|
| Een moment van weemoed. | Dinsdag 31 januari 2006 | |
Paul keek naar buiten. Het was koud.
Hij voelde zich eenzaam zonder Alex op het kantoor.
Hij voelde zich nog eenzamer nu hij de grote kar die Alex had laten maken zag staan.
Een kar met een doek van 3 bij 2,5 meter met het logo van de nieuwe onderneming van Alex erop.

Paul pakte de telefoon en draaide het nummer van Alex.
In gesprek.
Kennelijk was het druk op het nieuwe kantoor van Alex.
Paul draaide nog een keer.
Deze keer draaide hij het prive nummer van Alex.
'Met Alex.'
'Hoi, hoe gaat het?'
'Goed, heel goed, ik had dit jaren eerder moeten doen.'
'Fijn, ik ben blij voor je.'
'Dank je, maar ik mis onze saaie dagen soms toch. Of liever, niet onze saaie dagen, maar jouw gezelschap. Kletsen over muziek en over niks.'
'Doen we hier nog steeds. Ben bezig met de voetbalpool.'
'Tja, ik wist niet eens dat Ajax al weer verloren had. Blind gaat er deze week nog uit hoorde ik.'
'Zullen we wedden?'
'Ja, doen we, net als vroeger.'
Na een paar minuten hing Paul op.
Hij hoorde de Chef op de gang lachen.
Heel hard, als altijd.
Zeker weten om niets.
Ook als altijd.
Paul drukte zijn computer uit.
Hij pakte zijn jas en pet.
Hij deed zijn badge in zijn jaszak.
'Ik ga film kijken en morgen ben ik ziek', zei hij tegen zichzelf.
|
|
|