|
| Een vergadermoment | Dinsdag 14 februari 2006 | |

‘Vanaf vandaag gaan wij allemaal knippen en plakken’, zei de Chef.
Het werd stil in de vergadering.
‘Hier staan de potten gluton, er zijn rijks-scharen en iedere morgen krijgen jullie de kranten van gisteren. Het AD, de Volkskrant, de Telegraaf en alle lokale kranten. En het moet goed gebeuren’, ging de Chef verder.
Jochem stak zijn hand omhoog.
‘Ik mag niet knippen van de bedrijfsarts. Dat abces aan mijn hand is te wijten aan RSI. Het is onverantwoord wat hier gebeurt. Als ik moet knippen ben ik ziek.’
De Chef keek hem aan.
‘Het bedrijf vraagt om inzet. Echte inzet. Als de leiding knippen en plakken zegt, dan knippen en plakken wij. De wildgroei aan bijverdiensten moet tot stilstand komen. Het is een ramp voor het land. Kijk maar hier in de krant, lees maar, tuinmannen voor 12 euro, metselaars voor vrijdag na half twee, stucadoors, belastinghulp tegen afbraakprijzen, allemaal beunhazen, schilders die in de winter voor 8 euro per uur het buitenschilderwerk doen, pc hulp aan huis voor bijna niks, het land gaat naar de maan. We moeten sterk staan met onze leiding.’
‘Maar ik kreeg er een abces van. Ik klaag de leiding aan’, riep Jochem die nu woedend was.
Karel die naast Jochem zat, keek belangstellend naar Jochems hand, maar zag niets.
‘Ik zie geen abces’, zei hij.
‘Ik heb het opengesneden, voel je niks van’, zei Jochem, ‘Ik sta boven de pijn.’
Paul zuchtte.
Hij wilde dat hij terug was op zijn kamer.
Hij had zin om met Alex te gaan eten.
Hij miste zijn collega.
Het wilde niet wennen.
|
|
|