching had hij nodig.
Hij was zijn afspraak met Herman Boswinkel helemaal vergeten.
‘Shit’, dacht hij.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment. (0)Donderdag 19 mei 2005
‘Hoe gaat het met je?’ vroeg de chef die eindelijk gedurfd had Kylikkie te bellen.
‘Goed hoor’, zei ze.
De chef aarzelde even.
Hij hoorde iets in haar stem wat niet klopte.
Haar toon was anders.
‘Hoe ziek ben je?’
Het bleef even stil.
‘Ik neem ontslag’, zei Kylikkie.
‘Ontslag?’
‘Ja, ontslag, ik kom niet meer werken. Het is niks voor mij op dat kantoor. Heel even dacht ik dat het wat was, maar nu weet ik dat het niks wordt.’
De chef zakte door de grond.
‘Hoe kom je daar zo bij?’
‘Seppo heeft mij ervan overtuigd dat het in Finland veel beter is. Ik ga terug naar Finland’, zei Kylikkie.
‘Dat is wel plotseling’, zei de chef.
‘Ja, had ik zelf ook niet verwacht’, zei Kylikkie, 'maar het gaat hier niet langer.'
'Kom je nog afscheid nemen?'
'Nee, ik ga morgen al weg, stuur de rest van mijn salaris maar gewoon na', zei ze.
'Nou het ga je goed dan', zei de chef.
'Bedankt', zei ze en ze hing op.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 19 mei 2005
‘Heb jij mijn Faber-Castell pen gezien?’ vroeg Jochem aan Paul.
‘Nee, heb je die hier laten liggen dan?’
‘Weet ik niet meer, maar zou kunnen.’
Jochem zocht al de hele morgen naar zijn pen.
Gistermiddag had hij hem nog.
Dat wist hij zeker.
Want gistermiddag laat was de chef bij hem geweest.
De chef had een tirade gehouden over mensen die hij niet vertrouwde.
Mensen die hun tijdwerkregistratie onjuist invullen.
Jochem was er ziek van geworden.
Hij had gezegd: ‘Ga toch eens uit van vertrouwen. Volgens mij leer je dat ook bij die goeroe van je .’
‘Herman Boswinkel is een knappe man’, zei de chef toen.
‘Ja, zal wel. Ben ik ook’, zei Jochem.
Die middag had Jochem wel zijn tijdwerk registratie van de afgelopen vier maanden ingevuld.
Hij wilde van het gezeik af zijn.

Jochem zat weer achter zijn bureau.
Hij wilde gaan bellen met huisdienst. Misschien had zo’n schoonmaker zijn pen gevonden. Kleine kans dat zo iemand de pen dan zou inleveren. Nee, die stond in dat geval natuurlijk op marktplaats.nl voor een paar euro te koop.



De chef kwam zonder kloppen weer binnen.
‘Eh, gisteren, eh toen, eh heb ik per ongeluk jouw pen gepakt’, zei de chef.
Jochem keek de chef aan.
‘Je hebt gewoonweg mijn pen gesnaaid’, zei hij, ‘En jij komt praten over mensen die wel of niet te vertrouwen zijn.’
‘Nou, ik deed het zonder nadenken’, zei de chef.
‘Je doet alles zonder nadenken, dat hoef je er niet steeds bij te zeggen’, zei Jochem
‘Ik geef je je pen nu terug’, zei de chef.
‘Heb je hem gebruikt?’
‘Nee, eh, nou ja heel even’, zei de chef.
‘Dan eis ik een nieuwe vulling. Weet je wel wat die dingen kosten?’
‘Nee, geen idee. Maar dat is wat overdreven.’
‘Overdreven? Jij schrijft mijn pen leeg en dan krijg ik geen nieuwe vulling. Ik ga de vertrouwenspersoon bellen.’
‘Wat zijn dat voor vullingen dan?’
‘Zwart, extra fijn, parker roller ball’, zei Jochem.
‘Morgen, morgen’, zei de chef.
‘Uiterlijk morgen’, zei Jochem, ‘en ik verbied je bij deze ooit nog op mijn kamer te komen, dief.’

De chef liep terug naar zijn kamer.
Hij stopte bij de kamer van Kylikkie.
Er lag een envelop op haar stoel.
Hij liep haar kamer in om te kijken wat er in de envelop zat.
Toen zag hij dat zij een foto op haar bureau had staan.
Ze stond er met een vriendin op.
Hij pakte de foto en keek er lang naar.
‘Sta je nu ook foto’s te pikken’, riep Jochem die langs liep.
De chef zette de foto snel op het bureau van Kylikkie terug.
Hij zei niets meer.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 18 mei 2005
‘Ben jij uitgenodigd voor die talentendag’, vroeg de chef aan zijn collega-chef.
‘Ja, ik weet niet waarom ze mij vragen. Ik ben de oudste hier. Ik ben achtenvijftig. Mijn enige talent is dat ik voortdurend overal de boot gemist heb. Zelfs met de vut gaan is me niet gelukt’, zei de collega-chef.
‘Ik heb geen uitnodiging gekregen. Ik begrijp niet waarom niet’, zei de chef.
‘Ze weten dat je geen talenten hebt’, zei de collega chef.
‘Dank je wel, ik zal je nog eens iets vragen’, zei de chef.
‘Geintje, doe niet zo aangebrand’, zei de collega chef, ‘je bent wel lichtgeraakt de laatste tijd.’

Dat klopte.
Eerst had Herman Boswinkel gebeld dat hij pas vrijdag tijd had.
‘Maar dan coach ik je ook gewoon helemaal goed’, had Herman gezegd.
De chef had dringend behoefte aan een stevige intervisie.
Dat telefoontje had hem niet vrolijk gemaakt.
De chef had daarna naar Kylikkie gebeld.
Een man had de telefoon opgenomen en zei: ‘Terve’.
Fins voor hallo.
De chef had ook hallo gezegd.
‘Puhutteko englantia?’had de man gezegd.
Maar de chef wist niet wat puhutekko was.
Hij had de hoorn neergelegd.
Een golf van jaloezie was door zijn lijf getrokken.
Een andere man bij Kylikkie.
Dat kon toch niet?
Maar het was wel waar.

‘Ik doe niet aangebrand’, zei de chef, ‘Ik ben gewoon moe.’
‘Maar je was pas nog met vakantie. Naar België toch?’
‘Ja, zwijg daar maar over, dat was niks.’
De chef stond op: ‘Ik moet gaan werken.’
Hij pakte zijn tray op en liep naar de uitgang.
De opperchef kwam juist de kantine binnen.
‘Ik hoorde dat van dat fiasco over de vervulling van die vacature. Dat kan echt niet. Dat is gewoon fout’, zei de opperchef terwijl allerlei medewerkers het konden horen.
‘Eh, ja eh, maar hij is wel gay’, zei de chef.
‘Al was het een transseksueel, niks mee te maken.



Fout is fout. Ik ga eten’, zei de opperchef die de verbouwereerde chef bij het afruimrek liet staan.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 17 mei 2005
‘Met Suzanne.’
Ze had even getwijfeld of ze haar telefoon zou opnemen.
Getwijfeld omdat ze geboeid keek naar een aflevering van As the World tuns.
Het was spannend. Zouden Jennifer en Dusty kussen vandaag/



In het display zag ze dat het het nummer van kantoor was.
Ze kon niet zien of het Nico-Jan, de Chef of de bedrijfsarts was.
Niet opnemen kon ook worden uitgelegd als niet thuis zijn.
Bij die vierde rinkel had ze de telefoon gepakt.
‘Hoi, met de chef.’
Ze zei niets.
‘Ben je daar?’ vroeg de chef.
‘Ja, ik ben hier’, zei Suzanne..
‘Hoe gaat het?’
‘Slecht.’
Dat klopte want nu de chef gebeld had, voelde ze haar hoofdpijn toenemen.
Ze keek onderwijl naar het televisiescherm.
‘Wat gaat slecht?’
‘Alles.’
‘Wat bedoel je?’
‘Nou alles’
‘Hoezo alles?’
‘Wat ik zeg alles.’
De chef was niet zo lang geleden nog naar een cursus verzuimbegeleiding geweest. Doorvragen had Greet de Wilde, de trainster van de arbodienst gezegd, ‘zorg dat je de oorzaak van het verzuim op tafel krijgt en spreek dan de medewerker hard aan.’
De chef vond dat hij het goed deed.
‘Alles is niet niets.’
‘Dan kan je zeggen. Alles is veel’, zei Suzanne.
‘Gaat het thuis ook slecht?’
‘Alles gaat slecht.’
Suzanne dacht aan de raad van Frits die gezegd had dat ze niets moest zeggen.
‘Laat hun maar lulle’, had Frits gezegd met een gezicht alsof hij en professioneel trainer was.
‘Wat doe je de hele dag?’ vroeg de chef.
‘Niets’, zei Suzanne.
‘Niets is niet veel’, zei de chef.
‘Dat kan je zeggen. Niets is weinig’, zei Suzanne.
De chef viel even stil.
‘Wanneer denk je dat je weer kan komen?’
‘Weet niet’, zei Suzanne.
‘Ik bel overmorgen weer’, zei de chef.
‘Goed’, zei Suzanne.
Ze drukte haar telefoon uit.
Even dacht ze erover om Frits te bellen.
Maar ze liet het erbij.
Ze zette het geluid van de televisie weer harder. Dusty en Jennifer hielden van elkaar.



Geweldig. Dusty en Jennifer waren net zo’n leuk stel als zij en Frits. Ze moest er een beetje om huilen. Ze vergat het gesprek met de chef direct.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 17 mei 2005
‘Je had een allochtoon moeten aannemen’, zei Josee van de afdeling Personeel.
‘Waarom?’ vroeg de chef.
‘We hebben onze allochtonen taakstelling nog niet gehaald.’
‘Maar deze is gay.’
‘Gelukkig, dat is tenminste iets, maar de volgende die je aanneemt is minimaal Moslim. Die andere vacature, daar wil ik echt bij zijn als je dat gesprek doet.’
‘Goed, maar een gay is ook een aanwinst en ik heb al een Finse’, probeerde de chef.
‘Finnen tellen niet. Die zitten in de EU’, zei Josee.
‘Ik deed het beste wat ik kon’, zei de chef die snakte naar erkenning.
Josee gaf hem het schouderklopje.
‘Goede keus’, zei ze.
Die midddag typte ze een memo aan de opperchef dat zij niet verantwoordelijk gehouden kon worden voor de doelstellingen als iedere chef zelf dingen ging regelen. Ze vroeg hem daar met meer nadruk op toe te zien.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 17 mei 2005
‘Hallo, met Christien, Jim staat beneden voor je.’
De chef was gelijk wakker.
Vanmiddag waren de selectiegesprekken voor de vacature.
Helemaal vergeten.
Kylikkie had hem helemaal in beslag genomen. Ze was weliswaar nog steeds ziek, maar hij had de voortdurend aan haar gedacht.
Het enige wat hij vanmorgen gedaan had was heel even bellen met Herman Boswinkel.
‘Herman, ik heb coaching nodig’, zei hij.
‘Morgen tien uur, kan dat’, had Herman gezegd.
Hij wilde met Herman praten over zijn liefde voor Kylikkie.
Hij moest het aan iemand vertellen.
‘Ik kom Jim zo halen’, zei de chef.
Wanhopig zocht hij naar de sollicitatiebrief die hij ontvangen had. Nergens te vinden. Hij had geen idee meer wie of wat Jim was. Hij kwam toch voor die beleidsfunctie, dacht de chef. Hij keek op zijn klok. Er waren alweer tien minuten voorbij. Hij had ook vergeten iemand van het personeelsbureau bij het gesprek te vragen. Hij probeerde snel het nummer van Jose, de eerste medewerkster daar, maar zij nam niet op. Ik doe het gewoon op routine, dacht de chef.

Hij liep naar beneden.
Bij de balie stond een veertiger. Slank in een mooi gesneden pak.
‘Jim?’ vroeg de chef die zijn hand uitstak.
‘Ja, dat ben ik’, zei de lange man.
‘Ik ben de chef.’
‘Leuk kennis te maken’, zei Jim.
De chef gebaarde Jim naar binnen. Even later zaten ze tegenover elkaar.

‘Goed Jim, waarom wil jij deze baan?’
‘Ik zag de advertentie vorige maand in de krant en ik dacht, ja dit is het. Ik hou van dynamiek in mijn werk en ik las dat jullie hier daar echt iets meedoen. Niet zo’n duf kantoor waar je de hele dag rondhangt en wacht tot het avond wordt, maar juist werk dat het beste van je intelligentie vraagt is wat mij boeit.’
Jim had deze zin gisteravond uit zijn hoofd geleerd.
Hij had er lang op geoefend. Ook voor de spiegel om de juiste gezichtsuitdrukking te krijgen. Hij was trots op zichzelf dat het zomaar lukte.
‘En je bent getrouwd?’ vroeg de chef.
Jim aarzelde even en vroeg zich af wat deze vraag op deze plek er toe deed.
‘Nee, dat niet’, zei Jim.
‘Je woont alleen?’
‘Nee, met mijn vriend.’
‘Oh, wat aardig. Woon je al lang met hem?’
‘Al bijna twintig jaar?’
‘Gaat dat nooit vervelen?’
‘Nee, ik ben iemand van lange relaties’, zei Jim die steeds meer in verwarring raakte. Hij had dit niet verwacht.
‘En heb je ook hobbies?’
Het werd steeds gekker.
‘Ja hoor. Ik doe samen met mijn vriend aan Yoga en we hebben een modelspoorbaan gebouwd op zolder’, zei Jim.



‘Leuk’, zei de chef, ‘Je zult je dus goed kunnen concentreren en oog voor detail hebben.’
‘Dat zijn mijn beste kwaliteiten’, zei Jim die eraan toevoegde ‘volgens mij doet u veel aan psychologie in uw vrije tijd.’
‘Zeg maar jij’, zei de chef.
Jim wist dat hij de baan had gekregen.
‘Uw inzichten verbazen mij, dat zie je niet vaak’, zei Jim.
De chef glunderde.
Hij wist nu ook dat Kylikkie er net zo als Jim overdacht.
Niet zoals al die anderen, niet zoals Alex of Paul
En bovendien hij was gay.
Kylikkie afpakken zou hij niet doen.
‘Je hebt de baan’, zei de chef.
‘Geweldig’, zei Jim.
‘Wanneer kan je beginnen?’
‘Zo snel mogelijk als het kan.’

De chef bracht Jim naar de deur.
Hij had een goede keus gemaakt dat wist hij zeker.

Jim belde zijn vriend.
‘We gaan feesten’, zei hij.
‘Je hebt de baan?’
‘Yes.’
‘Great.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 16 mei 2005
‘Moet je horen’, zei Alex tegen Paul.
Hij stopte de nieuwe Epica cd in de cd speler.
De band zette direct met volle kracht in.



‘Geweldig’, zei Alex.
‘Ja klinkt goed’, zei Paul.
Het was een mooi begin van de werkweek.

‘Heb jij de chef al gezien’, vroeg Alex aan het begin van de middag aan Paul.
‘Nee, hij zit in zijn kamer’, zei Paul.
‘Het is stil. Suzanne is ziek, Metalkid is naar een cursus, Kylikkie is ziek, Nico-Jan schijnt vanmorgen gevallen te zijn met zijn racefiets en de chef zit in zijn hok.’
‘Tijd voor nieuw bloed’, zei Paul.
‘Ja, anders krijgen we het werk nooit af’, zei Alex.
‘Waar ben jij nu mee bezig?’ vroeg Paul.
‘Een nota over diversiteit in ons kantoor’, zei Alex.
‘Dat is toch achterhaald’, zei Paul.
‘Ik geloof dat het weer opgerakeld moet worden. Ik knip en plak gewoon wat oude teksten aan elkaar. Dan doe ik zoek en vervang op kernwoorden en draai vervolgens de volgorde van wat zinnen om en klaar ben ik weer. Moet volgende week af’, zei Alex.
‘Ik krijg het rustig. De voetbalcompetitie loopt ten einde en de Tour de Francecompetitie is nog niet begonnen. De Giro loopt, maar daar deden maar zeventien collega’s aan mee’, zei Paul.
‘We moeten iets nieuws bedenken’, zei Alex.
‘Ja, anders gaan we ons vervelen en dat is de dood in de pot.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 16 mei 2005
Kylikkie werd om half tien wakker.
Ze keek naast zich en zag dat Seppo nog heerlijk lag te slapen.
Seppo was met haar mee naar huis gegaan toen Pinkpop afgelopen was. De broer van de drummer van Apocalyptica had besloten een weekje bij haar te blijven. Na het optreden van zijn broer hadden ze nog gekeken naar Faithless, maar dat vonden ze helemaal niks.
‘Muziek voor bejaarden’, had Seppo gezegd en hij had gelijk. Het kabbelde maar voort zonder ooit opwindend te worden. Veel festivalgangers wachtten het einde van het festival niet af en gingen naar huis.

Kylikkie pakte de telefoon en belde naar kantoor.
De chef nam niet op. Kennelijk was hij in vergadering.
‘Met Paul’, zei Paul.
‘Hoi met Kylikkie. Ik meld me ziek’, zei ze
‘Toch niks ergs?’ vroeg Paul.
‘Nee hoor, gewoon een vrouwending’, zei ze.
‘Sterkte’, zei Paul.
‘Bedankt’, zei ze.
Ze legde neer en draaide zich om naar Seppo.
Hij zag er ook vanmorgen geweldig uit. Zijn grote rode baard en lange rode haren kleurden mooi bij haar witte bloemetjes dekbedovertrek.
Hij sloeg zijn armen om haar heen en ze begonnen weer te vrijen.
'Minä rakastan Sinua', zei Seppo.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 16 mei 2005
Beide pinksterdagen had de chef in bed doorgebracht. Zijn rugpijn was zondagmorgen verdwenen, maar hij had voorgewend dat het nog steeds heel erg was. Twee dagen waarin hij gedacht had aan Kylikkie.
‘Kom je niet eten?’ had zijn vrouw gevraagd.
Ze was bezorgd geworden toen hij maandagmiddag nog niet opgestaan was.
‘Nee, het doet nog teveel pijn’, zei de chef.
Hij had maandagmiddag wel de televisie aangedaan.
Heel even had hij gekeken naar opnamen van Pinkpop. Een stelletje Finnen met cellos zorgden voor ongelooflijke herrie, maar het waren Finnen. En Kylikkie was ook een Finse. Hij begon aan zichzelf te twijfelen toen hij in de coulissen in een vrouw Kylikkie herkende. Natuurlijk was ze daar niet. Pinkpop was niks voor haar. Kylikkie zo liever naar een klassiek concert waarin wat stukken van Sibelius werden uitgevoerd.



Hij had doorgezapt en een tijdje naar een oude cowboyfilm gekeken.

Maandagnacht wist hij het zeker. Hij wilde met Kylikkie vrijen. Hij was blij dat hij vorige week terughoudend geweest was. Zoiets doe je niet in je eigen huis, vond hij. Dat doe je ergens anders in het geheim. Ergens waar niemand je kent. Hij wist dat over twee weken een managementconferentie werd gehouden. Dan zou zonder dat enige verklaring nodig was een hele nacht weg zijn. Een gouden kans vond hij dat.

Dinsdagochtend was hij vroeg op kantoor.
Kylikkie was er nog niet. Hij overwoog haar een mailtje te sturen, maar hij besloot dat hij haar liever wilde spreken. Ze zou vast en zeker later komen.

Reageer op dit bericht

Een tweede pinksterdagmoment (0)Maandag 16 mei 2005
Kylikkie stond laat op. Het was laat geworden. Ze had de hele nacht gefeest op Pinkpop. Natuurlijk was ze naar Within Temptation geweest. Fantastisch vond ze het. Ze had er geen idee van dat die collega van haar een paar dagen eerder ook naar Within Temptation geweest was. Ze zou het direct een stuk minder leuk gevonden hebben. Ze had op het festival terrein de broer van de drummer van Apocalyptica ontmoet.



Ze had hem ontdekt door dat hij in onvervalst Fins geweldig stond te vloeken toen bleek dat al het bier van de band gestolen was door een clubje hiphoppers. Ze had hem getroost door hem te wijzen op de mogelijkheid om in het dorp verderop gewoon een paar tapvaatjes te halen.
Een uur later stond de tent van de band vol met vaatjes.
De broer van de zanger had Kylikkie uitgenodigd ook wat te komen drinken. Dat had ze gedaan. Ze vond het fijn om met landgenoten te lachen. Want die jongens van Apocalyptica hadden echt humor.
Sharon was ook langs gekomen. Ze had een foto van haar gemaakt en haar gefeliciteerd met het succes in Spanje.



Na een stuk of tien biertjes had de broer van de drummer gevraagd of ze met hem wilde neuken. Zo deden die metaljongens dat. Niet omheen draaien. Gewoon doen.
Het was heerlijk geweest.
Deze Fin bleek over een groot uithoudingsvermogen te beschikken.
Ze had genoten en dacht geen moment meer aan de chef.
Vrijdag was hij echt een watje geweest. Wat een gezeur allemaal. Natuurlijk was het lastig dat hij getrouwd was, maar die vrouw was toch niet thuis geweest. Gewoon doen. Net als die metaljongens.
Straks speelde de band.
De broer van de drummer had gevraagd of ze backstage wilde komen.
Ze had er zin in.
Pinkpop was dit jaar geweldig.

Reageer op dit bericht

Een reintegratiemoment (0)Zondag 15 mei 2005
‘Ik doe het niet meer. Ik trek het niet meer’, huilde Suzanne.
Frits, haar vriend, sloeg een arm om haar heen en trok Suzanne tegen hem aan.
Hij wiegde haar zachtjes heen en weer.
‘Vrijdag zat ik er weer de hele dag alleen. Niemand keek naar mij om. Niemand. Geen seconde aandacht van wie dan ook. Dat noemen ze reintegreren. Die rimmer is ook zo’n akelige, ja bijna mongoloide, kwal. Ik spuug op die vent.’
Suzanne werd steeds kwader.
‘We moeten ons hier doorheen vechten’, zei Frits.
‘Ik wil niet meer vechten. Het is een klotekantoor’, zei ze.
‘Kan je dinsdag niet met de chef praten?’ vroeg Frits.
‘Hoe vaak sprak ik die mensen al? Duizend keer. Ze luisteren niet. Ze willen alleen hun eigen stem horen. Galbakken en blaaskaken zijn het.’
Suzanne snikte.
Frits kuste haar op haar ogen.
‘We hebben elkaar nog’, zei hij.
‘Ja, dat is er nog’, zei ze. ‘dinsdag meld ik me weer ziek.’
‘Is goed, mijn lief, is goed.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment. (0)Zaterdag 14 mei 2005
‘Je hebt geen boodschappen gedaan’, zei de vrouw van de chef, ‘Alles is op. Kan je nu niet naar de winkel gaan?’
De chef hoorde het niet.
Hij was weer met zijn gedachten bij Kylikkie.
‘He, luister je nog wel eens een keer’, zei de vrouw van de chef.
De chef schrok op.
‘Eh, ja hoor, ik hoor je wel’, zei hij.
‘Wat zei ik dan?’ vroeg de vrouw van de chef.
‘Iets over dat het bed moet worden verschoond’, zei de chef.
‘Zie je nou wel. Je luistert nooit’, zei ze, ‘Boodschappen. Je moet boodschappen doen.’
‘Oh ja, doe ik straks wel’, zei de chef.
‘Weet je wel hoe laat het al is, straks is de winkel dicht’, zei ze.
De chef keek op de klok.
Half vijf.
‘Dan ga ik maar’, zei hij.
Hij pakte de tassen met lege flessen en vertrok naar Albert Heijn.

Hij had geen idee wat hij moest halen vandaag.
Hij had geen lijstje gemaakt.
Hij had niet in de kasten gekeken.
Wat was op en wat niet?
Eenmaal in de Albert Heijn gooide hij willekeurig boodschappen in de kar. Natuurlijk had hij ook vandaag weer een verkeerde kar gepakt. Deze kar had twee scheve voorwielen. Het kostte hem veel moeite de kar vooruit te duwen. Toen hij bijna bij de kassa was, voelde hij iets knakken in zijn rug. Hij boog voorover en kon niet overeind komen.
‘Alles goed mijnheer’, vroeg het meisje aan de kassa.
‘Mijn rug’, zei de chef.
‘Doet ie pijn?’
‘Ja, eh ja, het doet pijn’, zei de chef.
‘Ik vraag wel effe of iemand u help’, zei het meisje.
Ze pakte de telefoonhoorn die aan de paal achter haar kassa hing.
Even later klonk het door de winkel.
‘Kassa vier voor de heer De Wit, de heer De Wit, kassa vier alstublieft’
Een jongeman snelde toe.
‘Is er iets’, vroeg de jongeman aan het meisje.
‘Hij ken niet overend’, zei het meisje.
‘Ouderdom’, concludeerde de jongeman geroutineerd.
De chef keek hem vuil aan. Hij was nog geen vijftig. Ouderdom. Hij had bijna verkering met Kylikkie. Ouderdom, hoe durfde die puistenkop.
Maar hij zei niets.
‘Ben u met een auto’, vroeg de jongeman.
‘Ja’, kreunde de chef.
De jongeman zette alles op de band en pakte het in de tassen van de chef.
‘Waar staat die auto?’
‘Buiten’, zei de chef.
‘Lijkt logisch’, zei de jongeman.
Ze liepen naar buiten en vonden snel de wagen van de chef.

De chef gaf de jongeman een muntstuk van twee euro.
‘Bedankt’, zei hij.
‘Ok’, zei de jongeman. Hij keek misprijzend naar de twee euro. Krent, dacht hij.

De chef hees zich met moeite uit de auto. Hij liep gebukt over het tuinpad naar de voordeur en maakte de deur open.
‘Hallo’, riep hij.
Niemand antwoordde.
Hij riep nog een keer.
‘Hallo.’
‘Wat is er toch’, riep zijn vrouw geagiteerd.
‘Ik kan niet meer tillen. Jij moet de boodschappen uit de auto halen’, zei de chef.
‘Kan niet. Ik kijk met Rita naar een opname van Desperate Housewives’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik heb ook ijs gekocht’, zei de chef, ‘Het smelt.’
‘Tjezus’, vloekte de vrouw van de chef.

De chef zat op de trap en wilde naar boven.
Hij moest gaan liggen.
Hij moest zijn rug ontlasten.

‘Altijd wat hier’, moppperde de vrouw van de chef, ‘Wat heb ik nou aan mijn leven. Werken, werken en nog eens werken.’
‘Ik help wel’, zei Rita.
‘Jij wel’, zei ze terwijl ze naar Rita lachte.

Reageer op dit bericht

Een niet op kantoormoment. (0)Zaterdag 14 mei 2005
‘Ga je vanavond mee naar het concert van Within Temptation?’ vroeg Metalkid aan Alex.
Alex dacht even na.
‘Ben ik veel te oud voor?’ zei hij.
‘Er komen wel meer vijftigers hoor’, zei Metalkid.
‘Waar is het dan?’, vroeg Alex.
‘In het boerendorp’, zei Metalkid.
Alex dacht nog langer na.
Vroeger was hij vaak in het boerendorp naar concerten geweest. Steevast eindigde dat met vechten. De boeren vonden het heerlijk om elkaar af te rossen en zo al hun latent homofiele neigingen uit te leven. Ooit had Alex de concerttent geheel en al blind verlaten. Een boer had zijn bril vermorzeld. Een week later had de boer toch rake klappen gekregen. Dat was geruststellend geweest. Er was gerechtigheid geweest.
‘Ok, ik doe het’, zei hij.

Vrijdag was Paul niet op kantoor.
Alex draaide de hele dag keihard de laatste cd van Within Temptation. Dat deed hij vroeger ook altijd voordat hij naar een concert ging. De teksten leerde hij uit zijn hoofd. Dan kon je lekker meezingen.
‘Goeie muziek’, zei Karel sarcastisch.
Karel liep door.
Hij zei tegen Michael: ‘Sommigen denken dat ze forever young zijn.’

Maar Alex voelde zich lekker die avond om half elf.
Ze waren iets eerder gekomen.
In het voorprogramma speelde Krezip. Dat viel niet tegen. Alex kende die band alleen als zo’n sloom ietwat truttig gezelschapje. Veel soft pop voor begrafenissen. Maar de Krezips speelden hard. Het werd al een beetje een feest.
De piepschuimen trays waar het bier in gehaald was, vlogen door de lucht. Bier vloog alle kanten op. Alex kreeg ook zin om met bier te gaan gooien. Het leek erop alsof het vechten tot historie was geworden. Er leken ook minder boeren te zijn dan vroeger. Het mestbeleid van deze regering begon ook voor metalconcerten zijn vruchten af te werpen.
Om precies twaalf uur startte de geluidsman de in de Media Player opgeslagen geluidsfiles. Met veel bombast werd de komst van Sharon en de haren aangekondigd. Het podium stond in een mooi wit licht. Engelen, of waren het duivels, waakten over de coulissen. De muzikanten liepen naar voren. De muziek zwelde aan. Plotseling klonk de ijle stem van Sharon.



Het was geweldig.
Anderhalf uur power.
Sharon stak haar rechterarm in de lucht en zwaaide heen en weer. Ze leek iets aan te wijzen boven in de zaal, maar er was niets te zien, behalve af en toe een volle beker bier die over de hoofden uitgestort werd.
Het maakte allemaal niks uit.

Alex had in geen jaren zo gestonken toen hij thuis kwam.
Verschaald bier en muffe rook gutsten uit zijn kleren.
‘Je stinkt afschuwelijk’, zei zijn vrouw die wakker werd toen hij struikelend de slaapkamer binnenkwam, ‘doe die kleren in de wasmachine.’
Ze hoestte en hapte naar adem.
Het was half drie.
Hij voelde zich forever young.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Vrijdag 13 mei 2005
De chef was vandaag niet naar zijn werk gegaan.
Maar hij was ook niet thuis.
Hij had er behoefte aan om even helemaal alleen te zijn.
Kylikkie was pas om half zes weer weggegaan. Hij had toen gezegd dat het beter was dat ze ging. Zijn vrouw en Rita konden immers thuiskomen en als zijn vrouw Kylikkie in haar huis aantrof, kon hij rekenen op een pittig kruisverhoor.
Niet dat daar veel reden toe was.
Na de eerste omhelzing van Kylikkie had hij haar in woonkamer gevraagd. Hij had koffie gezet en was naast haar op de bank gaan zitten.
‘Ik weet niet of het goed is wat we doen’, had de chef gezegd.
‘Het voelt goed’, zei Kylikkie.
‘Ja, dat is waar, maar ik ben getrouwd. Niet dat dat nou altijd een lolletje is, maar trouwen houdt een belofte in’, zei de chef.
‘Dat is waar. Als jij voelt dat je trouw moet zijn aan jouw vrouw, ga ik jou niet in de weg zitten, hoor’, had ze gezegd.
Ze hadden gepraat.
De hele dag door.
De chef had haar verteld over het leven samen met zijn vrouw. Dat hij er soms wanhopig van werd. Dat hij wilde vluchten.
Ze had haar arm om hem heen geslagen.
Ze hadden gezoend.
En toen had zij hem verteld over haar jeugd in Finland. Dat ze was misbruikt door haar Opa. Dat ze zo blij was dat ze iemand als de chef had getroffen. Met hem kon ze goed praten. Hij begreep haar.
De tijd vloog voorbij.
Toen ze wegging, kusten ze nog een keer heel lang.
‘We zien wel waar we uitkomen’, zei Kylikkie toen ze wegging.
‘Ja’, zuchtte de chef.

Vandaag liep hij alleen door het bos.
Hij dacht na.
Zijn gedachten tolden in een cirkel.
Hij dacht aan Kylikkie.
Hij dacht aan zijn vrouw.
En soms aan die afschuwelijke Rita.
En de kinderen.
Hij kwam er niet uit.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 12 mei 2005
‘Heb jij de chef gezien deze week?’ vroeg Karel aan Alex.
‘Nee, hij is niet op kantoor, thuiswerken’, zei Alex.
‘Kinderdienst dus’, zei Karel.
‘Tja, je hebt werkpaarden en luxe paarden’, zei Alex.
‘Maar hij zou toch vandaag komen?’ vroeg Karel.
‘In zijn agenda staat dat hij er zou zijn, maar ach, dat het is gewoon dat hij er niet is als het vakantie voor de kids is’, zei Alex.
‘Dan komt hij dinsdag wel weer’, zei Karel.
‘Kylikkie is er ook niet’, zei Alex.
‘Nee en jouw kamergenoot is er niet en Michael is er niet en Metalkid is er niet’, zei Karel.
‘Het is een doodsaaie dag’, zei Alex.
‘Ik word hier nog eens gek’, zei Karel.

Reageer op dit bericht

Een thuiswerkmoment (0)Woensdag 11 mei 2005
‘Kom erin’, zei de chef tegen Kylikkie die precies om kwart over tien bij hem aanbelde.
Zijn vrouw en Rita waren om half negen weggegaan.
‘Ik ga met Rita naar de film vanavond’, had de vrouw van de chef gezegd.
‘Prima hoor’, zei de chef.
‘Waarom ga je eigenlijk niet naar je werk. Je maakt altijd zo’n problemen over thuiswerken. Nu zijn de kinderen weg en ga je nog niet werken?’ had ze nog gevraagd.
‘Ik maak een belangrijke notitie’, zei de chef, ‘Dat kan ik beter thuis doen.’
Hij had opgelucht ademgehaald toen ze weg waren.
Snel had hij de huiskamer gestofzuigd.
De oude kranten opgeruimd.
Het bed in de slaapkamer opgemaakt.
En zijn kleine stukje van het bureau opgeruimd.
Hij wilde dat Kylikkie zag dat zijn huis netjes was.

Kylikkie stapte naar binnen en trok de deur dicht.
Direct omhelsde ze de chef.
‘Ik heb je gemist’, zei ze.

(Lezers: wat gaat er gebeuren??
Laat de chef zich gaan?
Is het passie?
Of wacht hij nog even?
Meeste stemmen gelden.)

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 11 mei 2005
‘Heb je dat pamflet in het invalidentoilet gelezen?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Onzin’, zei Paul.
‘Gekte’, zei Alex.

Nico-Jan, de rimmer, kwam iedere dag met zijn racefiets naar kantoor. Hij was dan gekleed in een echt Banesto shirt. Dat had hij gekocht toen Miquel Indurain de tour nog won. Hij had ook een koersbroek. Van Ti-Raleigh. Uit de dagen dat Bert Oosterbosch nog wel eens een sprint won. Hij zag er geweldig strak uit, vond hij. Als hij fietste stelde hij zich voor dat hij een eenzame vluchter was. Ontsnapt uit het grote peleton op weg naar de finisch. Hij keek soms ook even achterom en was dan altijd blij als hij het peleton nog niet zag naderen. Maar als hij eenmaal op kantoor was, dan zweette hij vreselijk. Wassen en omkleden deed hij in het grote invalidentoilet.



Meestal was dat heerlijk. Op sommige dagen was dat anders. Dan had een valide een grote hoop gedraaid. De stank was dan niet om uit te houden. Nico-Jan had daarom een pamflet opgehangen.

Validen, opgelet!
Het is geen pret,
Als ik mij hier moet wassen en kleden,
Nadat een grote hoop is gekneden,
Daarom als u kunt lopen en staan,
Laat uw behoefte hier niet gaan.
Valtiden ga naar elders!!!

‘Morgenochtend draai ik daar een enorme drol’, zei Alex terwijl hij de agenda van Nico-Jan bekeek.
‘Dan mag je nu wel gaan sparen’, zei Paul.
‘Zeker weten. Die gek komt om kwart over negen. Om negen uur morgenochtend ga ik zitten. Dat is feest. En ik trek niet door.’
‘Lukt je niet. Je kan die dingen nooit op commando.’
‘Oh nee, moet jij eens opletten.’
‘Ik let op. Ik steun je.’
‘Koffie?’
‘Ja laten we een koffie doen. Gaan we even luisteren naar Moonsorrow.



Nieuwe cd met vijf lange nummers. Ontspant een beetje.’
‘Goed idee.’

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 10 mei 2005
‘Heb je dat gelezen van die telefoontoestellen?’ vroeg Alex aan Paul.
‘Ze zijn gek geworden’, zei Paul.
‘Displays waar alles op uit te lezen is, het wordt steeds idioter’, mompelde Alex.
‘Ach op internet zag ik dat je 4800 belminuten gratis kunt krijgen. Ik neem gewoon een extra abonnement’, zei Paul.
‘Ja dat scheelt, alleen is de ontvangst hier beroerd’, pruttelde Alex.
‘Dichter bij het raam zitten helpt wel’, zei Paul.
‘Zullen we de werkopstelling vast veranderen. We gaan dichter bij de ramen zitten’, zei Alex.
‘Goed plan’, zei Paul.
De rest van de dag waren ze bezig hun bureaus en computers te verplaatsen. Het resultaat mocht er zijn.
‘We zetten die kast voor dat inkijkraam’, zei Paul.
Hij tilde samen met Alex de kast op en schoof deze voor het raam naast de deur.
‘Helemaal goed’, zei Alex.
‘Nu nog wat posters’, zei Paul.
‘Ja, een naaktfoto van Tarja naast de deur’, zei Alex.



‘Is niet integer’, zei Paul.
‘Tarja nude, helemaal goed’, zei Alex

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 10 mei 2005
Memo van Jan-Daan, communicatiemedewerker.

Alle teelevoontoestellen zullen worden vervangen. In het licht van mijn groote comunicatie onderzoek is gebleeken dat veel mensen privaat bellen. Dat kan niet langer. De televoons krijgen allemaal een geheugenship. In de displays kan dan worden uitgelezen wie men gebeld heeft en welke nummers gebeld zijn. Het is verboden de handleiding te lezen en vervolgens geheugens te wissen. Privaat bellen is alleen in geval van nood toegelaten en kan dan alleen na voor af gaande in stemming van onze chefs.

Jan-Daan keek zijn memo nog even na. Hij was naar een cursus voor dyslectische communicatiemedewerkers geweest. Zijn spelling was behoorlijk verbeterd had de leraar na afloop van de cursus gezegd. Hij knikte tevreden. De leraar had gelijk. Hij kon geen fout meer ontdekken.



De opperchef had het telefoonplan aan hem gedelegeerd met de woorden: ‘Zorg voor zeker vijftien procent kostenreductie en zorg ervoor dat de werktijd niet wordt verkwist met onzinnig privé bellen.”
Hij had een diepgaande onderzoek gedaan en geconstateerd dat zeker vijftig procent van alle gesprekken niets zakelijk hadden.
Morgen werden alle telefoons vervangen door prachtige toestellen met mooi lcd displays. Controle was eenvoudig. De KPN had het hem perfect uitgelegd. Die investering van een half miljoen euro zouden ze zeker in vier jaar tijd terug verdienen, had de account manager van KPN gezegd.
Hij had de opperchef snel overtuigd. Dat ging met groot gemak, mede omdat hij Monique van BEF ook mee had gekregen. De opperchef had gevraagd of het niet goedkoper kon worden geregeld. Mede door de analyse van Monique was het duidelijk dat dat niet kon.

Jan-Daan drukte op send en zijn memo ging het kantoor in.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 10 mei 2005
De chef staarde naar buiten. De kinderen speelden op het pleintje voor het huis. Af en toe holden ze naar binnen om een glas fanta te vragen. Of snoepjes. Hij had de stapel post, die hij gisteren mee naar huis genomen had, helemaal doorgenomen. De opperchef had in een memo meegedeeld dat thuiswerken gestimuleerd zou worden. Dat had hem blij gestemd. Hij werkte vaak thuis vanwege de kinderen. Vervolgens was hij minder blij omdat door de noodzakelijke reducties op het huisvestingsbudget volgend jaar een vleugel van het kantoor zou worden gesloten. Alleen op een kamer zitten was voor niemand meer mogelijk. Van de chefs werd een plan van aanpak verwacht waarbij de medewerkers getweeen of gedrieen op een kamer zouden worden ingedeeld. Hij baalde van al de gesprekken die hij nu zeker weer moest gaan voeren met onwillige medewerkers.
De chef had voor zichzelf direct gespeeld met de gedachte om samen met Kylikkie op een kamer te gaan zitten. Hij miste haar. Hij keek op de klok en overwoog of hij naar kantoor kon bellen om te vragen of ze er al was. Juist op dat moment rinkelde zijn telefoon.
‘Met de chef.’
‘Hoi, met Kylikkie.’
‘Hai, wat aardig dat je belt.’
‘Ja, je had gezegd dat je thuiswerkte en dat ik je mocht bellen. Nou bij deze. Hoe was jouw vakantie?’
‘Ging wel, kon erger.’
‘Die van mij was leuk. Fijn om weer even in Finland te zijn.’
‘Ja, dat kan ik mij indenken. Hoe is het nu op kantoor?’
‘Er is bijna niemand. Ze zijn op ziekenbezoek bij Suzanne.’
‘Maar die was er gisteren nog?’
‘Vandaag meldde zij zich ziek. Alex en Paul vonden dat de reintegratie niet gestoord mocht worden en zijn op ziekenbezoek. Michael is ook mee gegaan. Karel zit met Metalkid te praten. En Jochem werkt geloof ik thuis.’
‘Oh.’
‘Ik zit met een probleem over die nota inzake het rookbeleid. Er zit ook een mensenrechtencomponent aan vast.’
‘Vertel.’
‘Het is complex. Ik kom het liever even bij je bespreken.’
‘Oh, dat is goed. Kom morgenochtend dan.’
‘Doe ik. Zorg je voor koffie?’
‘Ik doe er ook iets lekkers bij.’
‘Tot morgen dan.’
De chef hing met een glimlach de hoorn op de haak. Hij drukte het nummer van zijn schoormoeder.
‘Dag Moeder, met de chef.’
‘Hoi chef, alles goed. Is mijn lieve dochter weer werken?’
‘Ja mam, ze is al vroeg weggegaan.’
‘Ze werkt veel en hard hoor om voor jullie de kost te verdienen.’
‘Zeker, zeker. Mag ik vanavond de kinderen brengen? Ze komen dan logeren tot donderdag.’
‘Wat een leuk idee. Ik denk wel dat ze dat erg fijn vinden om oma weer te zien.’
‘Ik breng ze om half acht vanavond.’
‘Goed hoor jongen.’
De chef voelde dat alles goed ging.
Morgen was hij alleen thuis.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 9 mei 2005
‘Met Alex’, zei Alex.
‘Met Christien van de receptie. De heer van Peursen staat beneden’, zei Chistien.
‘Goed, ik kom hem ophalen’, zei Alex.
‘Nee, dat kan niet’, zei Christien.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Alex.
‘Hij is niet aangemeld’, zei Christien
‘Hoezo niet, ik zie hier op mijn scherm dat hij wel is aangemeld’, zei Alex.
‘Nee, dat is hij niet’, zei Christien.
‘Wel’, zei Alex, ‘Ik haal hem nu op.’
‘Dan waarschuw ik de beveiliging’, zei Christien, ‘Als hij niet wordt aangemeld komt hij niet naar binnen.’
Alex haalde zijn schouders op.
Hij had weinig zin om Van Peursen nog langer te laten wachten. Hij voerde snel de gegevens ten tweede male het systeem in. De heer Van Peursen stond nu twee keer aangemeld.
Hij maakte een print van de eerste aanmelding en liep naar beneden.

‘Welkom’, zei hij tegen de heer Van Peursen.
‘Mooi zooitje hier’, zei de heer Van Peursen, ‘Ik sta hier al tien minuten.’
‘Dat is heel vervelend’, zei Alex.
Hij gooide de print van de eerste aanmelding op het bureau van Christien.
Even overwoog hij om haar uit te schelden voor stomme koe of pennenlikker.



Maar hij zag ervan af.
Dat zou minimaal drie uur functioneringsgesprekken met de chef opleveren.
Daarna nog een onderhoud met de vertrouwenspersoon en vervolgens een excuus gesprek met Christien. ‘Het spijt me, ik had nooit stomme koe tegen jou mogen zeggen.'
Dat was teveel gevraagd.

Een paar uur later rinkelde de telefoon.
Paul draaide de muziek zachter.
‘Hallo met Monique van bef’, zei Monique
‘Bef?’ vroeg Alex.
‘Ja, de bedrijfsefficiency’, zei Monique
‘Hoe kon ik het vergeten’, zuchtte Alex.
‘Ik doe vandaag een controle. Ik zie dat hier twee keer een bezoeker is aangemeld. Ene van Peursen. Die is maar 1 keer geweest. Dat klopt niet. Zo wordt het systeem overbelast’, zei Monique opgewekt. De bif wordt ook vervuild. Dat wil de opperchef niet.’
‘Echt niet?’ vroeg Alex.
Hij gooide de hoorn op de haak en trok de stekker uit de hoorn van de telefoon.
‘Bef, biv, bav, morgen weer een dag’, zei hij tegen Paul.
‘Muziek’, riep Paul.
Hij draaide de volumeregelaar open.



Sharon galmde door de kamer.
I need you aquarius!!

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Maandag 9 mei 2005
De chef vond het een zwaar gesprek met Jochem.
Joxhem had alles ontkend over dat kapotte raam.
Dat was leugenachtig, dat wist hij zeker. Maar bewijs was er niet.
Er was nooit bewijs. Hij zuchtte een grote open zucht.
Morgen zou Kylikkie er zijn.
Dat vond hij fijn.
Toen rinkelde zijn telefoon.

‘Mijn werk belde. Ik moet straks, om twaalf uur dus, werken. Je moet naar huis komen’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik moet ook werken’, zei de chef.
‘Jij wilde ook kinderen’, zei de vrouw van de chef.
‘Ja, jij toch ook’, zei de chef.
‘Jij kunt makkelijk thuis werken’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik ben chef’, zei de chef.
‘Ja en ik moet werken’, zei de vrouw van de chef.
Ze legde de hoorn op de haak.
‘Hij komt echt wel thuis hoor’, zei ze tegen Rita.
‘Is hij altijd zo moeilijk?’ vroeg Rita.
‘Het is heel erg’, zei de vrouw van de chef, ‘Als ik geen druk op hem zet, dan doet hij niets aan de opvoeding.’

De chef zuchtte.
Hij keek in zijn agenda.
Twee voortgangsgesprekken stonden voor vandaag gepland.
Hij belde eerst naar Michael en zei: ‘Ik wil dat voortgangsgesprek afzeggen.’
‘Oh, ik was toch niet gekomen’, zei Michael.
‘Waarom niet?’ vroeg de chef.
‘Je moet eerst de verslagen van de vorige twee voortgangsgesprekken en die beoordeling maar eens afmaken’, zei Michael.
‘Oh’, zei de chef.
Hij belde niet meer naar Paul.
Alleen aan Kylikkie stuurde hij een mailtje.

Hoi,
Ik werk thuis vandaag.
Morgen en woensdag ook.
Je mag mij gerust bellen hoor.
Je hebt mijn nulzes.
Groetjes,

De Chef.

In zijn agenda vulde hij in dat hij tot en met donderdag thuiswerkte.
Hij deed de inhoud van zijn postbak die hij een half uur geleden leeg had gehaald in een plastic zak. Hij zag dat er verschillende memo’s waren van de opperchef. Gelukkig was die nog op vakantie.
Hij deed zijn computer uit.

‘Zo al weer naar huis’, zei Karel die juist de fietsenstalling binnenreed met zijn nog steeds niet apk gekeurde motorscooter.
‘Ja, ik werk thuis’, zei de chef.
‘Veel plezier’, zei Karel.
De chef zei niets meer, pakte zijn fiets en reed de garage uit. Tweehonderd meter verder miste hij het kapotte bierflesje niet. Zowel zijn voor- als zijn achterband liepen sissend leeg.
‘Verdomme’, dacht de chef.


Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 8 mei 2005
‘Dit is echt moeilijk’, zei Paul.
‘Wat?’ vroeg Alex.
‘Een appel schillen en dan de schil in één lange sliert van de appel af laten komen’, zei Paul.
‘Ja, dat is een kunst. Je moet dunne reepjes schillen en zorgen dat ze niet breken’, zei Alex.
‘Ik ga daar een competitie van maken. Wie heeft de langste appelschil?’ zei Paul, ‘Met deze ben ik al een kwartier bezig.’
‘Je moet volgende keer gewoon met Jochem en mij mee gaan lunchen’, zei Alex, ‘Want hier krijg je aanvallen van gekte geloof ik.’

Alex was met Jochem gaan lunchen.



De schilderijen hingen nog in het cafe.
Hij vond ze mooi.

Jochem was opgewonden geweest. De chef had hem er van beschuldigd het raam in diens kamer vernield te hebben. Jochem had alles ontkend.
‘Vorige week wilde dat kloteraam niet open. Na flink rukken, lukte het pas. Ze maken er hier steeds meer een gevangenis van. Omdat er niemand was, rookte ik lekker binnen, maar ik moest wel luchten. Gelukkig deed ik het op zijn kamer. Het is echt een zeur’, zei Jochem.
‘Niet op reageren, waait wel over’, zei Alex.
‘Klopt’, zei Jochem.

Paul schilde langzaam door.
‘Het is echt een kunst’, zei Alex.
‘Je moet toch wat. Kijk deze schil is nu zeker al vier meter lang’, zei Paul.
‘Ja, je kunt het wel’, zei Alex.
‘Hier heb je ook een appel’, zei Paul, ‘Dan doen we een wedstrijd.’
‘Ok, ik pak mijn zakmes wel even’, zei Alex.
Alex begon ook heel zorgvuldig te schillen. Hij schilde sneller dan Paul.
‘Kijk mijn schil is ook al heel lang’, zei Alex.
‘Even meten’, zei Paul.
De schil van Paul was langer.
‘Jij hebt gewonnen’, zei Alex.

Het was een gewone dag op kantoor.



Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Zondag 8 mei 2005
‘Hoi, ik ben er weer’, zei Alex tegen Paul.
‘Ja, ik ook. Helaas wel’, zei Paul
‘Ach, volgende week is weer een korte week’, zei Alex.
‘Ja, dat is een geluk bij een ongeluk’, zei Paul.
Alex zette zijn computer aan, vulde zijn wachtwoord in en ging koffie halen.
Hij zwaaide vriendelijk naar Michael.
‘Alles goed?’ riep hij.
‘Ja hoor, het gaat’, zei Michael.
‘Niks gebeurd hier zeker’, zei Alex.
‘Nee, als altijd. Gewoon niks’, zei Michael.
De kamer van Kylikkie was nog leeg.
De deur van de kamer van de chef was dicht.
Alex gluufde naar binnen. Hij zag Jochem aan het bureau van de chef zitten. De chef sprak druk. Hij wees voortdurend naar het raam. Alex luisterde scherp, maar hoorde niets.
Nico-Jan liep gehaast door de gang.
‘Mogge’, mompelde hij.
‘Hoi’, zei Alex.
Bij het koffie-apparaat trof hij Suzanne aan.
‘Zo, ook op maandag reintegreren nu?’ vroeg Alex.
‘Nico-Jan is een eikel’, zei ze.
‘Oh’, zei Alex.
‘Hij weet niet eens meer hoe ik heet. Hij noemde mij vanmorgen Samantha’, zei ze.
‘Een erg betrokken man die Nico-Jan’, zei Alex.
Hij was tien minuten op kantoor, maar voelde zich alweer helemaal thuis.

Reageer op dit bericht

Een het is nog geen morgen moment (0)Zondag 8 mei 2005
Tjezus, morgen weer werken, dacht Alex.
Het was mooi weer.
Hij zat lekker op een terras uit de wind.



De zon kwam af en toe stevig door.
De vlucht terug uit Turkije was zonder problemen verlopen.
De motoren van het Onur Air toestel brachten hem met groot gemak terug naar Schiphol. Hij had geen zin.
Gelukkig had Feijenoord weer verloren.
Zo kwam hij weer hoger in de voetbalpool.
Paul zou zeker balen.
En hij had nieuwe muziek.
En Metalkid kwam ook weer terug van vakantie.
‘Is dat niet jouw chef?’ vroeg zijn vrouw plotseling.
Alex keek vanaf het terras het damrak over.
‘Verdomd, dat is de chef, met zijn kids’, zei Alex.
Alex zag de chef vermoeid richting centraal station lopen. In zijn hand hield hij twee dozen van een McDonald happy meal, maar de chef zag er alles behalve happy uit.
Alex zakte wat verder weg in zijn stoel en zette zijn zonnebril op.
‘Morgen is vroeg genoeg’, zei hij.

Reageer op dit bericht

Een dierentuinmoment (0)Zondag 8 mei 2005
Het was koud in Artis.
Een gure zuidwesten wind blies langs de kooien.
Om half drie zouden de krokodillen worden gevoerd.



De roofdieren om drie uur.
En pas om kwart voor vier de zeeleeuwen.
De chef vond dat niet erg.
Hij was blij dat hij toch naar Artis gegaan was.
Hij walgde nu van Rita.
Toen hij haar vanmorgen had moeten zoenen voor haar verjaardag had hij een opkomende braakneiging niet kunnen onderdrukken.
‘Sorry, ik moet even naar het toilet’, mompelde hij.
Hij lag voor de pot in de badkamer.
Beneden zongen de kinderen lang zal ze leven.
‘Ik ga naar Artis straks’, zei hij toen hij weer uit het toilet kwam.
‘Gelukkig’, zei zijn vrouw.
Blijf maar in de apenkooi wonen, dacht ze.
Rita was al in de keuken.
Ze was aan het koken voor haar vriendinnen.
Geen vrienden.
Want Rita was gekwetst door haar man.
Alle mannen waren nu schurken.

Om half twaalf was de chef al weggegaan.
Hij had eerst met de kinderen bij McDonalds gegeten.
Ze waren enthousiast.
De chef nam alleen koffie.
Die was ook vies.
Maar hij was blij.
Blij dat hij vandaag naar Artis kon.
Hij was ook blij dat hij morgen weer naar zijn kantoor mocht.
Morgen zou hij kunnen praten met Kylikkie.

Reageer op dit bericht

Een bijna alweer op kantoormoment. (0)Zaterdag 7 mei 2005
‘Je weet toch dat Rita morgen jarig is’, zei de vrouw van de chef.
‘Nee, hoe zou ik dat moeten weten?’ vroeg de chef.
‘Je hoort nooit wat ik zeg. Je luistert niet’, zei de vrouw van de chef.
‘Jij denkt alleen maar dat je praat, dus denk je dat ik je kan horen’, zei de chef.
‘Morgen komen haar vriendinnen. Het is dan gezellig. Jij kan beter met de kinderen iets gaan doen’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik wil morgen mij voorbereiden op de nieuwe werkweek. Ik moet al mijn kantoorstukken van de afgelopen week doorlezen’, zei de chef.
‘Zeur niet, je gaat maar naar Artis of zoiets. Het feestje is alleen in de middag’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik ga niet naar Artis’, zei de chef.
‘Dan ga je maar naar Blijdorp’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik wil dat Rita volgende week vertrekt’, zei de chef.
‘Echt niet. Rita blijft nog een tijdje. Ze zoekt naar haar eigen ruimte. Zodra ze die gevonden heeft, gaat ze weg’, zei de vrouw van de chef.
‘Ze gaat er gewoon uit’, zei de chef.
‘We zullen nog wel eens zien wie er uit gaat’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik ga morgen niet naar Artis, niet naar Blijdorp, niet naar nergens’, zei de chef.
Hij stond op en liep de kamer uit.
Hij gooide de deur met een klap dicht.

Reageer op dit bericht

Een postmoment (0)Vrijdag 6 mei 2005
De post viel op de mat.
Voordat de chef beneden was, had Rita de post al te pakken.
‘Ik pak mijn eigen post wel, hoor’, zei de chef.
‘Er komt ook post voor mij hier. Ik geef jou jouw post wel door’, zei Rita.
‘Het is mijn brievenbus’, zei de chef.
‘Materialist’, siste Rita tussen haar tanden.
‘Geef mij nou mijn post maar’, zei de chef.
‘Voor jou is alleen deze obscure kaart’, zei Rita.
De chef pakte de kaart van haar aan.



Hij keek op de achterkant.
‘Mijn land in de winter.
Nu is het lente
Het is ook lente in mijn hoofd,
Groetjes, Kylikkie."

De chef nam de kaart mee naar zijn werkkamer.
Hij opende zijn emailprogramma en stuurde aan Kylikkie een foto van het strand in De Panne.



‘Ga je mee wandelen?
De chef.’

Meer schreef hij niet.
Meer kon ook niet.
‘Ga je nou nog boodschappen doen?’ riep de vrouw van de chef van onder aan de trap.
‘Ik ga al’, zei de chef.

Reageer op dit bericht

Een welkom thuis moment (0)Donderdag 5 mei 2005
‘Welkom thuis’, zei Rita toen de chef moeizaam twee weekendtassen uit de auto naar binnen droeg.
‘Dank je’, zei hij.
Rita viel de vrouw van de chef om haar nek.
‘Fijn dat je er weer bent’, zei Rita.
‘Ja, ik ben ook blij dat ik weer thuis ben’, zei de vrouw van de chef.
Ze liep naar binnen.
‘Ik heb een verrassing’, zei Rita.
‘Leuk, vertel’, zei de vrouw van de chef.
‘Je kent toch dat programma Home Make Over?’, vroeg Rita, ‘Nou heb ik even helemaal alleen Home Make Over gespeeld. Ik heb de muren geschilderd en wat nieuwe schilderijtjes beneden opgehangen.’
De chef, die weer terug naar de auto was gelopen om de volgende weekendtassen op te halen, hoorde de laatste zin.
‘Wat is dat met schilderijtjes?’ vroeg hij.
‘Nou gewoon Home Make Over’, zei Rita, ‘Leuk toch?’
De chef liep naar binnen.
Hij voelde zijn bloeddruk stijgen.
De grote muur in de kamer was felrood geschilderd. Er hing een wit doek met daarop een vrouwelijk naakt in het midden van de muur.
De andere muren waren lichtblauw gemaakt.
‘Rita, goddelijk’, riep de vrouw van de chef.
‘Dit is vreselijk’, riep de chef uit.
Zijn vrouw wierp hem een vuile blik toe: ‘Alles wat Rita doet vind jij toch niet mooi’, zei ze.
‘Ik wil mijn huis terug’, zei de chef.
‘Flauw hoor’, zei de vrouw van de chef.
‘De slaapkamer is nog niet klaar, daar was ik nu mee bezig. Jullie zijn eerder terug dan ik dacht’, zei Rita, ‘Vannacht moeten jullie maar op de tweede verdieping slapen.’
De chef liep naar boven.
Zijn slaapkamer lag helemaal ondersteboven. De muren werden kennelijk geel gemaakt. Hij haatte gekleurde muren. Hij liep naar de badkamer en ging op het toilet zitten met zijn hoofd in zijn handen.


Reageer op dit bericht

Een nachtelijk moment (0)Donderdag 5 mei 2005
‘Groeten uit Finland.’
Meer stond er niet in het sms bericht dat de chef ontving.
Hij was blij.
Kylikkie dacht aan hem.
Hij zat op een bankje aan het strand.
Het was half vier, ’s nachts.
Hij wilde naar huis.
Zijn vrouw snurkte zo luid dat hij niet kon slapen.
‘Kylikkie, je bent mooi.’
Dat smste hij terug voor hij terugliep naar de kamer.
Op de gang hoorde hij al dat zijn vrouw nog steeds snurkte.
Bevrijdingsdag is het vandaag, dacht hij.
Hij zuchtte.
In België vierden ze dat niet.

Reageer op dit bericht

Ein lochmoment (0)Dinsdag 3 mei 2005
‘Het is droog’, zei de chef, ‘En de bliksem en de donder zijn ook weg.’
‘Dan zal Plopsaland nu wel open zijn’, zei de jongste.
‘Morgen doen we dat’, zei de chef, ‘het is nu al twee uur. We gaan naar het strand.’
Buiten stond een harde zuid-westen wind die het snijdend koud maakte.
‘Gewoon een dikke trui aan en dan is het best lekker op het strand’, zei de chef.
‘Ik ga niet mee’, zei zijn vrouw.
‘Nee, beter van niet’, zei de chef.

Even later liep hij met de kinderen over het strand.
‘Kijk hier is al een mooie kuil. Die maken we wat dieper en dan zetten we het windscherm op de rand van de kuil, dan zitten we helemaal goed’, zei de chef.
Hij begon al te graven.
De kinderen hielpen deze keer goed.
Omdat de kuil al behoorlijk groot en diep was, was het werk snel klaar.
De chef was niet bezig het windscherm op te zetten, toen Heinz uit Hamburg met zijn gezin op het strand arriveerde.
‘Gutentag, dieses loch ist unserer loch’, zei Heinz uit Hamburg.
‘Wat zegt ie?’ zei de jongste.
‘Dat is duits’, zei de chef.
‘Weg, Sie mussen unbedingt verchwinden aus meiner loch’, zei Heinz.
De kinderen van Heinz waren al in de kuil gesprongen.
‘Deze kuil heb ik gegraven. U moet maar ergens anders gaan. We zijn hier in Europa. Het strand is vrij voor iedere inwoner. Vrij verkeer weet u wel’, zei de chef tegen Heinz.
‘Raus, weg und schnell’, ging Heinz door terwijl hij tegen de chef begon aan te duwen.
‘Dit is niet zoals het hoort’, zei de chef, ‘Ik bel de rijkswacht.’
Heinz rukte nu de stokken van het windscherm van de chef uit het zand en gooide deze als een professioneel speerwerper zeker veertig meter ver weg. De eerlijkheid gebied te zeggen dat hij met wind mee gooide.
De chef lag inmiddels in het zand.
‘Kom maar jongens, we gaan wel naar McDonalds, het is hier toch te koud’, zei de chef. Hij zocht zijn spullen bij elkaar.

Toen hij op veilige afstand stond riep hij keihard: ‘Aarsloch. Dreckige Hund.’
Heinz hoorde het niet.
Hij zat al in de kuil.


Reageer op dit bericht

Een donder en bliksemmoment (0)Dinsdag 3 mei 2005
Kwam gisteren de regen nog met bakken uit de lucht, vandaag was dat een understatement. Bliksemflitsen schoten door de pikzwarte lucht. Bij het strand stonden borden dat het gevaarlijk was om daar te wandelen.
De auto stond weer in de Albert Dumontstraat.
De chef lag nog op bed.
De klappen van de donder waren oorverdovend.
‘Zo kunnen we niet naar Plopsaland’, zei hij.
‘Ik wil naar Plopsaland’, zei de jongste.
‘Ik wil naar huis’, zei de vrouw van de chef.
Ze had hoofdpijn, omdat ze gisteravond in de Witte Berg aan de bar was gaan zitten. De chef was bij de kinderen op de kamer gebleven.
Ze had na haar derde glas Grand Marnier even met Rita gebeld.
‘Kom maar gauw bij mij’, had Rita gezegd.
Dat klonk raar, omdat Rita in hun huis was, maar ach wat maakte het uit.
Pas om kwart over twaalf ging de bar dicht. Ze was de laatste klant.
‘Bonne nuit’, zei de barkeeper met een charmante lach.
‘Met jou zou ik wel weg weten’, zei de vrouw van de chef toen.
‘Comment?’ had hij gevraagd.
Nu bonsde haar hoofd. Kabouter Plop leek in haar hoofd rond te dansen en het Ploplied te zingen.
‘Plopsaland zal met zulk onweer wel dicht zijn’, mijmerde de chef.
‘Kunnen we niet gewoon naar huis gaan?’, zei de oudste.
‘Ga je nog ontbijtspullen halen?’ vroeg de jongste.
‘Het regent’, zei de chef.
‘Ik wil een croissant’, zei de jongste.

Even later liep de chef door de regen naar de bakker.
De straten stonden vol met water.
Hij keek niet goed uit en stapte in een diepe plas.
Zijn schoen kreeg hij die dag niet meer droog.

Reageer op dit bericht

Kantoorflash (0)Maandag 2 mei 2005
Jochem zette het raam open.
Dat kostte wat moeite, omdat hij niets begreep van de sluiting.
Hij trok er hard aan.
Na een paar flinke rukken brak een stuk van de sluiting af, maar het raam zwaaide open.
Daar draai ik wel een stuk elastiek om straks, dacht hij.
Hij haalde zijn pakje Gladstone tevoorschijn.
Vandaag rook ik gewoon op mijn werkplek. Allemaal op vakantie. Zij wel. Ik niet. Maar als er helemaal niemand is, who cares.
Hij knipte zijn Zippo open en joeg de brand in zijn Gladstone.
Met een wellustige haal zoog hij de rook naar binnen.
Hij hoorde de stem zeggen:
‘Leef met plezier, rook met plezier.’
Verkeerde merk, maar zo is het, dacht hij.

Reageer op dit bericht

Een wanhoopsmoment. (0)Maandag 2 mei 2005
‘Waar staat de auto?’ vroeg de vrouw van de chef.
‘Eh, hier in deze straat. De Albert Dumontstraat. Dat weet ik zeker’, zei de chef.
‘Ik zie hem niet’, zei de vrouw van de chef.
‘Klein stukje verder nog’, zei de chef.
‘Waar is de auto’, vroeg de jongste.
‘Nog een klein stukje lopen’, zei de chef.
‘Ik zie nog steeds niets’, zei de vrouw van de chef.
De Albert Dumontstraat snijdt dwars door De Panne.
Vanwege het muziekfestival had de chef gisteren zijn auto daar geparkeerd. Toen was hem niet opgevallen dat het ruim anderhalve kilometer van het hotel was. Toen was de straat vol met festivalgangers en was er van alles en nog wat te zien. Nu was er niemand. Helemaal niemand.
‘Gaan we nu naar Plopsaland’, zei de jongste.
‘Morgen’, zei de chef.
‘Waarom regent het hier altijd?’ vroeg de oudste.
De chef stond op het punt van breken.
Deze vakantie vroeg nog meer dan zijn kantoorleven.
Deze vakantie was de ergste die hij ooit had meegemaakt.
Vannacht had hij van Kylikkie gedroomd.
Het was een natte droom.
Dat was lang lang geleden geweest, zijn laatste natte droom.
Hij dacht dat hij dat niet meer zou meemaken.
Maar toch. Het gebeurde zomaar en het voelde goed.
Hij wilde naar huis.
‘Ik loop niet verder hoor, ik wacht hier wel’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik ook’, zei de jongste.
‘Ik ook’, zei de oudste.
‘We eten hier wafels’, zei de vrouw van de chef, ‘Haal ons later maar op.’
De chef liep door.
Heel even overwoog hij om gewoon weg te rijden.
Naar Zuid Frankrijk en daar een nieuw leven te beginnen.
Maar toen hij de tas met strandspullen in de auto zette, verwierp hij die gedachte.
Hij reed de eenrichtingstraat uit en verdwaalde.
Drie kwartier later stond hij weer voor het wafelhuisje.
‘Tjezis, wat duurde dat’, zei de vrouw van de chef.

Reageer op dit bericht

Een ver weg van kantoormoment (0)Zondag 1 mei 2005
Alex zag de zon langzaam achter de berg verdwijnen.
Het was een heerlijke dag geweest in Dalyan.
Lekker lenteweer. Niet heet, maar ook niet koud.
Hij had wat gekletst met zijn Turkse vriend.
Zijn vrouw had lekker geslapen langs de rand van het zwembad.
Paul stuurde een smsje waarin hij zei dat Feijenoord verloren had.
Ze dronken een raki.
Niet teveel.
Vanavond gingen ze eten.
Een heerlijke vis in een harde korst van zout gebakken.
Kantoor kon niet verder weg zijn.

Reageer op dit bericht

Een strandvakantiemoment (0)Zondag 1 mei 2005
‘Het is mooi weer’, zei de chef.
‘En ik ben kapot’, zei zijn vrouw.
‘Ik sliep heerlijk’, loog de chef.
‘Vannacht geen doedelzakken, geen trommelaars, maar die Peruaanse fluiters werken me ook mijn zenuwen’, zei zijn vrouw.
‘Vandaag kunnen we naar het strand. Plopsaland doen we dan morgen’, zei de chef.
De kinderen sliepen gelukkig nog.
Die hadden geen Peruaanse fluiters gehoord.
‘Ik blijf tot half twee in bed. Jij gaat met ze naar het strand’, zei de vrouw van de chef.
De chef zweeg.

Om half tien waren de kinderen aangekleed.
Om tien uur zat de chef op het strand.
Het was mooi zonnig weer, maar er stond een snijdende koude zuidwesten wind pal op het strand. De chef huurde een strandcabine en een grote parasol.
‘Het zand waait in mijn ogen’, zei de jongste.
‘Het is koud’, zei de oudste.
‘Jullie kunnen een mooie kuil graven’, zei de chef.
De oudste keek hem met een scheef gezicht aan. Hij voelde zich daar echt te oud voor.
‘Ik wil een vlieger’, zei hij.
‘Ik ook’, zei de jongste.
‘Goed, we kopen daar in die winkel twee vliegers’, zei de chef.
Hij liet alle spullen op het strand staan. Hij liep door het mulle zand naar de boulevard. Zijn benen waren helemaal blauw van de kou, omdat hij zijn korte broek droeg. Als hij zijn lange broek aandeed, zouden de kinderen dat zien als een bewijs van hun gelijk.
Ze zochten verrassend snel een vlieger uit.
‘Veertig euro’, zei de man aan de kassa.
De chef slikte even. Veertig euro voor twee vliegers? Vroeger maakte hij die dingen voor een paar cent. Beetje afvalhout en wat papier. Touwtjes vond hij bij zijn moeder in de naaidoos.

De vliegers gingen met groot gemak de lucht in.
Maar het duurde maar even.
Toen draaiden de twee vliegers in elkaar.
De vliegertouwen vormden een onontwarbare knoop.
‘Hij deed het expres’, zei de jongste.
‘Niet’, zei de oudste.
‘Wel, je bent een lul’, zei de jongste.
‘Mond dicht’, zei de chef.
‘We willen nu rijden op zo’n skelter daar op de dijk’, zei de oudste.

Daar kon je skelters huren voor vijf euro voor een half uur.
Het leek de chef een fijn vooruitzicht.
Een half uur geen gezeur aan zijn hoofd.
Dan kon hij koffie drinken. Niet dat die Belgen ook maar het minste of geringste verstand van koffie hadden, maar het was tenminste iets warms.

De kinderen reden over de boulevard en de chef dronk zijn koffie.
Alles was heel even rustig.
Totdat de oudste zo hard reed dat hij de macht over zijn stuur verloor. Met zijn fiets knalde hij pardoes het terras op. Hij raakte niet het tafeltje van de chef, maar wel de tafel waar twee bejaarde dames een grote pot chocolat chaude geserveerd hadden gekregen. De ene bejaarde dame kreeg de volle post over haar witte jurk. Dat was niet zo erg in vergelijking met wat de andere bejaarde overkwam. Ze kon niet meer opstaan en lag in het zand half onder een andere tafel.

Twintig minuten later werd ze afgevoerd door een ambulance.
De chef werd verhoord door een ijverige beambte van de Rijkswacht.
De kinderen zaten iets verder op een bankje.
‘Ik wil naar Plopsaland’, zei de jongste.
‘Er is geen bal aan hier’, zei de oudste.

Reageer op dit bericht

Een Plopsalandmoment (0)Zondag 1 mei 2005
Eén doedelzak maakt enorme herrie.
Tien doedelzakken zorgen voor onverdraaglijke herrie.
‘Hoe kon je in dit hotel boeken?’
Het was een vraag van de vrouw van de chef waarop ze geen antwoord verwachtte.
De hele nacht door hadden tien schotten hun doedelzakken opgeblazen. Pas om half vijf was het stil geworden.
‘Ik deed geen oog dicht’, zei de vrouw van de chef.
‘Ik heb ze niet gehoord’, zei de chef.
‘Wij wel’, zeiden de kinderen.
Naast doedelzakkende Schotten waren ook een aantal Djembé spelende Malinezen in het hotel gehuisvest. Het festival voor volksmuziek trok muzikanten van over de hele wereld. De Djembé spelers hadden hun zonnegroet gedaan vanaf kwart over zeven.
‘Ik weet niet wat erger is, doedelzakken of trommelaars’, zuchtte de vrouw van de chef aan de ontbijttafel, ‘maar ik heb knallende koppijn. Ga jij maar alleen met de kinderen naar Plopsaland.’
De chef wist wanneer hij moest zwijgen.
Hij had vannacht ook gedaan alsof hij het zuchten en steunen van zijn vrouw niet hoorde. Hij had geprobeerd op het balkon te gaan zitten, maar dat was hem niet gelukt. Zelfs voor hem alleen was het balkon niet groot genoeg.


balkon


uitzicht

‘Vanavond duurt dat festival tot drie uur’, zei zijn vrouw.
‘Zijn jullie klaar? Dan gaan we naar Plopsaland’, zei de chef.
De kinderen hadden lekker geslapen. Gedroomd van kabouter Plop. Ze hadden er zin in. De chef zei dag tegen zijn vrouw en liep naar de auto. Hij zag een klein geel papiertje onder de ruitenwisser zitten. Vanwege een voor het muziekfestival ingesteld tijdelijk parkeerverbod, had hij een boete van 55 euro gekregen. Hij scheurde het bonnetje door en gooide de snippers over zijn schouder. Weinig integer, dacht hij, maar hier zag toch niemand hem.
Soepel reed hij naar Plopsaland. Het was heel stil op het grote parkeerterrein. Te stil.
‘Vanwege het muziekfestival is Plopsaland dit weekend gesloten. Kabouter Plop is te zien in de grote tent aan het strand. Komt allen.’
Dat stond op het bord dat aan het hek hing.
‘Wij willen naar binnen’, zeiden zijn kinderen.
‘Het is dicht’, zei de chef, ‘Morgen ook en maandag ook nog.’
De kinderen begonnen te huilen.
De chef voelde dat hij nu ook knallende koppijn kreeg.
Hij wilde naar huis.
Hij wilde terug naar kantoor.
‘We gaan ijs eten’, zei hij om de kinderen tot bedaren te brengen, ‘en dan mogen jullie een spongebob uitzoeken en dan gaan we zwemmen in zee.’
De kinderen werden stil.
‘Het water is te koud’, zei de oudste.
‘Dan mogen jullie naar het zwembad’, zei de chef.
‘Ik wil niet naar het zwembad, ik wil naar Plopsaland’, zei de jongste.
De chef wiste het zweet van zijn voorhoofd.
Toen voelde hij zijn mobiel in zijn broekzak vibreren. Een sms.
Hij zocht snel zijn postvak in op.
Een bericht van Kylikkie.
‘Maandag ga ik naar Finland. Zomaar onverwacht. Ik kom volgende week maandag weer terug. Nu jij niet op kantoor bent, wil ik ook even weg. Een kus.’
Hij sloot zijn ogen en zag haar voor zich.
‘Gaan we nog rijden? We zouden ijs gaan eten’, zei de oudste.



Reageer op dit bericht

Een onverwacht bijna in Plopsalandmoment (0)Vrijdag 29 april 2005
Extra aflevering.

Een België moment.

‘Duurt het nog lang’, vroeg het jongste kind van de chef.
‘Ja, het duurt nog lang’, zei de chef.
‘Ik wil nu naar Plopsaland’, zei het jongste kind.
‘Morgen. Vandaag niet’, zei de chef, ‘En hou nu op met zeuren.’
‘Je hoeft niet zo kattig te doen hoor’, zei de vrouw van de chef.
‘Je moet duidelijk zijn, dat zeg Herman Boswinkel ook’, zei de chef.
‘Herman Nepwinkel moet zijn mond houden. Je moet niet zo agressief doen’, zei zijn vrouw, ‘En ik moet nu plassen.’
‘Wij ook’, riepen de twee kinderen in koor.

Ze reden Schoondijke binnen.
Een grote rotonde met wat huizen er om heen.
Nog wel Nederland. Nog geen België. De chef wilde niet in Nederland stoppen, maar de sanitaire nood was te hoog.
Aan de rotonde stond een hotel-restaurant. De chef stopte.
Zwijgend stapten ze allemaal uit.
De kinderen renden joelend het hotel in. De vrouw van de chef volgde. De chef moest ook plassen, maar besloot het nog even uit te stellen. Straks als ze allemaal achter een uitsmijter zaten, zou hij zich even rustig kunnen terug trekken op het toilet.
‘Is hier de lunch?’ vroeg hij aan man die achter de bar stond.
‘Ja’, zei de man die nauwelijks opkeek vanachter zijn computer. Hij wilde niet gestoord worden. Dat was wel duidelijk.
De chef ging aan een tafel zitten. Er lag een Telegraaf. Hij sloeg de krant open en begon rustig te lezen. Geen nieuws.
De kinderen kwamen terug en gingen ook zitten. Als laatste ging ook zijn vrouw aan tafel zitten.
‘Wat willen jullie eten?’ vroeg de chef.
‘Patat en appelmoes’, zei de oudste.
‘Dit is lunch, dan eten we geen patat’, zei de chef.
‘Het is vakantie’, zei de jongste.
‘Niks mee te maken’, zei de chef.
‘Dan moet je het ook niet vragen’, zei de oudste.
‘Uitsmijter of omelet, dat hebben ze hier’, zei de chef.
‘Waarom komt er trouwens niemand’, vroeg zijn vrouw.
De man achter de bar ging op in zijn computer. Hij klikte en typte dat het een lieve lust was Waarschijnlijk chatte hij met zijn vriendin uit Belgie.
‘Ik wil hier weg’, zei de vrouw van de chef.
Ze stond gelijk op.
‘Ja, we gaan ergens patat halen’, zei de oudste.
De kinderen liepen ook weg.
De chef keek rond en liep uiteindelijk ook maar naar buiten.

‘He, hallo, dat gaat zomaar niet’, riep de man vanachter de bar die zijn computer in de steek liet. Hij rende naar buiten achter de chef en zijn gezin aan.
‘Staan bljven’, zei de man.
‘Pardon’, zei de chef.
‘Wel plassen en niets nemen, dat doen we niet zo in Schoondijke’, zei de man.
‘U was ook niet erg ijverig in het opnemen van de bestelling’, zei de chef.
‘Ik heb het druk. Ik moest even wat dingen regelen. Die kouwe drukte van jullie uit Noord Nederland altijd. Geef me maar vijf euro, dan is het goed of je komt gewoon weer naar binnen’, zei de man.
‘Ik denk er niet over’, zei de chef.
‘Dan ga je hier niet weg’, zei de man die achter de auto van de chef ging staan.

‘Geef die man gewoon vijf euro en zeur niet’, zei de vrouw van de chef.
‘Nu kies je weer voor hem en tegen mij’, zei de chef.
‘Doe wat ik zeg. We willen patat en naar Plopsaland. Dat gezeur altijd’, zei de vrouw van de chef, ‘Ik wou dat ik met Rita gegaan was.’

Met grote tegenzin haalde de chef vijf euro uit zijn broekzak.
Hij gaf het biljet aan de man zonder deze aan te kijken.
‘Goed gedaan jochie’, zei de man.
De chef stapte in de auto.
‘Patat, patat, patat’ , riepen de kinderen.
De chef schakelde de wagen in zijn achteruit en gaf teveel gas. De wagen sloeg af.
‘Sukkel’, siste zijn vrouw.

De chef zei niets.
Hij wilde dat hij in de armen van Kylikkie lag.
Hij wilde haar zeggen dat ze mooi en lief was.
Maar ze was onbereikbaar.

Hij stopte bij de snackbar. De kinderen renden naar daar naar binnen. De chef moest nu erg nodig plassen.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Donderdag 28 april 2005
Alex liep opgelucht door de draaideur.
Vakantie.
Een kleine vakantie, maar toch, vakantie.
Hij had er zin in.
Gewoon even helemaal niks.
Geen gezeur.
Geen gezanik.
Geen gezever.
Even helemaal weg.
Daaaag, ik hoop dat ik de loterij win, dan kom ik nooit meer, dacht hij.

De chef liep bij Kylikkie naar binnen.
‘Ik ga naar huis’, zei hij.
‘Is het alweer zo laat?’ vroeg ze.
‘Ja, het is half zes’, zei hij.
‘Jouw vakantie begint nu’, zei ze.
‘Ja, een week naar Plopsaland’, zei hij.



‘Gaat Rita ook mee?’ vroeg Kylikkie.
‘Nee, die blijft thuis, althans in mijn huis’, zei de chef.
Hij keek bedroefd.
‘Kom hier, dan krijg je van mij een dikke kus’, zei Kylikkie.
Hij liep naar haar toe en ze kusten.
Hun tongen dansten om elkaar heen.
‘Sterkte’, zei Kylikkie.
‘Dank je wel’, zei de chef.

Hoe gaat dit verder?
Overleeft de chef Plopsaland?
Stort hij zich definitief in de armen van Kylikkie?
Komt Alex terug?
Zal Karel zijn motorscooter ooit laten keuren?
Wie wint de voetbalcompetitie?
Is de opperchef integer?

Vanaf 8 mei nieuwe afleveringen!!!

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 27 april 2005
'Is het nou paardelul of paardenlul?' vroeg Paul aan Alex.
'Kan beiden. Is gewoon goed. Net als hondekop of hondenkop.' zei Alex.
'Maar is het wel integer als ik het fout schrijf?' vroeg Paul.
'Mijn moeder zei altijd varkeskop. Daar hoorde je die n ook niet', zei Alex, 'Maar waarom wil je eigenlijk paardenlul schrijven?'
'Die holtor van de afdeling p en o wil weten of ik mijn auto wel heb laten keuren. Dus daarom wil hem laten weten dat hij een paardenlul is', zei Paul.
'Gelijk heb je. Waar bemoeit zo'n eikelbijter zich mee', zei Alex.
'Kreeg jij niet zo'n formulier dan?' vroeg Paul.
'Ik heb de afdeling p en o als ongewenst adres ingesteld. Werkt goed', zei Alex.
'Jeetje, goed plan, doe ik direct ook en ik klik deze domme mail direct weg', zei Paul.

Reageer op dit bericht

Een thuismoment. (0)Woensdag 27 april 2005
Jochem hoorde de wekker.
Zeker hoorde hij de wekker.
Maar hij reageerde niet.
Hij liet de wekker helemaal aflopen.
Een ouderwetse grote hard rinkelende wekker.
Hij genoot van dat geluid.
Zeker nu hij wist dat hij vandaag pas om half elf uit bed zou komen.
Thuiswerken.
Nadenken.
Probleemanalyse
Hij draaide zich om en viel in een diepe droomloze slaap.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Woensdag 27 april 2005
'Ik heb bericht gekregen van de afdeling personeel', zei de chef tegen Karel.
'Oh ja? Zijn ze daar iets gaan doen?' vroeg Karel.
'Nee, eh, jij bent niet integer', zei de chef.
'Nou moet je echt even ophouden', zei Karel.
'Je hebt je motorscooter niet laten keuren', ging de chef onverstoorbaar verder.
'Motoren hoeven niet gekeurd te worden', zei Karel.
'Nou dat staat hier anders wel', zei de chef, 'Albertine heeft in de parkeergarage alle nummers genoteerd en daarna een controle ingesteld en jouw nummer trof ze niet in de bestanden aan.'
'Dat mens is gek', zei Karel.
'Jij bent niet integer en ik eis dat je vandaag nog die motorscooter laat keuren', zei de chef.
'Motoren hoeven niet gekeurd te worden', zei Karel.
'Ja, dat zei je net ook al, maar Albertine zegt dat het wel moet', zei de chef.
Karel haalde zijn schouders op.
'Je ziet maar', zei hij en hij liep de kamer van de chef uit.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 26 april 2005


De chef keek naar de werkplek van Alex en zag dat deze leeg was.
Hij keek op zijn horloge. Kwart voor drie. Kylikkie en hij waren door de achterdeur naar binnen gekomen. Hij wilde niet het risico lopen de opperchef tegen het lijf te lopen. De lunch had veel langer geduurd dan hij verwacht had.
Ze waren nog even op een bankje gaan zitten.
Ze hadden gezoend.
Het was heerlijk.
Ruim een week was ze op kantoor en hij was verliefd.
'Ik zoen niet zomaar met iemand' had ze gezegd, 'Jij bent speciaal.'
Zo voelde het ook.
Speciaal.

Hij liep naar zijn eigen kamer en opende zijn mailbox.
Zeven ongelezen mails.
Er was er een van Alex die schreef:
'Ik ben ziek naar huis gegaan. Voorjaarsmoeheid. Morgen misschien weer.'

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 26 april 2005
‘Ik moet terug naar kantoor’, zei de chef.
‘Jammer dat de tijd zo snel gaat, het is zo gezellig met jou’, zei Kylikkie.
‘Dat vind ik ook’, zei de chef, ‘We kunnen echt uren met elkaar praten volgens mij.’
‘Uren en dan nog is het tekort’, zei Kylikkie.
Ze keken elkaar lang aan.
‘Ik wil je zoenen’, zei de chef.
‘Dat mag’, zei ze.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 26 april 2005
‘Wat wil je de organisatie geven?’ vroeg de chef aan Alex.
Alex keek de chef met grote ogen aan.
Het functioneringsgesprek was nog maar net begonnen.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Alex.
‘Nou de organisatie is er niet voor jou, jij dient de organisatie. Je bent een schakeltje in het geheel. Wat wil jij aan dat geheel geven?’ zei de chef.
Hij is nu echt van God los, dacht Alex.
‘Heb je pas een gesprek met Herman Boswinkel gehad’, vroeg Alex.
‘Hoezo?’ vroeg de chef.
‘Nou deze sociopraat kan je toch niet zelf bedacht hebben’, zei Alex.
‘Je zegt iets over jezelf met je grove woorden’, zei de chef.
‘Wat je zegt ben jezelf, met je kop door de helft’, zei Alex.
‘Wat?’ vroeg de chef.
Alex staarde naar buiten. Hij voelde zich moe. Het was bijna vakantie. Hij had zin om de chef eens lekker uit te schelden vandaag. Gewoon lekker blerren tegen die oen. Kijken wat er dan gebeurt. Hij herinnerde zich dat een collega vroeger een stoel door een dicht raam had gegooid. Zeven maanden thuis wegens overspannenheid was diens beloning. Maar toen was er nog geen dubbel glas. Alex was bang dat de stoel zou terugstuiteren. Hij ging verder onderuit zitten.
‘Je zit ook nooit actief’, zei de chef.
Alex zei niets. Hij keek alleen maar terug.
Vandaag niet, dacht hij, nee vandaag niet.

Reageer op dit bericht

Een kantoormoment (0)Dinsdag 26 april 2005
‘Michael, heb jij dat rookbeleid al af?’ vroeg de chef aan Michael. De chef stond in de deurpost van Michael’s kamer. Hij had dezelfde stropdas als gisteren om. Michael wilde er iets van zeggen, maar bedacht zich.
‘Nee, ik heb Kylikkie om advies gevraagd. Zij is erg goed in p en o zaken. Ze wilde het graag overnemen’, zei Michael.
‘Dat wist ik niet’, zei de chef.
Er is wel meer dat je niet weet, dacht Michael.
‘Je kunt het beter even met haar opnemen’, zei Michael.
‘Ja, dat doe ik’, zei de chef.
Hij liep naar Kylikkie’s kamer. Ze was er nog niet. Haar bureau was helemaal leeg. Ze hield zich keurig aan de clean desk policy constateerde de chef. Waren ze alllemaal maar zo, dacht hij. Hij voelde aan haar bureaulade, maar die zat op slot. Ook zoals het hoorde.
Hij wilde weglopen, maar juist op dat moment kwam Kylikkie binnen.
‘Goeiemorgen’, zei ze.
‘Hoi’, zei de chef.
‘Ik was wat later’, zei ze.
‘Geeft niks’, zei de chef vaderlijk.
‘Ik was later, omdat ik tot diep in de nacht aan die notitie over het rookbeleid heb gewerkt’, zei Kylikkie.
‘Wat goed van je. Ik hoorde van Michael dat je het graag wilde doen’, zei de chef.
Kylikkie wist nu zeker dat ze Michael een klootzak vond. Gisteren had