|
| Een kantoormoment | Donderdag 10 november 2005 | |
Alex liep door de snijdende gure wind naar de supermarkt. Hij had het koud. Hij trok zijn shawl wat strakker om zijn nek. Het regende een klein beetje, maar dat vond hij niet erg, omdat hij genoot van het gevoel dat hij geen natte of beslagen brilleglazen meer had. Maar van de koude wind genoot hij niet. Hij liep stevig door. Plots zag hij in de verte een paars pakje liggen. Hij liep er naar toe. Het was een Milka chocolade reep, zonder hazelnoten. Hij bukte en pakte de reep op. De reep was dicht. Als nieuw. Een driehonderd grams reep. Nog nauwelijks nat. Iemand had die reep kort daarvoor verloren. Alex keek rond, maar zag niemand. Hij stopte de reep in zijn zak en liep door.
Toen hij terugkwam op kantoor legde hij de reep chocolade in zijn bureaula. Na een uurtje was hij de reep helemaal vergeten.
De middag verstreek snel.
Samen met Paul maakte hij een top vijf van liedjes met een F.
Ze kwamen uit op Fools in Love van Joe Jackson, Fool to Cry van the Rolling Stones, For You van Bruce Springsteen, Full Moon van Sonata Arctica, Freedom van Paul McCartney.
Zonder computer was het een flinke puzzel om de liedjes te vinden.
‘Maandag doen we de G’, zei Alex.
‘Ik ga vast nadenken’, zei Paul.
‘Ja, want morgen ben je er immers niet’, zei Alex.
‘Gelukkig even weg uit deze gevangenis, al is het maar voor een dag.’
‘Mijn dagen zijn op’, zuchtte Alex.
De Chef keek op zijn horloge.
Half zes.
Hij keek naar zijn collega-chef.
‘We kunnen’, zei de Chef.
Die avond zouden ze interne controle doen.
Het was van het grootste belang dat ze vaststelden dat er geen vertrouwelijke stukken rondslingerden na kantoortijd. Dat was immers niet integer en nu de tijd voor flexibele beloningen aanstaande was, was het niet opruimen van een bureau een eenvoudig meetpunt.
‘We doen eerst deze kamer’, zei de Chef.
‘Wie zitten hier?’
‘Alex en Paul, twee uiterst cynische medewerkers’, zei de Chef.
‘Zuurpruimen?’
‘Zeker weten.’
‘Deze heeft zijn bureaulade open’, zei de collega Chef die de bureaula van Alex open trok.
‘Mijnheer houdt van chocolade’, zei de collega Chef.
‘Ik ook’, zei de Chef.
‘Wil je een stukje?’
‘Eh, ach wat maakt het uit, hij weet toch niet wie het gedaan heeft.’
De collegachef scheurde de paarse wikkel van de reep en gaf de Chef de helft.
Ze gingen tegenover elkaar zitten en lieten het zich goed smaken.
‘Zo zitten die eikels hier de hele dag’, zei de Chef.
‘Gelukkig zijn wij chef’, zei de collega chef.
‘Gelukkig wel. Velen zijn geroepen, maar wij zijn uitverkoren’, zei de Chef.
|
|
|