|
| Een kantoormoment | Zondag 14 augustus 2005 | |
‘Verdomme’.’
Alex zucht.
De wekker liet weten dat het tijd was.
Werk wacht.
‘Voorbij, het is voorbij. De tocht naar Golgotha kan weer beginnen. De beker is nog niet leeg.’
‘That’s life’, zegt zijn vrouw.
Met moeite staat Alex op.
Vorige week kostte opstaan geen moeite.
Toen was geen wekker nodig.
Het zwembad en de atletiekbaan wachtten.
Ze wachten ook vandaag, maar op iemand anders.
Twintig kilometer verder loopt ook een wekker af.
In het huis van de Chef.
Met een fiere klap legt de Chef de wekker het zwijgen op.
Hij is goed uitgerust van zijn vakantie in Cadzand-Bad teruggekomen.
Naast hem ligt zijn vrouw.
Natuurlijk slaapt ze nog of doet ze alsof ze nog slaapt.
De kinderen hoeven nog niet naar school.
Die hebben nog een week vakantie.
De Chef zegt niets.
Hij voelt zich sterk en manlijk.
Hij droomde dat hij Rita het huis uitzette.
Hij heeft zich na de vakantie voorgenomen dat voor uiterlijk 1 oktober te doen.
Hij weet het zeker.
Deze vakantie is hij begonnen met krachttraining.
Tevreden strijkt hij over zijn buik.
Al bijna een sixpack, denkt hij.
Even volhouden.
Kylykiie zal trots op hem zijn.
En Tuulykkie ook.
Ze komen alletwee naar Nederland.
Hij ziet er naar uit.
Metalkid staat ook op.
Hij is boos.
Boos omdat hij nog steeds niet weet of hij na zijn stage een aanstelling kan krijgen.
Hij begrijpt het niet.
Niemand begrijpt het.
Hij wil werken en hij mag niet.
Onzin.
Hij wil zich omdraaien.
Maar hij staat toch maar op.
Hij sleept zich naar kantoor.
|
|
|