Menu




Poll
Wie is de medewerker van de maand?
Paul
Karel
Michael
Alex
Nico-Jan de rimmer
de chef
Suzanne
Jan-Daan
Magda
de opperchef


Resultaten
Een moment op het kantoorZaterdag 5 mei 2007
De medewerker heffing stak zijn hand uit naar Alex.
"Schelvis", zei hij.
"Alex", zei Alex, "dit is Conrow, hij behandelt vandaag met mij de zaak"
"Aangenaam", zei Schelvis, "we gaan hier zitten.
Alex keek verbaasd toen Schelvis naar een bureau midden in de centrale hal wees.
Kennelijk mocht hij vandaag niet naar binnen in de geheime burelen van het kantoor.
Schelvis ging achter het bureau zitten.
Alex en Conrow gingen aan de andere kant zitten.

"Gaat u ons alleen horen?' vroeg Alex aan Schelvis.
"Ja", zei Schelvis.
"Dat kan niet. U weet toch dat u ons niet alleen mag horen nu aan de voorbereiding van het besluit heeft meegewerkt", zei Alex.
"Meent u dat?' vroeg Schelvis.
"Ja, wat dacht u? Dat ik hier gewoon maar dingen zeg voor mijn plezier?', zei Alex.
"U moet daar wachten," zei Schelvis die met tegenzin opstond.
Schelvis wees naar een plaats in de hal en liep weg.

"Hij baalt", zei Alex tegen Conrow.
"Terg je hem niet teveel", vroeg Conrow.
"Welnee, het is lollig. Straks als hij terug komt zeg jij dat we niet in de hal willen worden gehoord. Schendig van privacy en dat soort dingen."
Conrow knikte.

Alex keek door de hal van het kantoor.
Er was niet veel veranderd.
Nog steeds diezelfde troosteloze sfeer van hangende mensen die eindeloos aan het wachten waren. Wachten tot een medewerker van het kantoor ergens diep verborgen in het gebouw op een knop drukte om een nummer te doen verspringen. De mensen keken van hun bonnetje naar de rood oplichtende nummers die verstild bleven staan. Nr. 79 zou de volgende zijn. Maar nr. 78 moest een zwaar geval zijn want sinds Alex binnen gekomen was, was het nummer nog niet versprongen.

Schelvis kwam terug.
Hij had een collega gevonden.
"Haringsma", zei de collega.
"Dag", zei Alex die Haringsma kende van vroeger.
Haringsma leek hem niet te kennen. Dat verbaasde Alex. Sinds hij weg was leek hij gewist te zijn uit het geheugen van de kantoormannen.
"We gaan daar weer zitten", zei Schelvis.

"Ik wil niet dat u ons hier hoort", zei Conrow.
"Wat zegt u nu?' vroeg Schelvis.
"U schendt de privacy van mijn client door ons hier in de openbare ruimte te horen", ging Conrow onverstoorbaar verder.
"Beetje overdreven", bracht Haringsma in.
"Nee hoor, hier kan het echt niet", zei Conrow.
"U moet daar wachten"
Schelvis wees weer naar de hal.
Alex en Conrow stonden weer op en keerden voor de derde keer terug naar de plaats die was aangewezen om te wachten.

Alex en Conrow keken strak naar buiten.
"Straks kunnen we pas lachen', zei Alex, "nu nog niet."
"Werkte jij hier ook?", vroeg Conrow.
"Ja, heel lang, heel lang", zuchtte Alex.

"Hallo, komt u maar hier naar toe."
Alex zag dat Haringsma stond te wenken aan de andere kant van de hal.
Ze liepen naar de kant van de klantenservice.
"Een loket', dacht Alex.
"Hier kunt u naar binnen', zei Haringsma
Een kamertje van twee bij 1 meter.
Donker.
Troosteloos.
Geen raam.
Een gevangenis.
Een loket.
Even later verschenen Schelvis en Haringsma aan de andere kant van de twee centimeter dikke glasplaat. Onder in de plaat zat een klein gaatje. Daar kon het geluid door.
"Zeg het maar", zei Schelvis.
Het horen was begonnen.

Conrow deed het woord. Hij vertelde zijn verhaal. Over hoe dom Schelvis de zaak had aangepakt. Hoe onrechtmatig alles was.
Alex liet zijn gedachten vergeleiden.
Hij dacht even aan vroeger.
Wat zou hij gedaan hebben als over Schelvis een klacht zou zijn ingediend over de gang van zaken van vanmorgen.
Natuurlijk overleg.
Een teamvergadering.
Hij herinnerde zich de medewerker die zich bij de klanten voorstelde als Steuer.
"Ik heb mijn privacy, Steuer is mijn pseudoniem", zei de man toen Alex hem vroeg in het vervolg zich met zijn eigen naam voor te stellen.
"Ja en je heet Sprot en zo stel je je ook voor", had Alex gezegd.
"Je respecteert mijn gevoel niet", had Sprot gezegd.
Alex voelde nu nog de vermoeidheid die hij toen gevoeld had.

"Wij gaan u geen gelijk geven", zei Schelvis.
"Maar u heeft geen argumenten", zei Conrow.
"De wet is de regel. U weet hoe het beleid is", zei Schelvis.
"En u kennelijk niet", zei Alex die zich niet meer kon inhouden.
"Ik maakte nog niet eerder iets als dit mee. U kent uw jurisprudentie niet. U weet niets", blafte Alex die de kwade man in zich opriep.
Heerlijk die rol.
Even kwaad blaffen.
Even gewoon los gaan en kijken wat er gebeurd.
Schelvis werd nerveus.
Hij begon te beven.
"U weet het als geen ander", zei Schelvis.
"En jij dus niet", riep Alex.
Hij liet zich leeg lopen.
Schelvis en Haringsma keken hem aan.
"U moet wel opschrijven wat ik zeg", zei Alex tegen Haringsma.
Haringsma ging weer schrijven.
Maar Alex was klaar.
Kansloos en nog kanlozer dan kansloos was het.

"U weet de weg naar buiten", zei Schelvis.
"U moet ons naar buiten begeleiden, dat is beleid", zei Alex.
Maar Schelvis stond niet op.
Hij bleef in het loket zitten.

"Gaaf man", zei Conrow.
Ze stonden nog even in de hal na te genieten.
Alex knoopte zijn motorjack dicht.
"Ja, het was wel cool', zei Alex.
Plots verscheen Schelvis naast hen.
"Komt u er wel uit, weet u waar de deur is?'
Alex keek van Schelvis naar de deur en weer terug.
"Ik geloof dat ik de deur zie", zei Alex, "kijk maar daar is hij."
Schelvis zei niks meer.
Dreigend bleef hij naast hen staan.
Toen Alex klaar was met zijn motorjas, keek hij naar Schelvis.
"Tot de volgende keer maar weer."





Naam:



Geen reacties

Terug
Copyright 2004 © Sylans.net