|
| Een verzorgingshuismoment. | Vrijdag 3 februari 2006 | |

Alex zat rustig op het bankje in de hal van het verzorgingshuis te wachten tot de locatiemanager tijd had. Het was er lekker warm.
'Wilt u koffie?' vroeg een verpleegster die met een kar langs kwam.
'Graag', zei Alex.
Precies op dat moment brak het kabaal los.
Het metalen hek van een bed werd uit de lift de hal in geworpen.
'Dit pik ik niet. Ik ben woedend. Woedend. Ja, u ziet het goed, ik ben woedend en nog eens woedend. Heel erg kwaad, dat ben ik.'
De lange man in een bruin pak beende de hal uit.
Hij ging buiten staan.
Iedereen keek verbaasd.
Alex zag dat de pijpen van de broek van het bruine pak te kort waren.
Zulke details vielen hem altijd op.
Zelfs onder deze omstandigheden.
De lange man beende weer naar binnen.
'Woedend, ik ben woedend. Ik eis genoegdoening. Ik dien een klacht in. Ik ben zo kwaad.'
Niemand reageerde.
De lange man liep weer naar buiten.
Het liep naar het verlaten busje van Welzorg toe en maakte de deur van de laadruimte van het busje open. Zonde op de chauffeur te wachten begon hij de bus uit te laden.
'Dit is het bed dat naar boven moet. Ik eis dat het nu in elkaar gezet wordt.'
Niemand reageerde.
Alex dronk rustig zijn koffie en keek naar de man die heen en weer liep. Met een matras, een hek van het bed, de motor van het bed, een onderlegger, nog een hek.
Toen kwam de chauffeur van de bus eraan.
'Wat doet u in mijn bus?'
'Ik pak het bed. Het bed dat u had moeten pakken.'
'Ga uit mijn bus.'
'Ik eis mijn bed.'
'Dit is busvredebreuk.'
'Ik wil mijn bed.'
Alex begreep nog steeds niet waar het over ging.
Waarom de man zo boos was, ontging hem.
Dat de chauffeur van de bus nu ook boos was, was logisch.
Niemand ziet graag dat zijn bus leeg gehaald wordt.
De mannen stonden als kemphanen tegenover elkaar.
Het wachten was op de eerste klap.
Juist op dat moment snelde de locatiemanager toe.
'Heren, heren, wat is dit?'
'Busvredebreuk.'
'Ik eis mijn bed.'
'Ik doe aangifte.'
'Ik ook.'
'Heren, heren, rustig, rustig.'
'Nee, niet ik wil mijn bed.'
'Jij blijft uit mijn bus.'
'Laten we dit als volwassenen oplossen.'
Het werd stil.
Ze stonden tegenover elkaar.
Een patstelling.
'Ik denk dat ik een andere keer terugkom', zei Alex.
'Dat is goed', zei de zorgmanager.
|
|
|